Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:857

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-02-2020
Datum publicatie
13-02-2020
Zaaknummer
8237373 CV EXPL 19-8563
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding – gebruiksrecht huurwoning na einde samenwoning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8237373 CV EXPL 19-8563

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 4 februari 2020

in de zaak van

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

wonend aan de [adres] ,

[woonplaats] ,

eisende partij in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde mr. H. Kraimi,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonend aan de [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. S. Mestrini.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties

- de mondelinge behandeling op 30 januari 2020, waar partijen in bijzijn van hun gemachtigden zijn verschenen. Van de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zijn bij deze gelegenheid producties ingebracht, om welke reden de behandeling is geschorst. Na kennisname van die stukken door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is de behandeling voortgezet.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn een huurovereenkomst aangegaan, waarbij zij samen de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) huren. De huurprijs bedraagt € 850,00 per maand. Partijen hebben een affectieve relatie gehad welke enige tijd geleden is beëindigd. Sedert 25 november 2019 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] haar intrek genomen bij haar ouders en is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de woning gebleven.

2.2.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft in die periode bij de politie aangifte gedaan van mishandeling door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , waarvan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 20 januari 2020 is vrijgesproken.

2.3.

Uit de relatie van partijen is op [geboortedatum] een dochter, genaamd [minderjarige] , (te vroeg) geboren. De dochter heeft haar hoofdverblijf bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Er zijn diverse instanties betrokken bij [minderjarige] . De Raad voor de Kinderbescherming heeft onlangs een onderzoek ingesteld. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft, naast [minderjarige] , nog drie kinderen uit (een) eerdere relatie(s). Deze drie kinderen verblijven regelmatig bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de woning. [minderjarige] verblijft om het weekend bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

2.4.

Voordat partijen de woning huurden was door de voorgaande bewoner, zijnde een kennis van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , in de woning een gastouderopvang gestart. Het lag in de bedoeling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat ook zij een gastouderopvang in de woning zou beginnen. Bij besluit van 14 november 2019 (aldus gegeven voor het definitieve verbreken van de samenwoning) heeft de gemeente Heerlen, na een eerdere afwijzende beschikking, met ingang van 6 januari 2020 aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toestemming verleend voor de exploitatie van de voorziening voor gastouderopvang met zes kindplaatsen op het adres van de woning. De exploitatie van een gastouderopvang door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de woning is niet van de grond gekomen, al dan niet omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de woning heeft verlaten.

2.5.

Tijdens de relatie was [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kostwinnaar. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft een eigen onderneming in schoonmaak en onderhoud welke hij voert vanuit de woning (kantoor en opslag van zijn materiaal). [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft feitelijk, al dan niet achteraf, de borg en huurpenningen geheel voor zijn rekening genomen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de huurpenningen over de maanden oktober 2019 tot en met januari 2020 van de verhuurder niet hoeven voldoen omdat hij een afrastering heeft gemaakt op het dak van de woning en de badkamer in de woning heeft opgeknapt.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] werkt thans tijdelijk twee dagen in de week als gastouder bij één gezin. Daarnaast werkt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de weekenden in een (erotische) massagesalon.

2.6.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzocht om de woning uiterlijk 9 december 2019 te verlaten. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven. Er is door geen van de partijen al een bodemprocedure gestart.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert, samengevat, veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om de woning te verlaten op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten. Ter zitting is de eis al dan niet gewijzigd in “het uitsluitend gebruik van de woning door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zolang geen bodemprocedure is gestart”.

3.2.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] legt aan haar vordering ten grondslag dat haar belang om in de woning terug te keren en te blijven, zwaarder weegt, omdat [minderjarige] een vaste plek nodig heeft en de vergunning voor gastouderopvang is verleend voor een bepaald adres (de woning) en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een financieel belang erbij heeft dat zij de gastouderopvang kan exploiteren. Zij loopt thans inkomsten mis.

3.3.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer en heeft een tegenvordering ingesteld. Hij vordert, samengevat, te bepalen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in afwachting van een nog op te starten bodemprocedure bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de woning en dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de woning niet mag betreden, dit onder afgifte van de sleutels en op straffe van verbeurte van een dwangsom.

3.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] legt aan zijn vordering ten grondslag dat zijn belang zwaarder weegt, omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de woning inmiddels al een aantal maanden heeft verlaten, zijn vier kinderen regelmatig bij hem verblijven, hij geen familie heeft waarbij hij zijn intrek kan nemen, hij altijd de huurpenningen voor zijn rekening heeft genomen en (alleen) hij in staat is om dit te blijven doen, hij de woning nodig heeft voor zijn onderneming en ook hij een vaste plek wil voor [minderjarige] wanneer [minderjarige] bij hem verblijft.

3.5.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert verweer tegen de vordering in reconventie.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Nu de vorderingen over en weer van gelijke aard zijn, zullen beide vorderingen tegelijk worden behandeld aan de hand van het voor het onderhavige geschil van belang zijnde stellingen.

4.2.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft een spoedeisend belang bij haar vordering, omdat het gaat om een vordering tot toewijzing van het uitsluitend gebruiksrecht van de woning en partijen niet samen in de woning kunnen verblijven. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] reeds uit de woning is vertrokken, doet daaraan niet af. Partijen zijn immers nog steeds samen huurder van de woning en in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) kan niet op korte termijn duidelijkheid worden verkregen over de vraag wie in de woning mag blijven. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft, gelet op het voorgaande, eveneens een spoedeisend belang heeft bij zijn (tegen)vordering.

4.3.

Voor toewijzing van de (tegen)vordering in dit kort geding is vereist dat de feiten en omstandigheden die aan de (tegen)vordering ten grondslag zijn gelegd, voldoende aannemelijk zijn. Ook moet in voldoende mate waarschijnlijk zijn dat de (tegen)vordering in een nog te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

4.4.

Op grond van artikel 7:267 lid 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen huurders en medehuurders vorderen dat de rechter zal bepalen dat een of meer van deze personen de huur met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip niet langer zullen voortzetten. De vordering wordt alleen toegewezen, als dit naar billijkheid, met inachtneming van de omstandigheden van het geval, geboden is. Dit artikel kan analoog worden toegepast in deze zaak, waar [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gezamenlijk huurder zijn van de woning. Bij de vraag aan wie het gebruiksrecht van de woning moet worden toegewezen, gaat het om een belangenafweging. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen. Het belang van de verhuurder wordt niet in de afweging betrokken.

4.5.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onder de huidige omstandigheden een groter belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de woning dan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , gelet op het feit dat zijn kinderen regelmatig bij hem verblijven en gelet op zijn onderneming. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.5.1.

Het spreekt voor zich dat [minderjarige] , die haar hoofdverblijf heeft bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , gebaat is bij een stabiele en vaste woonomgeving, maar zonder toelichting, die ook ter zitting niet is gegeven, valt niet in te zien dat [minderjarige] , die op een leeftijd van tien maanden is verhuisd naar elders, gebonden is aan de woning. Er is ook anderszins niet toegelicht waarom [minderjarige] juist daar haar hoofdverblijf dient te hebben. Daarbij komt dat dit argument in zekere zin evenzeer geldt voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , nu [minderjarige] eveneens (maar in mindere mate) bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verblijft en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] deze vaste plek voor haar wil continueren. Bij dit alles komt voorts nog dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , onder verwijzing naar het rapport van de Kinderbescherming, erop heeft gewezen dat geenszins valt uit te sluiten dat [minderjarige] uit huis wordt geplaatst. Gesteld noch gebleken is overigens dat dit niet aan de orde is, ingeval [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de beschikking krijgt over de woning, al is dat allemaal speculatief. Daar staat tegenover dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog drie kinderen heeft, die met regelmaat bij hem wonen en wiens belangen, om in de hun bekende woning te kunnen vertoeven en niet te hoeven “verhuizen”, niet mogen worden veronachtzaamd. Er is niet gesteld - en die conclusie kan op basis van de stellingen en stukken ook niet worden getrokken - dat de belangen van [minderjarige] , afgezet tegen de belangen van de andere drie (oudere) kinderen, zwaarder dienen te wegen. Voor zover de situatie van [minderjarige] bij de grootouders al onwenselijk zou zijn, is niet onderbouwd dat de situatie onhoudbaar is. Er is bovendien niet gesteld, noch gebleken dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet in staat is om een woning elders te huren, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daarentegen alleen al vanwege zijn vier kinderen is aangewezen op een grotere woning. Er is kortom niet aannemelijk gemaakt dat het belang van [minderjarige] meebrengt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] thans naar de woning terugverhuist, terwijl de belangen van de kinderen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wel meebrengen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de woning kan blijven.

4.5.2.

Aan de hand van de stukken en het verhandelde ter zitting is aan twijfel onderhevig of [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op korte termijn daadwerkelijk een gastouderopvang van de grond krijgt (ook indien zij het gebruiksrecht over de woning heeft). [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de stelling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat de vergunning nog immer in stand is gemotiveerd betwist, en daarbij mede verwezen naar de zorgen over [minderjarige] . Hij heeft gesteld dat de vergunning is ingetrokken, althans dat dit in de verwachting ligt, en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geeft toe dat onlangs met instanties nog gesprekken zijn gevoerd over het al dan niet behouden van de vergunning. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] kan daarmee niet volstaan met de blote stelling dat de vergunning nog in stand is. Het is bovendien niet aannemelijk geworden dat de woning in constructief opzicht al geschikt is voor gastouderopvang of dat daartoe al aanzienlijke investeringen zijn gedaan. Er is kortom niet aannemelijk gemaakt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor haar inkomsten afhankelijk is van (juist) deze woning. Daar staat tegenover dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn inkomsten krijgt uit zijn onderneming en dat hij die onderneming al voert vanuit de woning. Hij is ook voor de onderneming aangewezen op een grotere woning. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] brengt hiertegen in dat zijn spullen voor zijn onderneming redelijk eenvoudig zijn te verplaatsen naar de garage van zijn vader, maar - wat hiervan ook zij - [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft niets gesteld omtrent de noodzaak voor een grote, en juist deze, woning vanwege de kinderen.

4.5.3.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de gastouderopvang in de woning, is onzeker of [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de, relatief hoge, huur van de woning alleen kan dragen. Zij heeft slechts onderbouwd dat zij de afgelopen maand voldoende inkomsten heeft gehad. Daar staat tegenover dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een stabiel en voldoende inkomen heeft, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de blote stelling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat hij schulden heeft weerspreekt. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft altijd de huurpenningen betaald en de stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , dat de huurovereenkomst juist met het oog op zijn inkomen is aangegaan, is niet betwist. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ook anderszins in de woning geïnvesteerd, nu hij de woning voor de huurbaas verbouwt.

4.6.

De conclusie is dat de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal worden afgewezen. De tegenvordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal worden toegewezen, met dien verstande dat de kantonrechter conform artikel 7:267 lid 7 BW dient te bepalen de dag vanaf welke de huurovereenkomst niet langer door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal worden voortgezet. In dit geval heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de woning reeds verlaten en is ook niet gevorderd (dat haar gelegenheid dient te worden geboden om) de woning te ontruimen met de zaken die zich daarin van harentwege bevinden. De kantonrechter zal de vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dan ook toewijzen zoals geformuleerd. Hieruit vloeit logischerwijze voort dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de sleutels van de woning aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient af te geven en dat zij de woning niet meer mag betreden, zodat deze, onweersproken gebleven, vorderingen eveneens zullen worden toegewezen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft geen verweer gevoerd tegen de te verbeuren dwangsom “per overtreding”. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] evenwel niet heeft toegelicht waarop de dwangsom ziet en met ingang van welke datum die dan zou verbeuren ( [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft geen termijnen genoemd), laat staan de noodzaak, zal deze vordering worden afgewezen. Zo heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ter zitting verklaard dat zij de woning slechts heeft betreden vanwege de hond, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangeeft dat Keulaars inmiddels de hond heeft ontvangen. De kantonrechter acht het overigens in de rede liggen dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de sleutels uiterlijk binnen twee weken na heden al dan niet via de gemachtigde(n) aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bezorgt en dat zij de woning vanaf heden niet meer betreedt (zonder toestemming van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ).

4.7.

Aangezien dit geschil voortvloeit uit de beëindiging van een samenlevingsverband, zullen de proceskosten tussen partijen (zowel in conventie als in reconventie) worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter in kort geding

in conventie

5.1.

wijst de vordering af,

in reconventie

5.2.

bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor de duur van de (nog aan te vangen) bodemprocedure, met uitsluiting van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , wordt gerechtigd tot het gebruik van de woning,

5.3.

bepaalt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de woning niet meer mag betreden en dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de sleutels aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] afgeeft,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie

5.6.

compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.

NIv