Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:7234

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-09-2020
Datum publicatie
02-10-2020
Zaaknummer
8605701 \ CV EXPL 20-2992
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Btw bik en dagvaardingskosten afgewezen, niet gesteld geen ondernemer te zijn of als ondernemer een vrijgestelde prestatie te hebben verricht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8605701 \ CV EXPL 20-2992

Vonnis van de kantonrechter van 23 september 2020

in de zaak van:

de stichting

WONINGSTICHTING HEEMWONEN,

gevestigd te Kerkrade,

eisende partij,

procederende in persoon,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende op een geheim adres in de gemeente [woonplaats] ,

gedaagde partij,

verschenen bij [naam] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.

2.2.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.

2.3.

De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet.

2.4.

Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).

2.5.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.

2.6.

Eisende partij vordert - samengevat -:

1. de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden met veroordeling van gedaagde partij het gehuurde te verlaten en te ontruimen,

2. gedaagde partij te veroordelen om aan eisende partij betalen:

- de huurachterstand tot en met juni 2020 ad € 2.736,05, te vermeerderen met rente,

- de buitengerechtelijke incassokosten ad € 110,85 inclusief btw,

- als huur c.q. gebruiksvergoeding een bedrag ad € 625,92 per maand vanaf 1 juli 2020 tot de ontruiming,

- de kosten van het geding, waaronder de nakosten.

2.7.

Eisende partij stelt dat gedaagde partij de woonruimte, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , tegen een huurprijs van € 608,01 per maand tot en mei juni 2020 en vanaf juli 2020 € 625,92 per maand steeds bij vooruitbetaling te voldoen van haar huurt.

2.8.

Gedaagde partij heeft tot en met juni 2020 een achterstand van € 2.736,05 laten ontstaan in haar huurbetalingsverplichting jegens eisende partij.

2.9.

Deze achterstand vormt een tekortkoming die de onmiddellijke ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling van gedaagde partij tot ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Die vorderingen zullen dan ook als niet althans onvoldoende betwist worden toegewezen.

2.10.

De vordering tot betaling van huur c.q. gebruiksvergoeding voor iedere maand die vanaf 1 juli 2020 is ingegaan tot de datum van ontruiming en de wettelijke rente staat als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.

2.11.

Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Eisende partij heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. De gevorderde btw is niet toewijsbaar, nu eisende partij niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben. Er zal een bedrag van € 91,20 worden toegewezen.

2.12.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Eisende partij heeft het gevorderde bedrag aan kosten dagvaarding vermeerderd met btw. De gevorderde btw is niet toewijsbaar, nu eisende partij niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben.

De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 85,09

  • -

    griffierecht € 499,00

totaal € 584,09

2.13.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan [adres] ,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 2.827,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.736,05 vanaf 23 juni 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 625,92 voor elke ingegane maand met ingang van 1 juli 2020 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

3.5.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 584,09,

3.6.

veroordeelt gedaagde partij, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, zijnde - indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden - de explootkosten van betekening van het vonnis,

3.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC