Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:321

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-01-2021
Datum publicatie
20-01-2021
Zaaknummer
8708838 CV EXPL 20-3932
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onverschuldigd betaalde bemiddelingskosten betaald door een derde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8708838 CV EXPL 20-3932

Vonnis van de kantonrechter van 13 januari 2021 (bij vervroeging)

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend te [woonplaats] (Duitsland),

eisende partij,

gemachtigde mr. A. Saakjan,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAASTRICHT RENTSERVICE B.V.,

gevestigd te Maastricht,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. R.H.M. Wagemans.

Partijen zullen hierna [eisende partij] en Maastricht Rentservice genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Maastricht Rentservice heeft bemiddeld bij de verhuur van een kamer aan de [adres] te [plaats] aan [eisende partij] , zowel bij het afsluiten van de eerste huurovereenkomst van 11 mei 2018 als de tweede huurovereenkomst van 30 april 2019.

2.2.

Maastricht Rentservice heeft bij twee facturen bemiddelingskosten aan [eisende partij] in rekening gebracht, te weten bij factuur 2018 – 015 d.d. 13 juni 2018 ad € 998,25 met als omschrijving ‘Voor U verrichte werkzaamheden [adres] ’ en factuur 2019 – 20 d.d. 2 mei 2019 ad € 302,50 met als omschrijving ‘Administratie kosten [adres] ’.

2.3.

De facturen zijn betaald vanaf de rekening van de ouders van [eisende partij] onder vermelding van ‘INVOICE 2018-015’ en ‘Factuurnummer 2019-20 [bedrijfsnaam] kosten [adres] ’.

3 Het geschil

3.1.

Volgens [eisende partij] mocht Maastricht Rentservice op grond van artikel 7:425 jo. 7:427 en 7:417 BW geen bemiddelingskosten bij hem in rekening brengen. Hij verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar het arrest van de Hoge Raad van 1 oktober 2015.1 [eisende partij] vordert daarom dat Maastricht Rentservice bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot terugbetaling van de onverschuldigd betaalde bemiddelingskosten van € 1.300,25 en betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 236,-, de proceskosten en de nakosten, alle bedragen en kosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Maastricht Rentservice voert aan dat zij nooit bemiddelingskosten heeft ontvangen van [eisende partij] .

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eisende partij] is woonachtig in Duitsland, zodat deze zaak een grensoverschrijdende component heeft. De Nederlandse rechter is echter bevoegd en het Nederlandse recht is van toepassing omdat Maastricht Rentservice in Nederland gevestigd is en het gaat om een bemiddelingsovereenkomst ter zake van een in Nederland liggend huurobject.2

4.2.

Maastricht Rentservice heeft geen verweer gevoerd tegen de stelling dat de voor bemiddeling in rekening gebrachte kosten onverschuldigd zijn betaald. Zij voert enkel aan dat zij het onverschuldigd betaalde niet hoeft terug te betalen aan [eisende partij] omdat hij niet degene is die de bemiddelingskosten heeft voldaan.

4.3.

De bemiddelingsovereenkomst is aangegaan met [eisende partij] en de facturen waren aan hem gericht. Vervolgens hebben de ouders van [eisende partij] deze facturen voldaan ter kwijting van [eisende partij] (in één van de overboekingen is [eisende partij] zelfs met naam en toenaam in de omschrijving opgenomen). Dit betekent dat, ondanks dat de bedragen niet van zijn rekening zijn betaald, toch sprake is van een betaling door [eisende partij] . Aan de ouders van [eisende partij] komt geen eigen vordering toe jegens Maastricht Rentservice uit hoofde van onverschuldigde betaling. Zij hebben eventueel wel een regresvordering op [eisende partij] , maar dat is een zaak tussen [eisende partij] en zijn ouders en gaat Maastricht Rentservice verder niet aan.

4.4.

Nu de betalingen waarvan teruggave wordt gevorderd moeten worden aangemerkt als betalingen van [eisende partij] en Maastricht Rentservice voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot terugbetaling van de gefactureerde bemiddelingskosten worden toegewezen. Het te betalen bedrag zal zoals gevorderd worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis.

4.5.

[eisende partij] maakt tevens aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 236,00, welk bedrag is berekend op basis van het bepaalde in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijk incassokosten. De hoofdvordering van [eisende partij] heeft echter geen betrekking op één van de situaties waarin genoemd Besluit van toepassing is (immers is de vordering niet gegrond op een uit overeenkomst voortvloeiende verbintenis tot betaling van een geldsom, maar op een uit de wet voorvloeiende verbintenis tot betaling van een geldsom). De kantonrechter zal de vraag of buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn daarom toetsen aan de eisen voor dergelijke vorderingen zoals deze zijn geformuleerd in het Rapport BGK-integraal.

4.6.

Uitgangspunt daarbij is dat buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW voor vergoeding in aanmerking komen indien deze de dubbele redelijkheidstoets kunnen doorstaan en het liquidatietarief daarop geen betrekking heeft.

[eisende partij] heeft bij dagvaarding niet onderbouwd welke buitengerechtelijke incassowerkzaam-heden daadwerkelijk zijn verricht en dat deze meer hebben omvat dan de minimale verrichtingen waarvoor de in artikel 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Derhalve dient er in het onderhavige geval van uitgegaan te worden dat voor de aanvang van dit geding geen andere of meer kosten zijn gemaakt dan die welke ter voorbereiding van een geding in het algemeen redelijk en noodzakelijk zijn. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.

4.7.

Maastricht Rentservice zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van [eisende partij] . Deze worden tot vandaag begroot op:

dagvaarding: € 108,60

griffierecht: € 83,00

salaris gemachtigde: € 360,00 (2 punten x tarief € 180,00)

totaal € 551,60

4.8.

De nakosten en de wettelijke rente over de proces- en nakosten zullen worden toegewezen op de manier zoals hieronder in de beslissing opgenomen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt Maastricht Rentservice om aan [eisende partij] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 1.300,25, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na vandaag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag tot aan de dag van betaling,

5.2.

veroordeelt Maastricht Rentservice tot betaling van de proceskosten van [eisende partij] , tot vandaag begroot op € 551,60, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na vandaag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag tot aan de dag van betaling,

5.3.

veroordeelt Maastricht Rentservice, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door [eisende partij] aan de veroordelingen onder 5.1. en 5.2. voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 90,- aan salaris gemachtigde, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na aanschrijving te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag van betaling,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na betekening te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening tot de dag van betaling,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.

type: GD

1 ECLI:NL:HR:2015:3099

2 Artikel 4 van de Verordening (EG) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) en artikel 4 lid 1 aanhef en onder b en c van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I)