Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:9085

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-11-2020
Datum publicatie
28-11-2020
Zaaknummer
8308396 CV EXPL 20-610
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Boete NS voor niet uitchecken, algemene voorwaarden zijn niet onredelijk bezwarend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2021/15 met annotatie van P.J.M. Ros
NJF 2021/170
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8308396 CV EXPL 20-610

Vonnis van de kantonrechter van 18 november 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NS REIZIGERS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde LAVG Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

procederend in persoon.

Partijen zullen hierna ‘NS’ en ‘ [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ’ worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 januari 2020 met twee producties

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie met acht producties

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten in conventie en reconventie

2.1.

In deze zaak staan de volgende feiten vast als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of onvoldoende gemotiveerd betwist.

2.2.

NS verzorgt het treinvervoer in Nederland. Op al het treinvervoer van NS zijn de ‘Algemene voorwaarden voor het vervoer van Reizigers en Handbagage van de Nederlandse Spoorwegen’, hierna AVR-NS, van toepassing. In artikel 3.1. AVR-NS is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

In de artikelen 3.3. en 3.4. AVR-NS, is voor zover van belang, het volgende opgenomen:

In de derde alinea, onder het vijfde en zesde sub kopje van artikel 11.1. AVR-NS, is voor zover van belang, het volgende opgenomen:

3 Het geschil in conventie en reconventie

in conventie

3.1.

NS stelt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de verplichtingen zoals opgenomen in de artikelen 3.1, 3.3 en 3.4 van AVR-NS consequent heeft geschonden door meerdere malen (26 keer) niet uit te checken. NS stelt schade te hebben geleden en conform artikel 11.1 van AVR-NS gerechtigd te zijn om een geldbedrag, zijnde de maximale ritprijs verminderd met het instaptarief, bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in rekening te brengen.

3.2.

Op deze grond vordert NS dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeelt om aan NS, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag ad € 971,75, waarvan € 845,00 aan hoofdsom en € 126,75 aan incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2020 over een bedrag van € 845,00 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten.

3.3.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

in reconventie

3.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt -zakelijk weergegeven- dat het beding zoals opgenomen in artikel 11.1. AVR-NS onredelijk bezwarend is en dat zijnerzijds geen sprake is van toerekenbaar tekortkomen.

3.6.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert op zijn beurt op bovenstaande gronden:

Primair:

1. een verklaring voor recht dat het door NS gehanteerde systeem van in- en uitchecken onredelijk bezwarend is voor de consument in de gevallen waarin NS geen uitchecksluizen plaatst dan wel de reizigers gedwongen, zonder voldoende overstaptijd, naar een andere vervoerder moeten overstappen,

Subsidiair:

2. dat de kantonrechter de algemene voorwaarden van NS aan het Europese Hof van Justitie te Luxemburg voorlegt ter beoordeling of het door NS gehanteerde systeem waarbij de negatieve gevolgen van niet uitchecken bij de reiziger worden neergelegd, zonder dat afdoende maatregelen zijn getroffen om niet- uitchecken te voorkomen, in strijd is met het Europese consumentenrecht,

Meer subsidiair:

3. dat NS wort veroordeeld om met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in overleg te treden om de geschiedenis van elke reis, indien mogelijk, te reconstrueren en per reis vast te stellen met welk bedrag het instaptarief tot een maximum van € 26,80 is overschreden en NS te veroordelen in de proceskosten.

3.7.

NS betwist de vordering.

3.8.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Tussen partijen is als eerste in geschil de vraag of het beding zoals opgenomen in artikel 11.1 AVR-NS onredelijk bezwarend is. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is consument. Hij stelt dat het beding van artikel 11.1 AVR-NS door NS kennelijk als een boetebeding is aangemerkt en dat het beding, voor zover het de negatieve gevolgen van niet uitchecken bij een verplichte overstap naar een andere vervoerder of in gevallen waarin geen uitchecksluizen zijn geplaatst bij de consument neerlegt, onredelijk bezwarend is voor consumenten.

4.2.

Het beding zoals opgenomen in artikel 11.1 van de AVR-NS kan naar het oordeel van de kantonrechter inderdaad als een boetebeding worden gekwalificeerd nu NS conform het beding de reiziger bij het niet nakomen van de uitcheck-verplichting een geldbedrag in rekening brengt. Een boetebeding is echter niet te alle tijden onredelijk bezwarend. Het toetsingskader verschilt afhankelijk van de aard van de overeenkomst.

4.3.

NS heeft - kort samengevat - aangevoerd dat het beding zoals opgenomen in artikel 11.1 van de AVR-NS niet oneerlijk of onredelijk bezwarend is. Het beoogd de schade te vergoeden die NS ten gevolge van niet uitchecken van reizigers leidt, voornamelijk in situaties waarin de kosten voor de gemaakte treinreizen hoger zijn dan het voor die reizen in rekening gebrachte instaptarief. Alvorens de boete op te leggen, worden de reizigers door NS meerdere malen kosteloos en schriftelijk geïnformeerd inzake hun contractuele verplichtingen jegens NS en de gevolgen van het niet nakomen van deze verplichtingen. Volledigheidshalve stelt NS dat zij in- en uitchecken bevordert door in elke trein om te roepen dat uitgecheckt dient te worden. Daarnaast zijn er op alle stations in- en uitcheckpalen geplaatst.

4.4.

Gelet op de toelichting van NS en mede gelet op het feit dat de AVR-NS zijn opgesteld na overleg met de Consumentenbond en Rover - een op het belang van consument gerichte organisaties die de onderhavige sanctieregeling in het algemeen niet onaanvaardbaar hebben geacht- acht de kantonrechter het onderhavige boetebeding niet oneerlijk of als onredelijk bezwarend. Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wordt verworpen.

4.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verweert zich tegen het door NS in rekening gebrachte tarief van € 32,50 per overtreding en stelt dat hij bij alle niet uitgecheckte treinreizen gebruik heeft gemaakt van een NS-Voordeelurenkaart. Na aftrek van het door hem betaalde instaptarief

zou de door NS geleden schade niet meer dan € 16,80 per overtreding zijn. Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betreft een bevrijdend verweer. Het had daarom op zijn weg gelegen om enige bewijs, ter onderbouwing van zijn verweer, over te leggen. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dit niet heeft gedaan, zal zijn verweer als onvoldoende onderbouwd worden verworpen.

4.6.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat de door hem gemaakte treinreizen losse overeenkomsten zijn waarbij NS bij elke reis afzonderlijk de reden van niet uitchecken dient te beoordelen. Voor zover [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met zijn verweer bedoelt dat NS de vorderingen voortvloeiende uit de losse overeenkomsten niet had mogen samenvoegen, oordeelt de kantonrechter dat een schuldeiser bevoegd is om de vorderingen die hij op een schuldenaar heeft bij dagvaarding samen te voegen. Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wordt verworpen.

4.7.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert aan dat er sprake is van contractdwang. Hij licht echter niet toe op welke wijze NS hem tot het aangaan van het contract zou hebben gedwongen en waarom het voor hem niet mogelijk zou zijn om andere vervoermiddelen te gebruiken. Het verweer wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd gepasseerd.

4.8.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verweert zich tevens tegen de vordering door te stellen dat aan zijn zijde geen sprake is van toerekenbare tekortkoming en dat juist NS jegens hem toerekenbaar tekort is geschoten door situaties te creëren waarin de reizigers vergeten of niet kunnen uitchecken. Dit verweer zal eveneens als onvoldoende onderbouwd worden gepasseerd.

4.9.

Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat NS waarschuwingsplicht heeft en maatregelen dient te treffen ter bevordering van het uitchecken zal -gelet op hetgeen hiervoor reeds is overwogen- ook als onvoldoende onderbouwd worden gepasseerd.

4.10.

Uit voorgaande volgt dat de vordering van NS voor een bedrag van € 845,00 aan hoofdsom voor toewijzing gereed ligt. Eveneens is toewijsbaar de gevorderde wettelijke rente met ingang van 9 januari 2020 berekend over de hoofdsom.

4.11.

NS maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijk incassokosten ad

€ 126,75. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De door NS aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzonden aanmaning voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 Burgerlijk Wetboek. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen.

4.12.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal, als de in het ongelijk gestelde partij in conventie, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NS worden begroot op:

4. dagvaarding € 86,85

5. griffierrecht € 499,00

6. salaris gemachtigde € 240,00 (2 punten x tarief € 120,00)

Totaal € 825,85

in reconventie

4.13.

De door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevorderde verklaring voor recht ligt voor afwijzing gereed nu reeds in conventie is overwogen dat het boetebeding zoals opgenomen in AVR-NS niet onredelijk bezwarend is.

4.14.

De door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ingestelde re-conventionele eis om de algemene voorwaarden van NS aan het Europese Hof van Justitie voor te leggen, betreft geen toewijsbare vordering en zal om die reden worden afgewezen.

4.15.

Evenmin is toewijsbaar de vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om NS tot het treden van overleg te veroordelen. De kantonrechter kan NS niet verplichten om met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in overleg te treden. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.16.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal, als de in het ongelijk gestelde partij in reconventie, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van NS worden tot de uitspraak van dit vonnis bepaald op € 240,00 (2 x tarief € 120,00).

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan NS tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen

ad € 971,75, waarvan € 845,00 aan hoofdsom en € 126,75 aan incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2020 over een bedrag van € 845,00 tot de dag der algehele voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van NS tot op heden begroot op € 825,85,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4.

wijst de vorderingen af,

5.5.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van NS tot op heden begroot op € 240,00,

5.6.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij vooraard.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2020.

NZ