Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6962

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
09-10-2020
Zaaknummer
03/700089-19, 03/866045-20 (ttz.gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, voor onder andere medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen ontploffing door Cobra’s 6 in een appartement.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700089-19, 03/866045-20 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

wonende te [adres 1] ,

gedetineerd in P.I. Sittard te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.J.J. Schins, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 september 2020. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Parketnummer 03/00089-19

Feit 1: samen met een ander opzettelijk vuurwerk (Cobra-6) tot ontploffing heeft gebracht in een woning;

Parketnummer 03/866045-20

Feit 1: samen met een ander een vloer, wand en een hoeveelheid meubels heeft vernield, beschadigd of onbruikbaar gemaakt;

Feit 2: samen met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning, waarbij hij zich de toegang heeft verschaft door middel van braak of inklimming;

Feit 3: samen met een ander een ploertendoder voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft haar standpunten uiteen gezet in een schriftelijk requisitoir.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 03/700089-19

De raadsman heeft bepleit dat er geen sprake is geweest van medeplegen omdat de verdachte alleen handelde. Ook heeft de raadsman aangevoerd dat er enkel sprake is geweest van gevaar voor goederen.

Parketnummer 03/866045-20

De raadsman heeft aangevoerd dat er ten aanzien van de vernieling geen sprake is van medeplegen, nu de verdachte alleen handelde. De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het wederrechtelijk binnendringen en het voorhanden hebben van de ploertendoder. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat er bij het wederrechtelijke binnendringen enkel sprake van inklimming kan zijn. De verdachte heeft immers verklaard dat de deur al open was waardoor er geen sprake kan zijn van braak.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Parketnummer 03/700089-19 feit 1, Parketnummer 03/866045-20 feit 1 en feit 2

Bewijsmiddelen

In de nacht van 30 november 2019 omstreeks 3:15 uur hoort getuige [naam 1] , wonende aan de [adres 2] , twee harde knallen binnen vijf minuten na elkaar, gevolgd door glasgerinkel.2

Ter plaatse constateren verbalisanten dat er bij het appartement [adres 5] , op de galerij voor het appartement een grote hoeveelheid gebroken glas en glasscherven liggen. De voordeur van de het pand is verbroken. Het woonkamerraam en het raam rechts van de voordeur waren eruit gesprongen. In de kunststof kozijnen waren sporen te zien, die afkomstig lijken te zijn van een explosie. In de woonkamer treffen zij een ijzeren kan aan, waaruit zwarte vloeistof drupt. Deze zwarte vloeistof is over het meubilair en de vloer gegoten. In een stoel in de woonkamer wordt een rood breekijzer aangetroffen.3 Er zitten werktuigsporen op de voordeur, vermoedelijk afkomstig van het breekijzer.4 De vloer van de galerij was ter hoogte van het perceel over de gehele breedte ter hoogte van het woonkamer- en keukenraam bezaaid met ruitscherven. Tevens lagen er glasscherven vier verdiepingen lager op de (begane) grond, verspreid op de openbare weg aan de achterzijde van het appartementencomplex ter hoogte van perceel [nummer 1] .5

Bij het technisch onderzoek worden kruitresten en glasscherven aangetroffen zowel binnen als buiten het appartement. Uit het onderzoek blijkt dat er twee explosies hebben plaatsgevonden, op beide vensterbanken in de woning. De explosies zijn veroorzaakt door het aansteken van vuurwerk, in dit geval Cobra’s6 voorzien van een verlengd lont waardoor de tijd tussen het aansteken van het lont en de explosie wordt verruimd. Door de explosies zijn er brandplekken ontstaan op de vensterbanken en zijn de ruiten alsmede de kozijnen gebroken en ontzet. Er wordt nog een niet ontplofte Cobra6 aangetroffen waarvan het lont was verlengd door middel van een sterretje. Het sterretje was halverwege gebroken en niet opgebrand, waardoor deze Cobra-6 niet tot ontploffing is gekomen.6

