Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2457

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-03-2021
Datum publicatie
26-03-2021
Zaaknummer
835356 CV EXPL 20-950
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 5:42 BW en artikel 5:37 BW. Verplichting tot terugsnoeien haag nabij erfgrens. Ladderrecht artikel 5:56 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 835356 CV EXPL 20-950

Vonnis van de kantonrechter van 17 maart 2021

in de zaak van

[eiser in conventie, verweerder in reconventie]

wonend te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde mr. R.F. Cohen,

tegen

1 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] , en

2. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2]

beiden wonend te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. C.G. Wolfs (ARAG SE).

Partijen worden hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 18 februari 2020 met 3 producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens (voorwaardelijke) eis in reconventie met 4 producties,

  • -

    het tussenvonnis van 8 juli 2020 waarin een mondelinge behandeling en gerechtelijke plaatsopneming werd gelast,

  • -

    de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie,

  • -

    het tussenvonnis van 5 augustus 2020 inhoudende een dag- en tijdsbepaling voor een mondelinge behandeling gecombineerd met een gerechtelijke plaatsopneming,

  • -

    de brief van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] houdende producties 4 en 5,

  • -

    de mondelinge behandeling en gerechtelijke plaatsopneming van 5 november 2020, waarbij door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] hun standpunten zijn toegelicht,

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling en gerechtelijke plaatsopneming d.d. 5 november 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] is eigenaar van het perceel [kadasternummer 1] aan de [straat] . [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] is eigenaar van de woning met erf en tuin, gelegen te [woonplaats] , aan de [adres] , kadastraal bekend [kadasternummer 2] .

2.2.

De percelen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] grenzen aan elkaar.

2.3.

De volgende afbeelding geeft een schets van de situatie ter plaatse:

2.4.

Op het perceel van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] staat, nabij de erfgrens, een (meidoorn)haag. Achter de haag staan bomen die een “houtwal/hakwal” vormen (op bovenstaande foto in oranje aangeduid als “IKL aanplant”). Ter hoogte van deze houtwal is de haag uitgegroeid. Deze uitgroei bestrijkt ongeveer 30% van de totale lengte van de haag langs de erfgrens.

2.5.

In artikel 1 van de Bomenverordening 2012 van gemeente Voerendaal staat omschreven wat wordt verstaan onder een boom: “een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam”.

2.6.

In een brief van de Dienst Landelijk Gebied van 24 juni 2009 gericht aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] staat ter zake van de afstand tussen de haag van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] en het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het volgende:

“Bijgaand treft u een kaartfragment aan, waarop de oostgrens van kavel 034.210HP (de kavel die is toegedeeld aan [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] , toevoeging kantonrechter) is aangegeven. Dit is de grens, zoals deze in het inmiddels door de rechtbank vastgestelde Plan van Toedeling is vastgelegd en zoals die door beide partijen gerespecteerd dient te worden. Hieruit blijkt nadrukkelijk dat deze grens 0,5 meter ten oosten van de haag ligt, waarmee deze haag eigendom is van de heer Schoon en waaruit blijkt dat de heer Schoon de vrije toegang heeft tot de 0,5 meter langs de haag.”

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

  1. [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] veroordeelt om de haag, zich bevindende op de scheidslijn van hun perceel en het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te snoeien en gesnoeid te houden tot een hoogte van maximaal twee (2) meter, alsmede de overhangende takken van deze haag te verwijderen en het snoeiafval eveneens te verwijderen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte van een dag dat niet aan dit vonnis wordt voldaan, na betekening van dit vonnis,

  2. [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de bomen, die zich bevinden op een perceel binnen een afstand van twee meter van de erfafscheiding met het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , te verwijderen en verwijderd te houden, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte van een dag dat niet wordt voldaan aan dit vonnis,

  3. [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] veroordeelt tot betaling van de proceskosten en de nakosten.

3.2.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat de haag, op het perceel van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] , zich binnen 50 cm van de erfgrens tussen beide percelen bevindt en dat de haag hoger is dan twee meter (ruim vier meter hoog). Verder is sprake van ruim overhangende takken naar het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Op grond van het bepaalde in artikel 5:49 BW en artikel 5:42 lid 3 BW bedraagt de maximaal toegestane hoogte van een haag twee (2) meter. Er is dan ook sprake van een onrechtmatige toestand waardoor [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet in staat is zijn volledige perceel grond te bewerken en er schade ontstaat aan de gewassen als gevolg van schaduwvorming. Ingevolge het bepaalde in artikel 5:42 BW is het niet toegestaan om binnen twee (2) meter van de grenslijn van eens anders erf bomen te hebben. Ondanks diverse sommaties is [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] niet bereid de bomen te verwijderen, de haag terug te snoeien, alsmede de overhangende takken te verwijderen.

3.3.

[gedaagde in conventie, eisers in reconventie] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.5.

Indien en voor zover [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] in conventie wordt veroordeeld tot het terugsnoeien en gesnoeid houden van de haag, dan wel de bomen, tot een bepaalde hoogte, alsmede de overhangende takken van deze haag/bomen te verwijderen en het snoeiafval te verwijderen, dan vordert [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] dat de kantonrechter in dat geval, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. verklaart voor recht dat, indien [eiser in conventie, verweerder in reconventie] na het wijzen van dit vonnis de noodzakelijke toegang tot diens perceel met als doel het terugsnoeien van de haag/bomen, dan wel het verwijderen van over de erfgrens hangende beplanting, zou weigeren, [eiser in conventie, verweerder in reconventie] alsnog gehouden is om [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] te allen tijde toegang tot diens perceel met voornoemd doel te verlenen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte van een dag met een maximum van € 10.000,- indien niet wordt voldaan aan dit vonnis, nadat dit vonnis aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal zijn betekend,

  2. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] veroordeelt in de proceskosten en de nakosten.

3.6.

[gedaagde in conventie, eisers in reconventie] stelt dat hij immers over de mogelijkheid dient te beschikking om op redelijke wijze zorg te kunnen dragen voor het terugsnoeien en/of verwijderen van de haag en/of bomen en/of overhangende beplanting. Hij kan op de kleine strook grond tussen de haag en de paaltjes slechts (en met moeite) de haag onderhouden tot op armhoogte. Voor de hogere uitgroei dient [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] gebruik te maken van een hydraulische in hoogte verstelbare heggenschaar op een tractor. Daarvoor is derhalve de toegang tot en het gebruik van het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vereist. [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] beroept zich daarom op het hem toekomende ladderrecht (artikel 5:56 BW).

3.7.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer.

3.8.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

De haag

4.1.

Tussen partijen is allereerst in geschil de vraag of de haag van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] zich binnen een afstand van 50 cm van de erfgrens bevindt (dan wel, zoals [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ook betoogt, óp de erfgrens). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] , onder verwijzing naar de brief van de Dienst Landelijk Gebied van 24 juni 2009 (productie 1A bij antwoord) duidelijk uiteengezet dat medio juni/juli 2009 op een afstand van 0,5 meter van de haag op de erfgrens diverse houten paaltjes zijn geslagen. De paaltjes vormen derhalve exact de erfgrens tussen beide percelen, aldus [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven zich bij het Plan van Toedeling van de Landinrichtingscommissie te hebben neergelegd. Verder blijkt uit het door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] als productie 4 overgelegde deskundigenrapport van Groenvisie Mette dat ook volgens hem de houten paaltjes de erfgrens weergeven. Derhalve staat vast dat 1) de haag zich op een afstand van 0,5 meter van de erfgrens bevindt (en daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 5:42 lid 2 BW, maar is ook voldaan aan artikel 11 van Bomenverordening 2012 gemeente Voerendaal, waarin de voornoemde afstand tot aan de erfgrens zelfs op nihil is bepaald (productie 2 dagvaarding)), 2) dat de strook van 0,5 meter eigendom is van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] en 3) de houten paaltjes de erfgrens markeren.

4.2.

Rest vervolgens de vraag in hoeverre aan de zijde van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] sprake is van een onrechtmatige toestand gelet op de hoogte van de haag. Aangezien de haag zich niet bevindt in de verboden zone, dient voornoemde vraag beantwoord te worden aan de hand van het bepaalde in artikel 5:37 BW. Ondanks dat de haag zich op een door de wet en verordening toegestane afstand van het erf van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bevindt, kan deze niettemin krachtens artikel 4:37 BW onrechtmatige hinder veroorzaken.

4.3.

Anders dan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt is een scheidsmuur niet aanwezig en het is voor die situatie dat in artikel 5:42 lid 3 BW een uitzondering in de wet is opgenomen. Verder bevindt de haag zich ook niet op de scheidslijn van beide percelen. Voor zover [eiser in conventie, verweerder in reconventie] desondanks de haag bedoelt die op 0,5 meter van de erfgrens staat, oordeelt de kantonrechter als volgt.

Het antwoord op de vraag welke hoogte in het onderhavige geval toelaatbaar wordt geacht en in hoeverre thans sprake is van onrechtmatige hinder, is blijkens vaste rechtspraak van de Hoge Raad afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval waaronder de plaatselijke omstandigheden (HR 3 mei 1991, NJ 1991/476). Het onthouden van licht kan onrechtmatige hinder opleveren, afhankelijk van de ernst en duur daarvan en de daardoor veroorzaakte schade, in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden, aldus bijvoorbeeld Hof Arnhem 16 januari 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:AZ6947, met name r.o. 2.3 alwaar mogelijke onrechtmatigheid aan de orde is als gevolg van gebrekkig snoeien. De kantonrechter overweegt naar aanleiding daarvan dat de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gestelde hinder zou bestaan uit schaduw en overhangende takken waardoor hij zijn perceel niet volledig kan bewerken. [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] stelt daar tegenover dat, indien en voor zover [eiser in conventie, verweerder in reconventie] schade zou lijden door schaduwvorming en overhangende takken waardoor hij zijn akker niet goed kan bewerken (hetgeen [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] betwist), dit alsdan te wijten is aan zijn eigen schuld aangezien [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] in het verleden meermaals heeft aangeboden om de haag te onderhouden, maar hij daarvoor afhankelijk is van de toestemming van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om zijn erf te betreden, welke toezegging [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] meerdere malen is ontzegd (productie 3 dagvaarding). Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling volgt dat (de advocaat van) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft erkend dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] Schoon niet heeft toegestaan om op zijn perceel te komen om de haag te snoeien. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter inderdaad sprake van eigen schuld van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , waardoor er geen sprake kan zijn van onrechtmatige hinder door [gedaagde in conventie, eisers in reconventie]

Daarnaast heeft [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling eigener beweging toegezegd de haag tot een hoogte van 2.80 terug te snoeien en gesnoeid te houden, zodra hij toegang krijgt tot het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Nu [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet gesteld heeft dat hij ook bij die hoogte hinder ondervindt, passeert de kantonrechter de stellingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op dit punt. Ten slotte overweegt de kantonrechter dat het pijnpunt bij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vooral lijkt te zijn gelegen in het gegeven dat (de eerste 36 meter van) de haag vanwege de daarachter door [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] aangelegde houtwal, door [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] niet gesnoeid kan worden vanaf zijn eigen perceel. [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] had volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] conform het advies van IKL daar een strook van 1,25 m dienen vrij te houden om de haag vanaf zijn eigen perceel te snoeien, zodat hij niet het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hoefde te betreden. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] daarmee een te hoge eis stelt. Immers, als eigenaar van het naburig erf dient [eiser in conventie, verweerder in reconventie] sowieso op grond van de wet in bepaalde situaties Schoon op zijn erf toe te laten (zoals daar is het ladderrecht ex 5:56 BW), ongeacht of de haag vanaf zijn perceel besnoeibaar zou zijn. Het standpunt van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat Schoon helemaal niet op zijn perceel hoeft te zijn, is derhalve onjuist.

4.4.

De kantonrechter komt op grond van het bovenstaande tot het oordeel dat [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] de haag dient terug te snoeien tot een hoogte van 2 meter en 80 centimeter. In de gegeven omstandigheden kan een dergelijke hoogte als redelijk en aanvaardbaar worden geacht. [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] zal vanaf 2022 ieder jaar in januari de haag dienen te onderhouden en indien nodig terug te snoeien tot de hiervoor genoemde maximale hoogte van 2 meter en 80 centimeter. [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] zal daarbij tevens de overhangende takken op het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] terugsnoeien tot aan de erfgrens en het snoeiafval dienen te verwijderen. In verband met de datum van dit vonnis zal die verplichting voor 2021 op de maand april worden bepaald. Daarbij bepaalt de kantonrechter dat [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] voor het voldoen aan deze verplichting het erf van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] mag betreden en daarbij gebruik mag maken van de door [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] genoemde hydraulische in hoogte verstelbare heggenschaar op een tractor van maximaal 300 kg.

4.5.

De door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gevorderde dwangsom zal worden toegewezen met dien verstande dat de kantonrechter termen aanwezig acht deze te matigen tot een bedrag van € 500,- per jaarlijkse snoeibeurt dat [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 10.000,-. De kantonrechter ziet geen aanleiding om reeds op voorhand aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een schadeloosstelling toe te kennen.

De bomen

4.6.

[gedaagde in conventie, eisers in reconventie] betwist niet het verbod om binnen twee meter (te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom tot aan de erfgrens) van de erfgrens bomen aanwezig te hebben en dat van die wettelijke bepaling niet in een verordening of ingevolge een plaatselijke gewoonte wordt afgeweken. Wel betwist [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] uitdrukkelijk dat de bomen, die zich achter de haag bevinden en die samen met de haag een zogeheten “houtwal” vormen, zich op een afstand van minder dan twee meter van de erfgrens bevinden. [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] verwijst ter onderbouwing naar een aantal foto’s overgelegd als productie 1 (E, F, G en H) en productie 2B. De bomen zijn, door de stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg (hierna: IKL) in 2002 aldaar geplant, aldus [gedaagde in conventie, eisers in reconventie]

4.7.

Ten aanzien van de uitlopers van de haag heeft [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] gemotiveerd betwist dat - gelet op de in de Bomenverordening 2012 (zie 2.5) gegeven definitie - deze uitlopers gekwalificeerd kunnen worden als een boom. De uitschieters waarvan de stronk meer dan tien centimeter doorsnede heeft, bevinden zich niet op een hoogte van 1,3 meter boven het maaiveld. Andere uitlopers, op 1,3 meter hoogte of hoger, hebben een dwarsdoorsnede van de stam van maximaal vijf à zes centimeter, aldus [gedaagde in conventie, eisers in reconventie]

4.8.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het lag op de weg van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om, als eisende partij, te stellen, maar ook om specifiek aan te geven, voorzien van een deugdelijke onderbouwing, waar precies op het perceel van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] zich bomen (overeenkomstig de definitie in de Bomenverordening 2012) (zouden) bevinden en dat die bomen binnen de verboden afstand van twee meter van de erfgrens staan. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft dat in het geheel niet gedaan. Het is [eiser in conventie, verweerder in reconventie] - nu hij zich beroept op de rechtsgevolgen van door hem gestelde feiten of rechten - die daarvan op grond van artikel 150 Rv de stelplicht, maar ook de bewijslast draagt. De enkele stelling dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft geconstateerd dat zich op het perceel van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] bomen bevinden binnen de genoemde afstand van twee meter is onvoldoende specifiek. De kantonrechter is van oordeel dat de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geponeerde stelling iedere feitelijke onderbouwing ontbeert. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] volstaat met een blote stelling, hetgeen onvoldoende is zodat dit deel van de vordering wordt afgewezen.

4.9.

Nu partijen in conventie over en weer gedeeltelijk in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding om de kosten van de procedure in reconventie te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in reconventie

4.10.

Aangezien [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] gehouden zal zijn om vanaf 2022 ieder jaar in januari de haag (voor zover nodig) terug te snoeien tot een hoogte van 2 meter en 80 centimeter, zal hij daartoe wel behoorlijk in de gelegenheid moeten zijn. Ten aanzien van het verweer van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] heeft nagelaten - overeenkomstig het advies van IKL van 6 juli 2009 (productie 2A bij antwoord) - om aan de oostzijde van het perceel een beheersstrook aan te leggen met een breedte van 1.25 meter en dat [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] sinds 2009 heeft nagelaten de haag te onderhouden, althans dat [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] alleen de benedenzijde van de haag (aan de andere kant van zijn perceel) bijhoudt en onderhoudt, verwijst de kantonrechter naar hetgeen zij heeft overwogen in r.o. 4.3 (in conventie).

4.11.

[gedaagde in conventie, eisers in reconventie] zal daarom dit jaar in april en vanaf 2022 ieder jaar in januari ten behoeve van de snoeiwerkzaamheden het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] mogen betreden waarbij [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] [eiser in conventie, verweerder in reconventie] 1 week op voorhand in kennis zal dienen te stellen van zijn voorgenomen werkzaamheden.

4.12.

De door [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] gevorderde dwangsom zal worden toegewezen met dien verstande dat de kantonrechter termen aanwezig acht deze te matigen tot een bedrag van € 250,- per dag (van de jaarlijkse snoeibeurt) dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet aan deze veroordeling voldoet met een maximum van € 10.000,-.

4.13.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure in reconventie, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] gevallen en tot vandaag begroot op € 75,- ( 2 punten x ½ x tarief € 75,-). De nakosten zullen worden toegewezen als hierna in de beslissing nader is bepaald.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] om de haag, zich bevindende op 0,5 meter van de erfgrens tussen het perceel van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] en het perceel van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in april 2021 en vervolgens (vanaf 2022) ieder jaar in januari van dat jaar terug te snoeien en gesnoeid te houden tot een hoogte van maximaal 2 meter en 80 centimeter, alsmede de overhangende takken van deze haag en het snoeiafval te verwijderen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per snoeibeurt dat [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] niet aan deze veroordeling voldoet met een maximum van € 10.000,-,

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.3.

wijst het meer of anders gevorderde af,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5.

verklaart voor recht dat, indien [eiser in conventie, verweerder in reconventie] na het wijzen van dit vonnis de noodzakelijke toegang tot zijn perceel met het doel het terugsnoeien van de haag dan wel het verwijderen van over de erfgrens hangende beplanting of snoeiafval zou weigeren, [eiser in conventie, verweerder in reconventie] alsnog gehouden is om [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] in april 2021 en vervolgens vanaf 2022 ieder jaar in de maand januari van dat jaar toegang tot diens perceel met voornoemd doel te verlenen, een ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag (per snoeibeurt) dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet aan deze veroordeling voldoet met een maximum van € 10.000,-,

5.6.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] gevallen en tot vandaag begroot op € 75,-,

5.7.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door [gedaagde in conventie, eisers in reconventie] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 37,50 aan salaris gemachtigde,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af,

5.9.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en is in het openbaar uitgesproken.

JR