Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:9475

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-12-2020
Datum publicatie
02-12-2020
Zaaknummer
8848312 AZ VERZ 20-126
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Verzoek tot ontbinding van arbeidsovereenkomsten drie boa’s en hun gedetacheerde collega wordt afgewezen. Hen werd verweten dat zij, door de deelname aan en hun uitlatingen op een WhatsAppgroep, als ambtenaar van de gemeente niet integer hebben gehandeld, mede gelet op hun functie als boa.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1480
AR-Updates.nl 2020-1486
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8848312 AZ VERZ 20-126

Beschikking van 2 december 2020

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. M.A. Willems,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon de GEMEENTE SITTARD-GELEEN,

gevestigd te Sittard,

verwerende partij,

gemachtigde mr. C.L. van Geffen.

Partijen worden hierna [verzoeker] en de gemeente Sittard-Geleen genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    een verzoekschrift van 29 oktober 2020 met bijlagen 1 tot en met 9;

  • -

    een verweerschrift tevens voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van

9 november 2020 met bijlagen 1 tot en met 21;

  • -

    een gewijzigd verzoekschrift van 10 november 2020;

  • -

    een schriftelijke reactie op het verweerschrift van 12 november 2020 met bijlagen 10 tot en met 15;

  • -

    de mondelinge behandeling op 18 november 2020 en de pleitnota van mr. Van Geffen.

1.2

Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

2 Het verzoek en de beoordeling

2.1.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 april 2018 aangesteld als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (boa) bij de gemeente Sittard-Geleen tegen een loon van € 3.863,51 bruto per maand.

2.2.

Op 31 januari 2019 is [verzoeker] aangesproken door [naam dagcoördinator] , de voormalig dagcoördinator, omdat [verzoeker] zich tijdens de pauze van een bijscholing in negatieve bewoordingen (‘klojo’s’) over de politie heeft uitgelaten.

2.3.

Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden op grond waarvan [verzoeker] van rechtswege een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft met de gemeente Sittard-Geleen.

2.4.

Tijdens de carnavalsdagen in februari 2020 is [verzoeker] tijdens zijn werk mishandeld. Hij heeft daarvan aangifte gedaan.

2.5.

Op 17 mei 2020 is er een anonieme melding gezonden aan [naam direct toezichthouder] , Direct Toezichthouder boa’s eenheid Limburg. De melding zag op een voorval in april 2020 waarbij boa’s van de gemeente Sittard-Geleen hun bevoegdheden bij een aanhouding zouden hebben overschreden. Verder zag de melding op het voornemen van [naam teammanager] , teammanager van [verzoeker] , om drie nieuwe scooters op te laten voeren.

2.6.

Op 10 juni 2020 heeft [naam collega 1] , een collega van [verzoeker] , een WhatsAppgroep opgericht met de naam ‘Paniek’ (hierna kortweg aangeduid als ‘de WhatsAppgroep’). Aan deze WhatsAppgroep namen, naast [verzoeker] , deel [naam collega 2] ( [naam collega 2] ), [naam collega 3] ( [naam collega 3] ) en twee andere collega’s. [naam collega 2] nam deel aan deze Appgroep met zijn werktelefoon; de anderen gebruikten hun privételefoon voor deze Appgroep. In deze WhatsAppgroep werden privé-afspraken gemaakt, maar werd ook - soms op niet mis te verstane wijze - kritiek geuit op collega’s, leidinggevenden en de gemeentesecretaris.

2.7.

Een van de deelnemers aan de Appgroep heeft melding daarvan gemaakt bij de gemeente Sittard-Geleen en de berichten uit deze groep over de gehele periode integraal aan de gemeente verstrekt.

2.8.

Bij brief van 6 augustus 2020, verzonden op 7 augustus 2020, heeft de gemeente Sittard-Geleen [verzoeker] vanwege de deelname aan de WhatsAppgroep geschorst. Ook is het hem verboden contact op te nemen met collega’s over de deelname aan de Appgroep.

2.9.

Op 7 augustus 2020 heeft [verzoeker] zich ziek gemeld.

2.10.

Op 27 augustus 2020 vond een gesprek plaats over de deelname aan de WhatsAppgroep waarbij aanwezig waren [verzoeker] , zijn toenmalige gemachtigde [naam gemachtigde] , [naam clusterhoofd dienstverlening] , Clusterhoofd Dienstverlening, [naam HRM-adviseur] , HRM-adviseur en mr. Van Geffen. Van dit gesprek is een verslag gemaakt, dit is aan [verzoeker] voorgelegd en naar aanleiding van opmerkingen van [verzoeker] is het verslag aangepast.

2.11.

Bij brief van 4 september 2020 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. Aan dit ontslag zijn de volgende gedragingen ten grondslag gelegd die volgens de gemeente Sittard-Geleen gezamenlijk, maar ook afzonderlijk, een dringende reden vormen:

- de deelname aan de WhatsAppgroep in de periode van 10 juni 2020 tot en met 3 augustus 2020;

- dat [verzoeker] zich in deze WhatsAppgroep op onbehoorlijke wijze heeft uitgelaten over collega’s, waaronder leidinggevenden. De gemeente Sittard-Geleen noemt de volgende uitlatingen:

“zwijn”, “vuile honden zijn het”, Blue Whale Challenge (een zogenaamd ‘zelfmoordspel’) als “ideetje voor een paar collega’s”, “lul en “flikker” (over de voormalig leidinggevende), “droeftoeter” (over de WABO-coördinator en de gemeentesecretaris). Over teammanager [naam teammanager] heeft [verzoeker] geappt dat zij “eens goed droog in de kont moet worden genomen door een man of vijf”;

- dat [verzoeker] zijn collega’s niet heeft aangesproken op hun onbehoorlijke uitlatingen op deze App en daarvan geen melding heeft gemaakt bij de hogere leiding;

- dat [verzoeker] heeft nagelaten de kritiek op de organisatie op de voorgeschreven wijze te melden;

- dat [verzoeker] zich schuldig heeft gemaakt aan aanstootgevend en opruiend gedrag;

- dat [verzoeker] na ontvangst van de schorsingsbrief nog contact heeft gehad met collega’s;

- dat [verzoeker] gelogen heeft over het verwijderen van de WhatsAppgroep en zijn bijdrage daaraan kleiner heeft voorgesteld dat deze daadwerkelijk was.

De gemeente Sittard-Geleen heeft bij besluit tot het ontslag op staande voet in aanmerking genomen:

- de functie van [verzoeker] als boa en de daaraan verbonden eisen op het gebied van integriteit en betrouwbaarheid;

- het gegeven dat boa’s in tweetallen werken waarbij onderling vertrouwen noodzakelijk is;

- dat [verzoeker] al eerder op 31 januari 2019 werd aangesproken op zijn gedrag en er op

1 november 2019 afspraken zijn gemaakt over de communicatie binnen het team.

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter:

Primair:

- het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen;

en verder om de gemeente Sittard-Geleen te veroordelen:

- om [verzoeker] toe te laten tot het werk op straffe van een dwangsom;

- tot doorbetaling van het loon en emolumenten vanaf 4 september 2020, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd;

- tot afgifte van loonstroken op straffe van een dwangsom;

- tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten;

- tot betaling van de nakosten en betekeningskosten;

- in de kosten van het geding.

3.2

Daarnaast heeft [verzoeker] (meer) subsidiaire verzoeken ingediend, onder andere tot betaling van een billijke vergoeding en een transitievergoeding.

3.3

De gemeente Sittard-Geleen heeft verweer gevoerd.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] zich eerst bij het gewijzigde verzoekschrift tot de juiste procespartij heeft gewend, namelijk de gemeente Sittard-Geleen (en niet het college van burgemeester en wethouders van die gemeente). Het gewijzigde verzoekschrift is buiten de vervaltermijn genoemd in 7:686a lid 4, aanhef en onder a, BW ingediend. De gemeente Sittard-Geleen heeft de kantonrechter verzocht daaraan de gevolgen te verbinden die hij geraden acht. De kantonrechter overweegt dat hij niet ambtshalve hoeft te toetsen of het verzoek binnen de hiervoor bedoelde vervaltermijn is ingediend. Omdat de gemeente Sittard-Geleen niet verzoekt om [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren en omdat er wel binnen de vervaltermijn een verzoekschrift is ingediend (zij het gericht aan het college), waarop door de gemeente Sittard-Geleen is gereageerd (en er dus voortvarend is geprocedeerd), ziet de kantonrechter geen grond om (ambtshalve) tot een niet-ontvankelijk verklaring over te gaan. Het verzoekschrift van [verzoeker] kan dus inhoudelijk worden behandeld.

4.2.

Uit artikel 7:681 lid 1 sub a BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, indien de werkgever opgezegd heeft in strijd met artikel 7:671 BW. De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer, tenzij sprake is van een opzegging op grond van artikel 7:677 lid 1 BW. In dit artikel is bepaald dat ieder van de partijen bevoegd is de arbeidsovereenkomst op grond van

een dringende reden op te zeggen, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Artikel 7:678 lid 1 BW beschouwt als dringende redenen voor een werkgever de daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer die tot gevolg hebben dat van deze werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij het antwoord op de vraag of er een dringende reden van voldoende gewicht aanwezig is, moeten de omstandigheden van het geval - waaronder de persoonlijke omstandigheden van de werknemer zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van onverwijlde opzegging - in onderling verband en samenhang in aanmerking genomen worden. Ook als de gevolgen ingrijpend zijn, kan afweging daarvan tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is.

4.3.

Voor de beoordeling van de vraag of de door de gemeente Sittard-Geleen aan [verzoeker] gedane opzegging rechtsgeldig is, zijn de redenen zoals vermeld in de brief van

4 september 2020 maatgevend. Kern van de verwijten aan het adres aan [verzoeker] is dat hij door de deelname aan en zijn uitlatingen op de WhatsAppgroep als ambtenaar van de gemeente niet integer heeft gehandeld, mede gelet op zijn functie als boa.

4.4.

Het begrip ‘integriteit’ in de gedragscode van de gemeente Sittard-Geleen wordt als volgt is gedefinieerd: ‘de mate waarin de ambtenaar vasthoudt aan normen en waarden, ook wanneer deze van buitenaf onder druk staan. De ambtenaar is eerlijk en betrouwbaar en laat zich niet omkopen. Daarbij legt hij verantwoording af over eigen gedrag en keuzes.’

4.5.

Niet in geschil is dat [verzoeker] als boa (extern) goed (dus ook: integer) heeft gefunctioneerd. Het verwijt/de verwijten van de gemeente Sittard-Geleen aan [verzoeker] ziet/zien op uitingen die niet naar buiten zijn gericht en waarvan ook niet de bedoeling was dat deze buiten de groep collega’s die deelnamen aan de WhatsAppgroep bekend zouden worden. Het verwijt ziet dus op (gesteld) niet integer handelen richting andere collega’s en de werkgever.

4.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat de uitlatingen van [verzoeker] genoemd onder 2.11 onbehoorlijk zijn en kwetsend. [verzoeker] heeft daarover in het gesprek op 27 augustus 2020 gezegd dat je dat soort bewoordingen niet mag gebruiken en dat hij zich daarvoor meerdere keren zou moeten excuseren, maar dat het niet de bedoeling was dat deze naar buiten zouden komen, dat de WhatsAppGroep privé was en dat hij de uitlatingen heeft gedaan uit frustratie.

4.7.

De kantonrechter is van oordeel dat de inhoud van de WhatsAppgroep in beginsel dient te worden beschouwd als privé en valt onder de bescherming van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De werkgever - een publiekrechtelijke rechtspersoon in dit geval - mag niet zomaar kennis nemen van de inhoud van een WhatsAppgesprek van een werknemer. Voor een inmenging in dit privéleven moet er een dwingende maatschappelijke behoefte bestaan. De inmenging in het privéleven moet met het nagestreefde doel bereikt worden en deze moet evenredig zijn gelet op het doel. Een inmenging is niet gerechtvaardigd als minder ingrijpende maatregelen voorhanden zijn om het doel te bereiken.

4.8.

De gemeente Sittard-Geleen heeft kennis genomen van de inhoud van de WhatsAppgroep omdat een collega van [verzoeker] melding heeft gemaakt van de Appgroep en de integrale gespreksgeschiedenis heeft verstrekt aan de gemeente. Het doel om kennis te nemen van de inhoud van de WhatsAppgroep is volgens de gemeente Sittard-Geleen om te toetsen of [verzoeker] zich heeft gehouden aan de integriteitsnormen.

4.9.

De gemeente Sittard-Geleen had op basis van de melding een vermoeden dat [verzoeker] bepaalde integriteitsnormen had geschonden. De gemeente Sittard-Geleen had ter staving van dit vermoeden [verzoeker] zelf om toestemming kunnen vragen of zij kennis mocht nemen van de inhoud van het WhatsAppgesprek. Dat was minder ingrijpend geweest, dan de wijze waarop het is gegaan; het namelijk zonder deze toestemming kennis nemen van de inhoud (en daar [verzoeker] vervolgens in een gesprek mee confronteren). Mogelijk had [verzoeker] geweigerd om toestemming te geven aan de gemeente om kennis te nemen van de inhoud van het WhatsAppgesprek, maar door deze stap over te slaan heeft de gemeente [verzoeker] niet in de gelegenheid gesteld deze toestemming voorafgaand te geven. Concluderend overweegt de kantonrechter dat de gemeente Sittard-Geleen een minder ingrijpende mogelijkheid om kennis te nemen van de inhoud van het WhatsAppverkeer heeft overgeslagen.

4.10.

De kantonrechter overweegt echter dat niet als algemene regel geldt dat de rechter geen acht mag slaan op onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal, voor zover daarvan al sprake is. In beginsel wegen het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid aan het licht komt, alsmede het belang dat partijen erbij hebben hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken, zwaarder dan het belang van uitsluiting van bewijs. Slechts indien sprake is van bijkomende omstandigheden, is uitsluiting van dat bewijs gerechtvaardigd. Dergelijke bijkomende omstandigheden doen zich in de voorliggende zaak niet voor. De leden van de WhatsAppgroep waren immers allen medewerkers van de gemeente Sittard-Geleen en in het WhatsAppgesprek werden veelvuldig werk gerelateerde zaken besproken. De tekst van de WhatsAppgroep mag daarom meewegen in de beoordeling van het verzoek. Dat de gemeente Sittard-Geleen niet eerst toestemming heeft gevraagd aan [verzoeker] om kennis te nemen van de inhoud van het gesprek weegt de kantonrechter in zijn beoordeling wel mee in het nadeel van de gemeente.

4.11.

Zoals [verzoeker] zelf ook heeft toegegeven had hij zich niet op hiervoor onder 2.11 weergegeven wijze moeten uiten, ook al waren die uitingen voortgekomen uit frustratie. Hetgeen [verzoeker] ten aanzien van [naam teammanager] heeft geappt is grof en bepaald niet te rechtvaardigen, ook omdat [verzoeker] zelf ter zitting heeft gezegd dat hij goed met haar kon opschieten en [naam teammanager] genoeg voor de kiezen krijgt. Als ambtenaar, en zeker als boa, had hij zich bewust moeten zijn van de strenge integriteitseisen, waaronder ook valt dat je je op behoorlijke manier moet uiten. [verzoeker] was eerder aangesproken op het niet op de juiste wijze uiten van kritiek en onvrede en hij is in onvrede blijven ‘hangen’. De uitingen van onvrede in de WhatsAppgroep heeft de (bestaande) onvrede wellicht enkel versterkt en daardoor bijgedragen aan een werksfeer waarin toch al problemen bestonden. [verzoeker] (en de andere boa’s die deelnamen) had(den) dit moeten inzien en elkaar hierop (op enig moment) moeten aanspreken.

4.12.

In het voordeel van [verzoeker] weegt de kantonrechter de volgende omstandigheden. Allereerst verwijst de kantonrechter naar hetgeen de gemeentesecretaris heeft gezegd in zijn gesprek op 8 september 2020 met [naam gemachtigde] , de voormalige gemachtigde van [verzoeker] . Daarin wordt door de gemeentesecretaris de volgende schets gegeven van werksituatie van de boa’s bij de gemeente Sittard-Geleen: “Hij (de gemeentesecretaris) zegt o.a. dat de werkzaamheden vaak lastig en ingrijpend zijn. In het handhavingsteam van de boa’s zijn relatief veel jonge mensen aan de slag, die wel voldoende kennis hebben maar nog onvoldoende beschikken over levenservaring. Dat wringt bij tijd en wijle en roept spanning op tussen de jongere en oudere boa collega’s met ervaring. Hij geeft aan dat er bij het handhavingsteam geen grote misstanden zijn c.q. ernstige incidenten hebben plaatsgevonden. Hij geeft wel toe dat er fouten worden gemaakt en heeft wel eens gezien dat er klachten zijn binnengekomen over handelingen van boa’s. Ook zijn er communicatie-problemen. Gelet op het spanningsveld waarin de boa’s verkeren is hij van mening dat er ook ruimte moet zijn voor de boa’s om zich in bepaalde situaties af te reageren. Dit moet kunnen. Hij valt niet over bepaalde scheldwoorden of ruzie maken. De vorige leidinggevende was niet de juiste persoon op de juiste plek bij het team Handhaving. Bewust is gekozen voor een jongere leidinggevende die afkomstig is uit het team Handhaving.”

4.13.

Uit dit citaat blijkt dat de gemeente Sittard-Geleen erkent dat de omstandigheden waarin boa’s werken lastig (kunnen) zijn, wat sinds de coronacrisis en het toezicht op de naleving van de daarop gerichte maatregelen - naar inschatting van de kantonrechter - zeker niet minder zal zijn geworden. [verzoeker] zelf is bovendien mishandeld tijdens zijn werk gedurende de carnavalsdagen in februari 2020. Hij heeft onweersproken aangegeven dat hij daarna niet of nauwelijks is opgevangen door de gemeente. Niet enkel extern, maar ook in de organisatie zelf waren er problemen.

Met andere woorden: er worden in het huidige tijdsgewricht in hoog tempo steeds meer toezichthoudende en handhavende taken en verantwoordelijkheden op de schouders van boa’s gelegd. Boa’s zijn vaak laagopgeleid en ervaren in hun taakuitoefening vaak nog onvoldoende opleiding, begeleiding en nazorg bij incidenten.

4.14.

Van belang is verder dat de uitlatingen van [verzoeker] zijn gedaan binnen een besloten WhatsAppgroep met slechts vijf deelnemers, vrienden van elkaar. Anders dan in januari 2019 heeft hij zich niet in het openbaar en in het bijzijn van anderen geuit. Dat de gemeente Sittard-Geleen van het bestaan en de gehele inhoud van Appverkeer op de hoogte is geraakt komt enkel doordat een van de voormalige deelnemers aan de Appgroep het gehele gesprek integraal aan de gemeente heeft verstrekt. Een medewerker die bovendien ook zelf heeft deelgenomen aan Appgroep.

Duidelijk werd ter zitting dat de leden van de Appgroep zich niet of nauwelijks bewust waren van het feit dat (onder meer) WhatsApp gesprekken in principe blijvend worden vastgelegd (en niet ‘vervliegen’ als ‘kroegpraat’) en dat (ambtelijke) integriteit zich in principe ook uitstrekt tot dit soort intieme gesprekken. De Appgroep bleek uiteindelijk een uitlaatklep voor frustraties over aspecten van het werk, maar overigens ook voor afspraken over vakanties, etentjes en relaties.

4.15.

De afweging die de kantonrechter moet maken is of het gedrag dermate ernstig is dat dit een ontslag op staande voet, de meest vergaande arbeidsrechtelijke sanctie, rechtvaardigt, met alle negatieve gevolgen voor [verzoeker] en voor zijn gezin. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend.

4.16.

De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval een andere, lichtere disciplinaire sanctie aan de orde is. [verzoeker] heeft een goede staat van dienst. Hij heeft zich in het openbaar niet grof of negatief over collega’s en leiding uitgelaten. De (zonder meer) grove uitlatingen in de WhatsAppgroep waren privé en waren als zodanig strijdig met de voor hem als ambtenaar geldende integriteitseisen, maar niet valt in te zien dat [verzoeker] niet te corrigeren zou zijn in dit gedrag. Het gegeven ontslag op staande voet is in dit geval buitenproportioneel.

Daarbij wegen ook zwaar de ernstige gevolgen van een dergelijk ontslag voor [verzoeker] en zijn gezin. [verzoeker] zal geen aanspraak kunnen maken op een uitkering. Verder laat de kantonrechter daarbij zwaar wegen dat de hele kwestie in de regionale pers is gekomen, waardoor het voor [verzoeker] lastig zal zijn om - ook al is er veel vraag naar boa’s - als boa bij een andere gemeente aan de slag te komen. Wat eerst een puur interne kwestie was (enkel bekend bij de betrokken medewerkers bij de Appgroep en de leidinggevenden van de gemeente Sittard-Geleen) is verworden tot een imagobeschadiging van [verzoeker] die hem mogelijk nog lang zal worden nagedragen. Niet kan worden vastgesteld dat [verzoeker] zelf een verwijt treft van het gegeven dat de kwestie in de pers is gekomen.

4.17.

De overige verweten gedragingen (het gestelde liegen over het moment waarop de Whatsappgroep is verwijderd - [verzoeker] heeft tijdens het gesprek gezegd ‘eind juli’, terwijl zijn laatste bericht dateert van 3 augustus 2020 - en het gestelde contact opnemen met collega’s over deze kwestie) acht de kantonrechter op zichzelf onvoldoende om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen.

4.18.

In het verlengde daarvan zal de kantonrechter ook het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afwijzen.

4.19.

Voor een ontbinding wegens wanprestatie op grond van artikel 7:686 BW is een ernstige tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst vereist. Onder verwijzing naar de overwegingen hiervoor acht de kantonrechter weliswaar een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst aanwezig ( [verzoeker] gedrag is verwijtbaar), maar is deze niet dermate ernstige dat deze een ontbinding rechtvaardigt mede gelet op de gevolgen van een ontbinding voor [verzoeker] . Datzelfde geldt voor de verzochte ontbinding wegens verwijtbaar handelen (artikel 7:669, derde lid, aanhef en onder e, BW). Het moet dan immers gaan om dermate verwijtbaar handelen of nalaten, dat het van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Hiervan is geen sprake.

4.20.

Er is verder niet voldaan aan de vereisten voor een ontbinding wegens disfunctioneren (artikel 7:669 lid 3, aanhef en onder d, BW). Niet in geschil is dat [verzoeker] vakinhoudelijk naar behoren functioneerde (verweerschrift onder 58). Hoewel [verzoeker] een verwijt treft door zich onbehoorlijk uit te laten over collega’s en de leiding had de gemeente Sittard-Geleen - voor zover dit gedrag beschouwd kan worden als disfunctioneren - [verzoeker] de kans moeten bieden zich op dat vlak te verbeteren. De eerdere waarschuwing daterend van januari 2019 kan niet worden beschouwd als een aan [verzoeker] geboden kans zijn functioneren te verbeteren.

4.21.

De kantonrechter wijst ook de verzochte ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsverhouding af (artikel 7:669, derde lid, aanhef en onder g, BW). Er is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, maar niet zodanig dat het van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [verzoeker] heeft excuses aangeboden en erkend dat zijn uitlatingen ontoelaatbaar zijn. [verzoeker] heeft hiermee inzicht in zijn eigen handelen getoond. Er is niet gepoogd de verstoorde arbeidsverhouding te herstellen, al dan niet door bemiddeling. Er heeft ook geen onderzoek plaats gevonden of [verzoeker] elders bij de gemeente kan worden geplaatst of bij een andere organisatie kan worden gedetacheerd. Er is gegrepen naar de uiterste arbeidsrechtelijke sanctie, een ontslag op staande voet (de verzochte voorwaardelijke ontbinding is daarvan een voortvloeisel), zonder eerst een minder vergaande sanctie op te leggen.

4.22.

Gelet op hetgeen de kantonrechter hiervoor heeft overwogen zal de verzochte ontbinding op de i-grond eveneens worden afgewezen.

4.23.

Het primaire verzoek tot vernietiging van de opzegging zal worden toegewezen. Het verzoek tot toelating tot de werkplek zal worden toegewezen, voor zover [verzoeker] arbeidsgeschikt is. De verzochte veroordeling tot loondoorbetaling zal ook worden toegewezen. De wettelijke verhoging zal de kantonrechter matigen tot 10% omdat niet kan worden gezegd dat [verzoeker] geen verwijt treft. De wettelijke rente over het loon en de wettelijke verhoging zal worden toegewezen. De verzochte veroordeling tot afgifte van loonstroken zal de kantonrechter toewijzen. [verzoeker] heeft ook verzocht om toekenning van dwangsommen. De kantonrechter zal het verzoek op dit punt afwijzen, omdat de kantonrechter er vanuit gaat dat de het opleggen van dwangsommen aan de gemeente Sittard-Geleen - als behoorlijk handelende publiekrechtelijke rechtspersoon - niet nodig zal zijn (zou hoeven zijn) en de gemeente Sittard-Geleen gevolg zal geven aan op haar rustende plichten in verband met de ziekmelding en de plicht tot verstrekking van loonstroken. Ook zal het opleggen van dwangsommen de verhoudingen enkel verder vertroebelen.

4.24.

Het verzoek tot veroordeling van de gemeente Sittard-Geleen in de buitengerechtelijke kosten van € 2.833,20 zal de kantonrechter afwijzen omdat dit verzoek op dit punt onvoldoende is onderbouwd.

4.25.

De gemeente Sittard-Geleen zal worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden begroot € 83,- aan griffierecht en € 720,- aan salaris gemachtigde.

4.26.

De gemeente Sittard-Geleen zal op na te melden wijze worden veroordeeld in de nakosten.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

vernietigt de opzegging / het ontslag op staande voet;

5.2.

veroordeelt de gemeente Sittard-Geleen tot betaling van het loon van [verzoeker] van € 3.863,51 bruto per maand, onder gelijktijdige afgifte van een correcte bruto-netto specificatie, vanaf 4 september 2020, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ingevolge artikel 7:625 BW van maximaal 10% en wettelijke rente over het loon en de wettelijke verhoging vanaf de verzuimdata tot de dag der algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt de gemeente Sittard-Geleen [verzoeker] toe te laten tot de bedongen arbeid, zodra hij weer arbeidsgeschikt is;

5.4.

veroordeelt de gemeente Sittard-Geleen tot betaling van de proceskosten van [verzoeker] van € 803,-;

5.5.

veroordeelt de gemeente Sittard-Geleen, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door [verzoeker] volledig aan deze beschikking voldoet, in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op:

- € 120,-- aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van deze beschikking;

5.6.

verklaart de onderdelen 5.2 tot en met 5.5 van deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

wijst het voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de gemeente Sittard-Geleen af;

5.8.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.

BM