Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:1979

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
03-03-2021
Datum publicatie
10-03-2021
Zaaknummer
8499584 CV EXPL 20-2065
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg van een overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer 8499584 CV EXPL 20-2065

Vonnis van de kantonrechter van 3 maart 2021

in de zaak van

de naamloze vennootschap SOWECO N.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend aan de Plesmanweg 9, 7602 PD Almelo,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde mr. S.J.M. Masselink,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAANBAAN B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend aan de Leidenlaan 14-I, 6229 EZ Maastricht,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde mr. J.J.C. Delahaye.

Partijen zullen hierna Soweco en BaanBaan genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie

- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie

- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, tevens akte vermeerdering van eis in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating vermeerdering van eis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Soweco houdt zich bezig met het verschaffen van werkgelegenheid aan personen die op grond van de Wet sociale werkvoorziening zijn gedetacheerd.

2.2.

BaanBaan richt zich op het organiseren van mobiliteit met behoud van pensioenzekerheid. BaanBaan biedt haar werknemers in het kader van een tijdelijk dienstverband loopbaanbegeleiding, permanente coaching en eventuele bijscholing van kennis en vaardigheden aan om zodoende bij te dragen aan duurzame inzetbaarheid en persoonlijke groei.

2.3.

Soweco (als opdrachtgever) en BaanBaan (als opdrachtnemer) hebben op 2 juli 2014 een overeenkomst gesloten. Daarin staat voor zover relevant:

“(…) BaanBaan is vrijwillig toegetreden tot het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.

Partijen hebben overlegd over de voorwaarden voor indiensttreding van de heer (…) [medewerker] , zijnde medewerker in dienst van opdrachtgever, bij BaanBaan (contractovername).

Partijen hebben tevens met (…) [medewerker] overlegd over de voorwaarden voor beëindiging van diens dienstverband met opdrachtgever en indiensttreding bij BaanBaan.

(…) 1 Contractovername

1. [medewerker] treedt met ingang van 1 juli 2014 in dienst van BaanBaan op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van 53 maanden. De inhoud van deze arbeidsovereenkomst maakt integraal onderdeel uit van deze overeenkomst.

2. BaanBaan zal zich inspannen (…) [medewerker] gedurende het tijdelijk dienstverband detacheringsopdrachten aan te bieden tegen passende tarieven en te begeleiden naar een andere passende betrekking of eigen onderneming. (…)

5 Vergoeding van kosten

1. De kosten voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst tussen BaanBaan en (…) [medewerker] , worden door BaanBaan maandelijks in rekening gebracht aan opdrachtgever. De loonsom, bestaande uit het bruto basissalaris (…) vermeerderd met vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en sociale en overige werkgeverslasten, bedraagt circa € 6700. (…) BaanBaan stelt opdrachtgever tijdig op de hoogte als sprake is van een wijziging van de kosten voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst. BaanBaan zal deze kosten niet eenzijdig wijzigen, tenzij daartoe een (juridische) verplichting bestaat. Hieronder wordt ook verstaan de kosten die gemaakt worden bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

2. Het salaris van (…) [medewerker] wordt gegarandeerd door SOWECO N.V.. (…)

4. Bij aanvang van de arbeidsovereenkomst betaalt de opdrachtgever aan BaanBaan bij wijze van voorschot eenmalig een bedrag ter hoogte van tweemaal de loonsom. Dit voorschot van € 13300 wordt met opdrachtgever verrekend bij het einde van de arbeidsovereenkomst. (…)”

2.4.

In de tussen BaanBaan en [medewerker] gesloten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd staat voor zover relevant:

“(…) Artikel 13 – Pensioen

Werkgever is vrijwillig aangesloten bij het ABP; werknemer is gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst verplicht verzekerd ingevolge het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP. (…)”

2.5.

In 3.8. van het pensioenreglement van het ABP staat:

“Krijgt u ontslag en krijgt u een werkloosheidsuitkering? De opbouw loopt dan voor 50% door. U betaalt geen premie meer. Uw voormalige werkgever betaalt de volledige pensioenpremie.”

2.6.

BaanBaan is gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst (tot 1 december 2018) er niet in geslaagd om voor [medewerker] , oud werknemer van Soweco, een andere werkgever te vinden. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd. [medewerker] ontvangt een werkloosheidsuitkering.

2.7.

BaanBaan heeft Soweco na het einde van het dienstverband van [medewerker] een aantal facturen gestuurd inzake “Pensioenpremie ABP WW-gerechtigden”. Soweco heeft de facturen die zien op de maanden december 2018 ad € 220,20 en januari en februari 2019 ad € 865,37 betaald. De overige facturen die BaanBaan Soweco heeft gestuurd inzake de pensioenpremie (met een totaalbedrag van € 5.110,66 tot en met juni 2020) zijn onbetaald gebleven.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Soweco vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van BaanBaan tot betaling van:

- € 14.685,57 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de diverse vervaldata tot aan de dag van algehele voldoening,

- € 921,86 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten,

- de proceskosten en nakosten.

3.2.

Soweco vordert terugbetaling van het door haar ex artikel 5 lid 4 van de overeenkomst betaalde voorschot van € 13.600,00 alsmede terugbetaling van de reeds door haar (onverschuldigd) betaalde facturen met betrekking tot de pensioenpremie van

€ 1.085,57.

3.3.

BaanBaan voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna – voor zover relevant – nader worden ingegaan.

in reconventie

3.5.

Baanbaan vordert na vermeerdering van eis bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat Baanbaan (de kantonrechter leest: Soweco) gehouden is op grond van de overeenkomst, de pensioenpremie die BaanBaan voor de werknemer (op grond van de arbeidsovereenkomst, het pensioenreglement / pensioenovereenkomst) verschuldigd is aan het pensioenfonds te vergoeden aan BaanBaan,

- BaanBaan (de kantonrechter leest: Soweco) te veroordelen binnen twee weken na betekening van het vonnis, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, tot betaling van € 5.110,66 ter zake pensioenpremie voor werknemer tot en met juni 2020 conform de facturen die als productie 4 bij conclusie van antwoord in reconventie en productie 5 bij conclusie van dupliek in reconventie zijn overgelegd,

- BaanBaan (de kantonrechter leest: Soweco) te veroordelen iedere maand de pensioenpremie die BaanBaan ter zake van werknemer verschuldigd is over de maand juli 2020 en de daarop volgende maanden te voldoen, steeds binnen twee weken na factuurdatum, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn,

- Soweco te veroordelen in de proceskosten en nakosten.

3.6.

Soweco voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen zal hierna – voor zover relevant – nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de onderlinge samenhang zal de kantonrechter de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk behandelen.

4.2.

Ingevolge 3.8. van het pensioenreglement van het ABP loopt de pensioenopbouw van de werknemer gedurende de WW-uitkering door en dient de werkgever 50% van de pensioenpremie te betalen. Tussen partijen is in geschil of BaanBaan deze kosten, te weten de pensioenpremie na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer, ingevolge de tussen Soweco en BaanBaan gesloten overeenkomst bij Soweco in rekening mag brengen.

4.3.

Bij de uitleg van hetgeen partijen zijn overeengekomen dient het zogeheten Haviltex-criterium in acht te worden genomen. Dit brengt met zich dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen geregeld is, of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Bij die uitleg komt het ook aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. Met inachtneming van dit uitgangspunt oordeelt de kantonrechter als volgt.

4.4.

Gesteld noch gebleken is dat partijen bij het aangaan van de overeenkomst hebben gesproken over de betaling van de pensioenpremie na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer. Het lijkt erop dat partijen dit punt over het hoofd hebben gezien, althans hier niet bij stilgestaan hebben. Van een gemeenschappelijke partijbedoeling bij de totstandkoming van de overeenkomst is dan ook geen sprake geweest.

Ook in de processtukken blijkt niet van een gemeenschappelijke partijbedoeling. Partijen gaan beiden van een andere bedoeling uit. Soweco stelt dat het haar bedoeling was om het werkgeversrisico over te dragen aan BaanBaan. Volgens BaanBaan was het de bedoeling dat Soweco alle kosten zou dragen.

4.5.

Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat voor het antwoord op de vraag welke zin partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijze mochten toekennen aan artikel 5 van de overeenkomst en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, als uitgangspunt beslissend gewicht dient te worden toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de bewoordingen van artikel 5, gelezen in het licht van de overige, voor de uitleg relevante bepalingen van de overeenkomst.

4.6.

De tekst van de overeenkomst biedt aanknoping voor het standpunt van Soweco dat de pensioenpremie na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer ten laste van BaanBaan dient te komen. Uit artikel 5 van de tussen partijen gesloten overeenkomst volgt dat de kosten voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst tussen BaanBaan en werknemer [medewerker] maandelijks door BaanBaan aan Soweco in rekening worden gebracht. Daaronder wordt ook verstaan de kosten die gemaakt worden bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Uit de arbeidsovereenkomst vloeit voort dat de werknemer gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst verplicht verzekerd is ingevolge het pensioenreglement van het ABP. De kantonrechter oordeelt dat pensioenkosten geen kosten zijn die bij beëindiging ontstaan. Het betreffen kosten die ontstaan omdat er na beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor werknemer geen andere baan ter beschikking was en hij in de werkloosheidswet belandde. Taalkundig bezien en uit de gebruikte (hiervoor cursief weergegeven) bewoordingen volgt naar het oordeel van de kantonrechter onmiskenbaar dat de strekking van de overeenkomst is dat de betalingsverplichtingen van Soweco eindigen met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, wat betekent dat BaanBaan de pensioenpremie na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer verschuldigd is en deze kosten niet in rekening mag brengen bij Soweco. Dat Soweco twee facturen ter zake pensioenpremie aan BaanBaan heeft betaald, kan niet tot een ander oordeel leiden. Uit die betaling kan geen buitengerechtelijke erkenning worden afgeleid dat Soweco de pensioenpremie na het eindigen van de arbeidsovereenkomst van werknemer verschuldigd is. Die betaling kan inderdaad, zoals Soweco stelt, op een vergissing berusten.

4.7.

Uit het vorenstaande volgt dat BaanBaan de pensioenpremie na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer niet bij Soweco in rekening kan brengen. Dit brengt mee dat de vorderingen in reconventie dienen te worden afgewezen. De door Soweco reeds betaalde pensioenpremie, een tweetal facturen van in totaal € 1.085,57, is onverschuldigd geschied en dient door BaanBaan terugbetaald te worden. Dit deel van de vordering in conventie ligt dan ook voor toewijzing gereed.

4.8.

Hoewel in artikel 5 lid 4 van de overeenkomst een voorschot van € 13.300,00 wordt vermeld, blijkt uit de stellingen van partijen en uit de als productie 10 bij exploot van dagvaarding in het geding gebrachte factuur dat er een voorschot van € 13.600,00 is betaald. De kantonrechter zal bij de verdere beoordeling dan ook van laatstgenoemd bedrag – waarvan ook betaling in het petitum van de dagvaarding wordt gevorderd – uitgaan. De kantonrechter kan niet meegaan in de uitleg van BaanBaan dat het door Soweco betaalde en in conventie gevorderde voorschot van € 13.600,00 pas terugbetaald hoeft te worden indien de overeenkomst volledig is afgewikkeld en daaruit geen (financiële) verplichtingen meer voortvloeien voor BaanBaan. Dat is volgens BaanBaan pas het geval wanneer ook de verplichting tot doorbetaling van de pensioenpremie tot een einde komt. In artikel 5 lid 4 van de tussen Soweco en BaanBaan gesloten overeenkomst staat dat het voorschot bij het einde van de arbeidsovereenkomst wordt verrekend. De arbeidsovereenkomst is per 1 december 2018 geëindigd, zodat het voorschot toen terugbetaald moest worden. Het in conventie gevorderde voorschot van € 13.600,00 zal dan ook worden toegewezen.

4.9.

De door het enkele betalingsverzuim verschuldigde wettelijke handelsrente ligt eveneens voor toewijzing gereed.

4.10.

Soweco heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van € 921,86 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

4.11.

BaanBaan zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten in conventie. De kosten aan de zijde van Soweco worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op:
- dagvaarding € 83,38

- griffierecht € 996,00
- gemachtigde salaris € 746,00 (2 punten x € 373,00)

Totaal € 1.825,38

4.12.

De in conventie gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

4.13.

BaanBaan zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. Nu de reconventie voortvloeit uit het verweer in conventie zal de helft van de punten worden toegekend. De kosten aan de zijde van Soweco worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 311,00 (0,5 x 2 punten x € 311,00) salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

5.1.

veroordeelt BaanBaan om aan Soweco tegen bewijs van kwijting te betalen

€ 15.607,43, bestaande uit € 14.685,57 aan hoofdsom en € 921,86 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 14.685,57 vanaf de respectievelijke vervaldata tot de dag van algehele voldoening,

5.2.

veroordeelt BaanBaan in de aan de zijde van Soweco gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 1.825,38,

5.3.

veroordeelt BaanBaan, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door Soweco volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 124,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af,

5.6.

veroordeelt BaanBaan in de aan de zijde van Soweco gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 311,00,

5.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.

CJ