Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:9304

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-11-2020
Datum publicatie
04-12-2020
Zaaknummer
7814854 CV EXPL 19-4025
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht, loonvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1503
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 7814854 CV EXPL 19-4025

Vonnis van de kantonrechter van 18 november 2020

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

gemachtigde: mr. M.R.V.L. Kicken,

eisende partij,

tegen,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid POWERAREA B.V.,

gevestigd te Lemiers (gemeente Vaals),

gemachtigde: mr. L.E.I.K. Jaminon,

gedaagde partij.

Partijen worden hierna [eiser] en Powerarea genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 33

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 19

  • -

    de conclusie van repliek in conventie tevens antwoord in reconventie met producties 34 tot en met 45

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie met producties 20 tot en met 30

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] , geboren op [geboortedatum] , en Powerarea zijn een arbeidsovereenkomst aangegaan van 1 september 2016 tot 1 april 2018. Vanaf 1 april 2018 hebben partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. [eiser] was werkzaam in de functie van allround medewerker kartbaan. De arbeidsduur bedroeg vanaf 1 april 2018 32 uren per week. [eiser] verkreeg een bruto uurloon van € 7,82 exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

2.2.

Met ingang van 7 augustus 2018 heeft [eiser] de volgende onderneming in het handelsregister van de Kamer van Koophandel geregistreerd:

Handelsnaam: [handelsnaam]

Rechtsvorm: Eenmanszaak

Startdatum onderneming: 07-08-2018 (datum registratie: 07-08-2018)

Activiteiten: SBI-code: 56102 – Cafetaria’s, lunchrooms, snackbars, ijssalons, eetkramen e.d.

(…)

Voorbereidende activiteiten voor het overnemen van een cafetaria aan het adres; [vestigingsplaats] , [adres]

2.3.

[naam leidinggevende 1] en [naam leidinggevende 2] (hierna: [naam leidinggevende 1] en [naam leidinggevende 2] ) zijn de leidinggevenden van [eiser] . [eiser] heeft in augustus 2018 tegen hen gezegd dat hij van plan was een cafetaria te beginnen. Op 23 augustus 2018 hebben [naam leidinggevende 1] en [naam leidinggevende 2] een positieve aanbeveling voor [eiser] geschreven om hem te helpen met de financiering.

2.4.

Op 23 augustus 2018 heeft [eiser] cafetaria ‘ [naam cafetaria] ’ te [vestigingsplaats] onder voorbehoud van financiering gekocht. Op 24 augustus 2018 heeft [naam leidinggevende 2] op facebook een bericht gezien dat de [eiser] cafetaria ‘ [naam cafetaria] ’ had gekocht.

2.5.

In een e-mail van 27 augustus 2018 heeft [naam leidinggevende 1] aan [eiser] gemeld dat hij er achter is gekomen dat [eiser] zich al had ingeschreven in het handelsregister en al bezig was met promotiewerkzaamheden op sociale media. Dit is volgens [naam leidinggevende 1] in strijd met het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden in artikel 12 van de arbeidsovereenkomst. [naam leidinggevende 1] heeft [eiser] medegedeeld dat hij geen toestemming van Powerarea heeft om deze nevenwerkzaamheden te verrichten. [eiser] heeft de keuze gekregen: doorgaan bij Powerarea of doorgaan met zijn cafetaria.

2.6.

[eiser] heeft bij brief van 27 augustus 2018 gesteld dat de spanningen op de werkvloer de laatste maanden onaanvaardbaar hoog zijn opgelopen. Volgens [eiser] is de keuze die hij volgens Powerarea moet maken de druppel. [eiser] heeft zich daarom ziek gemeld. Verder heeft [eiser] betwist dat hij handelt in strijd met het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden.

2.7.

Op 22 oktober 2018 heeft [naam leidinggevende 1] namens Powerarea aangifte gedaan van onrechtmatig gebruik van een door Powerarea aan [eiser] ter beschikking gestelde app waarmee de snelheid van de karts van Powerarea kan worden gereguleerd. [naam leidinggevende 1] heeft tegenover de politie verklaard dat de snelheid van de karts vanuit een onbekend IP-adres werd gemanipuleerd gedurende de maanden september en oktober 2018. [naam leidinggevende 1] had het vermoeden dat [eiser] daarachter zat. Uit onderzoek door het bedrijf SMS Timing was gebleken dat op 16 oktober 2018 een kart tot stilstand was gebracht vanuit IP-nummer [IP-nummer] .

2.8.

Op 24 oktober 2018 heeft [eiser] het spreekuur van de bedrijfsarts bezocht. Volgens de bedrijfsarts is sprake van een medisch probleem en een werkgerelateerd probleem. Het medisch herstel wordt belemmerd door de ervaren problemen op het werk, aldus de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft geadviseerd een MfN-mediator in te schakelen.

2.9.

Bij e-mail van 25 oktober 2020 heeft [eiser] voorgesteld om onder leiding van een mediator van DAS Rechtsbijstand tot een oplossing te komen. Bij brief van 6 november 2018 heeft Powerarea aangegeven dat zij niet akkoord was met de inschakeling van een DAS-mediator. Powerarea had zelf een aantal offertes opgevraagd van mediators. Powerarea heeft verder aangegeven dat zij, voordat het mediatontraject wordt ingezet, van [eiser] antwoord wenst op de volgende vragen:

- wil [eiser] nog bij Powerarea werken

- voor hoeveel uur?

- tot wanneer (met het oog op het starten van de eigen onderneming op 1 januari 2019)

Diezelfde dag heeft [eiser] gereageerd en gesteld dat de door Powerarea gestelde vragen aan de orde konden komen tijdens de mediaton. Bij e-mail van 9 november 2018 heeft Powerarea nogmaals gevraagd aan [eiser] om de eerder gestelde vragen te beantwoorden. [eiser] heeft op 9 november 2018 medegedeeld dat Powerarea nog geen zichtbare stappen had ondernomen om een mediator in te schakelen.

2.10.

Vanaf december 2018 heeft Powerarea aan [eiser] geen loon meer betaald.

2.11.

[eiser] heeft Powerarea op 10 en 14 december 2018 gevraagd of zij inmiddels een mediator had gevonden. Powerarea heeft op 14 december 2018 aan [eiser] bericht dat zij de arbeidsovereenkomst wil beëindigen met een vaststellingsovereenkomst. Volgens haar was mediaton niet meer nodig. Op 31 december 2018 heeft Powerarea aan [eiser] echter medegedeeld dat zij niet meer bereid was een vaststellingsovereenkomst aan te gaan, omdat zij er vanuit ging dat [eiser] de arbeidsovereenkomst zelf zou opzeggen.

2.12.

Op 4 januari 2019 heeft [eiser] de arbeidsovereenkomst opgezegd met inachtname van een opzegtermijn van één maand.

2.13.

Op 12 januari 2019 is cafetaria ‘ [naam cafetaria] ’ geopend.

2.14.

Uit de correspondentie die vervolgens tussen partijen is gevoerd blijkt het volgende. [eiser] vordert het loon over de maanden december 2018 tot en met februari 2019. Bij e-mail van 15 januari 2019 heeft Powerarea zich op het standpunt gesteld dat [eiser] geen recht heeft op loon, omdat hij niet ziek is. [eiser] heeft volgens Powerarea (voorbereidende) werkzaamheden verricht in zijn cafetaria, waarmee hij volgens Powerarea ook het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden overtreedt. Verder heeft Powerarea [eiser] ervan beschuldigd in te breken op het computersysteem van Powerarea en karts te manipuleren door deze sneller of zachter te laten rijden. Powerarea heeft [eiser] aansprakelijk gehouden voor de geleden schade en een beroep gedaan op verrekening voor zover [eiser] wel nog een vordering op Powerarea mocht blijken te hebben. Verder heeft Powerarea [eiser] gesommeerd de sleutels van het bedrijfspand in te leveren op vrijdag 25 januari 2019, bij gebreke waarvan Powerarea de sloten op kosten van [eiser] zou laten vervangen. [eiser] heeft gesteld dat hij de sleutels al op 15 juni 2018 heeft ingeleverd, dat er geen bewijs is voor de inbreuk in het computersysteem en dat hij wel recht heeft op loon op grond van artikel 7:628 lid 1 BW.

2.15.

Bij brief van 21 januari 2019 heeft de politie aan Powerarea medegedeeld dat het onderzoek door de politie naar de computervredebreuk was afgerond en het dossier naar het parket van de Officier van Justitie Limburg was gezonden.

2.16.

De arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Powerarea is op 1 maart 2019 geëindigd.

2.17.

Op 22 mei 2020 heeft het OM aan Powerarea laten weten dat het strafrechtelijk onderzoek naar de computervredebreuk nog niet was afgerond en dat het (ook) nog niet kon worden aangegeven of de zaak voor de rechter zou komen.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[eiser] vordert Powerarea bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van:

a. € 4.045,80 bruto;

b. vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW

c. vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2019 over het onder a en b gevorderde;

d. de buitengerechtelijke kosten van € 529,58;

e. de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen.

In reconventie

3.2

Powerarea vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht te verklaren dat [eiser] in strijd met de arbeidsovereenkomst nevenwerkzaamheden heeft verricht;

II. voor recht te verklaren dat [eiser] onrechtmatig jegens Powerarea heeft gehandeld;

III. [eiser] te veroordelen de door Powerarea als gevolg van de verrichte nevenwerkzaamheden en de gepleegde onrechtmatige daad geleden en te lijden materiële en immateriële schade - op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet - te vergoeden;

IV. [eiser] te veroordelen de sleutels als opgesomd onder punt 38 van de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie binnen zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis op kantoor af te geven;

V. [eiser] te veroordelen binnen veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis althans binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de man een bedrag van € 965,05, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, aan kosten in verband met het vervangen van de sloten, te voldoen;

VI. [eiser] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris en de verschotten van de advocaat van Powerarea, zulks te vermeerderen met de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente bij niet tijdige betaling van de nakosten.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

De (loon)vordering van [eiser] op Powerarea kan als volgt worden gespecificeerd:

€ 3.280,86 loon december 2018 tot en met februari 2019 op basis van een werkweek van 32 uur

€ 764,94 vakantietoeslag van 8% over het loon over de maanden juni 2018 tot en met

februari 2019

De loonvordering

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] vanaf december 2018 niet arbeidsongeschikt was als gevolg van ziekte. Powerarea betwist immers dat [eiser] ziek is als bedoeld in artikel 7:629 BW (conclusie van antwoord in conventie nummers 23 tot en met 25). [eiser] stelt ook zelf dat hij zich vanaf december 2018 niet (meer) ziek achtte (conclusie van repliek in conventie onder 12). De conclusie is dan ook dat Artikel 7:629 BW niet aan de orde is. Aan de orde is de vraag of [eiser] op grond van artikel 7:628 BW, zoals dat destijds luidde, vanwege ‘situatieve arbeidsongeschiktheid’, aanspraak kan maken op loon over de maanden december 2018 tot en met februari 2019.

4.3.

Het criterium daarvoor is als volgt. De werknemer, zoals [eiser] , die zich erop beroept dat hij als gevolg van de hiervoor bedoelde ‘situatieve arbeidsongeschiktheid’ zijn werkzaamheden niet heeft verricht en over de betrokken periode doorbetaling van zijn loon vordert, zal feiten en omstandigheden moeten stellen en zonodig aannemelijk moeten maken die tot het oordeel kunnen leiden dat in die periode de arbeidsomstandigheden, door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen, voor hem zodanig waren dat, met het oog op de (dreiging van) psychische of lichamelijke klachten, van hem redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden zou verrichten. Hierbij verdient aantekening dat de werknemer in een zodanig geval van ‘situatieve arbeidsongeschiktheid’ in beginsel gehouden is alle medewerking te verlenen aan inspanningen die erop gericht zijn de oorzaken daarvan weg te nemen. De werknemer behoudt dan ingevolge art. 7:628 BW zijn recht op loon, en "werkweigering" kan dan geen ontslaggrond vormen (Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7669).

Intermezzo: het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden

4.4.

Voordat de kantonrechter een oordeel zal geven over de vraag of [eiser] voldoende heeft gesteld om aanspraak te kunnen maken op loon, zal de kantonrechter in gaan op de vraag of sprake is van een overtreding op het verbod om nevenwerkzaamheden te verrichten.

Met een verschil van mening over de vraag of dat verbod overtreden is, is het geschil immers begonnen én indien [eiser] ongeoorloofde nevenwerkzaamheden heeft verricht, is dat van belang voor de vraag aan wie de verstoring van de arbeidsverhouding valt toe te rekenen.

4.5.

In artikel 12 van de arbeidsovereenkomst over nevenactiviteiten luidt als volgt:

De werknemer zal zonder schriftelijke toestemming van werkgever geen werkzaamheden voor derden verrichten en zich onthouden van zaken doen voor eigen rekening, voor zover strijdig met het belang van de onderneming van werkgever. Evenmin zal werknemer voor zichzelf enige financiële of andere voordelen van derden aanvaarden of bedingen, hetzij direct, hetzij indirect, die geacht kunnen worden in verband te staan met zijn werkzaamheden bij of voor de onderneming van de werkgever. Overtreding gedurende het bestaan van de arbeidsovereenkomst zal voor werkgever een dringende voor ontslag op staande voet kunnen zijn. Naast deze sanctie kan de geleden schade op weknemer verhaald worden.

4.6.

Uit de bewoordingen van artikel 12 van de arbeidsovereenkomst volgt dat niet alle nevenwerkzaamheden zijn verboden. Verboden zijn die werkzaamheden (voor derden of voor eigen rekening), die strijdig zijn met het belang van de onderneming van de werkgever. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn (voorbereidende) werkzaamheden met het doel een cafetaria te beginnen en de werkzaamheden in dat cafetaria zelf niet in strijd met het belang van Powerarea. Powerarea houdt zich immers bezig met het aanbieden van verschillende soorten indooractiviteiten, zoals karten. Dat is een wezenlijk andere activiteit dan het uitbaten van een cafetaria. Dat ook bij Powerarea iets gegeten kan worden, moet worden gezien als aanvulling op de door Powerarea aangeboden indooractiviteiten. Daar komt nog bij dat cafetaria ‘ [naam cafetaria] ’ is gelegen in [vestigingsplaats] en dus voornamelijk de klanten bedient die daar wonen en niet die in (de omgeving van) Kerkrade (of Lemiers). Met andere woorden: [eiser] heeft het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden niet geschonden door voorbereidende werkzaamheden te verrichten om een cafetaria te beginnen of door te werken in die cafetaria na opening.

Wederom: de loonvordering

4.7.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om tot het oordeel te komen dat hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht vanwege een oorzaak die voor rekening van Powerarea komt. Zoals hiervoor is overwogen heeft [eiser] het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden niet geschonden. Dat hij dus (voorbereidende) werkzaamheden heeft verricht voor het opstarten van zijn cafetaria of werkzaamheden heeft verricht na opening daarvan is niet in strijd met de arbeidsovereenkomst. Daaruit volgt dat Powerarea ten onrechte van [eiser] heeft geëist dat hij moest stoppen met deze werkzaamheden (e-mail van 27 augustus 2018). Deze eis valt bovendien niet te rijmen met de eerdere positieve reactie van [naam leidinggevende 2] en [naam leidinggevende 1] op de plannen van [eiser] om een eigen onderneming te starten (de aanbeveling van 23 augustus 2018). Uit de ziekmelding van [eiser] van 27 augustus 2018 volgt dat hij geëmotioneerd was en uit het rapport van de bedrijfsarts van 24 oktober 2018 volgt dat hij beperkt was in het persoonlijk en sociaal functioneren mede vanwege dit conflict. [eiser] zou dus gebaat zijn bij oplossing van het conflict. Vervolgens heeft Powerarea een voorstel tot inschakeling van een mediator van [eiser] van de hand gewezen, zonder zelf met een alternatief te komen. Het advies van de bedrijfsarts om een mediator in te schakelen heeft Powerarea dus niet opgevolgd. Ook is Powerarea ondanks haar aankondiging dat wel te doen, niet met een voorstel gekomen om de arbeidsovereenkomst te (doen) beëindigen. Daarmee is Powerarea er zelf oorzaak van dat de belemmeringen voor [eiser] om zijn arbeid te hervatten hebben voortgeduurd. [eiser] heeft dan ook zijn recht op loon behouden, ondanks dat hij geen arbeid heeft verricht, omdat de oorzaak van het niet verrichten van de arbeid voor rekening van Powerarea komt. Of de loonvordering ook kan worden toegewezen is afhankelijk van de vraag of het beroep op verrekening van Powerarea slaagt. Datzelfde geldt voor de vordering tot betaling van de vakantietoeslag van € 764,94, welke vordering Powerarea op zichzelf niet heeft betwist.

De gestelde computervredebreuk

4.8.

Powerarea heeft gesteld dat zij een vordering op [eiser] heeft op grond van onrechtmatige daad. [eiser] zou namelijk de karts op afstand hebben gemanipuleerd waardoor Powerarea schade heeft geleden. Deze vordering kan Powerarea, zo stelt zij, verrekenen op grond van artikel 7:632 lid 1 aanhef en onder a BW en/of artikel 6:127 BW.

4.9.

Vanwege dit beroep op verrekening zal de kantonrechter beoordelen of Powerarea een vordering op grond van onrechtmatige daad heeft op [eiser] .

4.10.

In dat verband neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat Powerarea aan [eiser] een app ter beschikking had gesteld waarmee de snelheid van de karts gereguleerd kon worden. Verder heeft [eiser] niet betwist dat de snelheid van de karts in september en oktober 2018 is beïnvloed vanuit een IP-adres uit Sittard van een onbekende gebruiker. [eiser] heeft erkend dat hij ‘op zeker moment’ heeft ingelogd in het systeem van Powerarea, maar hij ontkent dat hij karts heeft gemanipuleerd. Dit laatste - dat het [eiser] was die in de periode vanaf 27 augustus 2018 tot eind oktober 2018 karts heeft gemanipuleerd - staat naar het oordeel van de kantonrechter niet vast. Ten eerste volgt dit niet uit de onderzoeksbevindingen van SMS Timing (productie 24 conclusie van repliek in reconventie). Hieruit volgt dat de inbraak in het computersysteem vanuit twee IP-adressen heeft plaatsgevonden, waarvan één adres is gelokaliseerd in Sittard, maar niet dat deze IP-adressen toebehoorden aan [eiser] . Ook uit het onderzoek van de politie volgt dit niet. Dat de politie het dossier heeft overgedragen aan het OM zegt evenmin iets over betrokkenheid van [eiser] bij de incidenten met de karts. Er is bovendien niet eens een vervolgingsbeslissing genomen. Het verzoek om een strafrechtelijke procedure af te wachten alvorens vonnis te wijzen, wijst de kantonrechter dan ook om die reden af. Dat [eiser] in Sittard woont, dat hij de beschikking had over een app waarmee de snelheid van de karts kon worden beïnvloed en dat hij heeft ingelogd in het systeem, zijn omstandigheden die, ook in onderlinge samenhang beschouwd, een onvoldoende onderbouwing zijn voor de stelling dat [eiser] de karts ook daadwerkelijk heeft gemanipuleerd in september en oktober 2018. De conclusie is dan ook dat er een onvoldoende feitelijke onderbouwing is van de stelling dat [eiser] onrechtmatig jegens Powerarea heeft gehandeld. Daarmee staat ook niet vast dat Powerarea een vordering op [eiser] heeft tot vergoeding van de (gestelde) schade. Op de gestelde schade hoeft de kantonrechter dan ook niet verder meer in te gaan.

4.11.

Het beroep op verrekening van de gestelde schade op grond van onrechtmatige daad Powerarea slaagt niet.

4.12.

Ook het beroep op verrekening van de kosten voor het aanbrengen van nieuwe sloten slaagt niet. De kantonrechter verwijst in dat verband naar hetgeen onder ‘reconventie’ hierover is overwogen. Dit kan als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

De conclusie in conventie

4.13.

Dit betekent dat de vorderingen tot betaling van achterstallig loon over de maanden december 2018 tot en met februari 2019 en tot betaling van vakantietoeslag over de maanden juni 2018 tot en met februari 2019 zullen worden toegewezen. De vorderingen tot betaling van de wettelijke verhoging over het loon en de vakantietoeslag zal ook worden toegewezen.

4.14.

De wettelijke rente over het loon over de maanden december 2018 tot en met februari 2019 zal worden toegewezen vanaf data van verzuim. De wettelijke rente over de vakantietoeslag over de maanden juni 2018 tot en met februari 2019 zal worden toegewezen vanaf 1 maart 2019.

4.15.

Powerarea zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in conventie, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:

exploot € 81,83

griffierecht € 231,-

salaris gemachtigde € 480,- (2 punten van € 240,-, dagvaarding repliek)

Totaal: € 792,83

In reconventie

4.16.

Uit de overwegingen in conventie vloeit voort dat [eiser] niet in strijd met de arbeidsovereenkomst nevenwerkzaamheden heeft verricht en niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens Powerarea. De gevorderde verklaringen voor recht zullen dan ook worden afgewezen alsook de vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat.

De vordering tot afgifte van de sleutels en de kosten voor nieuwe sloten

4.17.

Vervolgens zal de kantonrechter de vordering beoordelen tot afgifte van sleutels als opgesomd onder nummer 38 van de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie. Onder nummer 38 van deze conclusie staat dat [eiser] de sleutels, meerdere sleutels dus, niet heeft teruggegeven omdat hij deze niet meer in zijn bezit zou hebben. De vraag is wat Powerarea vordert. Één sleutel van de voordeur? Meerdere sleutels? Of de onder nummer 37 van de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie genoemde zaken: een sleutel van de voordeur, een bediening van de poort en rolluik en alarmbadge 5. Een bediening en een alarmbadge zijn echter geen sleutels. Deze onduidelijkheid dient echter voor rekening van Powerarea te komen, omdat op Powerarea de stel- en bewijsplicht rust.

4.18.

[eiser] heeft ontkend dat hij de sleutel (nog) in zijn bezit heeft. [eiser] heeft vervolgens gesteld dat hij de sleutelset - kennelijk was er sprake van een sleutelset - moest delen met een andere leidinggevende, [naam leidinggevende 3] . [eiser] stelt dat hij de sleutelset op

15 juni 2018 heeft ingeleverd en dat hij nooit zelfstandig het bedrijf heeft geopend of gesloten.

4.19.

Powerarea heeft gesteld dat [eiser] de sleutel, bedieningen en alarmbadge niet heeft ingeleverd op 15 juni 2018. De datum om deze zaken in te leveren is verschoven, omdat [eiser] nog in dienst was. Omdat [eiser] de alarmbadge niet heeft ingeleverd, heeft Powerarea een nieuw alarmsysteem voor € 9.982,50 moet laten installeren, zo stelt Powerarea.

4.20.

De kantonrechter overweegt als volgt. [eiser] heeft op enig moment een verklaring ondertekend die inhoudt dat hij een sleutel van de voordeur, de bediening van de poort en rolluik en een alarmbadge in ontvangst heeft genomen. Tevens staat in deze verklaring dat [eiser] er zorg voor draagt dat deze zaken op 15 juni 2018 weer zullen worden ingeleverd. Daarmee staat vast dat [eiser] op enig moment voornoemde zaken in ontvangst heeft genomen. [eiser] heeft geen verklaring overgelegd dat hij de sleutel (en de andere zaken) heeft ingeleverd bij Powerarea. Op Powerarea rust echter de stel- en bewijsplicht. Dat [eiser] de sleutel(set) moest delen met een andere medewerker heeft Powerarea niet weersproken. Omdat Powerarea dit niet heeft weersproken kan niet worden uitgesloten dat de [eiser] de sleutel(s) inderdaad niet meer heeft. De vordering tot teruggave van de sleutel(s) zoals vermeld onder nummer 38 van de conclusie van antwoord in conventie tegens eis in reconventie zal dan ook worden afgewezen.

4.21.

Powerarea heeft verder kosten gevorderd ter vervanging van sloten. Ook deze vordering zal worden afgewezen, omdat niet vast staat dat [eiser] nog de gevorderde sleutel(s) in zijn bezit heeft. De kantonrechter is bovendien van oordeel dat de kosten voor het aanbrengen van nieuwe sloten onvoldoende zijn onderbouwd door Powerarea. Het onder productie 14 overgelegde bewijs lijkt te zien op een begroting van montagekosten en het adres en datering zijn niet leesbaar.

De conclusie in reconventie

4.22.

De vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen.

4.23.

Nu niet vast staat dat [eiser] de sleutel of sleutels nog in zijn bezit heeft van het bedrijfspand van Powerarea en de gestelde kosten van vervanging van de sloten bovendien niet zijn komen vast te staan, zullen ook deze vorderingen worden afgewezen.

4.24.

Kosten voor het (gestelde) niet inleveren van de bediening voor de poort en rolluik zijn niet gevorderd, zodat dit ook geen bespreking behoeft. Powerarea heeft gesteld dat zij vanwege het (gestelde) niet inleveren van de ‘badges’ een nieuw alarmsysteem heeft moeten laten installeren voor € 9.982,50. Dit bedrag heeft Powerarea echter evenmin gevorderd (bovendien staat op de onder productie 23 overgelegde factuur dat dit alarmsysteem is aangebracht vanwege de verhuizing van Powerarea).

4.25.

Powerarea zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. De kantonrechter begroot deze kosten op € 240,- (één half punt voor het antwoord in reconventie en één half punt voor de dupliek in reconventie).

5 De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

5.1.

veroordeelt Powerarea om aan [eiser] € 4.045,80 bruto te betalen;

5.2.

veroordeelt Powerarea om de wettelijke verhoging over € 4.045,80 aan [eiser] te betalen;

5.3.

veroordeelt Powerarea om aan [eiser] de wettelijke rente over € 3.280,86 te betalen, vanaf de dag van verzuim, en de wettelijke rente over € 764,94 tot betaling vanaf 1 maart 2019;

5.4.

veroordeelt Powerarea om aan [eiser] € 792,83 aan proceskosten te betalen.

In reconventie

5.5.

wijst de vorderingen van Powerarea af;

5.6.

veroordeelt Powerarea om aan [eiser] € 240,- aan proceskosten te betalen;

In conventie en reconventie

5.7.

verklaart de onderdelen 5.1 tot en met 5.4 en 5.6 uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.

BM