Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:8147

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-10-2020
Datum publicatie
29-10-2020
Zaaknummer
8672059 \ CV EXPL 20-3624
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incassokosten afwijzen, betaaldatum onbekend + incassokosten afwijzen betaald binnen 14 dagen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8672059 \ CV EXPL 20-3624

Vonnis van de kantonrechter van 21 oktober 2020

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde [naam gemachtigde] ,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende [adres] ,

[woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eisende partij vordert – samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van:

primair

hoofdsom € 897,50

vervallen rente 8,36

buitengerechtelijke incassokosten 392,50 (inclusief btw)

gevorderd bedrag € 1.298,36

subsidiair

hoofdsom € 897,50

vervallen rente 8,36

buitengerechtelijke incassokosten 134,63 (inclusief btw)

gevorderd bedrag € 1.040,49

primair en subsidiair te vermeerderen met rente en kosten.

2.2.

Eisende partij stelt dat gedaagde partij de woonruimte, staande en gelegen te [woonplaats 2] aan de [adres] , tegen een huurprijs van € 632,50 per maand inclusief btw steeds bij vooruitbetaling te voldoen van haar huurt.

2.3.

Gedaagde partij blijft in gebreke met betaling van het restant van de waarborgsom groot € 897,50. Voorts stelt eisende partij dat gedaagde partij aan haar een vergoeding van

€ 162,90 inclusief btw voor buitengerechtelijke kosten verschuldigd is en de tot en met 17 juli 2020 berekende wettelijke rente groot € 6,57.

Wegens het uitblijven van de betaling van huur over de maand mei 2020 heeft eisende partij op 8 mei 2020 een zogenaamde 14-dagenbrief aan gedaagde partij gestuurd. Zij maakt daarom aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten groot € 114,80 inclusief btw en de tot en met 17 juli 2020 vervallen wettelijke rente groot € 1,14. De huur is uiteindelijk betaald, doch de incassokosten niet.

Wegens het uitblijven van de betaling van huur over de maand juni 2020 heeft eisende partij op 5 juni 2020 een zogenaamde 14-dagenbrief aan gedaagde partij gestuurd. Zij maakt daarom aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten groot € 114,80 inclusief btw en de tot en met 17 juli 2020 vervallen wettelijke rente groot € 0,65. De huur is uiteindelijk betaald op 15 juni 2020, doch de incassokosten niet.

2.4.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering ten aanzien van de waarborgsom en de daarover gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en vervallen rente staan daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoren als onvoldoende betwist te worden toegewezen.

2.5.

Eisende partij maakt ten aanzien van de huur van de maand mei 2020 aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten groot € 114,80. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten komt niet voor toewijzing in aanmerking, nu gedaagde partij de hoofdsom heeft voldaan en eisende partij niet heeft gesteld wanneer de door gedaagde partij verrichte betaling heeft plaatsgevonden. De kantonrechter gaat er gelet hierop vanuit dat de betalingen binnen de 14 dagen termijn hebben plaatsgevonden, zodat geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn.

Gelet op het bovenstaande zal ook de gevorderde wettelijke rente groot € 1,14 worden afgewezen.

2.6.

Eisende partij maakt ten aanzien van de huur over de maand juni 2020 aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.

De gevorderde vergoeding komt op grond van artikel 6:96 lid 6 BW echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu gedaagde partij de vordering heeft voldaan binnen de in de aanmaning gestelde betalingstermijn van 14 dagen.

De gevorderde wettelijke rente groot € 0,65 staat als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.

2.7.

De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom wordt toegewezen vanaf 18 juli 2020 aangezien de rente over de hoofdsom al tot en met 17 juli 2020 is berekend.

2.8.

Gelet op het vorenstaande zal een bedrag groot € 1.067,62 (hoofdsom € 897,50 + buitengerechtelijke incassokosten € 162,90 + € 7,22 vervallen wettelijke rente) worden toegewezen.

2.9.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 104,94

  • -

    griffierecht € 236,00

  • -

    salaris gemachtigde € 120,00 (1 x tarief € 120,00)

totaal € 460,94

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.067,62, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 897,50 vanaf 18 juli 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 460,94,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC