Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:1114

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-01-2021
Datum publicatie
12-02-2021
Zaaknummer
8938616 AZ 20-147
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzochte ontbinding afgewezen. Disfunctioneren niet gebleken. Verstoorde arbeidsverhouding niet zodanig dat van werkgever niet gevergd kan worden de ao te laten voortduren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0159
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer 8938616 AZ VERZ 20-147

Beschikking van de kantonrechter van 29 januari 2021

in het verzoek van

de stichting

STICHTING WONEN PLUS,

gevestigd in (6161 BV) Geleen, gemeente Sittard-Geleen, aan de Rijksweg Zuid no. 170,

verzoekende partij,

verwerende partij in het voorwaardelijke tegenverzoek,

gemachtigde mr. M. Stroes

tegen

[verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] ,

wonend in [woonplaats] , aan de [adres] ,

verwerende partij,

verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,

gemachtigde mr. R. Schoonbrood.

Partijen worden hierna Wonen Plus en [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het op 23 december 2020 ter griffie ontvangen verzoekschrift

  • -

    het op 11 januari 2021 ter griffie ontvangen verweerschrift, tevens inhoudend een voorwaardelijk tegenverzoek

  • -

    de nadere producties van de zijde van Wonen Pus

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 20 januari 2021 waar partijen hun standpunten nader hebben toegelicht, Wonen Plus aan de hand van een pleitnota.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Wonen Pus is een zorgorganisatie die ondersteuning biedt op het gebied van wonen en werken in het dagelijkse leven aan ruim 200 mensen met een verstandelijke, lichamelijke en/of psychische beperking. Zelfstandigheid van de cliënt en een persoonlijke benadering staan daarbij centraal. Wonen Plus is werkzaam in Limburg en heeft 130 mensen in dienst.

2.2.

[verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] is sinds 1 oktober 2000 krachtens arbeidsovereenkomst in dienst van Wonen Plus voor (thans) 32 uur per week in de functie van persoonlijk begeleider en tegen een loon van € 2.834,70 bruto per maand exclusief emolumenten.

2.3.

In het functioneringsverslag van 9 november 2007 staan onder meer de navolgende passages (bijlage 6 bij het verzoekschrift):

“Er wordt aangegeven dat collega’s aangeven dat ze [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] als een negatief persoon ervaren. De communicatie wordt niet als prettig ervaren. (…) Zelf ervaart ze haar houding niet als een probleem. Er wordt aangegeven dat de manier van communiceren door [naam 1] als aandachtsgebied wordt gezien. Belangrijk om te kijken hoe men overkomt bij collega’s en wanneer het nodig is om je handelen bij te stellen. (…)

[verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] geeft aan dat ze fatsoenlijk met mensen probeert om te gaan. Hier heeft ze nu en dan moeite mee. Met name de knoterende cliënt die verbale agressie laat zien. [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] geeft aan dat ze het dan moeilijk vindt om netjes te blijven. Op de vraag of dit professioneel is geeft [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] aan dat ze hier weet van heeft. (…) [naam 1] benoemt dat [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] snel problemen signaleert. Wat als gemis wordt ervaren is dat er gekeken wordt naar mogelijkheden.(…)”

2.4.

In december 2008 heeft Wonen Plus in een gesprek aangaande diverse aandachtspunten/verbeterpunten in het functioneren van [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] (in de optiek van Wonen Plus) [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] een coaching traject aangeboden, van welk aanbod [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] geen gebruik maakt.

2.5.

In mei 2012, nadat in de optiek van Wonen Pus reeds sinds maart 2011 verbetering is opgetreden in het functioneren, handelen en gedrag van [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] , heeft Wonen Plus wederom een coaching traject aan [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] aangeboden, welk traject volgens Wonen Plus resultaat lijkt te hebben (kennelijk heeft [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] van dat aanbod gebruik gemaakt, zo leidt de kantonrechter daaruit af). Uit het ‘Verslagblad functioneringsgesprekken’ van 15 april 2013 (bijlage 13 bij het verzoekschrift) worden de navolgende passages aangehaald:

1. Functie inhoudelijk

• Is er voldoende duidelijkheid t.a.v. de verwachtingen bij de huidige functie (taken, verantwoordelijkheden)?

Door het meer rust creëren is de manier van werker zeker een stuk prettiger geworden. Het is voor [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] duidelijk wat de verwachtingen zijun tav haar functie.

• Zijn de werkzaamheden in overeenstemming met de functiebeschrijving?

Ja.

2 Werkzaamheden

Zijn er bij de uitvoering van het werk aandachtspunten ten aanzien van:

- voldoende vakgerichte kennis

Door alle ervaringen van het afgelopen jaar heeft [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] veel geleerd rondom met name het stukje psychiatrie. Het nog verkrijgen van kennis is zeker gewenst maar in de praktijk is er inmiddels toch ook wel behoorlijk wat ervaring op gedaan.

- voldoende kwaliteit in de werkzaamheden

Het is duidelijk te merken dat [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] met meer ‘afstand’ kijkt naar werk situaties. Daar waar het in ons vorig gesprek nog een onderwerp was dat [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] soms wat te vaak in de ‘laag’ van de cliënt zat, is nu duidelijk te merken dat ze de situatie vanuit verschillende oogpunten bekijkt zonder het contact met de cliënt te verliezen.

- juiste beroepshouding

Het zich veel meer bewust worden van zichzelf heef er zeker voor gezorgd dat [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] een meer open houding heeft gekregen. Daar waar ze in het verleden vaak al vrij snel in de ‘gevechtshouding’ ging is dat wezenlijk veranderd. [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] geeft aan het niet prettig te vinden als er zaken blijven ‘sudderen’. Ze zorgt dan zelf dat deze zsm worden opgepakt en er duidelijkheid komt. Ook hierin is [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] zeker gegroeid. [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] is zichtbaar professioneler aan het worden. [naam leidinggevende] geeft haar complimenten voor de wijze waarop ze met zichzelf aan de slag is gegaan het afgelopen jaar.

- inzetbaarheid

[verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] is zeer goed inzetbaar. Het blijft wel een aandachtspunt om er op te letten de uren te werken zoals die in het contract staan en niet telkens hier over heen te gaan. [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] is zich hier bewust van.

- zelfstandigheid en initiatief

[verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] is zelfstandig en neemt ook initiatief. Door de verbeterde planning kan ze zelf meer overzicht houden zodat er ook gevolg komt na een ondernomen actie.

(…)

3 Werkrelaties

Hoe verloopt de samenwerking en communicatie met collega’s en coördinator?

Collega’s: [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] voelt zich prettig in het huidige team. (…)

MPP: Ervaart de relatie als goed.(…) Ook [naam leidinggevende] ervaart de relatie als prettig.

Hoe verlopen de contacten ten aanzien van cliënten en vertegenwoordigers?

Prima.

• Hoe verlopen overige contacten, bijvoorbeeld externe instanties of personen?

Prima, pakt nu zaken sneller en efficiënter op. (…)

2.6.

Uit het ‘Verslagblad jaargesprek’ van het functioneringsgesprek d.d. 31 januari 2017, (bijlage 17 bij het verzoekschrift) worden de navolgende passages aangehaald:

Teamleden hebben in toenemende mate kritiek op het functioneren van [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] . In een gesprek 03 januari (zonder verslaglegging) heeft leidinggevende dit al een aangekaart bij [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] . [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] herkende dit toen niet. Iedereen maakt fouten. [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] herkent wel zaken die vergeten zijn. Het team blijft klagen over allemaal kleine zaken die vergeten worden. (…) [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] wil dat men haar daar op aanspreekt. Team zegt dit al vele malen gedaan te hebben zonder resultaat en is gestopt met het aanspreken op nalatigheden.

2.7.

In 2018 heeft nogmaals een coaching traject plaatsgevonden. Uit het daarop betrekking hebbende gespreksverslag d.d. 5 juli 2018 (bijlage 18 bij het verzoekschrift) worden de navolgende passages aangehaald:

Evaluatie BMW (bedrijfsmaatschappelijk werk)

[verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] heeft de ondersteuning van [naam 2] prettig gevonden, maar het heeft haar niets nieuws opgeleverd. Er is bevestigd wat ze al wist, alleen is er nog een de aandacht aan gegeven, met name in het bewaken van de eigen grenzen heeft [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] een “reminder” gekregen. [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] weet hoe het gaat, is onder werkdruk soms te impulsief in haar reactie en stoot dan mensen tegen het hoofd. De wijze van communicatie kan beter. (…)

Functioneren;

Benadrukt wordt dat [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] erg sterk is naar cliënten, deze staan bij haar echt centraal. Hierdoor vergeet ze echter dat er ook andere zaken en verantwoordingen gedaan moeten worden. (…) [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] heeft met 3 teamleden conflicten gehad die weliswaar weer uitgesproken zijn maar waar de houding van [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] toch een bespreekpunt blijft. Haar laatste mail naar de vervanger van [naam 3] , is respectloos en kan niet door de beugel. De toonzetting en de inhoud gaat over de grens. (…)

[verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] dient op haar persoonlijke communicatie te letten. Ze weet heel goed hoe het moet, nu nog doen.(…)

2.8.

In januari 2019 heeft Wonen Plus besloten [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] per 1 februari van dat jaar naar een andere locatie over te plaatsen omdat in de optiek van Wonen Plus verbetering uitbleef. Daarbij is tevens een persoonlijke coach aangewezen om haar bij die overstap te ondersteunen, aldus het gespreksverslag dienaangaande d.d. 11 januari 2019 (bijlage 20 bij het verzoekschrift)

2.9.

Op 16 juni 2020 heeft [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] een gesprek gevoerd met haar leidinggevende. Uit het gespreksverslag (bijlage 22 bij het verzoekschrift) worden de navolgende passages aangehaald ( [naam leidinggevende] is de leidinggevende):

[naam leidinggevende] geeft aan zich zorgen te maken over [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] en ook over haar functioneren. Vanuit het team komen ook geluiden dat het moeilijk samen werken is met [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] . Iedereen ziet dat [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] zeker de beste bedoelingen heeft maar vooral haar eigen weg gaat en hiermee geregeld haar collega’s ondermijnt. [naam 4] geeft een aantal concrete voorbeelden.
[naam leidinggevende] geeft aan dat ze graag mee wil werken om [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] op een gezonde manier naar haar pensioen te krijgen maar dat binnen het functioneren nu wel grenzen bereikt worden waarbij cliënten er last van hebben en dat is niet acceptabel. (…)

[naam leidinggevende] geeft aan te zien dat [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] aan het ‘verdrinken’ is en dat ze hier niet naar kan blijven kijken zonder in actie te komen. Dit kan [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] ook wel waarderen en ze voelt zelf ook dat ze contant tegen haar grenzen aan het aanlopen is.

Tevens is op dat moment door Wonen Plus een voorstel gedaan om tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen. Bij brief van 28 juli 2020 heeft [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] evenwel te kennen gegeven niet op dat voorstel te willen/zullen ingaan.

2.10.

Na een slaapdienst in de nacht van 9 op 10 oktober 2020 heeft [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] zich bij haar leidinggevende ziek gemeld, welke ziekmelding niet als zodanig werd geaccepteerd (en de bedrijfsarts daarom niet werd ingeschakeld).et H

Een paar dagen later tijdens de slaapdienst in de nacht van 14 op 15 oktober 2020 heeft [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] de afstandsbediening van de tv tegen de interne regels bij zich gehouden zodat de bewoners pas vanaf 07.00 uur tv konden kijken in plaats van (volgens afspraak) vanaf 06:00 uur. Naar aanleiding van dat incident heeft bestuurder [naam bestuurder] een gesprek met haar gehad op 26 oktober 2020. Uit het gespreksverslag van dat gesprek wordt de navolgende passage aangehaald ( [naam bestuurder] is bestuurder [naam bestuurder] ):

[naam bestuurder] geeft aan dat 1 incident is, waarbij nadrukkelijk wordt vermeld dat [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] zich behoorde ziek te melden bij haar leidinggevende en niet op de wijze zoals dit nu gedaan is. Maar er zijn meerdere incidenten geweest en de gemaakte afspraken worden door [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] telkens naast zich neergelegd. Er zijn meerdere gespreken geweest en ook is coaching traject doorlopen. Hierna ging het een tijdje beter, maar nu zijn we weer terug bij af. Het afpakken van de afstandsbediening bij een cliënt is een maatregel van de Wet Zorg en Dwang en mag niet zomaar gebeuren!

Wonen Plus heeft, bij monde van [naam bestuurder] , [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] op dat moment te kennen gegeven de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen, hetzij via een vaststellingsovereenkomst dan wel via een ontbindingsprocedure bij de kantonrechter. Daarbij is [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] per direct vrijgesteld van werkzaamheden. Dit is haar tevens schriftelijk medegedeeld. Onderhandelingen hebben in de weken daarna niet tot overeenstemming geleid

3 De verzoeken en het geschil

het verzoek

3.1.

Wonen Plus verzoekt ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met inachtneming van het bepaalde in art. 7:671b lid 8 onder a BW en onder toewijzing van de transitievergoeding ad € 24.023,13, onder verwijzing van [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] in de proceskosten. Tevens verzoekt Wonen plus een verklaring voor recht inhoudende dat [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] geen aanspraak heeft op een aanvullende vergoeding bij ontbinding op de “i-grond” ex art. 7:671b lid 8 BW.

3.2.

Volgens Wonen plus is sprake van disfunctioneren en van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van haar niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

3.3.

[verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan.

het voorwaardelijk tegenverzoek

3.4.

Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] toewijzing van de transitievergoeding ex art. 7:671b lid 8 BW, te weten € 36.034,70, en toewijzing van een billijke vergoeding ad € 50.000,00, een en ander onder verwijzing van Wonen Plus in de proceskosten.

4 De beoordeling

in het verzoek

4.1.

Het gestelde disfunctioneren is onvoldoende onderbouwd. In wezen is het enige concrete voorbeeld dat door Wonen Plus in dit kader noemt (voorzien van een onderbouwing waarom dat dat handelen niet door de beugel kon) het incident in de nacht van 14 op 15 oktober 2020 aangaande het op ongeoorloofde wijze onder zich houden van een tv-afstandsbediening. Dat betreft zoals gezegd een incident en kan de conclusie dat sprake is van disfunctioneren niet dragen. Het enige andere voorbeeld dat Wonen Plus te berde brengt is een e-mail van [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] d.d. 20 juni 2016 (bijlage 16 bij het verzoekschrift), waaruit volgens Wonen Pus een ‘onprofessionele houding’ blijkt. Genoemd bericht luidt in zijn geheel (volgens die productie):“Beste [naam 3] , Volgens mij heb je niet goed gelezen. Ik heb aangegeven dat, indien ik met een idee kom, ik niet ook de uitvoerder wil zijn….”. Zonder nadere toelichting op inhoud en context, die Wonen Plus niet geeft, valt niet in te zien hoe dat bericht blijk geeft van een onprofessionele houding laat staan van disfunctioneren.

Voor het overige blijven de verwijten aan het adres van [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] steken in vaagheden als ‘de communicatie kan beter’ of ‘ze houdt zich niet aan afspraken’ (welke precies?), ‘er zijn conflicten met collega’s’ (waar gingen die over en waren die aan [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] te wijten en zo ja, waarom?), ‘ze is soms te impulsief’ (hoe dan?) en ‘gaat over de grens heen’ (welke grenzen precies en hoe dan?), doch duidelijk wordt het er allemaal niet op en als onderbouwing van een gesteld disfunctioneren kan het daardoor niet dienen. Bovendien vloeit uit de wet (art. 7:669 lid 3 sub d BW) in combinatie met vaste jurisprudentie ter zake voort, dat van een goed werkgever verwacht mag worden dat hij/zij een werknemer, die in de optiek van die werkgever niet (meer) naar behoren zijn functie uitoefent, in de gelegenheid stelt zijn functioneren te verbeteren en daartoe een (zo concreet mogelijk) verbetertraject opstelt, met haalbare targets en daarbij behorende deadlines, en – niet in het minst – een gedegen verslaglegging daarvan. In het onderhavige geval ontbreekt het daar geheel aan. Deze grondslag voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst is derhalve in deze procedure tussen partijen niet vast komen te staan.

4.2.

Ten aanzien van de g-grond kan weliswaar worden geconcludeerd dat in enige mate sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, doch dat die verstoring dermate ernstig is dat van Wonen Pus niet gevergd kan worden deze te laten voorduren, is naar het oordeel van de kantonrechter in deze procedure niet gebleken. Ook de cumulatiegrond kan Wonen Plus in haar verzoek geen soelaas bieden.

4.3.

Gelet op bovenstaande overwegingen dient het verzoek te worden afgewezen.

4.4.

Wonen Plus zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] tot de datum van dit vonnis begroot op € 720,00 aan salaris gemachtigde.

in het voorwaardelijk tegenverzoek

4.5.

Nu aan de voorwaarde voor het verzoek niet is voldaan, behoeft het voorwaardelijke verzoek geen beoordeling.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst het verzoek af;

5.2.

veroordeelt Wonen Plus tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek] tot de datum van dit vonnis begroot op € 720,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth en is in het openbaar uitgesproken.

RK

Partijen hebben ter beëindiging van hun geschil het volgende afgesproken:

6.

7.

8.

9.

10. Na uitvoering van het in deze overeenkomst bepaalde verlenen partijen elkaar over en weer finale kwijting ter zake van het onderhavige geschil.

11. Partijen doen afstand van het recht deze overeenkomst te (doen) ontbinden.

12. Partijen verzoeken de procedure door te halen onder compensatie van kosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

[verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek]

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

mr. , rechter