Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:1575

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-02-2021
Datum publicatie
04-03-2021
Zaaknummer
04 8511504 CV EXPL 20-2036
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Berekening vergoeding overschrijding bouwtermijn, waarbij op grond van de overeenkomst wordt uitgegaan van kalenderdagen en waarop in mindering wordt gebracht de niet-werkbare dagen en het aantal dagen aan meerwerk. Vervolgens worden de vordering in conventie en reconventie verrekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 8511504 \ CV EXPL 20-2036

Vonnis van de kantonrechter van 24 februari 2021

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HABENU-VAN DE KREEKE BOUW B.V.,

gevestigd te Nuth,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde mr. K.A.M.J. Horsch,

tegen:

1 [gedaagde] ,
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,

2. [gedaagde],
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V..

Partijen zullen hierna Habenu en [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie

  • -

    de beslissing waarbij een mondelinge behandeling is bepaald

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 18 januari 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen is op 25 november 2016 een overeenkomst betreffende aanneming van werk gesloten. In die overeenkomst werd afgesproken dat Habenu op de grond, aangeduid als K-15, een woning (casco) zal stichten tegen een totaalprijns van € 196.740,00.

2.2.

Partijen hebben in die overeenkomst negen betalingstermijnen afgesproken, waarvan de laatste (5% van de aanneemsom) bij oplevering van de woning, te voldoen aan de Notaris, vóór oplevering van de woning (conform artikel 12 van de Algemene Voorwaarden).

2.3.

Ten aanzien van de bouwtijd hebben partijen in artikel 5, onder 1 van de overeenkomst afgesproken dat Habenu zich verbindt de ruwbouwwoning binnen 150 werkbare dagen gereed op te leveren aan [gedaagden] in de zin van artikel 11, lid 4 van de Algemene Voorwaarden.

2.4.

In artikel 11 van de door Habenu aan [gedaagden] verstrekte Algemene Voorwaarden staat onder meer en voor zo ver van belang het volgende vermeld:

Werkbare werkdagen en oplevering

Artikel 11

1. werkdagen (een jaar telt gemiddeld 180 werkbare dagen) worden als onwerkbaar

beschouwd wanneer daarop door omstandigheden buiten de aansprakelijkheid van de Ondernemer gedurende ten minste vijf (5) uren door het grootste deel van de werknemers of machines niet kan worden gewerkt.

Niet als werkdagen worden beschouwd de algemeen, al dan niet door de overheid dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven, erkende rust en feestdagen, vakantiedagen en andere vrije dagen.

(…)

4. onder datum van oplevering wordt in de aannemingsovereenkomst verstaan de datum, waarop Verkrijger, nadat rapport van eventuele tekortkomingen is opgemaakt en door of namens beide partijen is getekend, de sleutel van de woning in ontvangst heeft genomen. De datum van oplevering moet door de Ondernemer ten minste veertien (14) dagen tevoren schriftelijk aan de Verkrijger worden meegedeeld.

5. a. Bij overschrijding van het overeengekomen aantal werkbare dagen en ook, indien een door de Ondernemer reeds aangekondigde oplevering wordt opgeschort, zal de Ondernemer zonder ingebrekestelling tot aan de feitelijke dag van oplevering aan de Verkrijger een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd zijn van een kwart promille (0,25%) van de aanneemsom per kalenderdag.

(…)

d. De schadevergoeding kan worden verrekend met de nog verschuldigde termijn(en).”

2.5.

Op 1 juni 2017 heeft [gedaagden] aan onder meer Habenu een e-mail gestuurd met een verslaglegging van de bespreking van die dag.

Daarin is ook de volgende passage opgenomen:

“Met [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [gedaagden] is op woensdag 24 mei 2017, ten kantore van Habenu-Van de Kreeke de uiteindelijke prijs afgestemd voor het maken van ruwbouw van Kavel [nummer] in de wijk Tuin van Gulik te Sittard. De overeenstemming is bereikt op grond van de door [naam 3] opgestelde open begroting voor het maken van de ruwbouw van Kavel [nummer] . In de email van [naam 3] met datum zondag 14 mei 2017, 12.09 uur wordt het definitieve bedrag genoemd met een bedrag aan korting. Achter beide bedragen incl 21% BTW, is door [naam 1] zijn paraaf en akkoord gegeven voor de overeengekomen korting. Daarop hebben partijen elkaar de hand geschud en aangegeven vaart te zetten om met de bouw van de woning zo snel mogelijk verder te gaan.”

2.6.

In de e-mail van 14 mei 2017 van [naam 3] aan [gedaagden] , dat in cc aan Habenu is gestuurd, staat onder meer het volgende vermeld.

“Dit is wat ik heb gedaan:

Ruwbouw van HBVDK timmerwerk en staal kolommen balklaag en trespa van luifels er uit gehaald.”

2.7.

Habenu heeft op 15 mei 2017 een reactie op de mail van 14 mei 2017 gestuurd met de volgende tekst.

“…

Dit houdt in dat we terug gaan naar de basis. Alle extra’s die [gedaagden] bouwkundig nog gevraagd heeft (extra luifels, indeling zolder, grotere deuropeningen, extra raan, schuifdeur, …) gaan dan niet door.

…”

2.8.

Habenu heeft [gedaagden] op 1 maart 2019 een nota gestuurd met nummer [cijferreeks] terzake de negende bouwtermijn ad € 10.328,64, inclusief BTW.

2.9.

Op 15 maart 2019 is de woning opgeleverd.

2.10.

[gedaagden] heeft de laatste termijn, ondanks aanmaning daartoe, onbetaald gelaten.

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

Habenu vordert [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 10.328,64, te vermeerderen met de contractuele rente van 5% per jaar vanaf 15 maart 2019, alsmede aangaande de buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 878,29, te vermeerderen met de wettelijke rente en met veroordeling van gedaagde partij in de proces- en nakosten.

3.2.

Aan de vording heeft Habenu ten grondslag gelegd de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daaruit vloeiende betalingsverplichting van [gedaagden] jegens Habenu.

3.3.

[gedaagden] vordert (samengevat) Habenu te veroordelen tot betaling van € 12.135,40, vermeerderd met de wettelijke rente en zou de vordering van Habenu worden toegewezen, deze voerding te verrekenen met de vordering van Habenu, met veroordeling van eisende partij in de proceskosten.

3.4.

[gedaagden] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd een gefixeerde schadevergoeding wegens overschrijding van de overeengekomen bouwtijd.

3.5.

Habenu voert verweer tegen de vorderingen van [gedaagden] .

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

De kantonrechter ziet aanleiding om de vordering in conventie en de vordering in reconventie samen te beoordelen.

4.2.

De kantonrechter stelt naar aanleiding van het dossier en de daarbij gevoegde stukken, alsmede gelet op het verhandelde ter zitting, vast dat partijen aanvankelijk de overeenkomst zoals opgesteld op 25 november 2016 zijn aangegaan. Deze overeenkomst is nadien op een aantal punten aangepast, nadat was gebleken dat [gedaagden] de financiering voor de eerste overeenkomst niet rond kreeg. [gedaagden] heeft een aantal bouwactiviteiten uit de aannemingsovereenkomst van 25 november 2016 gehaald en in eigen beheer laten uitvoeren. Hierdoor is de aanvankelijk tussen partijen overeengekomen prijs naar beneden bijgesteld.

4.3.

[gedaagden] heeft erkend dat hij het laatste termijnbedrag ad € 10.328,64 niet heeft betaald. [gedaagden] heeft verder geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vordering van Habenu. Vast staat dat de laatste termijn nog open staat. De kantonrechter ziet geen reden om de vordering af te wijzen, zodat de vording zal worden toegewezen zoals door Habenu verzocht.

4.4.

De vordering van [gedaagden] gaat over de overschrijding van de bouwtermijn door Habenu. Vast staat dat Habenu de bouwtermijn van 150 werkbare dagen heeft overschreden. Bij oplevering binnen 150 werkbare dagen is de uiterste opleverdag

18 oktober 2018. De woning is op 15 maart 2019 opgeleverd. Dat is een overschrijding van in totaal 148 kalenderdagen. Volgens Habenu gaat het om het aantal werkbare dagen en niet om het aantal kalenderdagen.

Blijkens artikel 11 van de Algemene Voorwaarden die door Habenu aan [gedaagden] zijn uitgereikt, is bij overschrijding van de bouwtermijn een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd van 0,25% per kalenderdag. Aangezien in dit artikel expliciet over kalenderdagen wordt gesproken, gaat de kantonrechter er bij het berekenen van de schade uit van kalenderdagen.

4.5.

Ten aanzien van de overschrijding heeft Habenu gesteld dat er niet werkbare dagen, alsmede extra gemaakte werkbare dagen, ontstaan door meerwerk, moeten worden meegenomen.

De kantonrechter overweegt dienaangaande het volgende.

Habenu heeft gemotiveerd hoe zij tot het aantal dagen is gekomen van 44,5 dagen aan meerwerk en daarnaast 35 dagen aan verloren gegane werkbare dagen. De 35 dagen zijn gebaseerd op het aantal dagen dat zij niet heeft kunnen werken, omdat de werkzaamheden die onder leiding van [gedaagden] werden uitgevoerd te laat, helemaal niet of niet naar behoren waren uitgevoerd. Hiertegen heeft [gedaagden] niet, althans onvoldoende verweer gevoerd, zodat dit vaststaat. [gedaagden] heeft ook niet ontkend dat Habenu zaken voor [gedaagden] heeft opgelost. De 35 verloren gegane dagen staan daarmee vast en zullen van de 148 kalenderdagen worden afgehaald.

Habenu heeft gesteld dat hij meerwerk heeft verricht. [gedaagden] heeft het meerwerk niet betwist. Habenu heeft gesteld dat dit meerwerk heeft geleid tot vertraging, en wel van 44,5 dagen. Uit de door partijen over een weer overgelegde e-mails blijkt dat Habenu hiervoor heeft gewaarschuwd. [gedaagden] wist aldus dat het meerwerk tot vertraging, en dus tot een verlenging van de bouwtermijn, zou gaan leiden. De kantonrechter gaat daarom uit van 44,5 dagen aan vertraging, ontstaan door meerwerk.

Daarmee wordt de berekening als volgt: (148 – 35 – 44,5 =) 69,5 x € 51,64 = € 3.588,98.

De vordering van [gedaagden] kan derhalve worden toegewezen tot voormeld bedrag. Voor het overige zal het worden afgewezen.

Verrekening.

De vorderingen komen in aanmerking voor verrekening.

Het bedrag dat Habenu te vorderen heeft wordt daarom ten aanzien van de hoofdsom verlaagd tot een bedrag van (10.328,64 – 3.588,98 =) € 6.739,66.

4.6.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagden] toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.7.

Habenu maakt aansprak op buitengerechtelijke incassokosten. Gelet op de verrekening van de vorderingen over en weer, zal de kantonrechter deze kosten beramen op € 625,00.

4.8.

[gedaagden] zal als de meest in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Habenu worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 86,80

  • -

    griffierecht 499,00

  • -

    salaris gemachtigde conventie 1.080,00 (3 x tarief € 360,00)

  • -

    salaris in reconventie 540,00 (3 x 0,5 x tarief € 360,00)

totaal €2.205,80

4.9.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter

in conventie en in reconventie

5.1.

veroordeelt [gedaagden] , hoofdelijk des dat de een betaalt de ander tot dat bedrag zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Habenu te betalen een bedrag van € 6.739,66, vermeerderd met de contractuele rente van 5% per jaar vanaf 15 maart 2019 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagden] , hoofdelijk des dat de een betaalt de ander tot dat bedrag zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Habenu te betalen een bedrag van € 625,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [gedaagden] , hoofdelijk des dat de een betaalt de ander tot dat bedrag zal zijn bevrijd, in de proceskosten aan de zijde van Habenu gevallen en tot op heden begroot op € 2.205,80,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: DT

coll: