Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:9364

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
08-12-2020
Zaaknummer
C/03/255795 / HA ZA 18-502
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Letselschade, obstacle run, zorgplicht, feitelijke toedracht, electronisch contracteren, algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0934
NJF 2021/81
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 25 november 2020

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/03/255795 / HA ZA 18-502 van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. F.C. Schirmeister te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAVEMANRUN B.V.,

gevestigd te Valkenburg aan de Geul,

gedaagde,

advocaat mr. J. Veenis te Amsterdam,

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer C/03/261041 / HA ZA 19-119 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAVEMANRUN B.V.,

gevestigd te Valkenburg aan de Geul,

eiseres,

advocaat mr. J. Veenis te Amsterdam,

tegen

1 de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],
vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [gedaagde sub 3],
vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats 3] ,

gedaagden,

advocaat mr. E.P.M.J. Prop te Bergen op Zoom.

Partijen zullen hierna [eiseres] , Cavemanrun B.V. en [gedaagde sub 1] c.s. genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 16 januari 2019;

  • -

    de conclusie van antwoord en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 10;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 29 augustus 2019;

  • -

    het proces-verbaal van de voortzetting comparitie van 17 juni 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 4;

  • -

    de conclusie van antwoord met de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 3;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 29 augustus 2019;

  • -

    het proces-verbaal van de voortzetting comparitie van 17 juni 2020.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

Cavemanrun B.V. organiseert sinds 2014 jaarlijks in Valkenburg aan de Geul de Cavemanrun, een hardloopevenement waarbij de deelnemers onderweg diverse obstakels tegenkomen.

3.2.

De echtgenoot van [eiseres] heeft haar samen met elf anderen als team via de website van Cavemanrun B.V. aangemeld als deelnemer voor de Cavemanrun op
25 juni 2016. In het online inschrijfformulier staan de volgende passages:

Akkoordverklaring

Ik ga akkoord met de algemene voorwaarden zoals vermeld op www.caveman-run.nl en zal hiervan de teamleden ook op de hoogte brengen” en

Deelnemersgegevens team M01

De bovengenoemde deelnemer is op de hoogte van de algemene voorwaarden zoals vermeld op www.caveman-run.nl en gaat hiermee akkoord

De echtgenoot van [eiseres] heeft beide hokjes aangevinkt.

3.3.

[eiseres] heeft op 25 juni 2016 met haar team deelgenomen aan de Cavemanrun. Het laatste obstakel van deze run betrof een uit steigermateriaal opgetrokken springplateau van ongeveer vijf meter hoog. Het plateau diende aan de achterkant beklommen te worden middels een touwnet. Vervolgens kon dit plateau worden verlaten door aan de voorkant naar beneden te springen op een groot luchtkussen, een zogeheten ‘Big Airbag’ (hierna: “de Big Airbag”). Bij de landing op de Big Airbag heeft [eiseres] een dubbele beenbreuk opgelopen.

3.4.

[eiseres] heeft Cavemanrun B.V. aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en te lijden schade ten gevolge van dit letsel. Cavemanrun B.V. heeft de aansprakelijkheid afgewezen.

4 Het geschil

In de hoofdzaak

4.1.

[eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Cavemanrun B.V. veroordeelt tot vergoeding van de schade die [eiseres] als gevolg van het ongeval van
25 juni 2016 heeft geleden, de schadevergoeding nader op te maken bij staat, alsmede Cavemanrun B.V. veroordeelt in de kosten van de procedure, het nasalaris van de advocaat van [eiseres] daaronder begrepen.

4.2.

[eiseres] stelt dat de Big Airbag onvoldoende met lucht was gevuld, waardoor haar val in onvoldoende mate werd opgevangen en zij met haar benen de grond kon raken. Daarmee heeft Cavemanrun B.V. haar zorgplicht om voor een voldoende veilig parcours te zorgen jegens de deelnemers van de Cavemanrun niet behoorlijk nageleefd. [eiseres] houdt Cavemanrun B.V. zowel op grond van artikel 6:74 BW als op grond van artikel 6:162 BW en 6:173 BW aansprakelijk voor de door haar geleden schade.

4.3.

Cavemanrun B.V. voert verweer. Cavemanrun B.V. stelt niet aansprakelijk gesteld te kunnen worden op grond van haar algemene voorwaarden. Zij betwist de toedracht van het ongeval zoals door [eiseres] is aangevoerd.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In de vrijwaring

4.5.

Cavemanrun B.V. vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om aan haar te betalen datgene, waartoe Cavemanrun B.V. in de hoofdzaak wordt veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, alsmede de kosten van deze procedure.

4.6.

Cavemanrun B.V. legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met [gedaagde sub 1] c.s. een overeenkomst tot het aanleveren en plaatsen van de Big Airbag heeft gesloten, alsmede dat [gedaagde sub 1] c.s. de deelnemers aan de Cavemanrun dienden te begeleiden bij de afsprong van de Big Airbag en van instructies moesten voorzien. Cavemanrun B.V. is van mening dat [gedaagde sub 1] c.s. hierin zijn tekortgeschoten.

4.7.

[gedaagde sub 1] c.s. voeren verweer.

4.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in de hoofdzaak

De algemene voorwaarden

Toepasselijk?

5.1.

Cavemanrun B.V. heeft een beroep gedaan op haar algemene voorwaarden, zoals die golden in 2016 (productie 7 bij conclusie van antwoord). In de algemene voorwaarden is iedere aansprakelijkheid uitgesloten en daarin is opgenomen dat deelname op eigen risico is. In het bijzonder beroept zij zich op de volgende bepalingen, voor zover hier relevant:

“Artikel 2: Deelname

2.1.

Bij inschrijving verklaart de deelnemer zich akkoord met het onderstaande reglement:

2.2.

Deelname aan de Desperados Caveman Run is geheel op eigen risico.

De Deelnemer mag aan het Evenement slechts deelnemen, indien hij het daartoe strekkende inschrijfformulier volledig en naar waarheid heeft ingevuld, indien het inschrijfgeld uiterlijk twee weken voor datum van het Evenement volledig is voldaan en indien de Deelnemer akkoord is gegaan met de algemene voorwaarden.

Artikel 3: Aansprakelijkheid

(…)

3.3 (…)

De deelnemer is zich volledig bewust van alle risico’s die deelname met zich mee brengt. De deelnemer waakt over hun eigen veiligheid en de veiligheid van overige deelnemers.

3.4.

De organisatie is in geen geval aansprakelijk voor ongevallen of schade dan wel verlies en/of diefstal van persoonlijke voorwerpen van de deelnemer.

Deelnemers moeten onverwijld de aanwijzingen van de organisatie opvolgen.(...)

5.2.

[eiseres] stelt dat Cavemanrun B.V. zich niet kan beroepen op haar algemene voorwaarden, omdat deze volgens haar niet op de juiste wijze zijn voorgehouden aan de deelnemers en daarom geen deel uitmaken van de tussen partijen bestaande rechtsverhouding.

5.3.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de algemene voorwaarden van Cavemanrun B.V. van toepassing zijn op de tussen partijen bestaande rechtsverhouding. [eiseres] heeft haar echtgenoot een volmacht gegeven om haar – als lid van de groep – in te schrijven voor deelname aan de Cavemanrun, zonder dat zij daarbij enig voorbehoud heeft gemaakt en zonder zelf informatie in te winnen over de voorwaarden waaronder zij werd ingeschreven. De stelling van [eiseres] dat zij een consument is en de volmacht daarom niet zou gelden, vindt geen steun in het recht. De echtgenoot van [eiseres] heeft bij het verrichten van de online-inschrijving als gevolmachtigde namens haar ingestemd met de van toepassing verklaring van de algemene voorwaarden van Cavemanrun B.V. op de rechtsverhouding tussen Cavemanrun B.V. en [eiseres] en heeft haar daarom gebonden aan deze algemene voorwaarden.

Vernietigbaar op grond van artikel 6:233 sub b BW?

5.4.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of [eiseres] terecht een beroep doet op de vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden van Cavemanrun B.V.

5.5.

Ingevolge artikel 6:233 onder sub b, BW is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. De vraag wanneer een redelijke mogelijkheid wordt geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, moet beantwoord worden aan de hand van (de sinds 1 januari 2014 geldende versie van) artikel 6:234 BW. In het eerste lid onder a wordt als hoofdregel voorop gesteld dat hieraan is voldaan, indien algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst schriftelijk ter hand worden gesteld. De voordelen van het sluiten van overeenkomsten langs elektronische weg zouden echter grotendeels teniet worden gedaan, indien voor of bij het sluiten van die overeenkomst de algemene voorwaarden in schriftelijke vorm ter beschikking moeten worden gesteld. Om deze reden is in het huidige artikel 6:234 lid 2 BW bepaald dat indien de overeenkomst langs elektronische weg tot stand komt, de algemene voorwaarden ook voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking kunnen worden gesteld. De voorwaarde hiervoor is dat dit geschiedt op een zodanige wijze dat de algemene voorwaarden door de wederpartij kunnen worden opgeslagen en voor hem toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij heeft bekend gemaakt waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen, alsmede dat zij op verzoek langs elektronische weg of op andere wijze zullen worden toegezonden.

Indien de voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking zijn gesteld, zijn de bedingen tevens vernietigbaar indien de gebruiker de voorwaarden niet op verzoek van de wederpartij onverwijld op zijn kosten langs elektronische weg of op andere wijze aan haar toezendt.

5.6.

Cavemanrun B.V. heeft aangevoerd, dat zowel bij de – verplichte – vermelding van de gegevens van de individuele deelnemers als bij de uiteindelijke bevestiging van de groepsinschrijving de inschrijver door middel van het aanvinken van een vakje niet alleen dient te bevestigen dat deze akkoord gaat met de algemene voorwaarden, maar ook dat deze de teamleden daarvan op de hoogte zal brengen en dat de betreffende (individuele) deelnemers eveneens akkoord zijn met de algemene voorwaarden. De inschrijver van de groep van [eiseres] heeft de betreffende onderdelen aangevinkt.

5.7.

De rechtbank stelt vast dat in het inschrijfformulier zelf geen button of link opgenomen is waarop kan worden geklikt om de algemene voorwaarden te bekijken. De algemene voorwaarden verschijnen ook niet automatisch. De algemene voorwaarden zijn wel te vinden op de website van Cavemanrun B.V. en hiernaar is in de onderdelen van het inschrijfformulier, zoals hierboven aangehaald verwezen. [eiseres] heeft niet betwist de stelling van Cavemanrun B.V. dat de voorwaarden op die website in 2016 op eenvoudig wijze teruggevonden konden worden en op die plaats eenvoudig te downloaden waren. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de wijze waarop de algemene voorwaarden daarmee aan [eiseres] ter beschikking zijn gesteld aan de regels die gelden voor het elektronisch ter beschikking stellen van algemene voorwaarden.

Vernietigbaar op grond van artikel 6:233 sub a BW jo. artikel 6:237 sub f BW?

5.8.

Vervolgens staat ter beoordeling of het beroep van Cavemanrun B.V. op de exoneratie van haar aansprakelijkheid “voor ongevallen of schade” gerechtvaardigd is.

Op grond van artikel 6:233 aanhef en onder a BW is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijdse kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. In – het door [eiseres] aangehaalde – artikel 6:237 BW, aanhef en onder sub f, is bepaald dat bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, een in de algemene voorwaarden voorkomend beding dat de gebruiker of een derde geheel of ten dele bevrijdt van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Dit wettelijk vermoeden, waar de rechtbank vanuit moet gaan, kan door de gebruiker worden weerlegd, waarbij alle omstandigheden van het geval een rol kunnen spelen.

5.9.

[eiseres] stelt dat Cavemanrun B.V. de Big Airbag, waarop zij is gesprongen, onvoldoende met lucht had gevuld, waardoor haar val in onvoldoende mate werd opgevangen en zij met haar benen de grond heeft geraakt, waardoor haar kwetsuur is ontstaan. Volgens [eiseres] heeft Cavemanrun B.V. daarmee haar zorgplicht jegens de deelnemers om voor een voldoende veilig parcours te zorgen niet behoorlijk nageleefd.

5.10.

Indien komt vast te staan dat de Big Airbag daadwerkelijk onvoldoende met lucht was gevuld en Cavemanrun B.V. aldus nalatig is geweest, dan komt Cavemanrun B.V. naar het oordeel van de rechtbank geen beroep op de uitsluiting van aansprakelijkheid toe. De aan haar dan toe te rekenen fout is dan van te ernstige aard om het vermoeden weerlegd te kunnen beoordelen, gelet op hetgeen Cavemanrun B.V. op dit punt heeft aangevoerd.

De feitelijke toedracht

5.11.

Het vorenstaande brengt met zich dat onderzoek moet worden gedaan naar de door [eiseres] gestelde feitelijke toedracht. Die toedracht wordt door Cavemanrun B.V. betwist en staat daarom op dit moment niet vast.

5.12.

De rechtbank is van oordeel dat uit de door [eiseres] overgelegde schriftelijke verklaringen niet blijkt dat [eiseres] de grond heeft geraakt bij de landing op de Big Airbag. Aan de hand daarvan kan dus niet worden vastgesteld dat de breuk is ontstaan doordat de grond is geraakt. Evenmin kan aan de hand daarvan worden vastgesteld dat dit kon gebeuren doordat de Big Airbag onvoldoende was opgepompt en haar val daardoor in onvoldoende mate werd opgevangen. Een aantal personen verklaart schriftelijk dat de druk van de Big Airbag in hun beleving onvoldoende was, maar, zoals Cavemanrun B.V. terecht aanvoert, betreft het hier mogelijk slechts een persoonlijke waarneming. Daarbij kan het referentiekader zijn gevormd door de hardheid die men normaliter bij een springkussen zou verwachten. Gelet voorts op de gemotiveerde betwisting door Cavemanrun B.V. van de stelling dat er sprake is geweest van een gebrek aan de Big Airbag, in de zin dat deze onvoldoende was opgepompt, dient [eiseres] haar stelling daarom nader te bewijzen. Hiertoe zal zij hierna in de gelegenheid worden gesteld.

Medische zorg

5.13.

De rechtbank gaat voorbij aan al hetgeen [eiseres] heeft aangevoerd omtrent de verstreken tijd tussen haar ongeval en het moment dat medische zorg is verleend. Zij heeft namelijk niet voldoende onderbouwd dat er sprake is van een causaal verband tussen de tijd dat zij op medische zorg heeft moeten wachten en de ernst van het letsel en het herstel daarvan. Wat dat betreft had zij gelet op het tijdsverloop na de dag van het ongeval (25 juni 2016) minstens een medische verklaring omtrent een en ander moeten overleggen. Deze stelling zal daarom worden gepasseerd.

Eigen schuld

5.14.

Ten aanzien van het verweer van Cavemanrun B.V. dat sprake is van eigen schuld ingevolge artikel 6:101 BW aan de zijde van [eiseres] , overweegt de rechtbank, vooruitlopend op de uitkomst van de bewijslevering door [eiseres] , nu al het volgende.

5.15.

[eiseres] heeft vrijwillig deelgenomen aan het evenement, waarin bewust fysieke en geestelijke uitdagingen van zeer zwaar niveau door de deelnemers worden gezocht. Van elke deelnemer die de springtoren ziet, mag worden verwacht dat die deelnemer weet heeft dat hij iets doet waaraan een verhoogd risico op blessures en letsel is verbonden. Dit moet voor [eiseres] ook duidelijk zijn geweest. Zij heeft ook vrijwillig de bewuste sprong van het obstakel gemaakt. Deelnemers waren niet verplicht om van het obstakel te springen; er bestond een alternatieve route voor de deelnemers, die de sprong (toch) niet wilden wagen, om het obstakel heen. Uit de overgelegde foto’s blijkt verder dat bij het obstakel borden waren geplaatst met instructies omtrent de wijze waarop de sprong gemaakt moest worden. Daarop is te zien dat deelnemers op de billen moesten landen. De benen moesten opgetrokken worden en zij mochten niet gestrekt gehouden worden. Gelet op de camerabeelden van de springende [eiseres] , staat genoegzaam vast dat [eiseres] rechtstandig is geland.

Op het overgelegde filmpje is echter ook te zien dat een behoorlijk aantal deelnemers, ondanks de instructies, de sprong toch op onjuiste wijze uitvoerden. Dit komt naar het oordeel van de rechtbank voort uit het feit dat de wijze waarop men diende te springen, in het bijzonder de houding die men daarbij diende aan te nemen, tegennatuurlijk is. Voor de organisatie heeft het behoorlijke aantal deelnemers dat de sprong (en landing) verkeerd uitvoerde desondanks geen aanleiding gevormd om in te grijpen, bijvoorbeeld door het springen vanaf het obstakel te staken. In het voordeel van Cavemanrun B.V. heeft echter te gelden dat het merendeel van de deelnemers wel veilig op de Big Airbag is geland, ondanks dat zij verkeerd sprongen.

5.16.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot het oordeel dat indien, de aansprakelijkheid van Cavemanrun B.V. komt vast te staan en het hiervoor genoemde vermoeden niet is weerlegd, de schade van [eiseres] voor één derde deel aan haar zelf zal worden toegerekend en voor twee derde deel aan Cavemanrun B.V.

Bewijsopdracht

5.17.

[eiseres] zal worden toegelaten tot het leveren van het hierboven bedoelde bewijs.

5.18.

In afwachting hiervan zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

in de vrijwaringszaak

5.19.

In afwachting van de beslissing in de hoofzaak zal iedere verdere beslissing in de vrijwaringszaak worden aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

6.1.

stelt [eiseres] in staat te bewijzen dat:

de Big Airbag waarop zij tijdens de Cavemanrun op 25 juni 2016 is gesprongen, onvoldoende met lucht was gevuld, waardoor haar val in onvoldoende mate werd opgevangen en zij met haar benen de grond heeft geraakt.

6.2.

bepaalt (MK)dat, indien [eiseres] bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal worden gehouden ten overstaan van mr. V.E.J. Noelmans, rechter, in het gerechtsgebouw te Maastricht aan het St. Annadal 1 op een datum en tijdstip als door de rechter zal worden bepaald, nadat [eiseres] bij akte heeft opgegeven of getuigen zullen worden voorgebracht, in dat geval onder opgave van het aantal en - zo mogelijk - de personalia van de getuigen;

6.3.

verwijst in dat geval de zaak naar de rol van 9 december 2020(4 weken na datum vonnis) voor akte houdende opgave getuigen aan de zijde van [eiseres] , alsmede voor akte houdende verhinderdata in de maanden mei t/m september 2021 aan de zijde van beide partijen;

6.4.

bepaalt dat [eiseres] indien zij het bewijs niet of niet uitsluitend door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en/of door een ander bewijsmiddel, zij die bewijsstukken en/of andere bewijsmiddelen op de rol van 9 december 2020 in het geding moet brengen;

6.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

in de vrijwaringszaak

6.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman, mr. J.R. Sijmonsma en mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2020.

1 type: EvdS