Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:9078

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-11-2020
Datum publicatie
25-11-2020
Zaaknummer
8327795 CV EXPL 20-724
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurrecht, kappen bomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8327795 CV EXPL 20-724

Vonnis van de kantonrechter van 18 november 2020

in de zaak van

de stichting

STICHTING WELLER WONEN,

gevestigd te Heerlen ,

eisende partij,

gemachtigde mr. R.W. Janssen,

tegen

[gedaagde partij] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. F.C.P. Teeuw.

Partijen zullen hierna Weller Wonen en [gedaagde partij] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 1 oktober 1969 heeft de (rechtsvoorganger van) Weller Wonen met de ouders van [gedaagde partij] een huurovereenkomst gesloten voor de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde). In 1993 is [gedaagde partij] medehuurder geworden, dit naar aanleiding van een daartoe ingediend verzoek. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding is hij nog de enige huurder van het gehuurde. Weller Wonen is een toegelaten instelling in de zin van de Woningwet.

2.1.1.

Artikel 7, aanhef en onder d en onder f, van de huurovereenkomst luidt:

Huurder is verplicht:

d. ervoor zorg te dragen dat aan de omwonenden generlei overlast of hinder wordt veroorzaakt, alsmede dat het woonklimaat van de groep, waartoe de woning behoort, op generlei wijze wordt geschaad, een en ander te beoordeling van verhuurder;

f. na te leven de door verhuurder vastgestelde of nog vast te stellen voorschriften ter nadere regeling van een behoorlijk gebruik en een goede bewoning, mede in aanmerking genomen de redelijke belangen van huurders der aangrenzende aan verhuurder toekomende eigendommen.

2.1.2.

Artikel 8, aanhef en onder n en o, van de huurovereenkomst luidt:

Onverminderd het bepaalde bij artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek komen onderstaande werkzaamheden voor rekening van huurder:

n. het onderhoud van het bij de woning behorende erf en tuin, evenals de beplanting daarvan, het knippen van de afscheidingshagen daaronder begrepen.

o. alle herstellingen, welke het gevolg zijn van nalatigheid, onachtzaamheid, onreinheid, ondeskundig gebruik of ruwe bewoning der bewoners.

2.2.

In de loop der jaren heeft Weller Wonen, in overleg en met goedkeuring van de Huurdersbelangenvereniging, een Huishoudelijk Reglement (hierna: Reglement) opgesteld.

2.2.1.

In het Reglement is, onder C en voor zover hier van belang, opgenomen:

  • -

    Zelf aangebrachte bomen en struiken, als ook bomen en struiken die bij aanvang van de huur aanwezig zijn, dient u te onderhouden en tijdig te snoeien. Als bomen of struiken in de tuin overlast veroorzaken, dient u deze op uw kosten te verwijderen…

  • -

    Mits hagen en bomen geen overlast bezorgen, mogen deze maximaal twee meter hoog worden en 60 cm breed. Bomen mogen maximaal 5 meter hoog worden en niet tegen dak en gevel komen.

  • -

    Onderhoud aan bestrating, keermuren, schuttingen, hagen, bomen etc. is volledig voor uw rekening.

2.3.

In de achtertuin staan 5 (fijn)sparren/bomen, die in het verleden door de ouders van [gedaagde partij] aldaar zelf zijn geplant. De (fijn)sparren/bomen zijn minstens 10 meter hoog. In de voortuin van het gehuurde bevindt zich een conifeer/(fijn)spar/boom.

2.4.

Naar aanleiding van controles in de wijk door medewerkers van Weller Wonen alsook na klachten van omwonenden, heeft Weller Wonen [gedaagde partij] verzocht, en uiteindelijk bij brief van 20 november 2018 gesommeerd, om de tuin op te schonen en met name de bomen terug te snoeien tot maximaal 5 meter. [gedaagde partij] heeft hieraan geen gevolg gegeven. Bij schrijven van 16 augustus 2019 is [gedaagde partij] gesommeerd om de

6 bomen te verwijderen c.q. snoeien en de ontstane schade te herstellen. [gedaagde partij] heeft hierop zijn standpunt uiteengezet. [gedaagde partij] ziet geen reden om de bomen te verwijderen of te snoeien.

3 Het geschil

3.1.

Weller Wonen vordert, samengevat, de veroordeling van [gedaagde partij] om

1. het noodzakelijk onderhoud aan de tuin van het gehuurde te verrichten, waaronder

primair het verwijderen van de 6 bomen dan wel

subsidiair het snoeien van de 6 bomen tot een hoogte van 5 meter

2. de door de bomen veroorzaakte schade te herstellen, bestaande uit

  1. het rechtzetten en herstellen van de schutting en

  2. het egaliseren en herstellen van het door de wortels beschadigde trottoir en wegdek.

Weller Wonen vordert daarnaast - zo nodig - een machtiging tot het verrichten van de werkzaamheden onder 1. en 2., zulks voor rekening en ten laste van [gedaagde partij] , [gedaagde partij] te veroordelen om de werkzaamheden te gehengen en te gedogen en zijn medewerking te verlenen, met machtiging van Weller Wonen om zich zo nodig toegang tot de woning en de tuin te verschaffen, met veroordeling van [gedaagde partij] in de hieraan verbonden kosten alsmede in de proceskosten.

3.2.

Weller Wonen legt daaraan ten grondslag dat [gedaagde partij] zijn wettelijke als contractuele verplichtingen om de bomen te onderhouden niet is nagekomen, dat de bomen daarmee tot buitenproportionele hoogten zijn kunnen groeien met als gevolg

- hinder (klachten uit de omgeving over het ontnemen van licht en over afval),

- aantoonbare schade aan het wegdek, het trottoir en de betonnen schutting en

- veiligheids- en schaderisico’s bij onstuimig weer.

Weller Wonen legt er voorts aan ten grondslag dat [gedaagde partij] jegens Weller Wonen onrechtmatig handelt omdat de bomen schade veroorzaken.

3.3.

[gedaagde partij] voert verweer.

4 De beoordeling

4.1.

Vooropgesteld wordt dat waar in de stukken wisselend wordt gesproken over een boom en/of een (fijn)spar en/of een conifeer - zonder hieraan een rechtsgevolg te verbinden (ook niet wat de hoogte betreft) -, in het navolgende gemakshalve uitsluitend de term boom wordt gehanteerd. Hoewel Weller Wonen een noodzakelijk onderhoud aan de (gehele) tuin vordert, is gesteld noch gebleken dat dit hier meer omvat dan het snoeien en/of verwijderen van de 6 bomen. Voor zover meer tuinonderhoud is gevorderd, zal dit worden afgewezen. De kantonrechter ziet zich daarmee primair voor de vraag gesteld of de 6 bomen dienen te worden verwijderd (omdat de bomen overlast, schade en/of gevaarzetting met zich brengen), en zo nee, of deze in ieder geval dienen te worden gesnoeid (onderhoudsplicht). De kantonrechter zal hier evenwel met die laatste vraag beginnen, omdat het antwoord hierop ook van belang is voor de primaire vraagstelling. De kantonrechter wenst voorts voorop te stellen dat hij zich terdege het genot van [gedaagde partij] bij het behoud van de bomen realiseert.

snoeien van de 6 bomen

4.2.

Vast staat dat de 5 aangeplante bomen in de achtertuin een zelf aangebrachte voorziening betreffen als bedoeld in artikel 7:215 BW. De kantonrechter is voorts met Weller Wonen van oordeel dat de bomen door natrekking eigendom zijn geworden van Weller Wonen (met dien verstande dat [gedaagde partij] tot het einde van de huur nog het recht heeft om de bomen weg te halen). Dit alles zegt evenwel niets over het onderhoud daarvan tijdens de huur: de huurder moet de door hem, of door zijn voorganger, geplante boom onderhouden, want tuinonderhoud is nu eenmaal huurdersonderhoud. Dit is nog expliciet voorgeschreven in het Besluit, in de bijlage onder de letter l. Het Besluit is gebaseerd op artikel 7:240 BW. In de bijlage worden herstellingen opgesomd die op grond van artikel 7:217 BW voor rekening van de huurder komen. Gelet op de bijlage van dit Besluit, onder de letter l, valt hieronder het onderhoud aan de tuin, zodanig dat deze een verzorgde indruk maakt, waaronder in elk geval het regelmatig snoeien van heggen, hagen en opschietende bomen. De omstandigheid dat (de rechtsvoorganger van) Weller Wonen heeft ingestemd met het planten van de bomen, laat onverlet op dat de ouders als huurder, en op [gedaagde partij] als medehuurder, de verplichting rust(te) tot het vervolgens onderhouden van de bomen gedurende de huur. Dit verplichte tuinonderhoud geldt daarmee ook indien partijen geen afspraken hebben gemaakt over het onderhoud van de bomen. De aard van de voorziening maakt dat onderhoud door de huurder is geboden.

4.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter maakt de staat waarin de voor- en achtertuin zich thans bevinden, welke staat blijkt uit de overgelegde foto’s, geen verzorgde indruk, zoals bepaald in het Besluit. De bomen zijn overduidelijk niet adequaat tijdig en regelmatig in de hoogte gesnoeid, met als gevolg dat zij een onaanvaardbare hoogte hebben bereikt en in de woonomgeving een onverzorgde indruk maken.

Afgezien van de wettelijke verplichting om zich als goed huurder te gedragen (ex artikel 7:213 BW) en de verplichting om opschietende bomen te snoeien (ex het Besluit onder l) is de verplichting om de tuin te onderhouden hier ook uitdrukkelijk in de huurovereenkomst neergelegd (artikel 8). In het Reglement is vervolgens neergelegd wat precies van de huurder wordt verlangd. Dit Reglement dient te worden begrepen onder de door verhuurder nog vast te stellen voorschriften als bedoeld in artikel 7, aanhef en onder f, van de huurovereenkomst. In het door [gedaagde partij] gestelde, wordt geen reden gezien waarom dit Reglement niet van toepassing moet worden geacht, met dien verstande dat de kantonrechter begrijpt dat dit Reglement er eerst is gekomen toen de bomen reeds een aanzienlijke hoogte hadden bereikt. Dit laatste is evenwel veeleer het gevolg van het feit dat nimmer aan de onderhoudsverplichting is voldaan, zoals die reeds op [gedaagde partij] rustte. Immers, teneinde de bomen feitelijk telkens in hoogte te kunnen bijhouden (met behoud van de boom) ligt het in de rede om de bomen niet hoger te laten worden dan hooguit 5 meter. Die specifieke voorwaarde van 5 meter is daarmee geenszins onredelijk. Voor zover die bomen al een aanzienlijke hoogte hadden toen hij eerst medehuurder werd, maakt dit de situatie niet anders. [gedaagde partij] is medehuurder (en niet na oplevering door de ouders een nieuwe huurder geworden). Het ligt daarmee zonder meer op de weg van [gedaagde partij] om voor het, ook destijds ontstane achterstallige, snoeionderhoud van de bomen zorg te dragen, ongeacht de hoogte van die kosten. Dit laatste komt geheel voor rekening van [gedaagde partij] omdat is nagelaten de bomen in toom te houden. Ook dit maakt niet dat het Besluit daarmee niet meer van toepassing zou zijn. Het beroep op verjaring wordt verworpen. Dat Weller Wonen lange tijd niet heeft ingegrepen, ontslaat [gedaagde partij] niet aan zijn verplichtingen als huurder. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel mist een directe toepassing in het civiele recht, terwijl [gedaagde partij] ook heeft nagelaten te onderbouwen dat hij door Weller Wonen ongelijk wordt behandeld in vergelijking met andere huurders in de buurt. [gedaagde partij] kan ook geen geslaagd beroep doen op een vonnis gewezen tussen hem en de buren, nu die procedure speelde onder het burenrecht tussen uitsluitend die twee partijen. Van misbruik van recht is evenmin gebleken.

4.4.

Uit deze omstandigheden vloeit voort dat [gedaagde partij] zijn verplichtingen als huurder niet is nagekomen en dat de bomen rigoureus dienen te worden gesnoeid tot ongeveer 5 meter. De omstandigheid dat hiermee een kale stam resteert, althans in het begin, maakt dit niet anders. Dit is het gevolg van het jarenlang niet nakomen van de verplichtingen.

verwijderen van de bomen

4.5.

Voor de beantwoording van de vraag of (zelfs) een verwijdering van de bomen aan de orde is, is allereerst is van belang om de (atypische) situatie ter plaatse in beeld te brengen welke uit de dagvaarding en de conclusies niet als zodanig naar voren komt. De kantonrechter begrijpt aan de hand van de ingebrachte foto’s, en de door Weller Wonen ingebrachte klacht van de buren, dat de situatie is volgt. Het gehuurde betreft een hoekwoning op het uiteinde van een rij rijtjeswoningen met elk relatief kleine voortuinen. De voortuinen van elk van die rijwoningen grenzen aan een smal pad met trottoirtegels en vervolgens aan de achtertuinen van de telkens daartegenover liggende rij rijtjeswoningen. Dit pad betreft dus een toegangsweg naar de voordeuren van de rij woningen waartoe ook het gehuurde behoort. In de voortuin van het gehuurde bevindt zich de hierna als eerste te bespreken boom (4.5.1.). De achtertuin van het gehuurde grenst direct aan een straat met trottoirtegels. De achtertuin is vanuit de straat gezien omgeven met een betonplaten schutting, waarin zich een gat bevindt, met links daarvan een garagepoort. Het is één boom achterin de tuin van het gehuurde die zonder meer dicht op (het gat in) de schutting staat, en daarmee dicht aan de straat. Deze boom zal hierna als tweede worden besproken (4.5.2). Het gehuurde heeft, als hoekwoning, een zij-tuin. De zij-tuin van het gehuurde grenst aan een rij dwarsgelegen garageboxen. De andere bomen staan ter hoogte van de garageboxen, waarvan een ter hoogte van de garageboxen en de schutting.

Boom in voortuin

4.5.1.

Uit de foto’s is op te maken dat de voet van de boom zich grotendeels in de voortuin van [gedaagde partij] bevindt en al enigszins op het pad. De boom is volledig scheef gegroeid richting het pad, waarmee de, toch al smalle, doorgang nog smaller is geworden. De kroon van de boom bevindt zich tot over het pad en is van aanzienlijke hoogte. Weller Wonen heeft met een, weliswaar eerst bij repliek, ingebrachte verklaring onderbouwd dat door de twee buren aan de voorzijde wordt geklaagd over deze boom, onder meer in de zin dat deze de vrije doorgang en lichtinval belemmert. Deze klachten zijn - met het oog op de specifieke situatie ter plaatse - alleszins reëel en objectief te achten. Daarmee staat vast dat deze boom overlast veroorzaakt. In dit geval kan niet volstaan worden met het slechts inkorten van de boom, niet alleen omdat de boom scheef is gegroeid richting het pad maar ook omdat deze boom in de voortuin, als die is afgezaagd, een onverzorgde indruk blijft maken en gewoonweg niet in de omgeving past. [gedaagde partij] zal die boom op zijn kosten moeten (laten) verwijderen. Het had immers op de weg van [gedaagde partij] gelegen om die boom al lang geleden aan te pakken, ook zonder dat hij daartoe in rechte was betrokken. [gedaagde partij] kan de verantwoordelijkheid niet op de gemeente afschuiven. De boom is duidelijk ontstaan in de voortuin van [gedaagde partij] . Dat die boom niet is aangeplant maar als zaadje is komen aanwaaien, is niet relevant. De onderhoudsplicht ziet vanzelfsprekend ook hierop. De primaire vordering tot verwijdering van deze boom is daarmee toewijsbaar.

Boom aan de achterzijde

4.5.2.

Uit de foto’s is op te maken dat deze boom zich zeer dicht op de schutting bevindt, dat de onderste betonplaat exact op die hoogte in tweeën is gebroken en naar de straatkant toe is gedrukt, dat de daaraan grenzende trottoirtegel omhoog is gedrukt en dat het asfalt op die plek, en enkel op die plek, omhoog is gegaan. Dit alles in een rechte lijn van een wortel, die kennelijk ook nog is waar te nemen op de plek waar de schutting in tweeën is gebroken. Weller Wonen heeft hiermee voldoende onderbouwd dat deze boom de schade heeft veroorzaakt aan de schutting, het trottoir en het asfalt. [gedaagde partij] heeft deze onderbouwing niet weerlegd. Deze situatie kan op deze wijze niet worden gehandhaafd. Er is sprake van aantoonbare schade alsmede van een onveilige situatie nu het trottoir en wegdek niet meer gelijk zijn. Daarbij is de kantonrechter met Weller Wonen van oordeel dat de aanblik ervan afbreuk doet aan het leefklimaat. Nu de wortels van de boom de oorzaak zijn, zal de boom in zijn geheel moeten verwijderd teneinde aan deze situatie een einde te maken. Een andere oplossing is niet voorhanden. Het plaatselijk weghalen van de wortels aan die zijde zal een risicoboom opleveren. Het had op de weg van [gedaagde partij] gelegen om die boom allang te verwijderen. [gedaagde partij] zal die boom geheel op zijn kosten moeten (laten) verwijderen. De omstandigheid dat Weller Wonen lang heeft stilgezeten maakt dit niet anders. Het is primair aan [gedaagde partij] om het risico op schade door beplanting te voorkomen. De primaire vordering tot verwijdering van de boom zal worden toegewezen.

Bomen aan de zijkant ter hoogte van de garageboxen

4.5.3.

Weller Wonen stelt - in zijn algemeenheid c.q. ten aanzien van alle 6 de bomen - dat de bomen schade veroorzaakt hebben aan het wegdek, het trottoir en de betonnen schutting, maar uit de foto’s is - althans niet zonder toelichting - niet op te maken dat juist ook deze bomen die schade hebben veroorzaakt. Weller Wonen heeft ook niet gesteld dat deze bomen bijvoorbeeld schade aan de garageboxen en/of de woning hebben veroorzaakt. Wel heeft Weller Wonen nog één foto ingebracht van de hoek waarop de rechtergaragebox en de schutting is te zien, maar uit die foto is geen genoegzame schade op te maken, laat staan in relatie tot een concreet aan te duiden boom. De tegels liggen iets scheef. Het had op de weg van Weller Wonen gelegen om een onderbouwing te geven van die schade, gerelateerd aan een concrete boom. Het enkel iets scheefliggen van die tegels, vormt in ieder geen voldoende onderbouwing om al de overige bomen dan ook maar te verwijderen. Weller Wonen stelt in zijn algemeenheid dat de bomen licht ontnemen, maar gelet op de locatie kan de kantonrechter deze stelling niet direct plaatsen daarbij aldus mede in aanmerking nemende dat de directe buren niet over deze bomen klagen. De overburen, die wel klagen, klagen niet direct over het ontnemen van lichtinval door deze bomen. Weller Wonen stelt verder in zijn algemeenheid dat de bomen voor veel groenafval zorgen. De overburen geven in hun verklaring aan dat “de bomen (inclusief de bomen aan de zijkant van ..)” veel afval veroorzaken, maar gelet op het voren overwogene - al de bomen moeten worden gesnoeid en twee bomen moeten worden verwijderd - zal die overlast beduidend geringer zijn, terwijl enige overlast (naalden van sparren) nu eenmaal moet worden geaccepteerd. Dit is geen reden om dan die bomen in zijn geheel te verwijderen. De kantonrechter ziet zich nog voor de vraag of die bomen dan moeten worden verwijderd omwille van het leefbaarheid van de wijk. Aan de hand van de foto’s maakt de kantonrechter op dat [gedaagde partij] helemaal op het einde van de straat woont, omringt door betonnen schuttingen en garageboxen. Er is weinig groen te bespeuren. Zonder toelichting die niet is gegeven valt niet in te zien dat niet volstaan kan worden met de rigoureuze snoei. Weller Wonen heeft nog het standpunt ingenomen dat de bomen moeten worden verwijderd omdat ze ingeval van onstuimige weersomstandigheden kunnen omvallen en bij repliek heeft Weller Wonen dit standpunt uitsluitend gerelateerd aan de hoogte van de bomen. Weller Wonen heeft is hiermee niet ingegaan op de voor de hand liggende vraag of volstaan kan worden met een snoei, in welk geval dit argument niet meer opgaat. Nu, zoals overwogen de bomen in ieder geval zullen moeten worden gesnoeid, heeft Weller Wonen onvoldoende onderbouwd dat de bomen in zijn geheel moeten worden verwijderd. Hetgeen Weller Wonen aanvoert in het kader van de natrekking, ligt niet ten grondslag aan de vordering tot verwijdering van de bomen en behoeft daarmee verder geen bespreking. De primaire vordering tot verwijdering van deze bomen is daarmee niet toewijsbaar. Het subsidiair gevorderde, de snoei, zal worden toegewezen.

De kantonrechter geeft [gedaagde partij] daarbij evenwel in overweging dat niet valt uit te sluiten dat ook deze bomen schade (zullen) veroorzaken, dat deze dan alsnog dienen te worden verwijderd en dat [gedaagde partij] aansprakelijk is voor deze schade, en dat daarmee het verwijderen van al de bomen in één keer financieel gezien alsook anderszins het meest voor de hand ligt.

schutting en trottoir

4.6.

De vordering tot een rechtzetten en herstel van de schutting is eveneens toewijsbaar nu de schutting door natrekking eigendom is geworden van Weller Wonen en de schade is ontstaan door nalatig handelen zijdens [gedaagde partij] . De herstelling komt daarmee voor rekening van [gedaagde partij] op grond van onrechtmatig handelen. Dit geldt evenzo voor de vordering tot herstel van het trottoir. De kantonrechter begrijpt dat ook het trottoir bij de schutting eigendom is van Weller Wonen, zie 4.7. Ook de schade aan dit trottoir is ontstaan door nalatig handelen zijdens [gedaagde partij] . [gedaagde partij] behoort de schutting ook anderszins als goed huurder te onderhouden zolang hij het gehuurde huurt. [gedaagde partij] is bovendien op grond van de huurovereenkomst gehouden tot herstel (artikel 8, aanhef en onder o), terwijl in het Reglement nog is opgenomen dat onderhoud aan de schutting en bestrating voor rekening van de huurder komt. [gedaagde partij] heeft ook aangegeven dat hij bereid is tot herstel van de schutting en tot herstel van het trottoir. De kantonrechter begrijpt dat Weller Wonen geen herstel vordert van het trottoir aan het pad aan de voorzijde, waarvan [gedaagde partij] , in een ander verband (zie 4.5.1.) onbetwist heeft aangegeven dat dit pad van de gemeente is. Overigens spreekt het voor zich dat indien de trottoirtegels worden weggenomen teneinde de boom te kunnen verwijderen, deze uiteraard egaal worden teruggelegd. Hieraan hoeven ook geen noemenswaardige kosten te worden gemaakt.

asfalt

4.7.

Weller Wonen heeft bij repliek aangegeven de eigenaar te zijn van het wegdek aan de achterzijde, hetgeen bij dupliek niet is betwist. Uit de foto’s is, zoals reeds overwogen, genoegzaam op te maken dat het wegdek als gevolg van de wortels van de boom van [gedaagde partij] is beschadigd. [gedaagde partij] is hiermee gehouden tot herstel van deze bestrating, conform het Reglement dan wel op grond van onrechtmatig handelen (nalaten). [gedaagde partij] stelt bij antwoord dat het wegdek is aangebracht toen de wortels al aanwezig waren, maar Weller Wonen heeft bij dupliek onderbouwd dat er een opdruk is te zien van de wortels, hoe de wortels zijn gegroeid. [gedaagde partij] stelt dat het wegdek inmiddels aan vervanging toe is en brengt hiertoe foto’s in. Weller Wonen heeft bij repliek evenwel aangegeven dat het wegdek niet recent is aangelegd. Hoe het ook zij, de kantonrechter acht het onredelijk om de herstelkosten van het asfalt op het bord van [gedaagde partij] te leggen. Weller Wonen had schade beperkend kunnen handelen door al veel eerder in te grijpen. Deze vordering zal worden afgewezen.

offerte

[gedaagde partij] betwist tot slot de offerte, maar uit het petitum is niet op te maken dat het bedrag in de offerte als zodanig is gevorderd. De kantonrechter begrijpt de vordering zo, dat deze ziet op een of meer toekomstige facturen, die hier niet bij voorbaat ter beoordeling kunnen staan.

overig

4.8.

De gevorderde termijn van twee weken komt de kantonrechter onredelijk kort voor maar hiertegen is geen verweer gevoerd. De kantonrechter geeft Weller Wonen in overweging [gedaagde partij] zo nodig een iets langere termijn te gunnen. Hoewel toegang tot de woning zelf op het eerste gezicht niet noodzakelijk lijkt, is ook hiertegen geen verweer gevoerd. Deze toegang dient zich uiteraard wel te beperken tot strikt noodzakelijke gevallen. Voor het geval [gedaagde partij] niet vrijwillig aan Weller Wonen toegang tot zijn tuin verleent, zal Weller Wonen die toegang door middel van de tussenkomst van een deurwaarder kunnen verschaffen. De kantonrechter ziet geen grond om aan Weller Wonen machtiging te geven om zich toegang tot de tuin te verschaffen met behulp van de sterke arm van politie en justitie. De vordering daartoe berust niet op de wet. Uit artikel 434 Rv volgt immers dat een deurwaarder dit vonnis executeert. Onverenigbaar met die regel is dat de kantonrechter Weller Wonen zelf zou machtigen om zich toegang tot de tuin te verschaffen.

4.9.

[gedaagde partij] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Weller Wonen worden begroot op:

dagvaarding € 102,96

griffierecht 124,00

salaris gemachtigde 144,00 ( 2 punten x tarief € 72,00)

totaal € 370,96

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde partij] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het noodzakelijk onderhoud aan de tuin, behorende bij de gehuurde woning aan de [adres] te [plaats] , te verrichten, welke werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van de aanwezige boom (en/of conifeer en/of fijnspar) in de voortuin en de aanwezige boom (en/of conifeer en/of fijnspar) nabij de schutting, alsmede het snoeien van de overige bomen (en/of coniferen en/of fijnsparren) in de achtertuin tot een hoogte van 5 meter,

5.2.

veroordeelt [gedaagde partij] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de door de bomen veroorzaakte schade te herstellen, bestaande uit:

a. een rechtzetten en herstellen van de schutting, behorende bij het gehuurde,

b. het egaliseren en herstellen van het - door de wortels van de bomen beschadigde - trottoir,

5.3.

voor zover [gedaagde partij] niet aan de veroordelingen onder 5.1. en 5.2. voldoet:

a. verleent Weller Wonen machtiging tot het verrichten van de onder 5.1. en 5.2. omschreven werkzaamheden, zulks voor rekening en ten laste van [gedaagde partij] ,

b. veroordeelt [gedaagde partij] om de betreffende werkzaamheden te gehengen en te gedogen en daar waar nodig zijn medewerking te verlenen, waaronder toegang tot het gehuurde verschaffen aan medewerkers van Weller Wonen of derden die hiertoe van Weller Wonen opdracht hebben gekregen,

c. veroordeelt [gedaagde partij] de hieraan verbonden kosten binnen 3 weken na de datum van aanreiking door Weller Wonen van de op de werkzaamheden als voormeld betrekking hebbende gespecificeerde facturen, vergezeld van werkstaten en/of de factuur inzichtelijk onderbouwende berekeningen, aan Weller Wonen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen,

5.4.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van Weller Wonen, tot vandaag begroot op € 370,96,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

NIv