Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2496

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-03-2021
Datum publicatie
26-03-2021
Zaaknummer
C/03/272518 / HA ZA 20-2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis rechtbank. Benoeming deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/272518 / HA ZA 20-2

Vonnis van 17 maart 2021

in de zaak van

de rechtspersoonlijkheid bezittende [eiseres]

,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. R.F.H. Mertens te Maastricht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. INTER NEDERLAND BELEGGINGSADVISEURS IN ONROEREND GOED,

statutair gevestigd te Doorn,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. D.N. Reijnders te Utrecht.

Partijen zullen hierna de VvE en B.V. Inter en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 2 december 2020

  • -

    de akten uitlaten na tussenvonnis van partijen

  • -

    de brieven van de rechtbank aan partijen van 22 februari 2021

  • -

    de B16 formulieren van 17 maart 2021 van partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De rechtbank volhardt bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 2 december 2020. Er is een deskundigenbericht bevolen (art. 194 lid 1 Rv) en partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wenselijkheid van een dergelijk bericht, het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n), de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen en de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige(n). Partijen hebben bij akte na tussenvonnis zich aldus uitgelaten.

2.2.

Partijen zijn het er over eens dat het voldoende is om één deskundige te benoemen en dat de te benoemen deskundige een bouwkundig ingenieur met gevelexpertise moet zijn. De te benoemen deskundige moet in ieder geval over voldoende expertise beschikken om (ook) de constructie van de gevel van een groot gebouw, zoals het flatgebouw in deze zaak, te kunnen beoordelen.

2.3.

De VvE heeft voorgesteld om ing. T.J.A. Feijen van Palte B.V. te benoemen; Palthe B.V. is de huisconstructeur van de VvE en bekend met het flatgebouw. Als alternatief heeft de VvE ing. F.M.J. Feron van EFF EFF Bouwpathologie voorgesteld. B.V. Inter en [gedaagde sub 2] hebben de rechtbank verzocht de heer [deskundige] als deskundige te benoemen. [deskundige] is eerder in deze zaak betrokken geweest en heeft daardoor een basiskennis van het dossier en is bekend met de stellingen van partijen. Als alternatief hebben B.V. Inter en [gedaagde sub 2] [naam adviesbureau] genoemd.

2.4.

Doordat partijen - over en weer - bezwaar hebben gemaakt tegen de benoeming van een deskundige die door de wederpartij al eerder is geraadpleegd, zal de rechtbank een bouwkundig ingenieur benoemen die niet eerder door partijen is ingezet ter beoordeling van de constructie van het flatgebouw. De rechtbank heeft als beoogd deskundige de heer
ing. F.M.J. Feron benaderd. B.V. Inter en [gedaagde sub 2] hebben tegen de benoeming van die deskundige op voorhand geen bezwaar gemaakt en de deskundige heeft desgevraagd door de griffier van de rechtbank zich bij e-mailbericht van 19 februari 2021 bereid en in staat verklaard het deskundigenonderzoek te verrichten. Partijen hebben de rechtbank desgevraagd bij B16 formulier bericht dat zij zich in de door de deskundige gehanteerde voorwaarden RVOI-2001 kunnen vinden. Gelet hierop zal de rechtbank die deskundige benoemen.

2.5.

De deskundige heeft de hoogte van het voorschot van zijn kosten begroot op

€ 1.200,- inclusief btw. De begroting van de deskundige is gehecht aan dit vonnis. Gelet hierop, met inachtneming van het standpunt van de VVE over de hoogte van het voorschot (B.V. Inter en [gedaagde sub 2] hebben zich hierover niet uitgelaten), zal de rechtbank de kosten van de deskundige vaststellen op het door de deskundige begrote bedrag. In het tussenvonnis van 2 december 2020 (rov. 4.14) is al aangekondigd door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden gedeponeerd.

2.6.

B.V. Inter en [gedaagde sub 2] hebben geen opmerkingen over de door de rechtbank bij tussenvonnis van 2 december 2020 (rov. 4.13) geformuleerde vragen en ook de VvE kan zich vinden in die door de rechtbank geformuleerde vragen, met dien verstande dat zij de rechtbank verzoekt vraag 1 aan te passen door tussen de woorden “flatgebouw” en “dragende” in te voegen: “geheel of gedeeltelijk”. De rechtbank zal de door de VvE gevraagde aanpassing verwerken in vraag 1. In het verlengde daarvan zal de rechtbank in vraag 2 de woorden “ook concreet” vervangen door “meer in het bijzonder”.

2.7.

De rechtbank wijst partijen er verder op dat zij wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven is. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.8.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.9.

In afwachting van het deskundigenbericht zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

2.10.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussen-beslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

benoemt tot deskundige:

dhr. ing. F.M.J. Feron van EFF EFF Bouwpathologie

(www.effeffbouwpathologie.nl),

correspondentieadres:

Struik 16-18

6333 BP Schimmert,

telefoon: + 31 45 4042733,

emailadres: info@effeffbouwpathologie.nl,

3.2.

bepaalt dat de deskundige na kennisneming van het tussenvonnis van
2 december 2020 en alle stukken van het geding, met inachtneming van de onder 3.6 genoemde stukken, alsmede na een onderzoek ter plaatse, een schriftelijk en gemotiveerd bericht zal uitbrengen omtrent de volgende vragen:

  1. Kunt u aan de hand van de relevante tekeningen/stukken en een onderzoek ter plaatse aangeven of de gevels aan de lange zijden van het flatgebouw geheel of gedeeltelijk dragende buitengevels of niet-dragende buitengevels zijn? U dient uw bevindingen dienaangaande gemotiveerd schriftelijk uiteen te zetten, eventueel onderbouwd met tekeningen.

  2. Kunt u daarbij meer in het bijzonder aangeven of de lange gevels ter plaatse van de trappenhuizen dragende buitengevels of niet-dragende buitengevels zijn?

  3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 1.200,- inclusief btw,

3.4.

bepaalt dat VvE het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat VvE haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen, en - voor zover voorhanden - ook bouwtekeningen, constructietekeningen, vloerbelastingberekeningen en windbelastingberekeningen e.d. aan de deskundige (digitaal) dient te doen toekomen onder kopie-afschrift van die (digitale) stukken aan de wederpartij,

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

  • -

    de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

  • -

    indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het conceptrapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren,

overige bepalingen

3.13.

draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van VvE op een termijn van vier weken, en voor antwoordconclusie na deskundigenbericht aan de zijde van B.V. Inter en [gedaagde sub 2] vier weken later,

3.14.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

3.15.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: CM