Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:7078

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-09-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
AWB-20_2168
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De burgemeester heeft het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard, omdat is gebleken dat dit rijbewijs is afgegeven op basis van door verzoeker verstrekte onjuiste gegevens. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af om de beslissing van de burgemeester op te schorten tot op het door verzoeker gemaakte bezwaar is beslist. Verzoeker wist namelijk dat zijn rijbewijs op vakantie door de Bulgaarse autoriteiten was ingevorderd, maar heeft bij het aanvragen van een nieuw rijbewijs toch verklaard dat hij zijn (oude) rijbewijs is verloren en deze verklaring ondertekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 20/2168

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 september 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

(gemachtigde: mr. S.B.M.A. Engelen),

en

de burgemeester van de gemeente Weert, de burgemeester.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juni 2020 (hierna: het bestreden besluit) heeft de burgemeester het rijbewijs van verzoeker met nummer [nummer 1] ongeldig verklaard.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten op de datum van de uitspraak.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Inleiding

2. Het gaat in deze zaak om het ongeldig verklaren van het rijbewijs van verzoeker. De burgemeester is hiertoe overgegaan, omdat na afgifte daarvan is gebleken dat dit rijbewijs is afgegeven op basis van door verzoeker verstrekte onjuiste gegevens. Verzoeker heeft namelijk bij het aanvragen van zijn (nieuwe) rijbewijs aangegeven dat zijn oude rijbewijs vermist is, terwijl uit informatie van de Bulgaarse autoriteiten blijkt dat het oude rijbewijs van verzoeker in Bulgarije is ingevorderd. Verzoeker is het niet eens met het ongeldig verklaren van zijn rijbewijs. Zijn argumenten daarvoor zijn dat het bestreden besluit onvoldoende is onderbouwd en gemotiveerd en hij stelt dat hij geen onjuiste gegevens aan de burgemeester heeft verstrekt. Zijn rijbewijs was ten tijde van het opmaken van de verklaring vermissing rijbewijs namelijk daadwerkelijk vermist, omdat op dat moment onduidelijk was waar zijn rijbewijs zich bevond. In deze procedure gaat het vooral om de vraag of de beslissing van de burgemeester om het rijbewijs van verzoeker ongeldig te verklaren moet worden geschorst tot op het door verzoeker daartegen gemaakte bezwaar is beslist, zoals verzoeker graag ziet.

Feiten en verloop van de procedure

3. Op 6 januari 2020 heeft verzoeker bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna: de RDW) een aanvraag gedaan voor een rijbewijs, omdat zijn vorige rijbewijs is vermist, gestolen of moet worden vernieuwd. Op het aanvraagformulier is – voor zover hier relevant – onder het kopje “Ondertekening” vermeld:

De aanvrager verklaart, dat:

- […]

- zijn/haar huidige rijbewijs niet is gevorderd of ongeldig is verklaard;

- […].

Verzoeker heeft de aanvraag ondertekend.

Op het aanvraagformulier is – voor zover hier relevant – als voettekst vermeld:

Voor het verkrijgen van een nieuw rijbewijs is het verboden onjuiste informatie te verschaffen of onjuiste bewijsstukken en andere documenten te overleggen. […] Een rijbewijs afgegeven op basis van onjuiste gegevens of documenten wordt ongeldig verklaard.

4. In het dossier bevindt zich een verklaring vermissing rijbewijs. Hierin is – voor zover hier relevant – onder het kopje “Vermissing/diefstal” vermeld:

Plaats van vermissing : [plaats 1] , Bulgarije

Reden en omstandigheden vermissing : verloren geraakt tijdens vakantie in

[plaats 1]

Reden aangifte : vermist / verloren

Bovengenoemde (de voorzieningenrechter begrijpt: verzoeker) verklaart, dat hij door of namens de burgemeester van Weert erop is gewezen dat:

- […]

- bij een onjuiste of valse opgave van vermissing het rijbewijs inclusief alle categorieën ongeldig wordt verklaard.

Houder (de voorzieningenrechter begrijpt: verzoeker) verklaart dat het eerder aan hem/haar verstrekte, hierboven vermelde, rijbewijs is vermist. Houder weet dat het afleggen van een valse verklaring strafbaar is en begrijpt wat hem/haar zojuist is medegedeeld.

5. De burgemeester heeft op 6 januari 2020 een nieuw rijbewijs met nummer [nummer 1] aan verzoeker verstrekt.

6. In de brief van 1 mei 2020 van de RDW aan de gemeente Weert, heeft de RDW medegedeeld dat het rijbewijs van verzoeker van de Bulgaarse autoriteiten is ontvangen nadat dit is ingevorderd. Uit informatie van de RDW blijkt dat op 6 januari 2020 een recenter rijbewijs met nummer [nummer 1] is afgegeven in verband met verlies/diefstal. De RDW heeft de gemeente Weert verzocht te controleren of verzoeker onjuiste informatie heeft verstrekt bij het opmaken van de verklaringen van vermissing. Indien dit het geval is, moet het rijbewijs ongeldig worden verklaard op grond van artikel 124, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de Wvw 1994).

7. In de brief van 18 mei 2020 heeft de burgemeester aangegeven voornemens te zijn het rijbewijs van verzoeker ongeldig te verklaren op basis van artikel 124, eerste lid, aanhef en onder a, in onderlinge samenhang bekeken met artikel 124, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wvw 1994. Het rijbewijs is namelijk afgegeven op basis van door verzoeker verstrekte onjuiste gegevens. De burgemeester heeft verzoeker in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

8. Bij het bestreden besluit heeft de burgemeester beslist zoals is vermeld onder het kopje “Procesverloop”.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

9. De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen, indien is voldaan aan de vereisten die in artikel 8:81 van de Awb staan vermeld. Dit artikel bepaalt dat indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

10. De voorzieningenrechter stelt vast dat aan de twee in artikel 8:81 van de Awb neergelegde formele vereisten is voldaan, nu verzoeker een bezwaarschrift heeft ingediend ter zake het besluit waarvan de voorlopige voorziening wordt gevraagd en de bestuursrechter bevoegd moet worden geacht om van de (eventuele) hoofdzaak kennis te nemen. Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat het spoedeisend belang bij het onderhavige verzoek genoegzaam is aangetoond. Verzoeker heeft zijn rijbewijs namelijk nodig voor zijn werk bij [werkgever] in [plaats 2] .

11. Hetgeen onder 10. is overwogen, brengt met zich mee dat de voorzieningenrechter overgaat tot het geven van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel over het bestreden besluit. In dit verband moet de voorzieningenrechter beoordelen of de burgemeester het rijbewijs van verzoeker terecht ongeldig heeft verklaard, omdat dit rijbewijs is afgegeven op grond van door verzoeker verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest.

Het juridisch kader

12. Artikel 124, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wvw 1994 bepaalt dat een rijbewijs overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels voor een of meer categorieën van motorrijtuigen of voor een deel van de geldigheidsduur ongeldig wordt verklaard indien het rijbewijs is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest.

Artikel 124, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wvw 1994 bepaalt dat de ongeldigverklaring geschiedt in de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde gevallen door degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een rijbewijs dat niet is afgegeven door de Dienst Wegverkeer of door Onze Minister, dan wel door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.

12.1.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt uit de tekst van artikel 124, eerste lid, van de Wvw 1994 dat – in dit geval – de burgemeester bij de ongeldigverklaring van een rijbewijs geen ruimte heeft voor een belangenafweging (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:979).

De inhoudelijke beoordeling

13. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester terecht en voldoende gemotiveerd het rijbewijs van verzoeker ongeldig heeft verklaard, omdat verzoeker bij zijn aanvraag om een nieuw rijbewijs onjuiste gegevens heeft verstrekt. Niet in geschil is dat verzoeker een nieuw rijbewijs heeft aangevraagd, omdat zijn oude rijbewijs zou zijn vermist/gestolen en dat verzoeker bij zijn aanvraag om een nieuw bewijs door middel van ondertekening daarvan heeft verklaard dat zijn oude rijbewijs niet was ingevorderd of ongeldig verklaard. Uit de stukken in het dossier blijkt echter dat de Bulgaarse autoriteiten het rijbewijs van eiser met nummer [nummer 2] op naam van verzoeker op

10 augustus 2019 hebben ingevorderd vanwege het besturen van een motorvoertuig onder invloed van alcohol. Verzoeker bestrijdt dit niet. Sterker nog: hij stelt dat hij dit ten tijde van het opmaken van de verklaring van vermissing rijbewijs aan de behandelend ambtenaar van de gemeente Weert kenbaar heeft gemaakt. Niettemin heeft hij verklaard dat hij zijn rijbewijs tijdens vakantie in [plaats 1] verloren is en dat dit de reden is dat hij nu aangifte van vermissing doet, hetgeen is neergelegd in de verklaring van vermissing. Verzoeker heeft deze verklaring ook ondertekend, terwijl daarin nota bene staat vermeld dat bij een onjuiste of valse opgave van vermissing het rijbewijs inclusief alle categorieën ongeldig wordt verklaard. Aan de verklaring van verzoeker dat de verklaring vermissing rijbewijs in samenspraak met én op instigatie van de behandelend ambtenaar bij de gemeente Weert is opgemaakt, gaat de voorzieningenrechter voorbij. Die verklaring is namelijk niet onderbouwd. Voor zover al van de juistheid van deze verklaring moet worden uitgegaan, valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet in te zien waarom in de verklaring van vermissing als reden van vermissing is vermeld dat het rijbewijs “verloren [is] tijdens vakantie”. Indien verzoeker wordt gevolgd in zijn verklaring, had het namelijk voor de hand gelegen dat in deze verklaring was vermeld dat het rijbewijs van verzoeker (tijdens vakantie) was ingevorderd en dat op dit moment – ondanks herhaaldelijk navragen bij de bevoegde autoriteiten – onduidelijk is waar het rijbewijs van verzoeker zich bevindt. Bij het voorgaande betrekt de voorzieningenrechter dat het opmerkelijk is dat verzoeker geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Het had namelijk voor de hand gelegen dat verzoeker toen al had gezegd hoe volgens hem “de vork in de steel zit”: dat zijn rijbewijs is ingevorderd en dat op dat moment niet duidelijk is waar het rijbewijs zich bevindt én de verklaring van vermissing in samenspraak met én op instigatie van de behandelend ambtenaar tot stand is gekomen. Verzoeker geeft deze verklaring echter pas ten tijde van het indienen van het verzoek tot voorlopige voorziening op 26 augustus 2020; ruim twee maanden nadat het bestreden besluit is genomen waarbij zijn rijbewijs ongeldig is verklaard en ruim acht maanden nadat hij zijn nieuwe rijbewijs heeft aangevraagd. Hoewel de voorzieningenrechter daarvoor geen aanleiding ziet, maakt dit tijdsverloop het buitengewoon lastig om de gang van zaken die verzoeker schetst bij de betrokken ambtenaar te verifiëren. De voorzieningenrechter gaat er namelijk vanuit dat zij dagelijks of in ieder geval heel regelmatig verklaringen van vermissing opmaakt. De omstandigheden dat het telefoonnummer van verzoeker op de verklaring van vermissing is vermeld of dat het rijbewijs kennelijk pas op of zeer kort na 7 november 2019 door de RDW is ontvangen, maakt het voorgaande niet anders. Verzoeker wist immers dat zijn rijbewijs was ingevorderd door de Bulgaarse autoriteiten, maar heeft bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs toch verklaard dat hij zijn (oude) rijbewijs is verloren op vakantie.

Conclusie

14. Gelet op het vorenstaande, heeft verzoekers bezwaarschrift geen redelijke kans van slagen. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen. De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat sprake is van een kennelijk ongegrond verzoek, zodat op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb de behandeling ter zitting achterwege is gelaten.

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A.G.M. Vluggen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.W.J. Reuvers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2020.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 21 september 2020

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.