Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:7681

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30-09-2020
Datum publicatie
15-10-2020
Zaaknummer
8517228 \ CV EXPL 20-2184
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis, ambtshalve toetsen, resterende leasetermijnen en inname- en takelkosten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8517228 \ CV EXPL 20-2184

Vonnis van de kantonrechter van 7 oktober 2020

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YOUR LEASE B.V.,

gevestigd te Soest,

eisende partij,

gemachtigde B. Jonas,

tegen:

1 [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2],
beiden wonende [adres] ,
[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 15 juli 2020

- de akte toelichting.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Eisende partij vordert – zakelijk weergegeven -:

a. te verklaren voor recht dat de leaseovereenkomst is ontbonden,

gedaagde partij te veroordelen tot betaling van:

een bedrag van € 9.145,12 (hoofdsom en rente) te vermeerderen met rente,

een bedrag van € 827,35 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met rente,

de kosten van het geding, te vermeerderen met rente,

de nakosten.

2.2.

Eisende partij stelt dat partijen op 21 augustus 2018 een mantelovereenkomst hebben gesloten.

Op 24 augustus 2018 is tussen partijen een operationele leaseovereenkomst gesloten met betrekking tot de huur van een auto, merk Fiat, type 500, met kenteken [kenteken] . De looptijd van de leaseovereenkomst bedraagt 60 maanden. De maandelijkse leasetermijn bedroeg bij aanvang van de overeenkomst € 331,00 inclusief btw, bij vooruitbetaling te voldoen vóór de eerste van de maand.

Zowel op de mantelovereenkomst als op de leaseovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van eisende partij van toepassing.

2.3.

Ter onderbouwing van haar vordering stelt eisende partij dat gedaagde partij met de betaling van de leasetermijnen in gebreke is gebleven. Omdat gedaagde partij ook na aanmaning niet aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan, heeft eisende partij de leaseovereenkomsten op 15 augustus 2019 schriftelijk ontbonden. Na ontbinding is de auto in goed overleg met gedaagde partij ingenomen op 16 augustus 2019. Op grond van de overeenkomst en de algemene voorwaarden maakt eisende partij aanspraak op de onbetaald gelaten leasetermijnen, de inname- en takelkosten, de gereden meerkilometers en de kosten vroegtijdige beëindiging contract.

2.4.

Eisende partij specificeert de hoofdsom van € 9.047,05 als volgt:

- achterstand leasetermijnen tot datum ontbinding € 1.659,31

- inname- en takelkosten € 786,50

- gereden meerkilometers € 168,29

- kosten vroegtijdige beëindiging contract € 6.432,95

2.5.

Naast de hoofdsom maakt eisende partij aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 827,35 en wettelijke rente. Eisende partij berekent die rente vanaf de dag van verzuim tot en met 18 maart 2020 op € 98,07.

2.6.

De overeenkomst tussen partijen moet worden aangemerkt als een consumentenovereenkomst als bedoeld in Richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Eisende partij is immers een rechtspersoon die handelt in het kader van haar privaatrechtelijke bedrijfs- of beroepsactiviteit en gedaagde partij is een natuurlijk persoon, waarvan niet gebleken is dat hij bedrijfs- of beroepsmatig handelt.

2.7.

Uit de dagvaarding en de akte van eisende partij blijkt dat eisende partij haar vordering ten aanzien van de kosten vroegtijdige beëindiging contract baseert op artikel 15 van haar algemene voorwaarden. Dit artikel is een beding als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de richtlijn, omdat daarover niet afzonderlijk is onderhandeld.

2.8.

Volgens artikel 3 lid 1 van de richtlijn wordt een beding als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goeder trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. In de bijlage bij de richtlijn wordt vermeld dat een beding onder meer oneerlijk kan zijn als dat beding tot doel of tot gevolg heeft de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen.

2.9.

Daarnaast volgt uit artikel 6:233, aanhef en onder a, van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is, indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij.

2.10.

In het licht van de richtlijn en artikel 6:233, aanhef en onder a, BW, zal de kantonrechter bij de beantwoording van de vraag of het beding op grond van artikel 15 van de algemene voorwaarden oneerlijk is, als maatstaf hanteren of de kosten vroegtijdige beëindiging contract in een redelijke verhouding staan tot de voor eisende partij geleden schade.

2.11.

In de dagvaarding heeft eisende partij over de hoogte van de gevorderde kosten vroegtijdige beëindiging contract gesteld dat zij gerechtigd is om een bedrag van € 6.432,95 inclusief btw in rekening te brengen. In de akte heeft eisende partij gesteld zij daadwerkelijk schade heeft geleden, bestaande uit onder meer winstderving, kosten voor onderhoud, wegenbelasting en verzekeringen. Eisende partij heeft het bedrag van € 6.432,95 verder niet concreet gemaakt met een berekening.

2.12.

Met het voorgaande heeft eisende partij niet aangetoond dat de kosten vroegtijdige beëindiging contract van het artikel 15 van de algemene voorwaarden in redelijke verhouding staan tot de geleden schade en niet onnodig hoog zijn. Dat betekent dat het beding van het artikel 15 van de algemene voorwaarden een onevenredig hoge schadevergoeding oplegt aan een consument en derhalve een oneerlijk beding is in de zin van de richtlijn. Dit beding wordt dan ook door de kantonrechter vernietigd.

2.13.

Eisende partij vordert een bedrag van € 786,50 inclusief btw aan inname- en takelkosten. Nu eisende partij niet heeft aangegeven op grond waarvan zij deze kosten vordert, zal dit gedeelte van de vordering wegens het ontbreken van een grondslag worden afgewezen.

2.14.

Eisende partij heeft haar vordering betreffende de verklaring voor recht, de achterstand leasetermijnen en de gereden meerkilometers voldoende onderbouwd zodat deze toegewezen wordt behoudens de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de verklaring voor recht, welke zich hiertoe niet leent.

2.15.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief dat hoort bij de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom. Nu dat het gevolg is van een niet voorzienbare omstandigheid, zal de kantonrechter de vergoeding niet afwijzen, maar de vergoeding toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij (de omvang van) de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom. Er wordt een bedrag groot € 274,14 toegewezen.

2.16.

De wettelijke rente over de achterstand wordt toegewezen als in het dictum bepaald.

2.17.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 90,32

  • -

    griffierecht € 499,00

  • -

    salaris gemachtigde € 180,00 (1 x tarief € 180,00)

totaal € 769,32

2.18.

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.

2.19.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten aan nakosten salaris.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart voor recht dat de operationele leaseovereenkomst (nummer 701055) d.d. 24 augustus 2018 met betrekking tot de Fiat, type 500 met kenteken [kenteken] is ontbonden,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des de één betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.101,74, te vermeerderen met de wettelijke rente over de onderliggende leasetermijnen, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende leasetermijnen, en over € 274,14 indien dit bedrag na betekening niet binnen de door de deurwaarder vermelde termijn plaatsvindt, een en ander tot de dag van volledige betaling,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 769,32, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des de één betalende de ander zal zijn bevrijd, onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 90,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

3.5.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC