Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2463

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-03-2021
Datum publicatie
07-04-2021
Zaaknummer
8995071 CV EXPL 21-544
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8995071 CV EXPL 21-544

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 19 maart 2021

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonend [adres 1] ,

[woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. J.G. van Ek,

tegen

[gedaagde partij] ,

wonend [adres 2] ,

[woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen zullen hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    het e-mailbericht van 16 februari 2021 zijdens [gedaagde partij]

  • -

    de mondelinge behandeling op 18 februari 2021

  • -

    het e-mailbericht van 4 maart 2021 zijdens de gemachtigde van [eisende partij] , met het (impliciete) verzoek om alsnog vonnis te wijzen.

2 De feiten en het geschil

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Na het verbreken van de relatie heeft [eisende partij] aan [gedaagde partij] op 25 november 2020 een aangetekend schrijven gestuurd, waarin zij hem verzoekt om zijn eigendommen, die zich in de woning van [eisende partij] bevinden, op te halen en huis- en autosleutels af te geven. De aangetekende brief is evenwel geretourneerd.

2.2.

[eisende partij] heeft [gedaagde partij] op 1 februari 2021 in rechte betrokken. In de dagvaarding is, kort gezegd, gevorderd om [gedaagde partij] te veroordelen tot het ophalen van zijn eigendommen en het teruggeven van de sleutels, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom. Voorts heeft zij gevorderd [gedaagde partij] te veroordelen in de proces- en nakosten, vermeerderd met rente.

2.3.

In zijn schrijven van 16 februari 2021 heeft [gedaagde partij] onder meer aangegeven dat hij bereid is om al zijn spullen op te halen. Hij heeft echter na het verbreken van de relatie niets meer van [eisende partij] vernomen tot aan de dagvaarding. Geen bericht via

e-mail, geen telefoon, geen brief, niets. Hijzelf heeft haar, gezien een eerdere ervaring met de politie toen hij zich naar de woning van [eisende partij] had begeven, niet durven benaderen. Op 25 november 2020 heeft hij inderdaad een afhaalbericht van Post.nl ontvangen met de mededeling dat er een “pakje” voor hem zou zijn, maar omdat hij geen pakje verwachtte, heeft hij het niet opgehaald. Hij begrijpt nu dat dit de aangetekende brief moet zijn geweest.

2.4.

Ter mondelinge behandeling hebben partijen, na een schorsing van de behandeling, laten weten dat zij onderling geheel eruit zullen komen. De gemachtigde van [eisende partij] heeft (desalniettemin) verzocht om de zaak twee weken (als stok achter de deur) aan te houden, in welke periode [gedaagde partij] zijn eigendommen zal ophalen.

2.5.

Bij e-mailbericht van 4 maart 2021 heeft de gemachtigde van [eisende partij] meegedeeld dat [gedaagde partij] al zijn eigendommen uit de woning heeft gehaald. Voorts heeft hij meegedeeld dat uitsluitend de vordering om [gedaagde partij] in de proceskosten te veroordelen, wordt gehandhaafd. Hiertoe is aangevoerd dat, indien [gedaagde partij] de aangetekende brief had afgehaald, het kort geding niet nodig was geweest.

3 De beoordeling

3.1.

In dit kort geding ligt uitsluitend nog de vraag ter beoordeling voor of [gedaagde partij] in de proceskosten dient te worden veroordeeld. De kantonrechter beantwoordt die vraag zonder meer ontkennend (om welke reden er geen noodzaak bestond om [gedaagde partij] nog op het schrijven van 4 maart 2021 te laten reageren).

3.1.1.

In procedures tussen mensen die een affectieve relatie hebben gehad vindt doorgaans kostencompensatie plaats, mits het geschil maar voldoende verband houdt met de relatie die partijen hebben gehad. Hieraan is in dit geval voldaan, uitgaande van de stelling van [eisende partij] zelf dat partijen gedurende vijf jaren een relatie hebben gehad en hebben samengewoond. [eisende partij] wijst erop dat zij de procedure heeft moeten aanvangen om haar recht te krijgen en de procedure door toedoen van [gedaagde partij] onnodig is gevoerd, maar hiermee ziet [eisende partij] eraan voorbij dat zij, alvorens [gedaagde partij] in rechte te betrekken, heeft volstaan met het verzenden van één enkele brief, waarvan zij wist dat [gedaagde partij] die niet had ontvangen. Ter mondelinge behandeling heeft [eisende partij] weliswaar nog gesteld dat zij [gedaagde partij] bij het beëindigen van de relatie mondeling heeft verzocht om zijn spullen op te halen, maar [eisende partij] betwist niet dat zij eerder de politie heeft ingeschakeld toen [gedaagde partij] zich naar haar woning had begeven. Het is dan ook begrijpelijk dat [gedaagde partij] , die nadien niets meer van haar had vernomen, uit zichzelf geen actie ondernam. Uit niets blijkt dat [gedaagde partij] niet voor [eisende partij] bereikbaar was en/of niet wilde meewerken. Het is hiermee veeleer [eisende partij] die [gedaagde partij] te snel in rechte heeft betrokken.

3.2.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de kosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat elke partij haar eigen kosten draagt. [gedaagde partij] zal dus niet de kosten van [eisende partij] worden veroordeeld. Voor zover ook de nevenvordering inzake de nakosten en de rente over de proceskosten zijn gehandhaafd, zijn deze gezien het vorenstaande evenmin toewijsbaar.

4 De beslissing

De kantonrechter in kort geding

4.1.

wijst het gevorderde af,

4.2.

compenseert de kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken.

NIv