Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:7471

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30-09-2020
Datum publicatie
09-10-2020
Zaaknummer
8304877 \ CV EXPL 20-584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzuim stond vast. De drie voor dagvaarding getroffen, niet nagekomen, betalingsregelingen doen daar niet aan af. Voor de op dag van de dagvaarding overeengekomen 4e betalingsregeling is gedaagde weliswaar te vroeg gedagvaard maar daartegenover staat dat gedaagde ook die t/m repliek niet is nagekomen. Compensatie proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8304877 \ CV EXPL 20-584

Vonnis van de kantonrechter van 30 september 2020

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NETPOINT FACTORING B.V.,

gevestigd te Kaatsheuvel,

eisende partij,

gemachtigde GGN Mastering Credit N.V.,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde [naam gemachtigde] .

Partijen zullen hierna Netpoint en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de conclusie van antwoord met producties

  • -

    de beslissing waarbij een mondelinge behandeling is bepaald

  • -

    de akte van Netpoint met vier producties

  • -

    de brief van [gedaagde] waarbij hij zijn vader [naam gemachtigde] heeft gemachtigd om verdere proceshandelingen in deze procedure voor hem te regelen

  • -

    de brief van de griffier van deze rechtbank van 16 maart 2020 waarbij aan partijen is meegedeeld dat de geplande mondelinge behandeling vanwege Covid-19 geen doorgang zou vinden

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In opdracht en voor rekening van [gedaagde] heeft Tandartspraktijk voor Orthodontie [naam tandartsenpraktijk] te Kerkrade onder bijlevering van materiaal medische behandelingen verricht ten behoeve van en aan [gedaagde] voor in totaal € 86,59, zijnde de factuur van 24 april 2019 met nummer 4016821592861 van € 44,26 en de factuur van

10 mei 2019 met nummer 4016821668382 ad € 42,33. Voormelde vorderingen zijn overgedragen aan Netpoint.

2.2.

Voor het uitbrengen van de dagvaarding zijn er op verzoek van [gedaagde] via de persoonlijke pagina Mijnincasso op de portal van GGN, de gemachtigde van Netpoint, de volgende betalingsregelingen getroffen die aan het e-mailadres [e-mailadres] zijn bevestigd:

- d.d. 17 augustus 2019 voor factuurnummer 4016821592861 (dossiernummer 25558819000) voor € 25,00 per maand waarvan de eerste betaling voor 30 augustus 2019 diende plaats te vinden;

- d.d. 8 september 2019 voor beide facturen (dossiers 25588887000 en 25558819000) voor in totaal € 50,00 per maand waarvan de eerste betaling voor 30 september 2019 diende plaats te vinden;

- d.d. 4 november 2019 voor beide facturen (dossiers 25588887000 en 25558819000) voor

€ 25,00 per maand waarvan de eerste betaling voor 30 november 2019 diende plaats te vinden.

2.3.

[gedaagde] is de betalingsregelingen van 17 augustus en 8 september 2019 niet nagekomen. Ter zake de betalingsregeling van 4 november 2019 heeft [gedaagde] een termijn van € 25,00 betaald die op 27 november 2019 door de incassogemachtigde van Netpoint is ontvangen en bij dagvaarding op de vordering, inclusief de rente tot aan de dag der dagvaarding van € 6,56 en buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00, in mindering is gebracht. De toezegging door [gedaagde] op 9 januari 2020 dat hij op 15 januari 2020 de betalingstermijn van € 25,00 zou voldoen heeft [gedaagde] niet gestand gedaan.

2.4.

Op 27 januari 2020, dezelfde dag waarop [gedaagde] werd gedagvaard,

heeft Van de Berge voor de vierde keer een betalingsregeling getroffen voor € 25,00 per maand waarvan de eerste betaling uiterlijk op 15 februari 2020 en de volgende uiterlijk op de vijftiende van de maand diende te zijn ontvangen. Ook die betalingsregeling is [gedaagde] , in ieder geval tot en met het nemen van de conclusie van repliek door Netpoint, niet nagekomen.

3 Het geschil

3.1.

Netpoint vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 108,15, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1% per maand over € 86,59, subsidiair de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening en de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De grondslag van de vordering van Netpoint is nakoming (betaling) door [gedaagde] van de aan Netpoint overgedragen vorderingen ter zake tandheelkundige behandelingen die [gedaagde] heeft ondergaan en ontvangen.

4.2.

[gedaagde] voert verweer tegen de restantvordering van thans € 108,15. [gedaagde] stelt dat hij de betalingsregeling voor het openstaande bedrag van € 91,02 (de hoofdsom van € 86,59 en de tot 31 oktober 2019 berekende rente van € 4,43) op tijd en volgens de betalingslink van GGN steeds op tijd heeft betaald. Verder heeft hij heeft per mail op 9 januari 2020 bij GGN om uitstel van zijn betaaltermijn gevraagd. De akkoordbevestiging daarop ontving hij op 27 januari 2020 om 10.25 uur en later op die dag ontving hij de dagvaarding met bijbehorende kosten in de brievenbus. Hij wil het openstaande bedrag ineens betalen maar is het er niet mee eens dat hij de extra kosten dient te betalen. Gelet daarop heeft hij niet meer op de betalingsregeling van 27 januari 2020 gereageerd of betaald, aldus [gedaagde] .

4.3.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten bezien staan het bestaan van de onderwerpelijke overeenkomsten, de ontvangst van de aanmaningen door [gedaagde] , de overdracht van de vorderingen aan Netpoint, het niet, althans niet deugdelijk nakomen van de vier overeengekomen betalingsregelingen op een betaling van € 25,00 rond 27 november 2019 na en het uitblijven van verdere betalingen door [gedaagde] na 27 november 2019 vast.

4.4.

Uit de facturen blijkt dat de daarin opgenomen termijnstelling strekt tot nakoming van de betalingsverbintenis van [gedaagde] binnen een periode van 30 dagen. Dat betekent dat, behoudens betaling, het verzuim van [gedaagde] vanaf 10 juni 2019 voor factuurnummer 4016831668382 en vanaf 24 mei 2019 voor factuurnummer 4016821592861 intrad. De nadien overeengekomen betalingsregelingen doen aan het in verzuim raken van de onderliggende verbintenis tot betaling niet af.

4.5.

Wat de gevorderde rente betreft, stelt Netpoint dat tussen partijen een percentage van 1% per maand is overeengekomen. Netpoint heeft haar stelling ter zake echter onvoldoende onderbouwd en geen bescheiden aangeleverd waaruit de juistheid daarvan blijkt. Gelet daarop en op de stand van de procedure zal Netpoint niet meer worden toegelaten om bewijs van voormelde stelling te leveren. Netpoint vordert blijkens de dagvaarding vanaf de verzuimdatum tot aan 27 januari 2020 een rentebedrag van € 6,56. Naar berekening van de kantonrechter is daarbij een percentage van 1 % gehanteerd. Met inachtneming van het vorenoverwogene zal € 6,56 worden afgewezen en zal de wettelijke rente worden toegewezen als nader in het dictum is bepaald.

4.6.

Netpoint maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden en het daarvoor gevorderde overeenkomstig de staffel als opgenomen in het Besluit toewijsbaar is.

4.7.

Tegen de gevorderde dagvaardings- en bijbehorende kosten (de proceskosten) heeft [gedaagde] geen ander verweer gevoerd dan dat hij die niet terecht vindt omdat hij op de dag van de dagvaarding een nieuwe betalingsregeling had gekregen. GGN stelt dat de op 27 januari 2020 getroffen betalingsregeling onder verband van een vonnis geschiedde en verwijst daartoe naar productie 3 bij de conclusie van repliek. Anders dan GGN betoogt, volgt dat uit die productie niet dat de op 27 januari 2020 getroffen betalingsregeling onder verband van een vonnis is overeengekomen. Daarbij komt dat Netpoint de stelling van [gedaagde] , dat hij de betalingsregeling op 27 januari 2020 om 10.25 per e-mail en later op die dag de dagvaarding in de brievenbus ontving, onweersproken heeft gelaten. Gelet op de inhoud van de betalingsregeling, in het bijzonder dat de eerste termijn uiterlijk 15 februari 2020 door GGN ontvangen diende te zijn, heeft GGN [gedaagde] te vroeg (op 27 januari 2020) in rechte betrokken. Echter, gelet op het verzuim van [gedaagde] (r.o. 4.4.), op het verloop van de onderwerpelijke procedure en op het feit dat [gedaagde] in ieder geval tot en met de datum van de conclusie van repliek (11 maart 2020) geen gevolg aan die betalingsregeling heeft gegeven, oordeelt de kantonrechter het redelijk dat de gevorderde proceskosten zullen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de hare draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Netpoint te betalen een bedrag van € 101,59, vermeerderd met de wettelijke rente:

- over € 44,26 vanaf 25 mei 2019 tot de dag van volledige betaling,

- over € 42,33 vanaf 10 juni 2019 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de hare draagt,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken.

type: YT