Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2309

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-03-2021
Datum publicatie
16-03-2021
Zaaknummer
03/282688-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03.282688.20

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 maart 2021

in de strafzaak tegen

[voornaam] [achternaam],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

wonende te [woonplaats] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.B.E. van Kan, advocaat kantoorhoudende te Beek.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 maart 2021. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte op 8 november 2020 met zijn auto drie Syriërs van Milaan naar Nederland heeft vervoerd, terwijl hij wist dat zij niet over de juiste (reis- en/of verblijfs)documenten beschikten en dat die reis dus illegaal was.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De verdachte had geen weet of vermoeden van het ontbreken van de juiste documenten bij zijn passagiers.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

3.3.1.

De bewijsmiddelen

3.3.1.1. De bevindingen van de Koninklijke Marechaussee

Op 8 november 2020 werd gezien dat de verdachte in een personenauto over de A2 reed in de gemeente Eijsden-Margraten. De auto kwam uit België. De auto met drie passagiers werd voor een controle staande gehouden. Twee van de passagiers toonden desgevraagd hun Syrische paspoort. Dit betrof:

- [passagier 1] , geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] , met de Syrische nationaliteit;

- [passagier 2] , geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] , met Syrische nationaliteit.

De getoonde documenten waren geen geldig grensoverschrijdingsdocumenten, als bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit.

De derde passagier had geen enkel (identificerend) document bij zich. Hij verklaarde te zijn [passagier 3] , maar bij zijn verhoor verklaarde hij dat zijn werkelijke naam [passagier 3] is en dat hij geboren is in het jaar 1997, te [geboorteplaats] . Hij had zich dus eerder voorgedaan als [passagier 3] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .2

Voornoemde [passagier 1] heeft verklaard dat de verdachte ervan uit kon gaan dat zij allen illegaal waren, omdat zij anders wel met de trein waren gegaan, omdat dit goedkoper is. Ze hadden volgens [passagier 1] een prijs van € 800,- per persoon afgesproken en ook afgesproken bij een eventuele controle te zeggen dat ze de chauffeur toevallig onderweg waren tegengekomen. Dit idee kwam van de verdachte.3

3.3.1.2. De verklaring van de verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voornoemde drie Syriërs tegen betaling uit Milaan heeft opgehaald en naar Nederland heeft vervoerd. Deze mensen kende verdachte niet, maar hij wist wel dat zij Syriërs waren; hij heeft gereageerd op hun oproep op Facebook. Voor de reis vroeg de verdachte € 800,- per persoon.

Verder heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij zijn eigen familieleden niet vanuit Griekenland naar Nederland overbrengt, omdat zij geen verblijfsvergunning hebben en niet over de juiste documenten beschikken om hen over te kunnen brengen.

3.3.2.

Bewijsoverwegingen van de rechtbank

Op grond van het hiervoor weergegeven bewijs kan de rechtbank vaststellen dat de verdachte drie Syriërs wederrechtelijk heeft vervoerd naar Nederland. De passagiers konden immers niet aantonen dat zij legaal naar Nederland mochten komen. De vraag is vervolgens of ook bewezen kan worden dat de verdachte van dit laatste op de hoogte was, nu de verdachte dit ontkent. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn passagiers gevraagd had of zij papieren hadden en dat hij vertrouwd heeft op hun mededeling dat dit zo was en verder van niets wist.

De rechtbank vindt die ontkenning van wetenschap ongeloofwaardig. Die ontkenning vindt weerlegging in de verklaring van passagier [passagier 1] en de verklaring ter terechtzitting van de verdachte zelf. Ter terechtzitting heeft de verdachte er immers blijk van gegeven dat hij op de hoogte is en was van de regels. Hij heeft namelijk zelf met succes een asielprocedure gevolgd, zich zo in Nederland kunnen vestigen en verklaard dat hij bewust zijn eigen familieleden niet uit Griekenland overbrengt, omdat zij geen documenten daarvoor hebben. Dat had er op zijn minst toe moeten leiden dat de verdachte zich ervan vergewist had dat zijn passagiers over de goede papieren beschikten. De verdachte sprak naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet zo maar met zijn passagiers af dat de waarheid verhuld zou worden bij een controle en voegde de daad bij het woord door te liegen, toen hij bij de politie werd verhoord. Dat hij gelogen heeft uit angst voor fysiek geweld van de zijde van de opsporingsambtenaren, omdat dit in zijn land van herkomst gebruikelijk is, beschouwt de rechtbank als een smoes. Daar is geen enkele aanwijzing voor. De rechtbank concludeert dan ook dat de verdachte zich willens en wetens schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 8 november 2020 in Nederland, anderen, te weten

- een persoon zich noemende [passagier 3] , geboren [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] en

- [passagier 2] , geboren [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] en

- [passagier 1] , geboren [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats]

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland, door die [passagier 3] , [passagier 2] en [passagier 1] te vervoeren in een door hem, verdachte, bestuurde personenauto terwijl verdachte wist dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

mensensmokkel, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Een forse taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf zouden een gepaste afdoening zijn, wanneer de rechtbank het vrijspraakverweer niet volgt.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van wat bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel van drie personen door hen van Milaan naar Nederland te vervoeren. Mensensmokkel maakt een ernstige inbreuk op de internationale rechtsorde en doorkruist het overheidsbeleid aangaande bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot Nederland en andere Europese landen. Het houdt een illegaal circuit in stand dat gemakkelijk leidt tot allerlei vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen. De illegalen zijn bereid flink te betalen. De verdachte vroeg 800 euro voor een reis, die met budgetvervoerders zeer veel goedkoper is. De verdachte heeft zich welbewust in dit circuit begeven en kennelijk een graantje mee willen pikken en dat neemt de rechtbank hem kwalijk.

Feiten als deze zijn zo ernstig dat uit het oogpunt van vergelding en juiste normhandhaving alleen een gevangenisstraf als passende straf kan worden beschouwd. Bovendien moet van de straf een afschrikwekkende, preventieve werking uitgaan om de verdachte en anderen ervan te weerhouden dit soort feiten (nogmaals) te plegen. Het opleggen van een taakstraf past daar niet bij. Verder streeft de rechtbank ernaar herhaling te voorkomen door de verdachte een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen met een lange proeftijd. De rechtbank heeft ook gekeken naar het strafblad van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Gelet op uitspraken in vergelijkbare zaken hanteert de rechtbank als uitgangspunt voor de strafoplegging 3 maanden gevangenisstraf per gesmokkelde, voor een verdachte die zich niet eerder schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel. Dat zou dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden opleveren in deze zaak. De rechtbank ziet echter geen zwaarwegende reden af te wijken van de eis van de officier van justitie, die een relatief milde eis heeft geformuleerd vanwege het (vrijwel) blanco strafblad van de verdachte. De rechtbank zal daarom de officier van justitie volgen en 9 maanden gevangenisstraf opleggen, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

7 Het beslag

De auto van de verdachte waarmee hij de drie personen wederrechtelijk heeft vervoerd is in beslag genomen. Nu het bewezen verklaarde feit hiermee is gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat die auto verbeurd moet worden verklaard.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 197a van Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde feit tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen voorwerp:

Personenauto [kenteken] , merk [automerk] , chassisnummer: [nummer] (goednummer [nummer] ).

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. drs. E.C.M. Hurkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 maart 2021.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 08 november 2020 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een ander of anderen, te weten

- [passagier 3] , geboren [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] en/of

- [passagier 2] , geboren [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] en/of

- [passagier 1] , geboren [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] )

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem/hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [passagier 3] en/of [passagier 2] en/of [passagier 1] te vervoeren in een door hem, verdachte, bestuurde personenauto terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Koninklijke Marechaussee, dossiernummer PL27YL/20-003353, gesloten d.d. 15 december 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 176.

2 Het proces-verbaal d.d. 8 november 2020, p. 13 t/m 15 en het proces-verbaal van verhoor d.d. 8 november 2020, p. 37.

3 Het proces-verbaal van verhoor, p. 34 en 35 bovenaan.