Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:9399

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
17-12-2020
Zaaknummer
8326784 CV EXPL 20-702
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanneming van werk. Eiser onvoldoende invulling gegeven aan stelplicht. Stellingen onvoldoende feitelijk onderbouwd en uitgewerkt. Door de gegeven summiere toelichting onduidelijk wat de inhoud van de mondeling gesloten aannemingsovereenkomsten was. Wie welke werkzaamheden wanneer precies moest uitvoeren is onduidelijk. Daardoor kan niet beoordeeld worden of (één van de) partijen tekort is/ zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen voortvloeiende uit die overeenkomsten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8326784 CV EXPL 20-702

Vonnis van de kantonrechter van 25 november 2020

in de zaak van

1 [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ,

2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2],

beiden wonend aan de [adres 1] , [woonplaats] ,

eisers in conventie, verweerders in reconventie,

gemachtigde mr. M.F.E. Sprenkels,

tegen

1. [gedaagde sub 1], handelend onder de naam [handelsnaam 1],

gevestigd en kantoorhoudend aan de [adres 2] , [vestigingsplaats 1] ,

gedaagde,

gemachtigde mr. D.G. Rosenquist,

2. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2], handelend onder de naam [handelsnaam 2],

gevestigd en kantoorhoudend aan de [adres 3] , [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

gemachtigde mr. R.E.A. Ruiter,

3 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] , handelend onder de naam [handelsnaam 3] ,

gevestigd en kantoorhoudend aan de [adres 4] , [vestigingsplaats 3] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

gemachtigde mr. M.J.M.H. Nass.

Partijen worden hierna de heer en mevrouw [eisers in conventie, verweerders in reconventie] (eisers gezamenlijk en in enkelvoud: [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ), [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1]

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2]

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3]

  • -

    de akte overlegging producties van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie

- de rolbeslissing waarbij een mondelinge behandeling is bepaald

- de pleitnota van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 september 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[naam bedrijf 1] te [vestigingsplaats 4] heeft ten behoeve van de nieuw te bouwen woningen aan de [adres 5] te [plaats] in opdracht van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] een ontwerp gemaakt en daarvoor tekeningen aangeleverd. Vervolgens is de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] voor de realisatie van de woningen met diverse partijen in zee gegaan en heeft daartoe mondelinge aannemingsovereenkomsten gesloten.

2.2.

De heer [naam] van [naam bedrijf 2] heeft bij emailbericht van 30 juni 2017 aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] meegedeeld dat er hoogteverschillen zijn tussen de verschillende dakvlakken.

2.3.

De gemachtigde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft een expertise laten uitvoeren door [naam bedrijf 3] , die op 2 augustus 2017 een rapportage heeft opgesteld en waarbij de totale herstelkosten zijn begroot op € 20.053,45 inclusief btw.

2.4.

Op verzoek van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft de kantonrechter van deze rechtbank bij beschikking van 5 januari 2018 de heer L.G.M. Bremen (Bremen Bouwadviseurs) tot deskundige benoemd. De heer Bremen heeft op 27 juli 2018 zijn definitieve rapportage opgesteld en concludeert kort samengevat:

  • -

    ontwerpgebrek (hellingshoek dakschilden) door architect;

  • -

    slechte uitvoeringscoördinatie en kwaliteitscontrole tijdens de voorbereiding en uitvoering door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ;

  • -

    geen (kennis)ervaring van [handelsnaam 3] met de snijlijnen van de noordhoeken;

  • -

    niet goed uitgevoerde dakvoeten van beide woningen;

  • -

    er treden geen dak-lekkages op aan beide woningen.

De heer Bremen raamt de herstelkosten op € 6.764,00.

2.5.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] kan zich niet verenigen met een aantal bevindingen van Bremen en is van mening dat het rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen, onvolledig is en dat de deskundige buiten de vraagstelling van de kantonrechter is getreden.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Tegen de achtergrond van deze vaststaande feiten vordert [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    te verklaren voor recht dat [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] aansprakelijk worden geacht wegens (een) tekortkoming(en) in de nakoming van de met [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gesloten (aanneming)overeenkomst(en),

  • -

    te verklaren voor recht dat de totale door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geleden schade als gevolg van (een) tekortkoming(en) in de nakoming van de (aanneming)overeenkomst(en) € 21.242,60 bedraagt,

  • -

    te verklaren voor recht dat [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] primair ieder hoofdelijk voor de gehele schade aansprakelijk zijn, subsidiair dat zij aansprakelijk zijn voor een door de rechtbank te bepalen aandeel,

  • -

    hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] primair tot voldoening van € 21.242,60 en subsidiair tot voldoening van het door de rechtbank te bepalen aandeel van het bedrag van € 21.242,60, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening,

  • -

    veroordeling van [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] tot betaling van de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

[gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] hebben ieder afzonderlijk verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] tot betaling van € 922,31 aan onbetaald gelaten factuur, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 23 juni 2017 tot de dag van algehele voldoening, alsmede tot betaling van de proceskosten en nakosten.

3.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tot betaling van:

  • -

    € 2.767,00 aan onbetaald gelaten factuur binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, vermeerderd met primair de contractuele rente en subsidiair de wettelijke rente vanaf de datum van verzuim tot de dag van algehele voldoening,

  • -

    primair € 852,60 en subsidiair € 625,00 aan buitengerechtelijke kosten binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente,

  • -

    de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente en de nakosten.

3.6.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft verweer gevoerd.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Als enerzijds gesteld door [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] en anderzijds niet door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] weersproken staat vast dat zij een aannemingsovereenkomst hebben gesloten met de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] en dat mevrouw [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] daarbij geen partij was. Het zijn van echtgenote, ongeacht het huwelijksgoederenregime, of mede-eigenaar van de gebouwde woningen maakt het vorenstaande niet anders. Dit brengt mee dat mevrouw [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering.

4.2.

Voordat beoordeeld kan worden of partijen tekortgeschoten zijn in de nakoming van de overeenkomst, dient allereerst vast komen te staan wat tussen partijen (mondeling) is overeengekomen. De kantonrechter overweegt dat ingevolge artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast van de inhoud van de aannemingsovereenkomsten, die door [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] gemotiveerd worden betwist, op de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] rust. Het is aan de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] om te stellen, te onderbouwen en bij betwisting te bewijzen wat hij met [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] mondeling is overeengekomen en wat hij hen precies verwijt. De kantonrechter stelt daarbij voorop dat bewijslevering slechts in aanmerking komt als het gaat om stellingen die de partij in kwestie voldoende onderbouwd aan de rechter heeft voorgelegd (HR 16 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG3582 en HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY2581). Van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] mag in dit verband verwacht worden dat hij de gestelde overeenkomsten “inkleurt” door feiten en omstandigheden te stellen en dit naar vermogen staaft met stukken.

4.3.

De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] verwijt [gedaagde sub 1] dat hij in zijn hoedanigheid van architect een ontwerpfout heeft gemaakt bij de tekening/berekening van het dak. [gedaagde sub 1] betwist betrokken te zijn geweest bij het ontwerp (het tekenen en berekenen) en stelt niet de architect van de woningen te zijn. [gedaagde sub 1] stelt uitsluitend de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] geholpen te hebben bij het vergunningstraject bij de gemeente Simpelveld en later tijdens de bouw met het vinden van een oplossing toen de gemeente de bouw had stilgelegd wegens problemen met de fundering. [gedaagde sub 1] stelt voor meer werkzaamheden geoffreerd te hebben (productie 3 conclusie van antwoord), maar dat vanwege kostenoverwegingen de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] enkel opdracht heeft gegeven en getekend heeft voor het opstellen van de stukken voor verkrijging van de omgevingsvergunning (productie 4 conclusie van antwoord). [gedaagde sub 1] heeft de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] erop gewezen dat de tekeningen uit het vergunningstraject niet volstaan en dat voor de daadwerkelijke uitvoering uitvoeringstekeningen van belang zijn. [gedaagde sub 1] heeft geen opdracht gekregen voor het maken van uitvoeringstekeningen. [gedaagde sub 1] stelt dat hij aan het ontwerp an sich niets veranderd heeft. [naam bedrijf 4] heeft aanpassingen aan de tekeningen doorgevoerd en ingediend in het kader van het vergunningstraject. [gedaagde sub 1] is hierbij niet betrokken geweest.

4.4.

De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] stelt dat hij met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] een aannemingsovereenkomst heeft gesloten voor het maken van het dak op de nieuwbouwwoningen aan [adres 5] te [plaats] . Vanwege tijdsgebrek aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] zijn alleen de balken geplaatst en de goot gemaakt. De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] opdracht gegeven om het dak af te maken. Volgens de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] rustte op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] een waarschuwingsplicht en hadden zij op enig moment moeten onderkennen dat er fouten/gebreken kleefden aan de berekeningen/constructie waarvan zij meteen melding hadden moeten doen aan de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] .

4.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] betwist verantwoordelijk te zijn voor de realisatie van het dak en voor de kwaliteit van het dakwerk en/of het uitlijnen en laten aansluiten van de noordhoeken van het dak op de gebouwhoeken. Dat was geen onderdeel van de opdracht en dat werk is ook niet door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] gerealiseerd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] stelt dat de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] bouwvertraging had opgelopen waardoor de aanvankelijk gesloten overeenkomst van aanneming van april 2016 niet kon worden uitgevoerd, omdat de maanden nadien de agenda van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] volstond met aangenomen werk van andere opdrachtgevers. Partijen hebben in juni 2016 een nieuwe overeenkomst gesloten, inhoudende dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] enkel de gordingen (balken) van het dak zou leggen op de stalen spanten van de woningen en later - nadat een andere aannemer het dak had gemaakt - dakgoten zou timmeren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] stelt in februari 2017 het werk zoals in juni 2016 overeengekomen te hebben uitgevoerd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] heeft op de stalen spanten die door derden zijn gezet de gordingen aangebracht geheel overeenkomstig de aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] daarvoor verstrekte bouwtekening. Later heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] nog de dakgoten gemaakt. Op verzoek van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] deze uitgevoerd in de breedte van 32 cm in plaats van de op de tekening voorziene 40 cm. Dit vanuit de wens van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] om een besparing te realiseren op materiaalkosten alsmede vanwege het feit dat door een derde het zinkwerk onjuist was ingemeten en dit zinkwerk niet in de dakgoten paste. Het leggen van de gordingen en het vervaardigen van de dakgoten is geheel overeenkomstig de opdracht van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] uitgevoerd, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] .

4.6.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] betwist dat hij van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] opdracht heeft gekregen om de daken van de adressen [adres 5] te [plaats] af te maken. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] stelt dat hij van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] de opdracht heeft gekregen om de daken te dichten en verwijst naar de door hem als productie 1 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie tussen partijen gevoerde whatsappcorrespondentie. Voorts merkt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] op dat er zeer veel partijen betrokken zijn geweest bij de bouw van de woningen en verzoekt hij de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] dan ook inzicht te geven welke partij welke werkzaamheden aan het dak heeft verricht.

4.7.

De vorderingen van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] zijn gegrond op gestelde mondelinge aannemingsovereenkomsten. Daar waar schriftelijke overeenkomsten ontbreken en de vorderingen zijn gebaseerd op mondeling tot stand gekomen overeenkomsten had het op de weg van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] gelegen feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit de gevolgtrekking kan worden gemaakt dat de door hem bedoelde mondelinge overeenkomsten zijn gesloten. Hetgeen door de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] hieromtrent is gesteld in de dagvaarding is bijzonder summier. Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] zijn stellingen bij gelegenheid van de mondelinge behandeling niet nader verduidelijkt en gedetailleerd dan wel gedocumenteerd. Het had - in het licht bezien van de gedetailleerde en uitvoerige verweren van [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] en de door hen in het geding gebrachte bescheiden - op de weg van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] gelegen zijn stellingen van een nadere concretisering en feitelijke uitwerking en onderbouwing te voorzien. Het betreffen blote stellingen, hetgeen gelet op de (onderbouwde) betwistingen van [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] onvoldoende is. Door de gegeven summiere toelichting is het voor de kantonrechter nog steeds onduidelijk wat de inhoud van de mondeling gesloten aannemingsovereenkomsten was. Wie welke werkzaamheden wanneer precies moest uitvoeren is onduidelijk. Daardoor kan de kantonrechter niet beoordelen of (één van de) partijen tekort is/ zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen voortvloeiende uit die overeenkomsten. Nu de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] zijn stellingen onvoldoende (feitelijk) onderbouwd en uitgewerkt heeft en aldus onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn stelplicht, ziet de kantonrechter geen aanleiding hem toe te laten tot bewijslevering. Voor zover de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] op dit punt bewijs heeft aangeboden, wordt dat aanbod dan ook gepasseerd.

4.8.

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de vorderingen van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] zullen worden afgewezen. Hetgeen partijen verder hebben aangevoerd, behoeft gelet op het vorenstaande geen bespreking.

4.9.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, met dien verstande dat de kantonrechter een half procespunt voor de mondelinge behandeling zal toekennen, nu deze in conventie en in reconventie gelijktijdig heeft plaatsgevonden. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] worden ieder tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 720,00 aan salaris gemachtigde (1,5 punt x

€ 480,00). De door [gedaagde sub 1] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen. De door [gedaagde sub 1] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de door [gedaagde sub 1] gevorderde wettelijke rente over de nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

in reconventie

de vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2]

4.10.

De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] erkent dat hij de factuur van 8 juni 2017 van € 922,31 onbetaald heeft gelaten en beroept zich op zijn opschortingsrecht. De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] heeft niet betwist dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] (timmer)werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de dakgoot, maar stelt dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] omdat de afmeting van de gootbak niet conform de tekening is. De bak is te smal en kan bij hevige regenval het hemelwater niet verwerken. Dat de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] daarover (telefonisch) heeft geklaagd bij (de dochter van) [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] is gelet op de betwisting van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] niet komen vast te staan en heeft de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ook anderszins niet aannemelijk gemaakt. De stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] dat de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] verzocht heeft om smallere goten heeft de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] slechts bloot betwist.

4.11.

Wat de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] bedoelt met de opmerking in zijn conclusie van antwoord in reconventie dat de factuur inclusief btw is, is bij gebreke van een nadere toelichting, niet gebleken. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in ieder geval gesteld dat hij btw heeft afgedragen. Weliswaar is in randnummer 105 van de conclusie van eis in reconventie vermeld dat het factuurbedrag exclusief btw is, maar uit de factuur zelf blijkt dat de btw is inbegrepen.

4.12.

Het vorenstaande brengt met zich dat het gevorderde factuurbedrag van € 922,31 inclusief btw zal worden toegewezen.

4.13.

De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] heeft zich in de correspondentie (e-mail en brief) met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] gepresenteerd als [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] Vastgoed en kan dan ook niet als consument beschouwd worden. De door het enkele betalingsverzuim verschuldigde wettelijke handelsrente ligt voor toewijzing gereed.

4.14.

De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, met dien verstande dat de kantonrechter een half procespunt voor de mondelinge behandeling zal toekennen, nu deze in conventie en in reconventie gelijktijdig heeft plaatsgevonden. De kosten aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 180,00 salaris gemachtigde (1,5 punt x tarief € 120,00). De door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

de vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3]

4.15.

De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] heeft erkend nog een restantbedrag van € 2.767,00 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] verschuldigd te zijn. Nu de vordering in conventie is afgewezen en verrekening aldus niet aan de orde is, zal dit bedrag worden toegewezen. De daarover gevorderde contractuele rente ligt eveneens voor toewijzing gereed.

4.16.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief van € 401,70.

4.17.

De heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, met dien verstande dat de kantonrechter een half procespunt voor de mondelinge behandeling zal toekennen, nu deze in conventie en in reconventie gelijktijdig heeft plaatsgevonden. De kosten aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 315,00 salaris gemachtigde (1,5 punt x tarief € 210,00). De door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] gevorderde nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

verklaart mevrouw [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] niet-ontvankelijk in haar vorderingen,

5.2.

wijst de vorderingen van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] af,

5.3.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] in de aan de zijde van [gedaagde sub 1] gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 720,00, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na die betekening tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door [gedaagde sub 1] volledig aan de veroordeling hiervoor onder 5.3. voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 120,00 aan salaris gemachtigde, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na die aanschrijving te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag daarna tot de dag van volledige betaling,

- te vermeerderen, indien vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de kosten van dat exploot, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na die betekening te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag daarna tot de dag van voldoening,

5.5.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] in de aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 720,00,

5.6.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] volledig aan de veroordeling hiervoor onder 5.5. voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 120,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de kosten van dat exploot,

5.7.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] in de aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 720,00, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na die betekening tot de dag van volledige betaling,

5.8.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] volledig aan de veroordeling hiervoor onder 5.7. voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 120,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de kosten van dat exploot,

5.9.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

5.10.

wijst af het meer of anders gevorderde.

in reconventie

5.11.

veroordeelt de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] om tegen bewijs van kwijting aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] te betalen

€ 922,31, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 23 juni 2017 tot de dag van algehele voldoening,

5.12.

veroordeelt de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] in de aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 180,00,

5.13.

veroordeelt de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] volledig aan de veroordelingen hiervoor onder 5.11. en 5.12. voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 60,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de kosten van dat exploot,

5.14.

veroordeelt de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] om binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] tegen bewijs van kwijting te betalen € 3.168,70, bestaande uit € 2.767,00 aan restant factuurbedrag en € 401,70 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de contractuele rente over € 2.767,00 vanaf de datum van verzuim en de wettelijke rente over

€ 401,70 vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening,

5.15.

veroordeelt de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] in de aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 315,00, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na die betekening tot de dag van volledige betaling,

5.16.

veroordeelt de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3] volledig aan de veroordelingen hiervoor onder 5.14. en 5.15. voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 105,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de kosten van dat exploot,

5.17.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

5.18.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken.

CJ