Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2629

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-03-2021
Datum publicatie
01-04-2021
Zaaknummer
C/03/289782 / BZ RK 21/642
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wijziging zorgmachtiging. Tijdelijke verplichte zorg. Behandelaar wil meer vormen van zorg dan door OvJ is verzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2021-0107
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Familie en jeugd

Zaaknummer: C/03/289782 / BZ RK 21/642

Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 23 maart 2021 van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),

ten aanzien van

[betrokkene] ,

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1997,

wonend te Roermond,
verblijvende in de [naam kliniek] te [plaats] ,

hierna te noemen betrokkene.

advocaat: mr. P.J.T. de Kan

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 maart 2021 heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 16 november 2020 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de brief van de zorgverantwoordelijke aan de geneesheer-directeur over de beslissing tijdelijke verplichte zorg d.d. 13 maart 2021

  • -

    de brief aan betrokkene van de geneesheer-directeur d.d. 13 maart 2021;

  • -

    de aanvraag van de zorgverantwoordelijke d.d. 15 maart 2021;

  • -

    het zorgplan d.d. 16 maart 2021;

  • -

    het advies van de geneesheer-directeur d.d. 16 maart 2021.

1.2.

Vanwege het Coronavirus (COVID-19) en de maatregelen zoals deze door de overheid worden geadviseerd, behandelt de rechtbank urgente zaken zoals deze zaak door middel van telehoren. Dat wil zeggen dat betrokkene, de advocaat en de andere procesdeelnemers via een video/telefoonverbinding worden gehoord, om besmettingsrisico tegen te gaan. Door of namens betrokkene is hiertegen geen bezwaar gemaakt.

1.3.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 maart 2021 door middel van telehoren.

De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:

  • -

    betrokkene;

  • -

    de advocaat van betrokkene mr. P.J.T. de Kan;

  • -

    de arts-assistent [naam] .

Verder waren tijdens de behandeling een co-assistent en een verpleegkundige aanwezig.

1.4.

De officier van justitie is niet gehoord.

2 Beoordeling

2.1.

Ten aanzien van betrokkene is op 16 november 2020 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor een dreigende noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz is ontstaan.

Betrokkene is psychotisch gedecompenseerd met paranoïde wanen. Als gevolg hiervan is hij handelend agressief naar een medepatiënt geweest. Het risico bestaat dat zich dit herhaalt als er geen interventies zijn om dit te voorkomen en als betrokkene niet adequaat wordt behandeld. Bovendien kan betrokkene door zijn gedrag agressie over zichzelf afroepen.

2.2.

Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet.

2.3.

Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg. Hij voert daartoe aan dat hij het verzoek onterecht vindt. Een medepatiënt heeft hem iets aangedaan waarvan betrokkene nu de schuld krijgt. Volgens betrokkene was het de schuld van de medepatiënt. Betrokkene wil de instelling zo snel mogelijk verlaten en geen contact hebben met het FACT.

2.4.

Uit de stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de verplichte zorg beoogde effect hebben. Tijdens een opname is het noodzakelijk dat de bewegingsvrijheid van betrokkene kan worden beperkt. Dit is inherent aan een opname op een gesloten afdeling. Dat betrokkene kan worden opgenomen als het ernstig nadeel niet ambulant kan worden afgewend, is reeds in de beschikking van 16 november 2020 vermeld.

Ten aanzien van het insluiten en uitoefenen van toezicht is ter zitting gebleken dat betrokkene niet langer is gesepareerd. Aan het insluiten zal daarom de voorwaarde worden verbonden dat deze vorm van zorg enkel kan worden ingezet als sprake is van een nieuwe crisissituatie en het ernstig nadeel niet op een andere manier kan worden afgewend.

2.5.

De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Ter zitting is besproken dat de behandelaar, gevolgd door de geneesheer-directeur, heeft gevraagd om ook de volgende vormen van verplichte zorg aan de zorgmachtiging toe te voegen:

  • -

    onderzoek aan kleding en/of lichaam;

  • -

    onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    controleren op de aanwezigheid van gedrag beïnvloedende middelen;

  • -

    aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

2.6.1.

Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 19 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:272) volgt dat de wet zo zou moeten worden uitgelegd dat ook een verzoek tot wijziging van een machtiging op de voet van art. 8:12 lid 3 Wvggz kan worden ingediend ten aanzien van verplichte zorg die nog niet als tijdelijke verplichte zorg op grond van art. 8:11 Wvggz is of wordt verleend maar te voorzien is dat die vorm van zorg zal moeten worden verleend om een dreigende noodsituatie te voorkomen en de machtiging niet in die zorg voorziet.

Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de door de behandelaar genoemde vormen van zorg door de officier van justitie hadden kunnen worden verzocht als onderdeel van de wijziging van de zorgmachtiging. De rechtbank constateert echter dat de officier van justitie niet tot een dergelijk verzoek is overgegaan. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 29 januari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:158) blijkt dat de rechtbank geen vormen van zorg kan toewijzen die niet door de officier van justitie zijn verzocht. De rechtbank zal daar dan ook niet toe overgaan.

2.7.

Gelet op het voorgaande is met de door de officier van justitie voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid, gedurende een opname;

  • -

    het insluiten, enkel als sprake is van een nieuwe crisissituatie en het ernstig nadeel niet op een andere manier kan worden afgewend;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

voor de duur van de huidige zorgmachtiging, dat wil zeggen tot en met uiterlijk 16 november 2021.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

wijzigt de zorgmachtiging d.d. 16 november 2020 verleend ten aanzien van
[betrokkene] , geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1997,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid, gedurende een opname;

  • -

    het insluiten, enkel als sprake is van een nieuwe crisissituatie en het ernstig nadeel niet op een andere manier kan worden afgewend;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

3.2.

bepaalt dat deze (uitbreiding van de) machtiging geldt tot en met uiterlijk 16 november 2021.

Deze beschikking is op 23 maart 2021 in het openbaar uitsproken door mr. L. Bastiaans, rechter, bijgestaan door P.C.H. van Montfort als griffier.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.