Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2207

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
10-03-2021
Datum publicatie
25-03-2021
Zaaknummer
04 8672503/CV 20-3708
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een consument koopt een scootmobiel en brengt deze op enig moment naar een reparateur. De consument koopt bij de reparateur een nieuwe scootmobiel en de oude blijft daar staan. In conventie wordt teruggave van de eerste scootmobiel gevorderd. Dit wordt afgewezen omdat de reparateur terecht een beroep op het retentierecht doet. Verder vordert de consument betaling van een aantal bedragen en stelt zij dat de scootmobiel non conform is. Ook deze vordering wordt afgewezen omdat niet vaststaat dat er noneconform is geleverd. In reconventie vordert de reparateur vergoeding van stallingskosten. De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer dat er geen stallingsovereenkomst is gesloten. De vordering wordt gematigd omdat de reparateur niet schade beperkend heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 8672503 \ CV EXPL 20-3708

Vonnis van de kantonrechter van 10 maart 2021

in de zaak van:

[eiser] ,

wonend [adres] ,

[plaats] ,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde mr. J.M. McKernan,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres] ,

[plaats] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. F.H.I. Hundscheid.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft op 13 september bij de firma Vermeiren een scootmobiel gekocht voor een bedrag van € 3.500,00.

2.2.

In maart – april 2018 ondervond [eiser] klachten en zij is via de ANWB op 30 juni 2018 bij [gedaagde] terecht gekomen. [gedaagde] heeft geconstateerd dat de controller kapot was.

2.3.

Op 24 september 2018 heeft [eiser] bij [gedaagde] een nieuwe scootmobiel gekocht.

2.4.

De oude scootmobiel staat nog steeds bij [gedaagde] . Partijen hebben per e-mail contact gehad over teruggave.

2.5.

Bij factuur van 3 juni 2020 heeft [gedaagde] een bedrag van € 7.320,75 in rekening gebracht, bestaande uit € 7.130,00 aan stallingskosten en € 190,75 aan onderzoekskosten. [eiser] heeft de onderzoekskosten betaald.

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen tot afgifte van de scootmobiel, met machtiging de veroordeling met behulp van de sterke arm ten uitvoer te leggen en op straffe van een dwangsom.

Verder vordert [eiser] veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:

  • -

    € 318,00 zijnde een deel van de koopprijs, vermeerderd met rente,

  • -

    €700,00 aan schadevergoeding voor de kosten van de vervanging van de accu’s, vermeerderd met rente,

  • -

    De proceskosten, inclusief de nakosten.

3.2.

[eiser] stelt – kort weergegeven – dat [gedaagde] de scootmobiel ten onrechte onder zich houdt en dat er geen stallingskosten zijn overeengekomen. Partijen hebben afgesproken dat de nieuwe scootmobiel een extra zware accu zou hebben en dat de banden voorzien zouden zijn van Slime. Op 17 septemer 2019 is [eiser] naar Tenerife vertrokken. Daar ondervond zij problemen met de scootmobiel, waarna deze op Tenerife door [naam] is gerepareerd. De accu’s zijn ook getest en bleken tekort te schieten. [eiser] vindt dat [gedaagde] de factuur van [naam] ad € 700,00 moet betalen.

Ondanks de gemaakte afspraak bleken de scootmobiel geen verzwaarde accu’s te hebben en geen Slime in de banden. Dit is een non-conformiteit waardoor de koopovereenkomst partieel ontbonden kan worden. [gedaagde] is gehouden € 318,00 te betalen, bestaande uit € 250,00 exclusief btw aan de extra zware accu en € 50,00 exclusief btw ter zake Slime.

3.3.

[gedaagde] voert het volgende verweer tegen de vordering. Hij had geen enkele betrokkenheid bij de koop van de eerste scootmobiel. Nadat hij deze had opgehaald heeft hij geconstateerd dat de controller en/of dashboard kapot was. [eiser] heeft een nieuwe scootmobiel gekocht, is gaan procederen tegen firma Vermeiren en de scootmobiel is vervolgens bij [eiser] blijven staan. Partijen hebben mondeling een overeenkomst van bewaarneming gesloten. In de procedure tussen [eiser] en firma Vermeiren zijn de stallingskosten als schade gevorderd.

Verder betwist [gedaagde] dat er geen zware accu’s in de scootmobiel zaten. Bij wijze van service heeft [eiser] niet de afgesproken 80 ampère geleverd gekregen, maar accu’s met een vermogen van 90 ampère. Verder voert [gedaagde] aan dat [eiser] niet heeft aangetoond dat in de banden geen Slime was ingespoten.

3.4.

In reconventie vordert [gedaagde] om [eiser] te veroordelen tot betaling van € 9.873,60 aan stallingskosten tot en met 23 september 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente, proceskosten en nakosten.

3.5.

[eiser] voert verweer tegen de vorderingen van [gedaagde] .

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Er is voldoende samenhang tussen de vorderingen in conventie en die in reconventie. De kantonrechter zal deze daarom gezamenlijk bespreken en beoordelen.

4.2.

Het geschil tussen partijen gaat over de afgifte van de scootmobiel, de stallingskosten en of de door [gedaagde] geleverde scootmobiel voldoet aan de afspraken die partijen daarover hebben gemaakt. Dit zal hierna telkens afzonderlijk besproken worden.

Afgifte van de scootmobiel en de overeenkomst van bewaarneming

4.3.

[eiser] vordert in de eerste plaats medewerking van [gedaagde] tot afgifte van de scootmobiel. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij daaraan wil meewerken maar dat eerst de stallingskosten betaald moeten worden. [gedaagde] beroept zich hierbij op zijn retentierecht. Voor de beantwoording van de vraag of dit een terecht beroep is, moet eerst vast komen te staan of tussen partijen een overeenkomst tot bewaarneming is gesloten.

4.4.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat de overeenkomst tot bewaarneming mondeling is gesloten. Een schriftelijke overeenkomst is daarmee niet voorhanden en kan niet in de procedure worden gebracht. Toch is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] het bestaan van een overeenkomst tot bewaarneming in voldoende mate heeft aangetoond. Bij de dagvaarding zijn e-mails overgelegd. In de e-mails van [gedaagde] aan [eiser] maar ook aan de (voormalig) gemachtigde van [eiser] en aan de kantoorgenoot van de huidige gemachtigde wordt bij herhaling gewezen op de stallingskosten van € 10,00 exclusief btw per dag. Hiertegen is niet geprotesteerd, niet door [eiser] maar ook niet door een van de andere personen. Verder en met name is de e-mail van 2 september 2019 van de huidige gemachtigde van [eiser] van belang. Deze e-mail is onderdeel van productie 4 bij dagvaarding. In deze mail schrijft de gemachtigde dat zij een gerechtelijke procedure gaat voeren tegen de verkoper van de eerste scootmobiel. Verder schrijft de gemachtigde: “Een onderdeel van deze schade zijn de stallingskosten. Cliënte geeft echter aan de stallingskosten ad € 4.160,- ex btw niet te kunnen voldoen. Is het mogelijk dat deze kwestie niet op een andere wijze wordt opgelost?”. Dit kan niet anders dan als een impliciete erkenning van het bestaan van de bewaarnemingsovereenkomst worden opgevat. Omdat deze e-mail afkomstig is van de gemachtigde acht de kantonrechter [eiser] hieraan gebonden. Hiermee staat dus vast dat tussen partijen een overeenkomst van bewaarneming is gesloten.

4.5.

[gedaagde] beroept zich op het retentierecht. Dit recht geeft een schuldeiser de bevoegdheid om de afgifte van een zaak op te schorten totdat de vordering is voldaan. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] een terecht beroep doet op het retentierecht. Van meet af aan heeft [gedaagde] aangegeven dat de stallingskosten betaald moeten worden. Dit is niet gebeurd, zodat [gedaagde] op goede gronden de afgifte heeft opgeschort.

4.6.

Het voorgaande brengt met zich dat de vordering tot afgifte moet worden afgewezen.

Gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst?

4.7.

[eiser] vordert betaling van een bedrag van € 318,00. Zij vordert dit bedrag omdat zij van mening is dat de gekochte scootmobiel niet aan de overeenkomst beantwoordt. Ondanks de gemaakte afspraak zat in de scootmobiel geen zware accuset, terwijl ook de banden niet van Slime waren voorzien. [gedaagde] betwist de stellingen en voert aan dat er zelfs een zwaardere accuset in de scootmobiel zit en dat Slime in de banden is ingespoten.

4.8.

Op [eiser] rust de stelplicht en zo nodig de bewijslast van haar stelling dat aan de geleverde scootmobiel gebreken kleven en dat deze non-conform is. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] onvoldoende feitelijk heeft gesteld om vast te kunnen stellen dat de scootmobiel non-conform is. Daarvoor geldt het volgende.

4.9.

Volgens [eiser] zijn de accu’s niet deugdelijk omdat zij in Tenerife daarmee problemen ondervond. Daar is een onderzoek gedaan en gebleken is dat de accu’s niet goed waren. Zij verwijst naar de factuur van de reparateur waarop staan vermeld:

Battery 1 – failed at 29%

Battery 2 – failed ad 30%.

Ook heeft [eiser] foto’s overgelegd.

Met name uit deze foto’s blijkt dat er accu’s met een vermogen van zelfs 90 ampère zijn geleverd, derhalve met een groter vermogen dan was afgesproken. Weliswaar is hiermee niet geleverd wat is afgesproken, maar dit levert onder deze omstandigheden geen non-conformiteit op. De stelling van [eiser] dat de zwaardere accu’s wellicht tot problemen hebben geleid, is niet onderbouwd en ook niet geloofwaardig, en wordt daarom van de hand gewezen.

4.10.

Het is ook aan [eiser] om aan te tonen dat de banden niet met Slime zijn ingespoten. Dit heeft [eiser] niet gedaan. Het enkele feit dat een band lek is gegaan, is onvoldoende om aan te nemen dat de banden niet voorzien waren van Slime.

4.11.

De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat de bij [gedaagde] gekochte scootmobiel non-conform is. Ook dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen.

Factuur uit Tenerife

4.12.

[eiser] heeft kosten gemaakt in Tenerife en is van mening dat [gedaagde] deze kosten moet betalen. Zij stelt dat behalve gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst zij ook haar schade vergoed wil zien.

4.13.

De kantonrechter kan hierover kort zijn. Hij verwijst naar de rechtsoverwegingen 4.7. tot en met 4.11. Er is niet komen vast te staan dat de scootmobiel non-conform is of dat [gedaagde] een verwijt te maken valt. Ook deze vordering houdt geen stand en wordt afgewezen.

De vordering van [gedaagde]

4.14.

[gedaagde] vordert betaling van de stallingskosten ad € 9.873,60 althans een in een goede justitie vast te stellen bedrag. Aan deze vordering legt [gedaagde] ten grondslag dat mondeling de afspraak is gemaakt dat de scootmobiel voor een bedrag van € 10,00 exclusief btw gestald zou worden.

Subsidiair stelt [gedaagde] dat hem op de voet van artikel 7:601 BW een redelijk loon betaald moet worden.

4.15.

[eiser] verweert zich tegen deze vordering en stelt zich op het standpunt dat nooit een stallingsovereenkomst is gesloten. Dit verweer wordt gepasseerd met verwijzing naar eerdere rechtsoverwegingen waarin het bestaan van een overeenkomst tot bewaarneming is vastgesteld.

4.16.

[eiser] verzoekt subsidiair matiging omdat zij niet in staat is om die kosten te voldoen. Behalve haar AOW-uitkering heeft zij geen inkomsten. De vordering overstijgen de kosten van een nieuwe scootmobiel.

4.17.

Uit de hiervoor al genoemde e-mailberichten volgt dat telkens gesproken is over stallingskosten van € 10,00 exclusief btw per dag. Hiertegen is nooit bezwaar gemaakt en zoals hiervoor ook al is overwogen heeft de gemachtigde van [eiser] aangegeven deze kosten als schade te willen vorderen in de procedure tussen [eiser] en de verkoper van de eerste scootmobiel. Van enig bezwaar tegen de hoogte van het bedrag van € 10,00 exclusief btw is toen niet gebleken. Hiermee heeft [gedaagde] in beginsel de afspraak over het bedrag aangetoond. Het is aan [eiser] om hiertegen gemotiveerd en onderbouwd verweer te voeren. Dat heeft zij niet gedaan.

4.18.

De kantonechter ziet wel aanleiding voor matiging van de kosten. Beide partijen hadden schadebeperkend kunnen handelen. Zo had [eiser] de scootmobiel eerder kunnen ophalen, terwijl [gedaagde] – gelet op de duur van de stalling – de scootmobiel elders goedkoper in bewaring had dienen te geven en of eventueel zelfs had kunnen verkopen om de opbrengst in bewaring te houden. Dit is allemaal niet gebeurd.

De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van € 2.000,00, een en ander afgezet tegen de ingeschatte (rest)waarde van de tweede bij [gedaagde] gekochte scootmobiel,

Overig

4.19.

De kantonrechter ziet geen aanleiding [eiser] toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.20.

Omdat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld zal de kantonrechter de kosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.21.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

in reconventie

5.2.

veroordeelt [eiser] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2020 tot de dag van volledige betaling, een en ander onder gehoudenheid van [gedaagde] de (eerste) scootmobiel vervolgens aan [eiser] af te geven,

in conventie en in reconventie

5.3.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: PLG

coll: