Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2453

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-03-2021
Datum publicatie
24-03-2021
Zaaknummer
8161814 CV EXPL 19-7590
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingslocatie Maastricht

Zaaknummer: 8161814 CV EXPL 19-7590

Vonnis van de kantonrechter van 17 maart 2021

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht LEXQUIRE LLP,

gevestigd te Maastricht-Airport, gemeente Beek,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde mr. L.E.I.K. Jaminon,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid POSD B.V.,

gevestigd te Geulle, gemeente Meerssen,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde mr. Y.E.M. Kleukers.

Partijen zullen hierna LexQuire en POSD genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de rolbeslissing van 25 november 2020

  • -

    de pleitaantekeningen van LexQuire en POSD

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 februari 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen is een overeenkomst van opdracht totstandgekomen, een en ander zoals nader omschreven in de als productie 1 bij dagvaarding overgelegde opdrachtbevestiging van 2 mei 2019. Daarin staat voor zover relevant:

“(…) Met betrekking tot de haalbaarheid van uw opdracht wijs ik u er nadrukkelijk op dat deze afhankelijk is van concrete feiten en omstandigheden, zoals de opstelling van uw wederpartij en het eventuele oordeel van een rechter. Mocht het op enig moment tot een procedure komen, dan wijs ik u er reeds nu en voor alsdan op dat de uitkomst van een procedure in beginsel afhangt van de vraag of u er in slaagt om uw stellingen te bewijzen. Het is thans niet mogelijk om de haalbaarheid van uw zaak in te schatten. Daarom kunnen aan u géén garanties worden verstrekt dat u ingeval van een eventuele procedure uiteindelijk volledig in het gelijk zult worden gesteld.

Nogmaals zij nadrukkelijk opgemerkt dat procederen kosten en risico’s met zich meebrengt. Ingeval u tijdens een procedure onverhoopt in het ongelijk zult worden gesteld, zult u in de meeste gevallen worden veroordeeld in (een bijdrage in) de kosten gevallen aan de zijde van de wederpartij. En ingeval u tijdens een procedure in het gelijk wordt gesteld, zult u in beginsel hooguit een bijdrage in de door u gemaakte kosten terzake rechtsbijstand ontvangen.

Op de onderhavige kwestie is een uurtarief ad € 290,-, exclusief 8% kantoorkosten, BTW en verschotten, van toepassing. (…)”

2.2.

Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van LexQuire van toepassing. Daarin staat voor zover relevant:

“(…) 5. U stemt er onherroepelijk mee in dat LexQuire LLP voor de uitvoering van de opdracht derden kan inschakelen. Daarover zal zoveel mogelijk met de opdrachtgever overleg worden gevoerd. (…)

10. Voor de uitvoering van een opdracht is opdrachtgever aan LexQuire LLP honorarium, vermeerderd met de verschotten (…), kantoorkosten en omzetbelasting verschuldigd. (…) Betaling van de declaraties van Lexquire LLP dient zonder opschorting of verrekening te geschieden binnen 10 dagen na factuurdatum. (…)”

2.3.

Bij e-mailbericht van 3 mei 2019 schrijft LexQuire aan POSD (productie 4 exploot van dagvaarding):

“(…) Ik zal wanneer U hiermede instemt de opdracht geven aan het onderzoeksbureau teneinde een rapport op te stellen dat als bewijs dient voor de hack. U zult vervolgens nog heden een voorschotfactuur van mijn kantoor ontvangen welke U omgaand dient te voldoen. Indien en zodra deze factuur is voldaan, zal het onderzoeksbureau haar werkzaamheden aanvangen. (…) Ik verzoek U mij per mail te bevestigen dat U hiermede uitdrukkelijk instemt (…)”

2.4.

Daarop bericht POSD diezelfde dag per e-mail (productie 4 exploot van dagvaarding): “Ja, akkoord.”

2.5.

[deskundige] van F&K Consulting heeft vervolgens het onderzoek uitgevoerd en op

1 juni 2019 een concept rapport en op 9 juni 2019 een definitief rapport uitgebracht (productie 2 conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie).

2.6.

De voorschotnota van € 9.801,00 inclusief btw ter zake honorarium en kantoorkosten heeft POSD voldaan.

2.7.

POSD heeft de facturen ter zake de deskundige van € 11.640,20 en ter zake honorarium en kantoorkosten van € 2.231,36 inclusief btw, derhalve in totaal een bedrag van € 13.871,56, onbetaald gelaten.

2.8.

Op 18 juni 2019 deelt LexQuire aan POSD mee (productie 14 conclusie van antwoord in reconventie):

“(…) Verder beschuldigt U de door mij ingeschakelde deskundige, [deskundige] , ten onrechte van diefstal van een computerkabel. Nog daargelaten dat deze beschuldiging ronduit diffamerend is, is van diefstal ten enenmale géén sprake. Door [deskundige] wordt deze beschuldiging dan ook uitdrukkelijk betwist. Deze beschuldiging leidt ertoe dat ik noch [deskundige] vanwege een onherstelbare vertrouwensbreuk nog verder werkzaamheden voor U zullen verrichten. (…)”

2.9.

LexQuire bericht op 25 juni 2019 aan POSD (productie 4 conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie): “(…) feit is dat ik de opdracht zoals eerder aan U bericht op 18 dezer vanwege een onherstelbare vertrouwensbreuk heb teruggegeven.”

2.10.

Bij brief van 16 januari 2020 heeft POSD aan LexQuire meegedeeld de overeenkomst te ontbinden.

3 Het geschil

3.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie zijn al in de rolbeslissing van 4 november 2020 weergegeven.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

POSD stelt zich op het standpunt dat zij niet kan controleren of de gedeclareerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd en of de genoemde tijd ook daadwerkelijk daaraan is besteed, omdat zij ondanks herhaald verzoek geen kopie van het dossier heeft ontvangen. Dit verweer van POSD kan in het licht bezien van de stellingen van LexQuire geen stand houden. POSD heeft niet weersproken dat zij van de verzonden correspondentie aan het Openbaar Ministerie en de deskundige kopieën heeft ontvangen, dat het dossier met name uit stukken van POSD bestond, die op 12 december 2019 zijn geretourneerd (ontvangstbewijs: productie 3 conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie). Verder blijkt uit het als productie 16 bij conclusie van antwoord in reconventie in het geding gebrachte e-mailbericht dat LexQuire het urenoverzicht op 4 juli 2019 – en niet zoals POSD stelt op 12 december 2019 – aan POSD heeft doen toekomen. Dat POSD over onvoldoende informatie beschikte om de gedeclareerde werkzaamheden te controleren is dan ook niet gebleken.

4.2.

Dat LexQuire POSD niet gewezen heeft op de aanspraak van een rechtsbijstandsverzekering is niet komen vast te staan. LexQuire heeft in dit kader gesteld dat bij ieder intakegesprek standaard de toevoeging bij particulieren en de mogelijkheid van dekking van een rechtsbijstandsverzekering wordt besproken. Volgens LexQuire heeft POSD toen aangegeven geen rechtsbijstandsverzekering te hebben. Met verwijzing naar producties 20 en 21 stelt LexQuire dat zij pas bij emailbericht van 15 mei 2019 in kennis werd gesteld van een eventuele rechtsbijstandsverzekering, maar dat POSD, ondanks verzoek, nimmer de polis van de rechtsbijstandsverzekering heeft verstrekt.

4.3.

Dat LexQuire artikel 16 lid 1 van de gedragsregels heeft geschonden door POSD niet tijdig op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken is niet gebleken. Evenmin is gebleken van een schending van artikel 17 lid 3 van de gedragsregels.

4.4.

Het feit dat er uiteindelijk geen beslag is gelegd, betekent niet dat er geen (voorbereidende) werkzaamheden zijn verricht met betrekking tot de beslaglegging. LexQuire verwijst naar de e-mailberichten van 16 en 25 juni 2019 waarin POSD op het belang van beslaglegging wijst en verwacht dat dat spoedig gebeurd. LexQuire heeft aangevoerd dat zij in dat kader het een en ander heeft uitgezocht en voorbereid. Dat de uren van 20 mei 2019 ten onrechte zijn gedeclareerd is dan ook niet gebleken. Anders dan POSD stelt, staat in het urenoverzicht bij 29 mei 2019 geen correspondentie uitgaand (advocaat) wederpartij, maar wel een telefoongesprek. Volgens LexQuire moet dit een telefoongesprek met een derde zijn en berust dit op een omissie. LexQuire stelt dat de in het urenoverzicht bij 31 mei 2019 vermelde correspondentie derde betrekking heeft op een herinneringsbrief aan het Openbaar Ministerie.

4.5.

Dat LexQuire een pas op de plaats had moeten maken toen POSD de benodigde materialen, informatie en hardware had aangeleverd voor het onderzoek van de ICT deskundige en de onderzoeksresultaten afgewacht hadden dienen te worden, kan de kantonrechter niet volgen. Uit de stukken blijkt dat POSD wilde dat alles voortvarend werd opgepakt en uitgezocht. Van de zijde van POSD is niet weersproken dat partijen een plan hebben besproken dat direct zou worden uitgevoerd wanneer zou blijken dat sprake zou zijn van een hack, dat besproken is dat beslag zou worden gelegd, op welke wijze, dat het Openbaar Ministerie verwittigd zou worden en er vooruitgelopen is op het deskundigenbericht.

4.6.

Voorts is gebleken dat LexQuire een eerste (concept)versie van het deskundigenrapport op 4 juni 2019 heeft ontvangen en in de gelegenheid is gesteld opmerkingen te maken. Dit verklaart de gedeclareerde werkzaamheden vóór de datum van de definitieve rapportage op 9 juni 2019.

4.7.

Het verwijt dat POSD aan de zijde van LexQuire maakt dat een aantal gesprekken (met vader van [naam 1] , diens tante [naam 2] en de heer [naam 3] ) buiten haar om gingen, is door Lexquire gemotiveerd en met stukken weerlegd. Uit het emailbericht van 10 mei 2019 (productie 20) blijkt dat POSD in de persoon van [naam 1] ( [functie] ) immers zelf erop heeft aangedrongen de communicatie via [naam 2] te laten verlopen. Bij e-mail van 18 juni 2019 (productie 19) verzoekt POSD in de persoon van [naam 1] LexQuire om de communicatie niet langer via [naam 2] te laten verlopen, maar via [naam 1] of de heer [naam 3] .

4.8.

Voorts is POSD van mening dat gelet op het tarief van mr. Spera van hem een bepaalde kennis en kunde verwacht mag worden, zodat kosten voor studie en overleg met collega’s voor eigen rekening dient te komen en blijven. Ook op dit punt heeft LexQuire het verweer van POSD gemotiveerd weerlegd door te stellen dat mr. Spera zich nooit als specialist op het gebied van hacken en aansprakelijkheid heeft voorgedaan en dat studie van het dossier, website en deskundigenrapport niets te maken heeft met kennis en kunde in zijn algemeenheid maar specifiek op de zaak betrekking hebbende informatie. LexQuire heeft enkel de werkzaamheden ter zake de studie gedeclareerd. LexQuire heeft nog opgemerkt dat er ter zake de handeling op 3 mei 2019 sprake is van een codeverschrijving en dit dossierstudie moet zijn. De handelingen die op 9 en 15 mei 2019 zijn verricht betrof specifiek overleg omtrent internet / website en had geen betrekking op het dossier, zodat dit als informatie van derden gezien kan worden.

4.9.

Het verweer van POSD dat niet alle werkzaamheden door mr. Spera zelf zijn verricht en het niet redelijk is om (administratieve) werkzaamheden uitgevoerd door een medewerker van het secretariaat in rekening te brengen tegen hetzelfde uurtarief als voor de diensten van mr. Spera kan evenmin standhouden. LexQuire heeft dit verweer gemotiveerd weerlegd door te stellen dat de emailwisseling van 27 en 28 mei 2019 niet louter administratief was en op instructie van mr. Spera heeft plaatsgevonden. LexQuire voegt daaraan toe dat het niet relevant is door wie het bericht, dat door een advocaat inhoudelijk opgesteld of gedicteerd is, wordt verzonden.

4.10.

Het verweer van POSD dat LexQuire niet naar behoren haar werkzaamheden heeft uitgevoerd, nu zij POSD onvoldoende gewezen heeft op de (on)haalbaarheid van haar vordering en er niet gesproken is over de mogelijk (nadelige) financiële consequenties van een juridisch traject, kan evenmin slagen. In de opdrachtbevestiging van 2 mei 2019 staat – zoals hiervoor onder r.o. 2.1. weergegeven – duidelijk het een en ander omschreven over de (on)haalbaarheid van de opdracht en de kosten c.q. financiële risico’s. Daarmee heeft LexQuire de financiële gevolgen uiteengezet en vastgelegd, zodat er geen sprake is van schending van artikel 16 lid 3 van de gedragsregels.

4.11.

Uit de producties 2 en 4 bij exploot van dagvaarding blijkt dat POSD akkoord is gegaan met de opdrachtbevestiging en de daarop van toepassing verklaarde algemene voorwaarden en inschakeling van het onderzoeksbureau teneinde een rapport op te stellen. Uit dit rapport blijkt dat F&K Consulting het netwerkverkeer gedurende 28 uur heeft gemonitord en daarna nog telefoons, router en usb-sticks heeft uitgeplozen en logs heeft geanalyseerd. Het verweer van POSD dat het onaannemelijk is dat F&K Consulting 50 uur aan het onderzoek heeft besteed, zal dan ook worden gepasseerd. Dat POSD niet gekend is in de afspraken die LexQuire met F&K Consulting heeft gemaakt, is met de betwisting van LexQuire niet komen vast te staan. LexQuire heeft immers gesteld dat POSD op de hoogte is gesteld van hetgeen ondernomen zou gaan worden en van alle verrichtingen een kopie heeft ontvangen.

4.12.

Nu vaststaat dat partijen de overeenkomst van opdracht hebben gesloten en niet is gebleken dat LexQuire haar verplichtingen niet is nagekomen, is ook POSD gehouden te voldoen aan haar betalingsverplichting die uit deze overeenkomst voortvloeit. Het vorenstaande brengt met zich dat POSD de onbetaald gelaten facturen, van in totaal

€ 13.871,56, verschuldigd is. Dit deel van de vordering zal dan ook worden toegewezen.

4.13.

LexQuire heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 663,72 zal worden toegewezen.

4.14.

De gevorderde rente, die door het enkele betalingsverzuim verschuldigd wordt, ligt eveneens voor toewijzing gereed.

4.15.

POSD zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van LexQuire worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op:
- dagvaarding € 103,80

- griffierecht € 972,00
- gemachtigde salaris € 746,00 (2 punten x € 373,00)

Totaal € 1.821,80

4.16.

De gevorderde nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

in reconventie

4.17.

LexQuire heeft de overeenkomst van opdracht op 18 juni 2019 respectievelijk 25 juni 2019 rechtsgeldig opgezegd. Nog daargelaten dat POSD haar betalingsverplichtingen niet nakwam, hebben de door POSD aan het adres van Lexquire (en de door haar ingeschakelde deskundige) gemaakte verwijten en beschuldigingen ertoe geleid dat er een vertrouwensbreuk is ontstaan. Nu de overeenkomst van de zijde van LexQuire rechtsgeldig is opgezegd, was er geen overeenkomst meer die ontbonden kon worden. De onder I gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden afgewezen.

4.18.

POSD heeft haar vordering onder II gebaseerd op onverschuldigde betaling ad

€ 9.801,00 die zij op grond van artikel 6:203 BW wenst terug te ontvangen. De betaling vond haar rechtsgrond in de verbintenis die voor POSD voortvloeide uit de overeenkomst van opdracht, waarbij uitdrukkelijk was overeengekomen dat de door LexQuire verrichte werkzaamheden betaald moesten worden op basis van een bepaald uurtarief (€ 290,00), vermeerderd met kantoorkosten, btw en verschotten. Van een onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:203 BW is dus geen sprake. Voor zover POSD dit deel van de vordering grondt op een voor partijen ontstane verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties, heeft te gelden dat van een ontbinding van de overeenkomst geen sprake is, nu LexQuire de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. Daar komt bij dat de door LexQuire uitgevoerde werkzaamheden een prestatie betreft die naar haar aard niet vatbaar is voor restitutie. In dat geval treedt ingevolge artikel 6:272 lid 1 BW daarvoor in de plaats een vergoeding ten belope van de waarde van die prestatie op het moment van ontvangst daarvan door POSD. Nu de door LexQuire uitgevoerde werkzaamheden niet ongedaan kunnen worden gemaakt, is POSD daarvoor honorarium verschuldigd. Voor zover POSD met haar stelling dat LexQuire toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de verbintenis, die voor haar voortvloeide uit de overeenkomst van opdracht, bedoeld heeft dat LexQuire gehouden is de schade te vergoeden die POSD dientengevolge heeft geleden, welke schade in dit geval bestaat uit de betaalde factuur van € 9.801,00 oordeelt de kantonrechter dat uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat LexQuire niet tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst van opdracht. De gevorderde terugbetaling van het factuurbedrag van

€ 9.801,00 zal dan ook worden afgewezen.

4.19.

Uit het als productie 3 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie in het geding gebrachte ontvangstbewijs blijkt dat LexQuire twee usb-sticks en een aantal documenten op 12 december 2019 aan POSD heeft teruggegeven. LexQuire kent geen document T-Mobile, waarvan POSD teruggave vordert. LexQuire stelt dat zij alle documenten die zij van POSD had, heeft teruggegeven. Gelet hierop en bij gebreke van nader bewijs is niet komen vast te staan dat LexQuire nog over andere stukken van POSD beschikt. De vordering onder III alsmede de daarmee verband houdende gevorderde dwangsom, zal dan ook worden afgewezen.

4.20.

POSD zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. Nu de reconventie voortvloeit uit het verweer in conventie zal de helft van de punten worden toegekend. De kosten aan de zijde van LexQuire worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 124,50 (0,5 x 2 punten x € 249,00) salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

veroordeelt POSD om aan LexQuire tegen bewijs van kwijting te betalen:

- € 13.871,56 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 augustus 2019 tot de dag van algehele voldoening,

- € 663,72 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 oktober 2019 tot de dag van algehele voldoening,

5.2.

veroordeelt POSD in de aan de zijde van LexQuire gerezen proceskosten, welke tot op heden worden begroot op € 1.821,80, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na die betekening tot de dag van volledige voldoening,

5.3.

veroordeelt POSD, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door LexQuire volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 124,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde,

in reconventie

5.6.

wijst de vorderingen af,

5.7.

veroordeelt POSD in de kosten van deze procedure, aan de zijde van LexQuire tot op heden begroot op € 124,50,

5.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.

CJ