Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2536

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-03-2021
Datum publicatie
23-03-2021
Zaaknummer
C/03/288243 / KG ZA 21-57
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

artikel 10 EVRM, artikel 6:162 BW

recht op vrijheid van meningsuiting, bescherming van de eer en goede naam, belangenafweging, rectificatie afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0269
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/288243 / KG ZA 21-57

Vonnis in kort geding van 23 maart 2021

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. T.J. van Vugt te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SITTARD-GELEEN,

zetelend te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

gedaagde,

advocaat mr. J.D.E. van den Heuvel te Venlo.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 3

  • -

    de voorafgaand aan de behandeling ter zitting door [eiser] overgelegde producties 4 en 5

  • -

    de voorafgaand aan de behandeling ter zitting door de Gemeente overgelegde producties 1 tot en met 9

  • -

    de mondelinge behandeling op 9 maart 2021

  • -

    de pleitnota van [eiser]

  • -

    de pleitnota van de Gemeente.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op vrijdag 8 januari 2021 verscheen in (alle edities van) dagblad De Limburger een artikel met de kop “Jarenlange strijd rond Vijverparc”. Dit artikel is een dag eerder op de website van De Limburger gepubliceerd. De inhoud van dit artikel luidt als volgt (onderstreping is van de voorzieningenrechter):

Bouwproject Sittard vooral lucratief voor juristen: gemeente en ontwikkelaar bakkeleien al twintig jaar

Sittard-Geleen is al meer dan een miljoen euro kwijt aan het juridisch gebakkelei rond het bouwproject Vijverparc. Gemeente en projectontwikkelaar liggen al bijna twintig jaar overhoop.

Sittard

Projectontwikkelaar [eiser] zegt niet bijgelovig te zijn, maar een contract tekenen op vrijdag de dertiende doet de Roermondenaar nooit meer. Daar heeft hij zijn bekomst van na vrijdag 13 december 2001. Op die datum tekende [eiser] namens Vijverparc bv (een samenwerking tussen zijn bedrijf [naam bedrijf] en projectontwikkelaar [naam projectontwikkelaar] ) een overeenkomst met de gemeente Sittard-Geleen. In ruil voor het opknappen van het in verval geraakte klooster aan de [straat] en de bouw van een nieuwe school mag Vijverparc een tweetal appartementencomplexen en enkele tientallen woningen realiseren. Op een aantrekkelijke plek, tussen het kloostercomplex en het Sittardse stadspark. Aan het project, waarvoor de gemeente gronden aanlevert, hangt voor Vijverparc een prijskaartje van ruim 2,7 miljoen euro.

Gemeenschapsgeld

[eiser] verkeert dan nog in de veronderstelling dat het project binnen een paar jaar afgerond zal zijn. Het zal anders lopen. Anno 2020 zijn nog steeds kavels onbebouwd. De kroniek van het bouwproject leest als een eindeloze en weinig verheffende opsomming van geschillen. Partijen wijzen met beschuldigende vinger naar elkaar, slepen elkaar ook over en weer voor de rechter. Over bodemverontreiniging, compensatie voor meerwerkkosten, de rekening van de sloper, overdracht van gronden en vooral over die 2,7 miljoen. Elke poging tot overleg, al dan niet verordonneerd door rechtbank of gerechtshof of onder leiding van mediators, loopt stuk. En ook dat is voor de een de schuld van de ander. „Alleen juristen worden er financieel wijzer van,” verzucht [eiser] . Sittard-Geleen is inmiddels al meer dan een miljoen kwijt aan juridische onkosten, zo blijkt uit stukken die de projectontwikkelaar met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur heeft opgevraagd. „Verbranding van gemeenschapsgeld.”

Niet gratis

Uiteraard ziet de gemeente dat anders. „We willen het geld hebben waar we menen recht op te hebben. Iedereen kan begrijpen dat gemeentegronden niet gratis ontwikkeld kunnen worden,” zegt de woordvoerder. Volgens Sittard-Geleen heeft Vijverparc al negen miljoen euro aan het project overgehouden. Hoe de gemeente aan dat bedrag komt, is [eiser] een raadsel. In zijn visie is het juist Sittard-Geleen dat de lusten van het project geniet en de lasten aan de projectontwikkelaar laat. „De delen van het project die de gemeente voordeel opleverden en ons geld kostten waren als eerste af. Terugverdienen is er voor ons niet meer bij. Het verlies loopt op en op.”

Van een vlot verloop van het project is geen sprake. De lokale politiek schroefde het aantal woningen terug, het vereiste bestemmingsplan liet tot 2009 op zich wachten. Toen was het hartje crisis. In 2004 kaartte Vijverparc de gevolgen van de vertraging en meerkosten al aan bij de gemeente. Ter compensatie zou de bv mogen deelnemen in plannen elders in Sittard-Geleen. Volgens de gemeente vond de projectontwikkelaar geen enkel plan goed genoeg, volgens [eiser] deed Sittard-Geleen juist moeilijk. Vijverparc stapte naar de rechter. Die bepaalde in 2010 dat de gemeente drie ton moest betalen. In hoger beroep stelde het hof die compensatie naar beneden bij tot twee ton. Op de terugbetaling van het verschil zegt de gemeente nog te wachten.

Rechter

Het belangrijkste conflict draait rond de hoofdsom van 2,7 miljoen euro. Omdat Vijverparc betalingstermijnen liet verlopen, stapte nu de gemeente naar de rechter. Om haar vordering kracht bij te zetten liet Sittard-Geleen voor miljoenen beslag leggen, ook op privébezittingen van [eiser] . Op zijn beurt stelde Vijverparc de gemeente verantwoordelijk voor de vertraging van het project dat inmiddels zo verliesgevend zou zijn dat de bv juist geld (ruim drie miljoen) zou moeten krijgen in plaats van betalen.

Beide partijen moeten ook nog gronden overdragen aan elkaar. Daarover zijn alle partijen, rechtbank en gerechtshof incluis, het wel eens. Vijverparc heeft nog recht op een aantal gemeentelijke percelen aan de noordelijke kant van het project. De gemeente mag rekenen op teruglevering van de gronden onder de al aangelegde wegen en stoepen. Niemand zet de eerste stap. Vijverparc heeft recent beslag laten leggen op de gemeentelijke percelen. Eerder deed de gemeente een vergeefse poging de wegen en stoepen onder dwang te verkrijgen.

Eindoordeel

Het wachten is op het eindoordeel van het gerechtshof in Den Bosch. In een tussenuitspraak van mei 2020 bepaalde het hof wel al dat de beslaglegging op de bezittingen van [eiser] onrechtmatig was. De projectontwikkelaar op zijn beurt is in beginsel gehouden aan de overeenkomst uit 2001. Dat betekent volgens het hof echter niet dat de gemeente onverkort kan vasthouden aan het bedrag van 2,7 miljoen euro. Daarvoor is er in de loop der jaren te veel gesleuteld aan onder meer de omvang van het project. Welk bedrag er onder de streep wel overblijft, moet eind deze maand duidelijk worden. Dat de klemmende oproep van het hof er alsnog samen uit te komen vruchteloos was, zal gezien het bovenstaande geen verrassing zijn.

2.2.

[eiser] heeft de Gemeente in een tweetal e-mails van 7 januari 2021 en in een brief van 21 januari 2021 gesommeerd tot rectificatie over te gaan ten aanzien van de vermelding dat Vijverparc al negen miljoen euro aan dit project heeft overgehouden.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat - de Gemeente te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie in De Limburger met de volgende tekst:

RECTIFICATIE DOOR DE GEMEENTE SITTARD-GELEEN

In een artikel van 8 januari jl. in dagblad De Limburger over de perikelen rondom het bouwproject Vijverparc heeft een woordvoerder van de gemeente gesteld dat de (vennootschap van) de heer [eiser] al negen miljoen euro aan dit project heeft overgehouden.

Het is gebleken dat deze bewering geen steun vindt in de feiten en dus niet had mogen worden gedaan. De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg heeft tot deze rectificatie bevolen.

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sittard-Geleen

dit op straffe van verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten.

3.2.

Daartoe stelt [eiser] dat de betreffende uitlating onjuist en onrechtmatig is. Hij wordt door de Gemeente afgeschilderd als een sluwe geldwolf die uit is op de gratis ontwikkeling van gemeentegronden (door de uitlating “Iedereen kan begrijpen dat gemeentegronden niet gratis ontwikkeld kunnen worden”) en ondertussen ten koste van de Gemeente al negen miljoen euro winst in zijn zak heeft gestoken. Deze kwaadaardige opmerkingen zijn onjuist en de Gemeente weet dat ook heel goed. [eiser] lijdt hierdoor schade, omdat hij is aangetast in zijn eer en goede naam. Deze aantasting is de Gemeente toerekenbaar. De Gemeente heeft niet gereageerd op zijn verzoeken om tot rectificatie over te gaan.

3.3.

De Gemeente voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang bij de vorderingen, dat niet is betwist, staat gelet op de aard van de vorderingen voldoende vast.

4.2.

Toewijzing van de vorderingen van [eiser] , bestaande uit een gebod tot het plaatsen van rectificaties, houden een beperking in van het in artikel 10 lid 1 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden) vastgelegde recht op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijke beperking is ingevolge artikel 10 lid 2 EVRM slechts toegestaan, indien deze bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving ter bescherming van de in artikel 10 lid 2 genoemde belangen, waaronder de bescherming van de goede naam of rechten van anderen. Daarnaast dient een dergelijke beperking proportioneel te zijn. Van een beperking die bij wet is voorzien is sprake wanneer de uitlatingen in de publicatie onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Bij de beantwoording van de vraag of aan deze voorwaarden is voldaan dienen alle omstandigheden van het betrokken geval in aanmerking te worden genomen en de wederzijdse belangen te worden afgewogen. Tegenover het belang van [eiser] dat hij niet lichtvaardig mag worden blootgesteld aan voor hem ongewenste publiciteit en niet ongerechtvaardigd wordt blootgesteld aan aantasting van zijn eer en goede naam, staat het belang van de Gemeente dat zij zich in het openbaar kritisch en informerend moet kunnen uitlaten over kwesties die de samenleving raken. Die afweging zal de voorzieningenrechter hierna maken.

4.3.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat [eiser] een zelfstandig belang heeft bij zijn vorderingen, ondanks de – op zich juiste – stelling van de Gemeente dat haar mededelingen aan de verslaggever niet zijn gedaan in een geschil tussen de Gemeente en [eiser] pro se, maar uitsluitend betrekking hebben op het materiële geschil met Vijverparc. [eiser] was immers tot voor kort indirect (mede)bestuurder van Vijverparc en indirect (mede)aandeelhouder. Gelet hierop en de omstandigheid dat het onderliggende juridische conflict tussen partijen al jaren sleept en via de pers de publieke aandacht heeft, moet het ervoor worden gehouden dat de gemiddelde lezer [eiser] en Vijverparc met elkaar vereenzelvigt. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat [eiser] (naast Vijverparc) meermaals in het krantenartikel bij naam wordt genoemd en verklaringen van [eiser] in de directe rede wordt aangehaald.

4.4.

[eiser] stelt dat de door de Gemeente geuite stelling dat Vijverparc al negen miljoen euro aan het project zou hebben overgehouden onjuist is, misleidend is en dus geen enkele steun vindt in het ten tijde van de publicatie voor de Gemeente beschikbare feitenmateriaal. De Gemeente heeft zonder twijfel beseft, althans had moeten beseffen en er rekening mee moeten houden, dat de inhoud van deze namens de Gemeente gedane uitlatingen met grote waarschijnlijkheid door De Limburger gepubliceerd zouden worden. Bovendien gaat van uitlatingen door de Gemeente, een publiekrechtelijk rechtspersoon, een extra hoge mate van betrouwbaarheid uit, waardoor de lezer sneller zal aannemen dat dit klopt. Door het uiten van een kwaadaardige suggestie en het doen van een feitelijk onjuiste mededeling is onnodig op de man gespeeld. Daarmee heeft zij in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid die zij jegens [eiser] in acht had moeten nemen, en dus onrechtmatig.

4.5.

Ter zake het beschikbare feitenmateriaal verwijst [eiser] naar de in de nog tussen partijen lopende procedure bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna te noemen: het hof) door [eiser] in 2020 – vertrouwelijk – overgelegde gespecificeerde projectadministratie met betrekking tot de grondexploitatie van het bestemmingsplan Leyenbroek Vijverweg, die de Gemeente sindsdien in haar bezit heeft. Op basis van deze verifieerbare bescheiden is volgens [eiser] berekend dat het resultaat over de periode 1999 tot en met 2020 negatief was.

4.6.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het door [eiser] gestelde feitenmateriaal onderwerp is van de lopende procedure bij het hof. Het hof moet nog uitspraak doen over dit uitvoerige en complexe geschil tussen partijen. Voor de voorzieningenrechter is het in het kader van dit kort geding niet mogelijk, althans strekt het te ver, om een oordeel te vellen over de inhoud van het conflict tussen partijen en de juistheid van het standpunt van één van beide partijen. De voorzieningenrechter kan in het kader van dit kort geding dus niet vaststellen of de uitlating van de Gemeente juist is.

4.7.

Gelet op het feit dat de bewuste materie nog ter beoordeling voorligt aan het hof kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel worden vastgesteld, dat door de Gemeente niet zomaar kan worden gezegd dat Vijverparc negen miljoen aan het project ‘over heeft overgehouden’.

4.8.

Door de Gemeente wordt echter betwist dat dit ‘zomaar’ is gezegd. Zij stelt voorop dat zij nimmer uit eigen beweging de media heeft benaderd. In dit geval is aanvankelijk een WOB-verzoek ingediend door de verslaggever, waarin alle stukken over de periode 1998-2020 werden opgevraagd. Omdat het daarbij ging om een enorme hoeveelheid stukken, is afgesproken dat de Gemeente een kort overzicht van de gang van zaken zou aanleveren. Vervolgens heeft de Gemeente van de verslaggever de ruwe versie van het artikel ontvangen. De verslaggever had toen al met [eiser] gesproken. In het artikel stond het volgende citaat: “Volgens [eiser] heeft de Gemeente vooral de lusten van het project en de projectontwikkelaar de lasten. “Het deel dat ons geld kostte, zoals de renovatie van het klooster en de school, is af. Dat geld terugverdienen is er niet meer bij. Het verlies loopt op en op.” ” Omdat de Gemeente vond dat [eiser] ten nadele van de Gemeente een wel erg eenzijdig en onjuist beeld van de ontwikkelingen namens Vijverparc opriep, heeft de Gemeente aan de verslaggever medegedeeld dat Vijverparc wel degelijk substantiële inkomsten heeft genoten, namelijk ruim negen miljoen euro. Dat bedrag is door de woordvoerder van de Gemeente tijdens een telefoongesprek met de verslaggever gemotiveerd toegelicht. Het was de keuze en de verantwoordelijkheid van de verslaggever om die toelichting niet in het artikel te vermelden en kennelijk niet te delen met [eiser] , gelet op diens reactie dat het hem een raadsel was hoe de Gemeente aan dit bedrag komt. De verslaggever heeft de Gemeente niet meer in de gelegenheid gesteld om te reageren op die reactie van [eiser] . De Gemeente geeft toe dat het woord “overgehouden” is gevallen in het gesprek met de verslaggever, maar in de visie van de Gemeente heeft Vijverparc dat bedrag ook overgehouden. Of vanuit het perspectief van Vijverparc dit bedrag door de onderneming in bedrijfseconomische zin is “overgehouden”, bijvoorbeeld als nettobedrag, is van andere orde en niet relevant, zo stelt de Gemeente, waarbij de Gemeente opmerkt dat [eiser] in de gelegenheid is gesteld om namens Vijverparc te reageren, maar slechts heeft volstaan met de opmerking dat het hem een raadsel is.

4.9.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de zinsnede “Volgens Sittard-Geleen heeft Vijverparc al negen miljoen euro aan het project overgehouden” geen citaat van de mededelingen van de woordvoerder van de Gemeente is, maar een weergave van de verslaggever van de mededelingen van de woordvoerder van de Gemeente. Op de wijze waarop de verslaggever de uitlatingen van de zijde van de Gemeente in het verslag heeft verwerkt, heeft de Gemeente geen invloed gehad. Gelet op het feit dat de Gemeente stelt dat zij het betreffende bedrag heeft genoemd, maar daarbij een toelichting heeft gegeven die in het artikel niet is opgenomen, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden gezegd dat de wijze waarop een en ander in het artikel is verwoord, de Gemeente kan worden aangerekend. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in overweging dat de uitlatingen door de woordvoerder van de Gemeente zijn gedaan in reactie op de mededelingen van [eiser] aan de verslaggever. [eiser] heeft er voor gekozen de verslaggever te woord te staan en heeft, in de woorden van de Gemeente, ‘de bal gekaatst’. In het midden kan worden gelaten of dit verstandig was, [eiser] heeft daartoe blijkbaar de noodzaak gezien. [eiser] mocht daarmee echter een tegenreactie verwachten, waarin de Gemeente haar standpunt zou mededelen, zoals dat, naar niet is betwist, ook in de procedure bij het hof is ingenomen.

4.10.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] .

4.11.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 667,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 1.016,00

Totaal € 1.683,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 1.683,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de viertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2021.1

1 type: EvdS coll: