Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:2062

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-03-2021
Datum publicatie
09-03-2021
Zaaknummer
03.307951.20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

mensensmokkel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03.307951.20

tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 maart 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1960,

gedetineerd in [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. K.B.H. Welvaart, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 februari 2021. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel van zes personen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

Feit 1

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte op 5 december 2020 tegen betaling zes personen heeft vervoerd die geen geldige reisdocumenten hadden. Ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee zagen de verdachte in een [merk auto] rijden op de A2 in Eijsden, komend uit de richting van de Belgische grens. De verdachte is staande gehouden en de inzittenden werden gevraagd geldige documenten te tonen. Twee van hen hadden geen documenten en bevonden zich illegaal in het Schengenbied. De andere vier toonden documenten waarmee zij uitsluitend in Duitsland mochten verblijven. De passagiers en verdachte verklaarden dat zij van Parijs naar Duitsland wilden reizen. De doorreis door Nederland was dan ook wederrechtelijk en de verdachte wist dat, zodat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel.

De officier van justitie acht ook bewezen dat de verdachte een gewoonte maakte van mensensmokkel. In de auto is een notitieboekje waarin namen en bedragen stonden genoteerd aangetroffen en welkomstberichten van providers in de telefoon van de verdachte, waaruit blijkt dat hij veelvuldig tussen diverse landen, waaronder Duitsland, Nederland, België en Frankrijk, reisde. Bovendien maakt het dossier melding van eerdere verdenkingen van mensensmokkel in Duitsland en België. Voor het ten laste gelegde medeplegen is geen bewijs voorhanden, aldus de officier van justitie.

Feit 2

Links van de bestuurdersstoel, tussen de stoel en de deur, werd een Guinees paspoort aangetroffen, dat vals bleek te zijn. De officier van justitie acht ook bewezen dat de verdachte wist of in elk geval moest vermoeden dat dit een vals document was. Dit levert een strafbaar feit op.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De raadsman heeft aangevoerd dat het vervoeren van de zes personen zonder geldige documenten een eenmalig incident is geweest. De verdachte vervoerde vaker personen tegen betaling, maar verzekerde zich er altijd van dat zijn klanten geldige documenten hadden. Verdachte wist dat de papieren van zijn passagiers op 5 december 2020 niet in orde waren, maar heeft besloten een uitzondering te maken en heeft hen vanuit Parijs meegenomen. Ten aanzien van het kernverwijt heeft de raadsman geen bewijsverweer gevoerd.

Volgens de raadsman kan niet bewezen worden dat de verdachte er een gewoonte van heeft gemaakt mensen illegaal te vervoeren of dat de verdachte in georganiseerd verband handelde. Van de strafverzwarende elementen van de tenlastelegging moet de verdachte dan ook worden vrijgesproken.

Feit 2

De raadsman heeft betoogd dat niet bewezen kan worden dat de verdachte wist dat er een Guinees paspoort in zijn auto lag. Het is goed mogelijk dat één van de passagiers zich van dit document heeft ontdaan toen de auto staande werd gehouden door de Koninklijke Marechaussee. Bovendien, als de verdachte al wist dat dit document in zijn auto lag, dan nog kan niet bewezen worden dat hij wist of moest vermoeden dat het een vals document betrof. De opsporingsambtenaren moesten het document immers eerst grondig onderzoeken voordat de valsheid werd vastgesteld. De vraag is dan hoe de verdachte dit had kunnen en moeten zien. De verdachte moet daarom van dit verwijt worden vrijgesproken.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 5 december 2020 zes personen geholpen heeft door Nederland te reizen, terwijl hij wist dat zij geen documenten hadden waarmee zij konden laten zien dat zij zich legaal in Nederland begaven. De doorreis was dus illegaal en de verdachte wist dat, wat een strafbaar feit oplevert. Omdat de verdachte dit feit ter terechtzitting heeft bekend en namens hem op dit punt geen vrijspraakverweer is gevoerd, kan de rechtbank volstaan met een korte opsomming van het bewijs overeenkomstig artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen op grond van:

  • -

    de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 23 februari 2021;

  • -

    het proces-verbaal van d.d. 5 december 2020 van verbalisanten [naam verbalisant] , [naam verbalisant] en [naam verbalisant] .2

Deelvrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte het feit samen met een ander of anderen heeft gepleegd. Daarvoor ontbreekt het bewijs. Verder bevat het dossier onvoldoende aanwijzingen dat de verdachte vaker anderen hielp illegaal te reizen door Nederland of andere lidstaten van de EU, IJsland of Noorwegen en daarvan een gewoonte maakte.

De officier van justitie baseert dit standpunt op een aangetroffen notitieboekje waarin namen en bedragen stonden genoteerd en op welkomstberichten van providers in de telefoon van de verdachte, waaruit blijkt dat hij veelvuldig tussen diverse landen reisde.

De verdachte heeft betwist dat de notities in het boekje betrekking hadden op personenvervoer en heeft ter terechtzitting een uitleg gegeven over de notities die niet op voorhand of op basis van het dossier onaannemelijk is te achten. Er staan alleen twee namen vermeld en daarbij telkens dezelfde bedragen van 100 euro en van 500 euro. Als al aangenomen zou kunnen worden dat die notities betrekking hadden op het tegen betaling vervoeren van personen, volgt er niet uit dat het betrekking had op illegaal vervoer. Dat geldt ook voor de welkomstberichtjes in zijn telefoon. Eerdere verdenkingen van mensensmokkel in Duitsland en België waar het dossier melding van maakt, leveren geen wettig bewijs op. De strafverzwarende elementen op de tenlastelegging kunnen dus niet bewezen worden verklaard.

Feit 2 Vrijspraak

De rechtbank deelt het standpunt van de raadsman dat niet bewezen kan worden dat de verdachte wist of moest vermoeden dat hij een Guinees paspoort in zijn auto had liggen dat vals was. Uit het dossier blijkt dat het voor een leek niet zonder meer duidelijk was dat het om een vals document ging. Nergens blijkt uit dat de verdachte over meer dan gemiddelde kennis op dit gebied beschikt, zodat niet gezegd kan worden dat hij op zijn minst had moeten vermoeden dat er iets niet in orde was met het document. De rechtbank zal hem dan ook van dit verwijt vrijspreken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

T.a.v. feit 1:

op 5 december 2020 in Nederland anderen, te weten

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en

- [naam] , geboren [geboortegegevens]

behulpzaam is geweest bij doorreis door Nederland door die [namen inzittenden] te vervoeren in een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, terwijl verdachte wist dat die doorreis wederrechtelijk was.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

Feit 1

mensensmokkel, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd dat de verdachte veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van het voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de gevorderde straf buitenproportioneel is. Deze straf zou gepast zijn bij het smokkelen van mensen onder mensonterende en risicovolle omstandigheden en daarvan is geen sprake in deze zaak. Het eenmalig vervoeren van illegalen door de verdachte levert een strafbaar feit op, maar erg crimineel was het niet. De verdachte had ook geen opzet om hen verder in een illegaal circuit te brengen, omdat hij passagiers naar Duitsland vervoerde, waar zij wel legaal mochten verblijven. De straf zou dan ook fors gematigd moeten worden.

Ook moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Vanwege de zeer zorglijke gezondheidssituatie van de verdachte en het isolement dat de verdachte ervaart in de gevangenis door de taalbarrière, is detentie voor hem aanzienlijk zwaarder dan voor de doorsneegedetineerde. De raadsman heeft de rechtbank verzocht de verdachte zo snel mogelijk vrij te laten.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel van zes personen door met deze personen vanuit Frankrijk per auto de Nederlandse grens te passeren. Mensensmokkel maakt een ernstige inbreuk op de internationale rechtsorde en doorkruist het overheidsbeleid aangaande bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot Nederland en andere Europese landen. Het houdt een illegaal circuit in stand dat gemakkelijk leidt tot allerlei vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen. De verdachte heeft, door deze inzittenden welbewust te vervoeren, hierin een rol gespeeld en dat neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Feiten als deze zijn zo ernstig dat uit het oogpunt van vergelding alleen een gevangenisstraf als passende straf kan worden beschouwd. Bovendien dient van de straf een afschrikwekkende, preventieve werking uit te gaan om de verdachte, maar ook anderen ervan te weerhouden dit soort feiten (nogmaals) te plegen.

Gelet op jurisprudentie in vergelijkbare zaken zal de rechtbank in beginsel het uitgangspunt (3 maanden gevangenisstraf per gesmokkelde) van de officier van justitie hanteren.

Er is niet gebleken van omstandigheden waardoor van voornoemd uitgangspunt zou moeten worden afgeweken.

De verdediging heeft verzocht de op te leggen (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf te beperken tot het al ondergane voorarrest, gelet op de persoon en de gezondheidstoestand van verdachte. De rechtbank heeft kennis genomen van de ter zitting overgelegde brief van de kinderen van de verdachte en van zijn medische documentatie die is opgemaakt gedurende het voorarrest. Hoewel de rechtbank oog heeft voor de omstandigheden van de verdachte, doet naar het oordeel van de rechtbank de duur van het ondergane voorarrest geen recht aan de ernst van het feit. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden geen reden om van voornoemd uitgangspunt af te wijken.

De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, dat feit 2 en de strafverzwarende elementen bij feit 1 niet bewezen kunnen worden verklaard. De rechtbank komt daarom tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen. Omdat de verdachte niet in Nederland woont of verblijft, is de rechtbank er niet van overtuigd dat een voorwaardelijk strafdeel bijdraagt aan het voorkomen van recidive.

De verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van de dagen die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De op te leggen straf zal langer voortduren dan de tijd die de verdachte inmiddels in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank komt daarom niet toe aan het verzoek van de verdediging om de voorlopige hechtenis op te heffen.

7 Het beslag

De auto van de verdachte waarmee hij de zes personen wederrechtelijk vervoerd heeft is in beslag genomen. Nu het bewezen verklaarde feit hiermee is gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat die auto verbeurd moet worden verklaard. Het in beslag genomen valse paspoort moet worden onttrokken aan het verkeer.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 57, 197a Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder feit 2 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde onder feit 1 tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen voorwerp:

personenauto HROQ149 (Omschrijving: G093325-13, Grijs, merk: Opel, chassisnr: [nummer] );

- onttrekt aan het verkeer het volgende in beslag genomen voorwerp:

identiteitsbewijs (Omschrijving: G093325-01, Guinee).

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.L. Kalsbeek, voorzitter, mr. M.M. Beije en mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 09 maart 2021.

Buiten staat

Mr. M.M.L. Kalsbeek is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 05 november 2020 tot en met 05 december 2020 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland en/of in België en/of in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander of anderen, te weten

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en/of

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en/of

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en/of

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en/of

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en/of

- [naam] , geboren [geboortegegevens] en/of

- ( een) ander(en)

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem/hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [namen inzittenden] en/of (een) ander(en) te vervoeren in een door hem, verdachte, bestuurde personenauto terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, zulks terwijl verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt;

T.a.v. feit 2:

hij op of omstreeks 05 december 2020 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, in het bezit was van een reisdocument, te weten een Paspoort uit Guinee voorzien van het

nummer [nummer] (ten name van [naam] , geboren op [geboortegegevens] ), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat:

- de voor en achterzijde van de personaliapagina en pagina 1/2 qua detaillering, gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeen kwam met originele door de autoriteiten van Guinee afgegeven documenten van dit model;

- de thans aangebrachte ondergrondbedrukking van de voor en achterzijde van de personaliapagina en pagina 1/2 zijn aangebracht middels printtechniek. Dit is in tegenstelling tot originele door de autoriteiten van Guinee afgegeven documenten van dit model waarbij de ondergrondbedrukking wordt aangebracht middels een druktechniek.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het Proces-verbaal van voorgeleiding ten behoeve van vordering bewaring van de verdachte (art. 59a/60/63 Sv), proces-verbaalnummer [nummer] , gesloten d.d. 7 december 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 134.

2 Het proces-verbaal, p. 11 tot en met 17, eerste drie alinea’s.