Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:8569

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-11-2020
Datum publicatie
06-11-2020
Zaaknummer
03/659019-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

openlijk geweld. Nu de zoon van verdachte is begonnen, is er geen sprake van een noodweersituatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.659019.19

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 november 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979 ,

wonende te [woonplaats] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.W.J.L. Loonen, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 oktober 2020. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Daarnaast is de vordering tot schadevergoeding behandeld die de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft ingediend. Namens de benadeelde partij is niemand verschenen.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer: [parketnummer 1] ) en [medeverdachte 2] (parketnummer: [parketnummer 2] ).

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en tegen goederen van [benadeelde 1] .

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat het ingrijpen van de verdachte in het reeds ontstane gevecht in eerste instantie gerechtvaardigd was. De verdachte zag dat zijn zoon [medeverdachte 2] belaagd werd door circa vijf personen. Hierop heeft de verdachte gereageerd met gebruikmaking van geweld, met de intentie om zijn zoon te bevrijden van zijn belagers. De raadsman verzoekt de verdachte om hem voor dit onderdeel van de tenlastelegging te ontslaan van alle rechtsvervolging. Voor het overige aan de verdachte ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het strafdossier voldoende wettig bewijs bevat zodat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

3.3.1

De inleiding

Op zondag 12 augustus 2018 is er een braderie in Afferden . Verdachte en zijn medeverdachten (vader, zoon en grootvader) hebben die dag de nodige alcoholische drank tot zich genomen. Op enig moment ontstaat er op het terras een vechtpartij tussen verdachte en zijn medeverdachten enerzijds en de aanwezigen op het terras van [benadeelde 1] anderzijds. Twee surveillance-eenheden van de politie Brabant, bestaande uit respectievelijk de agenten [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en de agenten [benadeelde 4] en [benadeelde 5] komen als eerste ter plaatse. Niet in geschil is dat verdachte en zijn mede-verdachten bij de vechtpartij betrokken zijn.

[medeverdachte 2] wordt door de getuigen omschreven als [medeverdachte 2] of de jonge jongen met de zwembroek en ontbloot bovenlijf, verdachte [verdachte] wordt aangeduid als de vader van [medeverdachte 2] of als de iets oudere man met een felgekleurde zwembroek en medeverdachte [medeverdachte 1] als de opa van [medeverdachte 2] of de dikke oudere man met zwart t-shirt en witte pet. Verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting desgevraagd bevestigd dat hij op 12 augustus 2018 de man was met de felgekleurde zwembroek.

3.3.1.2 De bewijsmiddelen

[slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan bij de politie. Zij heeft onder meer het volgende verklaard:

Op zondag 12 augustus 2018, omstreeks 19.00 uur was ik aanwezig in mijn frituur, [benadeelde 1] , gelegen aan de [adres] te Afferden . Ik ben eigenaar van deze zaak. Rond die tijd kwam een jonge man binnen met een oudere vrouw. Op een gegeven moment zag ik, dat een forse man met een zwart t-shirt een jonge vrouw op het hoofd aan het slaan was. Ik zag dat die forse man met zijn vuist op haar hoofd sloeg. Ik zag dat hij met zijn vuist fors op het hoofd van die vrouw sloeg. Ik ging naar die man en zei tegen hem “doe eens normaal”. Ik zag, dat die forse man met dat zwarte t-shirt met zijn rechter arm uithaalde en mij tegen mijn hoofd sloeg. Hij raakte mij op de rechter zijkant van mijn hoofd. Ik voelde een pijnscheut door mijn hoofd. Ik heb geen letsel maar mijn hoofd is nog steeds pijnlijk. Ik stond in het midden van de zaak en zag dat die jonge man weer de zaak binnen kwam. Ik zag, dat hij een glazen fles pakte en die in de richting van de vriend van mijn dochter gooide. Er stonden ongeveer 17 van die flessen op de toonbank en ik zag, dat die jonge man alle flessen van de toonbank gooide. Ik zag dat hij die flessen tegen de muur gooide. Verder zag ik dat hij alle goederen die op of achter de toonbank stonden op de grond gooide. Al die goederen zijn stuk gegaan en de muren waren besmeurd. Door het gooien met die glazen flessen zijn enkele muurtegels stuk, verder is een stuk uit een stenen blad. Ook zijn meerdere vloertegels stuk en 2 deurtjes zijn beschadigd. Door de ruzie in de frituur zijn ook meerdere tafels stuk gegaan. Later zag ik, dat die forse man met dat zwarte t shirt, met stoelen en tafels aan het gooien was.2

[slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan bij de politie. Zij heeft onder meer het volgende verklaard:

Op zondag 12 augustus 2018 omstreeks 19.00 uur bevond ik mij op het terras van [benadeelde 1] te Afferden . Ik was daar samen met zes andere personen. Ik zag dat een jonge man met een zonnebril en een ontbloot bovenlichaam met een iets oudere man met ontbloot bovenlichaam en een felle broek langs ons liepen op het terras. Ik zag dat die jonge jongen, in het voorbij gaan, de pet van het hoofd van [slachtoffer 1] sloeg die bij mij op het terras zat. Een of twee seconden later zag ik dat die jonge jongen weer naar buiten kwam en [slachtoffer 1] bij zijn nek greep. Vanaf dat moment ging alles heel snel. Ik meen dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 7] probeerden die jongen van [slachtoffer 1] los te krijgen. Ik zag dat [slachtoffer 7] op enig moment weg rende, achterna gezeten door de man met ontbloot bovenlijf en een felle broek. Op eens zag ik dat de forse oudere man en de jonge jongen bij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] stonden. Ik zag dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] probeerden beiden op afstand te houden. Ik zag dat [slachtoffer 2] door die oudere man ten minste twee keer boven op haar hoofd werd geslagen. Ik zag dat de eigenaar van de cafetaria naar buiten kwam en probeerde de oudere man weg te duwen. Ik ben toen in de richting van een vrouw gelopen die daar met een baby en twee andere kinderen stond.

Toen ik daar naar toe liep voelde ik een klap tegen de rechter zijkant van mijn gezicht. Die klap deed erg pijn. Ik heb zelf niet gezien van wie ik die klap kreeg. Mijn vriend, [vriend slachtoffer] , vertelde mij dat hij had gezien dat ik door de oudere forse man geslagen was. Ik ben toen weggelopen.3

[slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan bij de politie. Zij heeft onder meer het volgende verklaard:

Ik doe aangifte van mishandeling gepleegd op zondag 12 augustus 2018, omstreeks

18.55

uur op het terras van [benadeelde 1] , aan de [adres] te Afferden .

Ik zag dat er 4 personen, twee mannen en twee vrouwen aan kwamen lopen vanuit de richting van het centrum van Afferden . Ik zag dat de vrouw viel. Ik zag dat de vrouw bloedde aan de linkerzijde van het gezicht en de kin. De jongen kwam het terras op gelopen en sloeg toen tegen het hoofd van mijn vriend [slachtoffer 1] waardoor het petje dat [slachtoffer 1] droeg af vloog. De jongen liep vervolgens de cafetaria binnen. Ik zag dat de jongen na enkele seconden weer terug kwam. Uit het niets greep hij toen [slachtoffer 1] bij de keel. Ik probeerde de jongen hij [slachtoffer 1] weg te trekken/duwen. Toen ik daarmee doende was werd ik plotseling van achteren geslagen tegen mijn hoofd. De dikke man bleef op mij inslaan. Hij sloeg minstens 4 keer tegen mijn hoofd. Hij bleef slaan. Ik voelde meteen pijn. Ik kon niet weg omdat [slachtoffer 1] en ik in dat hoekje tussen de muur en de openstaande deur stonden. Ik hoorde de eigenaresse van de cafetaria roepen: Doe eens normaal. De dikke reageerde daarop door zich naar haar te keren en haar te slaan. De dikke man had een stoel van het terras vast en gooide die over het terras weg.4

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan bij de politie. Hij heeft onder meer het volgende verklaard:

Op zondag 12 augustus 2018, omstreeks 18.55 uur was ik met mijn vriendin [slachtoffer 2]

en onze vriendengroep op het terras van [benadeelde 1] te Afferden .

Een jongen gekleed in een zwembroek liep het terras van [benadeelde 1] op waar wij zaten. In het voorbij lopen sloeg de jongen het petje dat ik droeg van mijn hoofd. Hij liep door de cafetaria in. Een paar seconden later kwam de jongen de cafetaria weer uit. Hij greep mij van de zijkant bij mijn polo en mijn nek en hals vast. Ik stond op en de jongen bleef mij vasthouden. Hij duwde mij in de richting van de cafetaria. Mijn vriendin [slachtoffer 2] was bij ons en probeerde de jongen weg te krijgen van mij. Hierna was de dikke man met de witte pet bij ons. De jongen hield wel mijn polo vast die helemaal stuk scheurde. Hierna was de jongen weg. Ik zag dat hij de cafetaria in ging en met iets gooide. Vervolgens gooide hij nog met een stoel. Ik zag dat de dikke man mijn vriendin [slachtoffer 2] 3 of 4 keer met de vuist op haar hoofd sloeg. Vervolgens zag ik dat de man de eigenaar van de cafetaria belaagde en naar de eigenaar sloeg en schopte.5

[slachtoffer 5] aangifte gedaan bij de politie. Zij heeft onder meer het volgende verklaard:

Op 12 augustus 2018 was ik met vrienden op het terras bij [benadeelde 1] te Afferden . Ik zag dat er een familie naar het terras kwam toelopen, dat waren onder anderen [medeverdachte 2] , zijn vader en opa. Terwijl [medeverdachte 2] over het terras naar binnen liep, sloeg hij [slachtoffer 1] tegen zijn hoofd aan. [medeverdachte 2] liep vervolgens de cafetaria in. Toen [medeverdachte 2] weer naar buiten kwam rende hij meteen op [slachtoffer 1] af en klemde gelijk zijn handen om de nek van [slachtoffer 1] .

Toen wij [medeverdachte 2] van [slachtoffer 1] probeerden af te halen, kwamen de vader en opa van [medeverdachte 2] op ons af. Op dat moment was het ons net gelukt om [medeverdachte 2] van [slachtoffer 1] af te krijgen. De vader en opa begonnen meteen te vechten. [slachtoffer 4] zat nog op haar stoel. Ik zag dat de opa van [medeverdachte 2] met zijn vuist in [slachtoffer 4] haar gezicht sloeg. Dit was met zijn rechter vuist en ik zag dat hij zijn volle gewicht tegen haar rechter wang aan sloeg. Ik zag dat [medeverdachte 2] en zijn vader op [slachtoffer 6] af kwamen. Ik zag dat [medeverdachte 2] en zijn vader [slachtoffer 6] probeerden te slaan. Het lukte [slachtoffer 6] om hen van zich af te duwen. Toen ik bij [slachtoffer 6] kwam probeerde de vader van [medeverdachte 2] mij ook te slaan. Ik zag dat de vader van [medeverdachte 2] met zijn vuist in mijn richting sloeg. Ik dook snel weg en daardoor werd ik tegen mijn rechter bovenarm geraakt.

Een dag later had ik een blauwe plek, ter grootte van een ei, op mijn rechter bovenarm staan. Dit was de plek waar de vader van [medeverdachte 2] mij geraakt had. Ik heb toen zelf een beetje afstand genomen en heb afgewacht tot het voorbij was. In de tussentijd hebben [medeverdachte 2] , zijn vader en opa, verschillende Afferdse mensen aangevlogen. Iedereen die ze aankeken werd aangevallen.6

[slachtoffer 6] aangifte gedaan bij de politie. Hij heeft onder meer het volgende verklaard:

Op 12 augustus 2018 was ik met mijn vrienden bij [benadeelde 1] te Afferden .

Ik zag dat [medeverdachte 2] bij de cafetaria naar binnen liep. Ik zag dat hij hierna naar buiten liep en mijn vriend [slachtoffer 1] om zijn hals/nek pakte met 2 handen. Ik zag dat hij de nek van [slachtoffer 1] fors probeerde dicht te knijpen. Ik pakte de arm van [medeverdachte 2] om hem weg te trekken. Toen kwamen wij aan [medeverdachte 2] , waarop vader en de opa kwaad werden, die [medeverdachte 2] te hulp kwamen. Ik zag dat de opa [slachtoffer 4] heeft geslagen. Ik zag dat hij zwaaiend met zijn vuist sloeg, maar ik zag niet waar. De vader en [medeverdachte 2] wilden mij slaan. Ik kon [medeverdachte 2] tot 3 maal toe afweren. Hierop werd de vader bozer op mij en zag ik dat hij mij twee keer met de vuist sloeg. Hij heeft mij 1 keer in mijn nek, linkerzijde, en 1 keer op mijn linkeroor geraakt. Ik voelde hierop pijn in mijn nek en oor. [medeverdachte 2] droeg een zwembroek. Hij had blonde haren, hij leek me van mijn lengte. Ik ben 1.80 meter. [medeverdachte 2] had een bloot bovenlijf. Hij heeft een slank postuur. De vader had ook een zwembroek aan. De vader had een bloot bovenlijf. De vader was kleiner dan ik. De opa had een donker shirt en korte broek aan. Die had een behoorlijk buikje zullen we maar zeggen. Het was een brede, forse man.7

[slachtoffer 7] heeft tegenover de politie onder meer het volgende verklaard over de gebeurtenissen op 12 augustus 2018:

[medeverdachte 2] pakte [slachtoffer 1] plotseling bij de keel. [slachtoffer 1] ging meteen met zijn handen naar zijn keel om los te komen. Ik ging toen ook staan en probeerde [slachtoffer 1] los te krijgen van [medeverdachte 2] . Ik probeerde hen uit elkaar te trekken. Uit het niets kreeg ik opeens een klap van de vader van [medeverdachte 2] . Dit deed heel veel pijn. Ik zag dat de opa van [medeverdachte 2] vol aan het inslaan was op het hoofd van [slachtoffer 2] . Ik zag dat de vader van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] op [slachtoffer 6] aan het inslaan waren. Van een afstand zag ik dat de opa van [medeverdachte 2] de binnenkant van de Friettent aan het vernielen was. Ik zag dat stoelen door de lucht werden gegooid. Ik zag dat de opa van [medeverdachte 2] een slaande beweging maakte in de richting van het gezicht van Elles. Ik zag dat hij Elles met volle kracht in het gezicht raakte.8

Getuige [getuige] heeft tegenover de politie onder meer het volgende verklaard:

Op zondag 12 augustus 2018, was ik in de frituur in Afferden mijn vrouw aan het helpen in de zaak. Ik zag, dat die jonge man die persoon van achteren bij de nek pakte. Ik hoorde dat een jonge vrouw die ook aan die tafel zat riep “doe eens normaal”. Ik zag dat die jonge man met zijn rechter arm uithaalde en met zijn vuist tegen het hoofd van dat meisje sloeg. Ik zag dat een forse oudere man die een donker kleurig t-shirt droeg en nagenoeg geen tanden in de mond had, de jonge vrouw die al een klap had gehad, meerdere keren met zijn vuist op haar hoofd sloeg. Mijn vrouw ging naar buiten en ik hoorde dat die man moest ophouden. Ik zag dat die oudere man met zijn rechter arm uithaalde en met zijn vuist tegen het hoofd van mijn vrouw sloeg. Hij raakte haar tegen de rechterkant van haar hoofd. Ik ben toen naar hem toe gegaan en heb die oudere man een klap gegeven zodat mijn vrouw de zaak in kon vluchten. Ik zag dat die oudere man een stoel pakte en hij wilde mij met die stoel slaan. Ik zag verder nog dat ze met tafels en vuilnisbakken hebben gegooid. In de tijd dat ik buiten aan het vechten was heeft die jonge man in de frituur erg veel vernield.9

3.3.1.3 De bewijsoverwegingen

De rechtbank stelt voorop dat van het ‘in vereniging’ plegen van geweld sprake is indien de betrokkenen een voldoende significante of wezenlijke bijdrage leveren aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die ‘in vereniging’ geweld pleegt. Bepalend is of de door de betrokkenen geleverde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

Naar het oordeel van de rechtbank was er sprake van een voortdurende opeenvolging van geweldshandelingen. Die is begonnen met de agressie van [medeverdachte 2] tegen [slachtoffer 1] , waarbij [verdachte] en [medeverdachte 1] zich direct hebben aangesloten en die vervolgens dat geweld hebben voortgezet. Dit geweld richtte zich zowel tegen personen als tegen de goederen van [benadeelde 1] .

Het betoog van raadsman Loonen dat het ingrijpen van de verdachte [verdachte] in het gevecht in eerste instantie gerechtvaardigd was, volgt de rechtbank niet. [verdachte] wilde zijn zoon te hulp schieten, terwijl de gedragingen van zijn zoon de aanleiding waren van het gevecht, namelijk het vastgrijpen van [slachtoffer 1] bij zijn keel en kleding. Daar mochten de aangevers/slachtoffers op reageren zoals zij gedaan hebben. Er was geen sprake van een wederrechtelijke aanranding van hun zijde waarop door [verdachte] vervolgens gerechtvaardigd gereageerd mocht worden. Voorts volgt uit de verklaring van [slachtoffer 4] dat verdachte ook samen met zijn zoon de aanval heeft opgezocht door [slachtoffer 7] achterna te rennen en te slaan, hetgeen zich niet verhoudt tot de gestelde noodweersituatie.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en zijn medeverdachten de geweldshandelingen van de ander ondersteund en mogelijk gemaakt. Zij hebben door hun (gezamenlijke) aanwezigheid en gedrag ieder bijgedragen aan het ontstaan en voortduren van de geweldshandelingen. Geen van hen heeft zich, tot het arriveren van de politie, gedistantieerd van het gepleegde geweld. Alle drie de verdachten hebben naar het oordeel van de rechtbank een voldoende significante of wezenlijke bijdrage geleverd aan het gepleegde geweld, zodat het onder feit 1 tenlastegelegde openlijk in vereniging geweld plegen kan worden bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht het tenlastegelegde openlijk in vereniging geweld plegen bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 12 augustus 2018 te Afferden (L) openlijk, te weten in [benadeelde 1] (gelegen aan de [adres] ) en op de [adres] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en goederen, te weten het interieur van [benadeelde 1] , welk geweld heeft bestaan uit:

- het met kracht vastgrijpen van voornoemde [slachtoffer 1] bij diens keel en bij diens kleding en

- het meermalen slaan van voornoemde [slachtoffer 2] en

- het slaan van voornoemde [slachtoffer 3] en

- het slaan van voornoemde [slachtoffer 4] en

- het slaan van voornoemde [slachtoffer 5] en

- het meermalen slaan van voornoemde [slachtoffer 6] en

- het meermalen slaan van voornoemde [slachtoffer 7] en

- het gooien met meerdere flessen en andere goederen welke op de toonbank van voornoemde cafetaria stonden en

- het gooien met meubilair van voornoemde cafetaria.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf van 160 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de strafmaat aan het oordeel van de rechtbank.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich samen met 2 anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Dit is voor de slachtoffers een hele beangstigende situatie geweest. Wat een gezellige avond had moeten worden, liep uit op een zeer nare ervaring met lichamelijk letsel en een beschadigde cafetaria tot gevolg.

De rechtbank houdt er bij de bepaling van de straf rekening mee dat de verdachte in vergelijking tot zijn medeverdachten het kleinste aandeel in de openlijke geweldpleging had.

Sinds 2008 is de verdachte – naast het nu tenlastegelegde feit – alleen met politie en justitie in aanraking gekomen wegens het rijden zonder rijbewijs in 2019 en 2020. Er is dus geen sprake van recidive.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank – anders dan de officier van justitie heeft geëist – geen aanleiding om als stok achter de deur een deels voorwaardelijke straf op te leggen.

Voorts houdt de rechtbank er ten voordele van verdachte rekening mee dat de redelijke termijn (van twee jaren) met 2 maanden is overschreden, nu de eerste daad van vervolging dateert van 4 september 2018 (datum eerste verhoor) en dit vonnis gewezen is op 4 november 2020.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafsoort en de hoogte van de straf de LOVS oriëntatiepunten mede in aanmerking genomen.

Alles overwegende zal de rechtbank een taakstraf van 110 uren subsidiair 55 dagen hechtenis opleggen.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van in totaal € 450,-, bestaande uit € 250,- materiële schade en € 200,- immateriële schade.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de schadevergoeding, zoals die is gevorderd, toewijsbaar. De officier van justitie heeft verzocht bij toewijzing van de vordering de gevorderde wettelijke rente toe te kennen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Daarnaast heeft hij gevorderd dat wordt bepaald dat verdachte hoofdelijk aansprakelijk is.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij geheel toe, nu deze vordering niet is betwist.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 110 uren;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 55 dagen;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van € 450,- te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 12 augustus 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] een bedrag van € 450,- te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 12 augustus 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 9 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H. Broier, voorzitter, mr. F.H. Machiels en mr. M.J.A.G. van Baal, rechters, tegenwoordigheid van mr. E. van Rie, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 november 2020.

Buiten staat:

mr. P.H. Broier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 12 augustus 2018 te Afferden L, in elk geval in de

gemeente Bergen (L), openlijk, te weten in [benadeelde 1] (gelegen aan de

[adres] ) en/of op de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg

en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft

gepleegd tegen (een) perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of (een) goed(eren), te weten

het interieur van [benadeelde 1] , welk geweld heeft bestaan uit

- het met kracht vastgrijpen van voornoemde [slachtoffer 1] bij diens keel en/of bij

diens kleding en/of

- het meermalen, althans eenmaal, slaan van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

- het slaan van voornoemde [slachtoffer 3] en/of

- het slaan van voornoemde [slachtoffer 4] en/of

- het slaan van voornoemde [slachtoffer 5] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, slaan van voornoemde [slachtoffer 6] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, slaan van voornoemde [slachtoffer 7] en/of

- het gooien met meerdere flessen en/of andere goederen welke op de toonbank

van voornoemde cafetaria stonden en/of

- het gooien met meubilair van voornoemde cafetaria

terwijl hij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg, basisteam Venray-Gennep , proces-verbaalnummer PL2300-2018124341Z , gesloten d.d. 19 september 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 148.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 13 augustus 2018, pagina’s 69-70.

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 14 augustus 2018, pagina’s 78-79.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 14 augustus 2018, pagina’s 80-82.

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 15 augustus 2018, pagina’s 84-85.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 17 augustus 2018, pagina’s 89-92.

7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] d.d. 17 augustus 2018, pagina’s 94-97.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 7] d.d. 17 augustus 2018, pagina’s 116-118.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 15 augustus 2018, pagina’s 108-109.