Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:7232

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-09-2020
Datum publicatie
02-10-2020
Zaaknummer
8604809 \ CV EXPL 20-2982
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzuimdatum onduidelijk, wettelijke rente vanaf datum dagvaarding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8604809 \ CV EXPL 20-2982

Vonnis van de kantonrechter van 23 september 2020

in de zaak van:

de vereniging

VERENIGING VAN EIGENAARS WONINGEN [adres 1] MAASTRICHT,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende [adres 2] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eisende partij vordert gedaagde partij te veroordelen tot betaling van:

- een bedrag van € 3.554,52, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.043,44 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,

- een bedrag van € 248,51 voor iedere maand, gerekend vanaf 1 juli 2020 zolang gedaagde partij eigenaar is van het onderhavige appartementsrechtrecht/perceel,

- de kosten van de procedure.

2.2.

Eisende partij heeft haar vordering als volgt gespecifieerd:

- € 3.043,44 hoofdsom,

- € 51,72 wettelijke rente berekend tot 6 juni 2020,

- € 459,36 buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw.

-

2.3.

Eisende partij heeft ter onderbouwing van haar vordering, samengevat en zakelijk weergegeven, aangevoerd dat gedaagde partij eigenaar is van een appartementsrecht, gelegen te Maastricht, [adres 2] en derhalve van rechtswege lid is van eisende partij uit hoofde waarvan gedaagde partij de maandelijkse (voorschot)bijdrage van € 248,51 tijdig aan eisende partij dient te voldoen. Gedaagde partij heeft, ondanks aanmaningen daartoe, nagelaten het verschuldigde te voldoen, waardoor gedaagde partij tevens de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd is geworden.

2.4.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.

2.5.

De vordering ten aanzien van de hoofdsom ligt als niet althans onvoldoende betwist voor toewijzing gereed.

2.6.

Uit de inhoud van de stukken blijkt naar het oordeel van de kantonrechter van voldoende incasso-activiteiten, zodat de gevorderde buitengerechtelijke kosten toewijsbaar worden geacht.

2.7.

Nu eisende partij niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang van welke datum gedaagde partij met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende bijdragen in verzuim is, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.

2.8.

De vordering tot betaling van de bijdrage voor iedere maand die vanaf 1 juli 2020 is ingegaan zolang gedaagde partij eigenaar is van eigenaar is van bovengenoemd appartementsrecht/perceel staat als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.

2.9.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 102,96

  • -

    griffierecht € 499,00

  • -

    salaris gemachtigde € 210,00 (1 x tarief € 210,00)

totaal € 811,96

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.502,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.043,44 vanaf 11 juni 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 248,51 voor iedere maand, gerekend vanaf 1 juli 2020 zolang gedaagde partij eigenaar is van bovengenoemd appartementsrecht/perceel,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 811,96,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

.

type: JEC