Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2934

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
31-03-2021
Datum publicatie
12-04-2021
Zaaknummer
8912192 \ CV EXPL 20-6233
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verwijzingszaak, relatief onbevoegd, bewind

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8912192 \ CV EXPL 20-6233

Vonnis van de kantonrechter van 31 maart 2021

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

N.V. UNIVÉ ZORG, betreffende ZEKUR,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij,

gemachtigde Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GGN BEWINDVOERING B.V., in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde],

gevestigd Erasmusweg 1,

4104 AK Culemborg,

gedaagde partij,

gemachtigde M. de Jong.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eisende partij heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd gedaagde partij te veroordelen tot betaling van een geldbedrag met rente en kosten.

2.2.

Met betrekking tot de relatieve bevoegdheid overweegt de kantonrechter het volgende. Gelet op het bepaalde in artikel 110 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient de kantonrechter deze bevoegdheid ambtshalve te toetsen.

2.3.

Het vierde lid van art. 1:12 BW regelt een uitzondering op de afhankelijke woonplaats van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel in curatele-, beschermingsbewind- en mentorschapszaken. In de Memorie van Toelichting bij de laatste wijziging van art. 1:12 BW valt hierover te lezen: “De redactie van het nieuwe vierde lid van artikel 12 houdt er rekening mee dat voor aangelegenheden die niet van doen hebben het rechterlijk toezicht en rechterlijke beslissingen gedurende de beschermingsmaatregel, de afhankelijke woonplaats van de curator, bewindvoerder en de mentor overeenkomstig de hoofdregel van artikel 12 blijft gelden. Te denken valt aan voor de betrokkene bestemde post: deze zal, juist omdat bescherming is beoogd, uiteraard aan de wettelijke vertegenwoordiger blijven worden gestuurd, terwijl bij voorbeeld voor de bewindsrekening (vgl. artikel 436, vierde lid) uiteraard ook het adres van de bewindvoerder moet worden aangehouden.” Artikel 266 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat in zaken betreffende curatele, onderbewindstelling en mentorschap de kantonrechter van de woonplaats van de rechthebbende bevoegd is.

2.4.

Waar het in deze zaak niet gaat om rechterlijk toezicht op het bewind en rechterlijke taken in dat toezicht bepaalt de woonplaats van de curator, bewindvoerder of mentor de relatieve bevoegdheid. Aldus is de kantonrechter te Maastricht niet bevoegd in deze zaak te beslissen, nu gedaagde partij gevestigd is in Culemborg. Hij zal de zaak verwijzen in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart zich onbevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen,

3.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de Rechtbank Gelderland, kamer voor kantonzaken, locatie Arnhem.

3.3.

bepaalt dat de zaak wederom zal dienen op de rol van de kamer voor kantonzaken bij de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, nadat eisende partij gedaagde partij bij exploot heeft opgeroepen tegen de dag waarop zij de zaak op de rolzitting wil doen dienen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC