Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:7451

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30-09-2020
Datum publicatie
08-10-2020
Zaaknummer
8545591 \ CV EXPL 20-2425
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toegewezen als gevorderd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8545591 \ CV EXPL 20-2425

Vonnis van de kantonrechter van 30 september 2020

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij,

gemachtigde Inkassier, Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BUREAU INKOMENS BEHEER B.V.,

in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde],

gevestigd Hoofdstraat 81,

6432 GA Hoensbroek,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 juli 2020

- de akte van eisende partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde akte blijkt dat gedaagde partij een consument is. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).

2.2.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.

2.3.

Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen.

2.4.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 105,09

  • -

    griffierecht € 124,00

  • -

    salaris gemachtigde € 72,00 (1 x tarief € 72,00)

totaal € 301,09

2.5.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten aan nakosten salaris.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 17 april 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 301,09,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 36,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC