Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:8838

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-11-2020
Datum publicatie
19-11-2020
Zaaknummer
8520820 CV EXPL 20-2221
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet tijdig ingesteld, art 144 onder b Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8520820 CV EXPL 20-2221

Vonnis van de kantonrechter van 11 november 2020

in de zaak van

[gedaagde, thans opposante] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde, thans opposante,

gemachtigde mr. B.H.S. Brinkman, advocaat,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZIGGO B.V., als rechtsopvolger van de besloten vennootschap @HOME B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Utrecht,

eiseres, thans geopposeerde,

gemachtigde LAVG Groningen, gerechtsdeurwaarder.

Opposante wordt hierna ‘ [gedaagde, thans opposante] ’ genoemd, geopposeerde ‘Ziggo’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het door deze rechtbank op 30 juli 2008 tussen @Home en [gedaagde, thans opposante] bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer/ rolnummer 298523 CV EXPL 08-5497

  • -

    de verzetdagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in oppositie

  • -

    de conclusie van repliek in oppositie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[gedaagde, thans opposante] is in verzet gekomen van het tegen haar als gedaagde gewezen verstekvonnis van 30 juli 2008 onder zaaknummer 298523 CV EXPL 08-5497, waarbij zij als gedaagde is veroordeeld:

  • -

    tot betaling van een bedrag van € 84,99 aan Ziggo, vermeerderd met de wettelijke rente over € 46,54 vanaf 28 maart 2008 tot de dag der voldoening, een en ander een bedrag van € 5.000,00 niet te boven gaand,

  • -

    tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Ziggo begroot op € 167,80.

2.2.

Bij verzetdagvaarding vordert [gedaagde, thans opposante] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, haar te ontheffen van de veroordeling uitgesproken in voormeld verstekvonnis, en dat Ziggo in haar vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard, althans deze aan haar wordt ontzegd met veroordeling van Ziggo in de proceskosten.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Als meest verstrekkende verweer heeft Ziggo aangevoerd dat [gedaagde, thans opposante] niet tijdig in verzet is gekomen en daardoor in haar vordering niet ontvankelijk verklaard dient te worden. Ziggo stelt dat de grosse van het verstekvonnis van 30 juli 2008 op 10 oktober 2008 aan [gedaagde, thans opposante] is betekend. Vervolgens zijn twee (derden)beslagen gelegd (op respectievelijk 27 januari 2009 en op 2 april 2012). Volgens Ziggo heeft het bankbeslag van 2 april 2012 doel getroffen nu zij vervolgens op 31 mei 2012 een bedrag van € 173,80 heeft ontvangen. Daardoor is het verstekvonnis van 30 juli 2008, volgens Ziggo, conform artikel 144 onder b (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: hierna: Rv) juncto artikel 143 lid 2 Rv, ten uitvoer gelegd.

3.2.

Op basis van artikel 143 Rv kan een in Nederland wonende of verblijvende gedaagde die eerder bij verstek werd veroordeeld daartegen verzet doen binnen vier weken na betekening van het verstekvonnis aan gedaagde in persoon, na het plegen door de gedaagde van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het verstekvonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is of vanaf de dag waarop het verstekvonnis ten uitvoer is gelegd. Op grond van artikel 144 sub b Rv wordt het vonnis geacht ten uitvoer te zijn gelegd in geval van derdenbeslag op een vordering, na de uitbetaling aan de beslaglegger, of, indien dit beslag wordt gelegd op een vordering tot periodieke betalingen, na de eerste uitbetaling.

3.3.

[gedaagde, thans opposante] betwist dat er ooit onder haar bank beslag is gelegd, dat dit beslag vervolgens doel heeft getroffen en dat dit uiteindelijk tot een betaling aan Ziggo heeft geleid van een bedrag van € 173,80. De kantonrechter kan dit zelf ook niet opmaken uit het door Ziggo bij conclusie van antwoord in oppositie als productie 8 overgelegde overzicht, op welk overzicht een (begrijpelijke) verwijzing naar een beslag ten laste van [gedaagde, thans opposante] ontbreekt. Een toelichting wordt op dit punt ook niet door Ziggo gegeven.

3.4.

Dit betekent dat niet kan worden vastgesteld dat het door Ziggo ten laste van [gedaagde, thans opposante] gelegde beslag ook daadwerkelijk tot uitbetaling heeft geleid in de zin van artikel 144 sub b Rv. Ziggo heeft verder geen verweer gevoerd tegen de overige stellingen van [gedaagde, thans opposante] , waaruit volgt dat de verzettermijn pas is gaan lopen op of na 3 maart 2020, de dag waarop [gedaagde, thans opposante] naar haar zeggen naar aanleiding van de betekening van het beslag (productie 2 verzetdagvaarding) contact opnam met haar gemachtigde en op 13 maart 2020 het verstekvonnis ontving. [gedaagde, thans opposante] is dan ook tijdig in verzet gekomen van het verstekvonnis en komt de kantonrechter vervolgens toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering en het verweer.

3.5.

Nu [gedaagde, thans opposante] ontvankelijk is in haar verzet, komt de kantonrechter toe aan de verdere inhoudelijke beoordeling.

3.6.

[gedaagde, thans opposante] betwist dat er sprake is van een overeenkomst tussen haar en @Home, de rechtsvoorganger van Ziggo en dat daarop algemene voorwaarden van toepassing zijn. Zij stelt dat Ziggo geen schriftelijke bewijsstukken in het geding heeft gebracht waaruit een overeenkomst en/of de toepasselijke voorwaarden tussen partijen blijken. [gedaagde, thans opposante] betwist tevens dat zij ooit door @Home is aangeschreven

3.7.

Ziggo heeft bij conclusie van antwoord in oppositie verder in het geheel niets tegen deze stellingen van [gedaagde, thans opposante] ingebracht dan wel haar eerdere bij dagvaarding ingenomen stellingen nader met stukken (zoals bijvoorbeeld een onderliggende overeenkomst) onderbouwd, zodat de kantonrechter van de juistheid daarvan dient uit te gaan.

3.8.

[gedaagde, thans opposante] wordt van de jegens haar bij het verstekvonnis uitgesproken veroordeling ontheven. Het verzet wordt gegrond verklaard en het door de kantonrechter tussen partijen gewezen verstekvonnis vernietigd. De vorderingen van Ziggo worden alsnog afgewezen met veroordeling van Ziggo, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze verzetprocedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde, thans opposante] worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 105,50

  • -

    salaris gemachtigde € 72,00 (2 x tarief € 36,00)

Totaal € 177,50

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verklaart het verzet van [gedaagde, thans opposante] gegrond,

4.2.

vernietigt het door de kantonrechter te Maastricht op 30 juli 2008 onder zaaknummer 298523 CVEXPL 08-5497 tussen @Home als eiseres en [gedaagde, thans opposante] als gedaagde gewezen verstekvonnis,

en opnieuw rechtdoende:

4.3.

wijst de vorderingen af,

4.4.

veroordeelt Ziggo tot betaling aan [gedaagde, thans opposante] van de kosten van de verzetprocedure, die tot de uitspraak van dit vonnis zijn begroot op € 177,50,

4.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

NZ