Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:31

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-01-2021
Datum publicatie
25-02-2021
Zaaknummer
04 8476192 CV 20-1810
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter constateert dat eiser bij inleidende dagvaarding heeft aangeduid twee hoedanigheden te hebben, te weten: die van privépersoon zowel als van onderneemster (vgl. dagvaarding sub 41). De kantonrechter te Roermond is om die reden de tot oordelen bevoegde rechter in gevolge artikel 101 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Gelet op de vervolgens door partijen uitgewisselde processtukken moet het er echter voor worden gehouden dat de ter discussie staande verbouwing betrekking heeft op de door eiser gedreven onderneming (bed en breakfast), met name gelet op de door haar gevorderde omzetschade. Dat betekent dat zij niet in hoedanigheid van consument optreedt, doch als onderneemster, net zoals dat aan de zijde van Practicomfort aan de orde is. Het eerder aangeduide artikel 101 Rv vormt daarom (toch) geen basis voor de bevoegdheid tot oordelen door de kantonrechter te Roermond en de zaak dient te worden verwezen naar de wel bevoegde kantonrechter. Dat is - gelet op de woon- c.q. vestigingsplaats van Practicomfort – de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, locatie Leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 8476192 \ CV EXPL 20-1810

Vonnis van de kantonrechter van 6 januari 2021

in de zaak van:

[eiser] h.o.d.n. [bedrijfsnaam],

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde DAS Rechtsbijstand,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRACTICOMFORT,

gevestigd te Katwijk,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. C. Hoek.

Partijen zullen hierna [eiser] en Practicomfort genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil in conventie en in reconventie

2.1.

[eiser] heeft een badkamer besteld bij Practicomfort voor een totaalbedrag van € 6.300,00. [eiser] heeft € 500,00 aanbetaald. Op 27 mei 2019 is de badkamer geplaatst.

2.2.

[eiser] is niet tevreden over de uitvoering van de werkzaamheden. De douche is niet volgens de tekening geplaatst en Practicomfort heeft schade veroorzaakt aan het toilet, het plafond en de douche, terwijl ook een beeldje is gebroken. Door de problemen met de badkamer stelt [eiser] minder gasten in haar b&b te hebben kunnen ontvangen en heeft zij omzetschade geleden.

2.3.

[eiser] heeft schriftelijk de mening van een deskundige gevraagd. Ook heeft zij nog [bouwbedrijf] ingeschakeld. Deze heeft een rapportage opgesteld die als productie 13 bij dagvaarding is overgelegd.

2.4.

Omdat Practicomfort niet goed heeft gepresteerd, heeft [eiser] de overeenkomst bij brief van 28 februari 2020 buitengerechtelijk ontbonden.

2.5.

[eiser] vordert Practicomfort te veroordelen:

Primair:

  • -

    tot betaling van een bedrag van € 500,00;

  • -

    tot betaling van een bedrag van € 750,28 aan buitengerechtelijke incassokosten;

Subsidiair:

  • -

    tot betaling van een bedrag van € 850,00 aan herstelkosten;

  • -

    tot betaling van een bedrag van € 767,78 aan buitengerechtelijke incassokosten;

Meer subsidiair:

  • -

    tot deugdelijk en structureel herstel van de gebreken aan de badkamer;

  • -

    tot betaling van een bedrag van € 725,28 aan buitengerechtelijke kosten;

Zowel primair als subsidiair:

  • -

    tot betaling van een bedrag van € 7.005,68 als aanvullende schadevergoeding (€ 575,00 beraamd door de expert, € 457,00 van de herstelofferte, € 5.201,50 aan gederfde inkomsten en € 771,38 aan expertisekosten),

  • -

    tot betaling van de wettelijke rente;

  • -

    tot betaling van de proceskosten en de nakosten.

2.6.

Practicomfort voert verweer tegen de vordering en stelt dat zij geen wanprestatie heeft gepleegd. Op 13 februari 2020 zijn herstelwerkzaamheden verricht. Ook voert Practicomfort aan dat de schade niet is onderbouwd. Practicomfort heeft een tegeneis en zij vordert (samengevat) [eiser] te veroordelen tot betaling van het restant ad € 5.800,00 van de overeengekomen prijs, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten.

2.7.

[eiser] voert verweer tegen de vorderingen van Practicomfort.

2.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling in conventie en in reconventie

3.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze samen beoordeeld worden.

3.2.

De kantonrechter constateert dat [eiser] bij inleidende dagvaarding heeft aangeduid twee hoedanigheden te hebben, te weten: die van privé persoon zowel als van onderneemster (vgl. dagvaarding sub 41). De kantonechter te Roermond is om die reden de tot oordelen bevoegde rechter in gevolge artikel 101 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

3.3.

Gelet op de vervolgens door partijen uitgewisselde processtukken moet het er echter voor worden gehouden dat de ter discussie staande verbouwing betrekking heeft op de door [eiser] gedreven onderneming (bed en breakfast), met name gelet op de door haar gevorderde omzetschade. Dat betekent dat zij niet in hoedanigheid van consument optreedt, doch als onderneemster, net zoals dat aan de zijde van Practicomfort aan de orde is. Het eerder aangeduide artikel 101 Rv vormt daarom (toch) geen basis voor de bevoegdheid tot oordelen door de kantonrechter te Roermond en de zaak dient te worden verwezen naar de wel bevoegde kantonrechter. Dat is - gelet op de woon- c.q. vestigingsplaats van Practicomfort – de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, locatie Leiden.

4 De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter

4.1.

verklaart zich onbevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen,

4.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken bij de rechtbank Den Haag, zittingslocatie Leiden,

4.3.

bepaalt dat de zaak wederom zal dienen op de rol van de kamer voor kantonzaken bij de rechtbank Den Haag, zittingslocatie Leiden, nadat [eiser] Practicomfort bij exploot heeft opgeroepen tegen de dag waarop zij de zaak op de rolzitting wil doen dienen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: PLG

coll: