Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:7225

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-09-2020
Datum publicatie
30-09-2020
Zaaknummer
8483578 \ CV EXPL 20-1882
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzuimdatum onduidelijk, wettelijke rente vanaf datum dagvaarding, bik afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8483578 \ CV EXPL 20-1882

Vonnis van de kantonrechter van 23 september 2020

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde H.G. Zeiger Gerechtsdeurwaarder,

tegen:

[gedaagde partij] ,

wonende [adres] ,

[woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 juli 2020

- de akte m.b.t. het informatieformulier voor zaken waarin de gedaagde een natuurlijk persoon is.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde akte blijkt dat gedaagde partij een consument is. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).

2.2.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.

2.3.

Eisende partij vordert – samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 146,34, te vermeerderen met rente en kosten.

2.4.

Ter onderbouwing van haar vordering voert eisende partij (samengevat) het volgende aan.

Eisende partij heeft op grond van een met gedaagde partij gesloten overeenkomst van huur van een voertuig bedragen bij gedaagde partij in rekening gebracht. De totale achterstand bedraagt volgens eisende partij € 105,99. Daarnaast is gedaagde partij aan haar de wettelijke rente verschuldigd. Eisende partij berekent de wettelijke rente tot 16 april 2020 op € 0,36. Voorts stelt zij dat gedaagde partij aan haar een vergoeding van € 40,00 voor buitengerechtelijke kosten inclusief btw verschuldigd is.

2.5.

De vordering ten aanzien van de hoofdsom staat als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.

2.6.

Nu eisende partij niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang vanaf welke datum gedaagde partij met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende factuur in verzuim is, zal de wettelijke rente over de hoofdsom worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.

2.7.

Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Alvorens aanspraak bestaat op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, moet kunnen worden vastgesteld dat en met ingang van welke datum gedaagde partij in verzuim is. Nu eisende partij echter heeft nagelaten te stellen vanaf welke datum gedaagde partij in verzuim is, kunnen de buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen.

2.8.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 86,85

  • -

    griffierecht € 83,00

  • -

    salaris gemachtigde € 36,00 (1 x tarief € 36,00)

totaal € 205,85

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 105,99, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 april 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 205,85,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken

type: JEC