Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:3028

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30-03-2021
Datum publicatie
07-04-2021
Zaaknummer
C/03/17/434 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Forse boedelachterstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht (tussentijdse) beëindiging wsnp, gevolgd door faillissement

Toezicht / insolventies

insolventienummer: C/03/17/434 R

Bij vonnis van deze rechtbank van 11 juli 2017 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van

[saniet] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende: [adres] , [woonplaats] ,

saniet.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Bij vonnis van de rechtbank van 11 december 2018 is het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling afgewezen en is de regeling verlengd tot

11 juli 2022.

1.2.

Bij vonnis van de rechtbank van 29 oktober 2019 is de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

1.3.

Bij vonnis van de rechtbank van 22 september 2020 is de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

1.4.

De bewindvoerder heeft een verzoek ingediend, ter griffie ontvangen op 4 februari 2021, om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen onder omzetting in een faillissement.

1.5.

De bewindvoerder, de saniet en [naam beschermingsbewindvoerder 1] namens de beschermingsbewind-voerder zijn ter zitting van 18 maart 2021 verschenen.

2 De beoordeling

2.1.

Naar het oordeel van de bewindvoerder is saniet de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onvoldoende nagekomen. Er is een boedelachterstand van

€ 11.188,11. De rechter-commissaris heeft zich hiermee akkoord verklaard.

Verloop van de boedelachterstand

2.2.

Het niet of onvoldoende afdragen aan de boedel loopt als een rode draad door deze schuldsaneringsregeling.

2.2.1.

Op 7 februari 2018 is een waarschuwingsbrief naar saniet gestuurd, omdat saniet in zijn geheel niet afdraagt aan de boedel. Op dat moment bedroeg de boedelachterstand

€ 4.488,69 (2e verslag van januari 2018),

2.2.2.

Met ingang van april 2018 is saniet gaan afdragen, maar deze afdrachten waren doorgaans lager dan de reguliere afdracht, waardoor saniet de bestaande boedelachterstand niet inliep en deze zelfs toenam (‘Tabel boedelbijdragen’ bij het 3e verslag van juli 2018 en het verzoek tussentijdse beëindiging van 23 oktober 2018),

2.2.3.

Ten tijde van het vonnis van de rechtbank van 11 december 2018 bedroeg de boedelachterstand € 6.886,-. De schuldsanering is met 2 jaar verlengd om saniet voldoende tijd te bieden de forse boedelachterstand weg te werken. Daarbij is bepaald dat gedurende de verlengde periode alle verplichtingen van de schuldsaneringsregeling van kracht blijven

(r.o. 2.7. van het vonnis van 11 december 2018).

2.2.4.

In het 5de verslag (van juli 2019) staat, geciteerd voor zover hier van belang:

“De achterstand is deze periode opgelopen naar € 7.408,62. Blijkbaar snapt meneer niet dat dit zijn kans is om ruim € 53.000,- schuld weg te werken”.

Uit de ‘Tabel boedelbijdragen’ bij dit verslag volgt dat saniet doorgaans (fors) minder afdraagt dan waartoe hij (in het kader van de reguliere afdracht) is gehouden.

2.2.5.

Ten tijde van het vonnis van 29 oktober 2019 is er een boedelachterstand van

€ 8.188,62 waarvan saniet op de hoogte is en die door saniet wordt erkend (r.o. 2.3. van het vonnis van 29 oktober 2019). Aangezien saniet ter zitting heeft verklaard dat hij het verzoek tot onderbewindstelling heeft ingediend, is de rechtbank van oordeel dat schuldenaar nog een kans verdient (r.o. 2.4. van het vonnis van 29 oktober 2019). Voorts staat in het vonnis, geciteerd voor zover hier van belang:

“Indien blijkt dat schuldenaar zich, met behulp van de beschermingsbewindvoerder, niet aan alle verplichtingen houdt, dan lijkt een beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder zogenaamde schone lei onafwendbaar”.

2.2.6.

In het 6de verslag (van januari 2020) staat dat de achterstand € 7.772,43 bedraagt. Uit de ‘Tabel boedelbijdragen’ bij dit verslag volgt dat saniet doorgaans (fors) minder afdracht dan waartoe hij aan reguliere afdracht is gehouden.

2.2.7.

Per 16 januari 2020 is het beschermingsbewind ingesteld en is [naam beschermingsbewindvoerder 2] van [naam bewindvoeringsbureau] (hierna [naam bewindvoeringsbureau] ) tot beschermingsbewind-voerder benoemd.

2.2.8.

In het 7de verslag (van juli 2020) staat, geciteerd voor zover hier van belang:

“ [naam bewindvoeringsbureau] en meneer waren in de veronderstelling dat er geen reguliere afdracht meer hoefde plaats te vinden, enkel nog het inlopen van de achterstand. Bij de zitting is nogmaals uitgelegd dat dit niet zo is. Bsbw zou nog een gesprek met meneer aanvragen om te kijken of de afdracht verhoogd kon worden, anders heeft verlenging van de looptijd geen zin meer.”

Uit de ‘Tabel boedelbijdragen’ bij voornoemd verslag volgt dat er met ingang van februari 2020 nog € 350,- per maand aan reguliere afdracht wordt afgedragen in plaats van de vereiste bijdrage van € 574,22.

2.2.9.

Ten tijde van het vonnis van de rechtbank van 22 september 2020 bedraagt de boedelachterstand € 10.659,69. Saniet erkent de boedelachterstand, maar heeft zijn twijfels over de hoogte. De rechtbank oordeelt dat de bewindvoerder haar voordracht onvoldoende heeft gemotiveerd en saniet wordt het voordeel van de twijfel gegund.

In r.o. 2.6. van dit vonnis staat verder, geciteerd voor zover hier van belang:

“Indien blijkt, dat saniet zich niet aan alle verplichtingen houdt, dan lijkt een beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder de zogenaamde schone lei onafwendbaar”.

2.2.10.

Met ingang van 16 februari 2021 is [naam beschermingsbewindvoerder 1] tot beschermingsbewindvoerder benoemd.

Wat vindt saniet?

2.3.

Saniet heeft ter zitting aangevoerd dat de hoogte van de boedelachterstand niet klopt. Alles boven het vrij te laten bedrag is, aldus saniet, afgedragen. Wat afgedragen moest worden, is berekend door [naam bewindvoeringsbureau] . Als hij meer had moeten afdragen, dan is het aan [naam bewindvoeringsbureau] te wijten dat dit niet is gebeurd. Voorts stelt saniet dat de rechter heeft bepaald dat hij niet langer gehouden is om aan de boedel af te dragen. De ‘laatste’ rechter heeft dit bevestigd door de schuldsaneringsregeling niet te beëindigen, terwijl duidelijk was dat de boedelachterstand niet ingelopen kan worden binnen de nog resterende periode. Saniet stelt dat meer betalen dan dat hij gedaan heeft niet mogelijk was, omdat hij afspraken had met zijn (thans ex-) vriendin over zijn bijdrage aan de huishoudelijke kosten.

Wat vindt de beschermingsbewindvoerder?

2.4.

De beschermingsbewindvoerder [naam beschermingsbewindvoerder 1] stelt dat saniet kosten heeft uitgespaard door samen te wonen en dat het vrij te laten bedrag anders veel hoger zou zijn geweest.

En de bewindvoerder?

2.5.

De bewindvoerder voert aan dat het vrij te laten bedrag correct is berekend en dat de onderlinge afspraak van saniet met zijn partner over de verdeling van de huishoudelijke kosten daar los van staat. Saniet heeft steeds bepaald wat [naam bewindvoeringsbureau] diende af te dragen. Het lukte [naam bewindvoeringsbureau] niet om hier tegenin te gaan. De bewindvoerder geeft aan dat het niet realistisch is dat de achterstand in de resterende periode wordt weggewerkt. Dit zou immers betekenen dat saniet naast de reguliere afdracht maandelijks € 700,- extra dient af te dragen.

Oordeel van de rechtbank

2.6.1.

Saniet is keer op keer gewezen op de bestaande boedelachterstand en het feit dat deze moet worden ingelopen (overwegingen 2.2.2. tot en met 2.2.9.). Desondanks is de boedelachterstand niet ingelopen. Sterker nog: de achterstand is sinds de verlenging in oktober 2018 zelfs fors toegenomen.

2.6.2.

De rechtbank volgt saniets stellingname dat hij steeds zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag heeft afgedragen, niet. Volgens de ‘Tabel boedelbijdragen’ is dit, sinds aanvang van de schuldsaneringsregeling, slechts zeven keer het geval geweest. In de periode april 2018 tot en met heden is in alle andere maanden minder dan de reguliere afdracht verricht en in de periode 11 juli 2017 tot en met maart 2018 is er helemaal niets afgedragen.

2.6.3.

Voor zover, waarbij de rechtbank opmerkt dat iedere onderbouwing van de stellingname dat het onvoldoende afdragen aan [naam bewindvoeringsbureau] is te wijten ontbreekt, kan saniet zich hier niet achter verschuilen. Ook na benoeming van een beschermingsbewindvoerder is en blijft saniet zelf verantwoordelijk voor de afdrachten in de schuldsaneringsregeling.

2.6.4.

De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van saniet dat de boedelachterstand niet correct berekend is, daar saniet nalaat dit te onderbouwen.

2.6.5.

Dat saniet niet langer gehouden is tot afdrachten aan de boedel, waarbij het voor de rechtbank niet duidelijk is of hij hier doelt op de reguliere afdrachten dan wel de in te lopen achterstand, blijkt, naar het oordeel van de rechtbank, nergens uit.

In zowel het vonnis van 11 december 2018, 29 oktober 2019 en 22 september 2020 staat dat saniet gehouden is aan alle verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling. Hiertoe behoort de reguliere afdrachtplicht alsook het voldoen van de boedelachterstand (die ontstaan is door het niet voldoen van de reguliere afdrachtplicht).

2.7.

Op grond van voornoemde is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een verwijtbare boedelachterstand van € 11.188,11, dat saniet niet aan de kernverplichtingen van de schuldsaneringsregeling heeft voldaan en dat de van saniet te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling heeft ontbroken.

Door dit doen of nalaten is de uitvoering van de schuldsaneringsregeling belemmerd dan wel gefrustreerd. Deze tekortkomingen kunnen de saniet worden aangerekend en zijn van dien aard dat, op grond van artikel 350 lid 3 sub c en e Faillissementswet, een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder de zogenaamde schone lei gerechtvaardigd is.

2.8.

De rechtbank heeft er geen vertrouwen in dat afwijzing van het verzoek tot tussentijdse beëindiging zal leiden tot betaling van de boedelachterstand. Saniet heeft kans op kans gehad en hij deze onbenut gelaten. Hij bleef en blijft weigerachtig om zelfs ook maar de reguliere boedelafdracht te voldoen. Ook ter zitting blijft saniet volharden in zijn stelling dat hij niet tot afdracht gehouden is. Voorts acht de rechtbank het niet realistisch dat saniet in de resterende looptijd naast de reguliere maandelijkse afdracht nog eens € 700,- extra per maand zal afdragen.

2.9.

De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds. Aangezien er voldoende baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, zal saniet van rechtswege in staat van faillissement verkeren zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

2.10.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling en benoemt in het faillissement van de schuldenaar tot rechter-commissaris mr. J. Schreurs-van de Langemheen en tot curator E.N.G. van Trier, correspondentieadres: Postbus 3, 6240 AA Bunde;

3.2.

geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen:

3.3.

berekent de vergoeding op € 5.050,76 (inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting en overige kosten ) en stelt het salaris van de bewindvoerder vast overeenkomstig de vergoeding, te weten € 5.050,76 (inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting).

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J.H. Hoofs, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.

NC

Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.