Het NFI heeft naar dit niet ontplofte explosief een onderzoek ingesteld en vastgesteld dat de vertraging van de ontsteking door middel van het sterretje en het (verleng)lont, tezamen drie minuten en 29 seconden bedraagt. Wanneer een Cobra 6 tot ontploffing komt, ontstaat er gevaar voor personen en/of goederen. De kans op a) het ontbranden van licht ontvlambare materialen, b) gehoorschade en c) letsel door glasscherven als gevolg van de ontploffing bestaat zowel binnen als buiten de woning. De ontploffing van een Cobra 6 tegen de binnenzijde van een raam met dubbel glas doet een soort ‘zandstraal’ van kleine glasdeeltjes ontstaan aan de buitenzijde van de woning, die tot ernstig lichamelijk letsel kan leiden van personen die buiten de woning bevinden.7

Uit de camerabeelden van het appartementencomplex blijkt dat er rond 2:46 uur een man en een vrouw samen het appartementencomplex binnenkomen. De man heeft een bigshopper van winkelketen Action bij zich waarin een voorwerp zit en de vrouw een plastic Hema tas. Om 3:10:46 uur komt de vrouw teruggelopen waarbij zij het appartementencomplex verlaat via de zijuitgang. De man komt om 3:11:04 uur terug gerend en verlaat via de hoofdingang het appartementencomplex. Er worden geen datum en tijdverschillen tussen beide camerasystemen geconstateerd.8 De wijkagent [naam 2] herkent beide personen als zijnde de verdachte en als de medeverdachte [naam 3] .9

Bij de doorzoeking van de woonwagen van medeverdachte [naam 3] op 30 november 2019 worden aangetroffen onder meer een bigshopper Action, een groen lont dat was vastgemaakt aan sterretjesvuurwerk, pakjes sterretjes en 17 groene lonten.10

Uit onderzoek is gebleken dat de zwarte substantie in de Action tas overeenkomt met de motorolie zoals aangetroffen in het appartement aan de [straat] . Daarnaast is boven op de koelkast een ploertendoder aangetroffen.11

Door de bewoner, [slachtoffer]12 (hierna [slachtoffer] ) en de verhuurder [naam 4] ,13 is aangifte gedaan van vernieling van het appartement.

De verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij samen met de medeverdachte [naam 3] naar de woning van [slachtoffer] is gegaan. Zij hebben samen vuurwerk geplaatst, Cobra 6 met verlengde lonten. Ze hebben (opgedroogde) olie meegenomen en wilde daarmee de spullen van [slachtoffer] vernielen.14 De verdachte heeft bij het politieverhoor verklaard dat zij een breekijzer bij zich hadden om de deur open te breken en dat hij zelf de olie heeft gegoten over de meubels en de vloer en daarna de Cobra’s-6 heeft geplaatst en ontstoken.15

De medeverdachte [naam 3] heeft verklaard dat zij samen met de verdachte naar de woning van [slachtoffer] is gegaan met in de Hema tas een muts en handschoenen. Zij heeft de muts opgedaan en de handschoenen aangetrokken voordat ze naar binnen ging om geen DNA-sporen achter te laten. Daarnaast hadden zij een breekijzer en een kan olie meegenomen, waarmee zij de vloer wilden vernielen. [naam 3] heeft verklaard dat zij geen sleutel van de woning had en zonder toestemming in de woning van [slachtoffer] is geweest.16

Bewijsoverwegingen

Medeplegen

De verdediging heeft gesteld dat er geen sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte, gelet op hun beider verklaringen.

De rechtbank is echter van oordeel dat er wel sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van alle feiten. De verdachte en de medeverdachte zijn bewust samen midden in de nacht naar de woning van [slachtoffer] gegaan. Daar aangekomen hebben zij tassen bij zich waarin onder andere een ijzeren kan met motorolie en een breekijzer zit. De verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij samen naar de woning zijn gegaan om vernielingen aan te richten en dat zij samen vuurwerk hebben geplaatst. De medeverdachte verklaart dat zij een muts en handschoenen aantrok om geen sporen achter te laten en dat zij in de tas een ijzeren kan met olie bij zich had om de vloer kapot te maken. Binnen deze context is het niet geloofwaardig dat het tot ontploffing brengen van het vuurwerk en de vernielingen enkel door de verdachte en buiten medeweten van de medeverdachte zijn verricht. Daar komt nog bij dat de verdachte en de medeverdachte samen ruim een half uur samen in het appartementencomplex verbleven en in minder dan een halve minuut na elkaar het appartementencomplex verlaten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake was van een gezamenlijk plan en een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte. Dat de medeverdachte mogelijk minder uitvoeringshandelingen heeft verricht dan de medeverdachte maakt dat niet anders.

Tussenconclusie feit 1

De rechtbank acht, gelet op bovenstaande, bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte op 30 november 2019 opzettelijk ontploffingen teweeg heeft gebracht in de woning van [slachtoffer] , gelegen aan [adres 5] door willens en wetens meerdere stukken aangestoken vuurwerk, Cobra’s-6 in de vensterbank te plaatsen.

Gemeen gevaar voor goederen

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er door de ontploffingen gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Door Cobra’s-6, voor de ramen van de woning te plaatsen en aan te steken, was schade aan de woning voorzienbaar. Het gevaar heeft zich ook verwezenlijkt nu er aanzienlijke schade aan de ramen en de kozijnen van de woning is ontstaan.

levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het onderdeel ‘levensgevaar’, nu daarvan onvoldoende blijkt uit het rapport van het NFI en ook anderszins niet is aangetoond dat er in dit geval sprake is geweest van levensgevaar voor personen in of in de naaste omgeving van het appartementencomplex.

De rechtbank is van oordeel dat wel reëel gevaar te duchten was dat personen op de galerij of op de begane grond door de explosie en de (vallende) glasscherven ernstig letsel hadden kunnen oplopen.

Er zijn meerdere Cobra’s-6 ontploft op de vensterbanken en tegen de ramen van de woning van [slachtoffer] . De woning maakt deel uit van een appartementencomplex. Het appartement bevindt zich ongeveer in het midden van de galerij op de vierde verdieping. Uit de bevindingen van de politie blijkt dat zich zowel op de galerij als op de begane grond veel glasscherven bevonden. Het NFI heeft gerapporteerd dat er door de ontploffingen van deze explosieven gevaar voor personen is ontstaan. De kans op a) het ontsteken van licht ontvlambare materialen, b) gehoorschade en c) letsel door glasscherven geldt zowel binnen als buiten de woning. Een ontploffende Cobra-6 geeft tegen de binnenkant van een raam van dubbel glas een soort ‘zandstraal’ van kleine glasdeeltjes buiten de woning die tot ernstig lichamelijk letsel kan leiden voor personen die zich daar bevinden.

Van Cobra’s 6 is bekend dat zij een luide knal teweeg brengen. Nu er in de nacht meerdere ontploffingen consecutief na achter elkaar hebben plaatsgevonden met enige tijd daartussen, is de rechtbank van oordeel dat het voorzienbaar was dat bewoners van het appartementencomplex af zouden komen op de eerste luide knal, zodat er een reëel gevaar te duchten was dat ten tijde van de tweede ontploffing zich personen op de galerij zouden bevinden die als gevolg van de ontploffing en glasscherven ernstig letsel zouden oplopen. Bovendien blijkt uit de camerabeelden dat er zich ook andere personen in het appartementencomplex bevonden. Dat zich uiteindelijk op het moment van de twee ontploffingen niemand daadwerkelijk op de galerij of op de straat onder het appartement bevond is een groot geluk, maar doet niets af aan het reële gevaar dat is ontstaan door het handelen van verdachte en zijn medeverdachte.

Daarbij is niet noodzakelijk dat het gevaar voor zwaar lichamelijk letsel zich ook daadwerkelijk heeft verwezenlijkt. Het gaat erom dat het gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. De rechtbank is van oordeel dat daarvan onder voornoemde omstandigheden in dit het geval sprake is geweest.

Conclusie

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte en de medeverdachte samen de ontploffingen teweeg hebben gebracht waardoor gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen is ontstaan.

Parketnummer 03/866045-20

Feit 1

De rechtbank is op grond van de aangifte van [slachtoffer] en de verhuurder [naam 4] , de bevindingen van de politie over het aantreffen van de goederen en de verklaring van de verdachte van oordeel dat de verdachte het meubilair, de vloer en de wand heeft vernield. Uit de aangiftes van [slachtoffer] en de verhuurder [naam 4] blijkt dat [slachtoffer] de huurder is van het appartement. Uit de beschrijving van het appartement door de politie en de foto’s in het dossier blijkt dat het appartement is ingericht en in gebruik is.

De rechtbank heeft hiervoor bij feit 1 overwogen waarom zij van oordeel is dat er sprake is van een gezamenlijk plan en een gezamenlijke uitvoering.

Feit 2

De verdachte heeft bekend dat hij samen met de medeverdachte zonder toestemming in de nachtelijke uren in de woning van [slachtoffer] is geweest. Hij heeft verklaard dat zij een breekijzer hadden meegenomen maar toen ze bij de woning aankwamen de deur van de woning al open was. De verdachte geeft aan dat dit waarschijnlijk gekomen is omdat de politie kort daarvoor een inval bij [slachtoffer] had gedaan. De rechtbank acht die verklaring ongeloofwaardig, omdat het vaste werkwijze van de politie is om na een inval zorg te dragen voor deugdelijke afsluiting. In de woning is op een stoel een breekijzer aangetroffen en op de voordeur zijn werktuigsporen aangetroffen die vermoedelijk overeenkomen met een breekijzer. De rechtbank komt op grond van de voornoemde bewijsmiddelen dan ook tot het oordeel dat verdachte en zijn medeverdachte zonder toestemming en door middel van braak de woning zijn binnengedrongen.

Parketnummer 03/866045-20 feit 3

Bewijsmiddelen

Op 30 november 2020 wordt bij de doorzoeking op [adres 4] in de woonwagen van medeverdachte [naam 3] op de koelkast een ploertendoder aangetroffen.17 De ploertendoder betreft een wapen als bedoeld in categorie I, onder 3 Wet Wapens en munitie.18 De verdachte heeft verklaard dat hij ook altijd in de woonwagen van de medeverdachte kwam en met enige regelmaat sliep en dat hij wist dat de ploertendoder op de ijskast lag.19

Bewijsoverweging

Uit de verklaring van de verdachte blijkt dat hij wist dat ploertendoder op het koelkast in de woonwagen van medeverdachte [naam 3] lag. De ploertendoder lag open en bloot in het zicht op de koelkast. De verdachte verklaarde dat hij verbleef op het woonwagenkamp en met enige regelmaat sliep in de woonwagen vanwege de veiligheid van de medeverdachte. De rechtbank gaat er vanuit dat de verdachte sliep in de woonwagen, nu zijn eigen woonwagen onbewoonbaar was. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte daarmee net als de medeverdachte de beschikkingsmacht over de ploertendoder had.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Parketnummer 03/00089-19

op 30 november 2019 te Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, een ontploffing te weeg heeft gebracht in een pand (gelegen aan het adres [adres 5] ), immers hebben verdachte en diens mededader toen aldaar opzettelijk

- in voornoemde woning Cobra6 vuurwerk met zeer explosief poeder geplaatst en ontstoken,

-waarbij explosies zijn ontstaan,

terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor dat pand en voor zich in dat pand bevindende goederen

en

- zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

Parketnummer 03/866045-20

Feit 1:

op 30 november 2019 te Geleen, tezamen en in vereniging met een ander een vloer en wand gelegen in appartement [adres 5] die aan [naam 4] toebehoorden en meubels, die aan [slachtoffer] toebehoorden, heeft vernield;

Feit 2:

op 30 november 2019 te Geleen, tezamen en in vereniging met een ander omstreeks 03.15 uur, in een woning, gelegen aan [adres 5] , wederrechtelijk is binnengedrongen, waarbij zij zich de toegang tot die woning hebben verschaft door middel van braak en zonder voorkennis van de rechthebbenden en anders dan ten gevolge van vergissing binnengekomen;

Feit 3:

op 30 november 2019 te Susteren, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie I, onder 3°, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 03/700089-19

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

Parketnummer 03/866045-20

Feit 1:

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

Feit 2:

in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen, terwijl twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen

Feit 3:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van twee jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.

Bij haar strafeis heeft zij rekening gehouden met de ernst van de feiten, het strafblad van de verdachte, de omstandigheden van de voorgeschiedenis in deze zaak en de richtlijnen van het openbaar ministerie. Volgens de richtlijnen wordt met de ontploffing die gelijkgesteld kan worden aan een brandstichting doorgaans een gevangenisstraf van 24 tot 30 maanden geëist. De officier van justitie geeft aan dat zij ondanks dat het conflict niet meer actueel is en rekening houden met de omstandigheden een groot deel voorwaardelijk heeft geëist als stok achter de deur.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van één of meer feiten, er rekening dient te worden gehouden met de omstandigheden en de voorgeschiedenis in deze zaak. Hij heeft verzocht om een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten een duur van negen maanden. De verdachte heeft normbesef van wat hij gedaan heeft en gelet op de jurisprudentie is deze straf redelijk. Subsidiair heeft de raadsman aangegeven dat indien de rechtbank dat nodig acht, het recidive gevaar beperkt kan worden met een deels voorwaardelijke straf.

De raadsman heeft verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte is een 52-jarige man die eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten. Hij ontvangt een uitkering en verdient met handel in oud ijzer wat bij. De laatste jaren is zijn delictgedrag afgenomen. Hij is met zijn medeverdachte verwikkeld in een conflict met de bewoner van het appartement waar zij zijn binnen gedrongen.

Hij heeft zich samen met medeverdachte [naam 3] schuldig gemaakt aan het wederrechtelijk binnendringen van de woning van [slachtoffer] , het vernielen van deze woning door meubels, vloeren en wand te besmeuren met motorolie en het opzettelijk teweegbrengen van meerdere ontploffingen vuurwerk Cobra’s-6 achter de ramen in de woning te plaatsen en aan te steken. Dit zijn zware explosieven die enorme schade aanrichten en ernstig letsel kunnen veroorzaken personen. Het veiligheidsgevoel van de bewoners van het appartementencomplex en de omwonenden wordt ernstig aangetast door zware explosieven in een appartementencomplex tot ontploffing te brengen. De explosies vonden midden in de nacht plaats, een moment waarop de meeste bewoners in bed lagen, maar ook zoals blijkt uit de camerabeelden, meerdere personen rondliepen. Door de explosies is er materiële schade aangericht aan de woning van [slachtoffer] en [naam 4] . Dat het bij twee ontploffingen is gebleven is niet aan de verdachten te danken, nu de ontsteking van één van de aangestoken Cobra’s-6 werd onderbroken door een mankement aan het verlengde lont.

Door hun handelen hebben de verdachte en zijn medeverdachte een gevaarlijke situatie in het leven geroepen, waardoor er gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan. De verdachte en zijn medeverdachte mogen van geluk spreken dat niemand letsel heeft opgelopen. Dat de verdachte de uitvoeringshandelingen heeft verricht en de medeverdachte heeft toegekeken, komt tot uitdrukking in de straftoemeting.

Daarnaast is het gehele appartement besmeurd met motorolie en zijn verdachte en zijn medeverdachte samen zonder toestemming van de bewoner wederrechtelijk in de woning binnengedrongen. Hij heeft daarmee blijk gegeven geen respect te hebben voor andermans privacy en goederen.

De aanleiding voor deze feiten was een conflict met de bewoner van het appartement, [slachtoffer] . Hij zou de verdachte en medeverdachte al langer lastig vallen en ook meermalen hun spullen en ruiten vernield hebben. Over en weer zijn sinds medio 2019 meldingen en aangiften gedaan bij de politie. Verdachte heeft met de medeverdachte het recht in eigen hand genomen en wraak genomen. De verdachte heeft zelf verklaard “mijn ruiten eruit dan de zijne ook”.

De rechtbank is van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst van de feiten. Het uitgangspunt in dit soort zaken is een gevangenisstraf van 24 maanden. De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen. Het recidivegevaar in deze zaak is groot wanneer de verdachte en medeverdachte opnieuw in conflict raken met [slachtoffer] . Door de relatie van de dochter van de medeverdachte met het slachtoffer [slachtoffer] blijft het risico bestaan dat zij elkaar weer treffen. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en voor eigen rechter te spelen. De rechtbank is van oordeel dat een langere proeftijd op zijn plaats is nu het conflict nog niet de wereld uit is. De rechtbank wil de verdachte er van doordringen dat hij niet op deze wijze op conflicten kan reageren, ook al is hij nog zo wanhopig en kwaad.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 138, 157, 350 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 Wet Wapens en Munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart de onder de parketnummers 03/700089-19 en 03/866045-20 tenlastegelegde feiten bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Schutte, voorzitter, mr. R.J.M.G. Rulkens en mr. M.G.J.M. van der Staak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. Smits, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2020.

Buiten staat

mr. Rulkens en mr. Van der Staak zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Parketnummer 03/00089-19

1.

hij op of omstreeks 30 november 2019 te Geleen , Gemeente Sittard-Geleen, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing te weeg heeft gebracht

in/aan een pand (gelegen aan het adres [adres 5] ), immers heeft/hebben verdachte en/of diens mededader(s) toen aldaar opzettelijk

- in voornoemde woning cobra 6 vuurwerk (met zeer explosief poeder) geplaatst

en/of ontstoken en/of ontsloten,

-waarbij/waardoor een of meer explosie(s) is/zijn ontstaan en/of waardoor een

ontploffing is ontstaan en/of waardoor brand is ontstaan,

terwijl daarvan/daarbij/waarbij

- gemeen gevaar voor dat pand en/of voor zich in dat pand bevindende (andere)

goederen en/of voor (de inboedel van) belendende panden en/of woningen, in elk

geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was, en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in

voornoemd pand aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in die belendende

pand(en) en/of woningen aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar

en/of zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

Parketnummer 03/866045-20

1.

Hij op of omstreeks 30 november 2019 te Geleen, Gemeente Sittard-Geleen, in

elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vloer en/of wand gelegen in appartement [adres 5] en/of een hoeveelheid aldaar geplaatste meubels, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] en/of [naam 4] toebehoorde(n), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.

Hij op of omstreeks 30 november 2019 te Geleen, Gemeente Sittard-Geleen, in

elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, omstreeks 03.15 uur, in elk geval in de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, gelegen aan [adres 5] , althans bij een ander of

anderen dan bij verdachte, wederrechtelijk is binnengedrongen, waarbij zij/zij zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft door middel van braak en/of inklimming,

en/of zonder voorkennis van de rechthebbende(n) en anders dan ten gevolge van vergissing binnengekomen, aldaar wordt/worden aangetroffen in de voor de nachtrust bestemde tijd;

3.

Hij op of omstreeks 30 november 2019 te Susteren, Gemeente Echt-Susteren, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie I, onder 3°, te weten een ploertendoder,

voorhanden heeft gehad.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Districtsrecherche Zuid-West Limburg, proces-verbaalnummer [nummer 2] , gesloten d.d. 18 maart 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 392.

2 Proces-verbaal van getuige d.d. 30 november 2019, p. 219.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2019, p. 209-210.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 december 2019, p. 225.

5 Proces-verbaal relaas n.a.v. explosie inwoning d.d. 3 maart 2020, p. 281 en 289;

6 Proces-verbaal relaas n.a.v. explosie inwoning d.d. 3 maart 2020, p. 284;

7 NFI rapport d.d. 28 februari 2020, p. 368-373.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 december 2019, p. 231-238;

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2019, 239-240.

10 Proces-verbaal van bevindingen in beslag genomen goederen d.d. 1 december 2019, p. 32-33.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2019 p. 262.

12 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 4 december 2019, p. 246-249.

13 Proces-verbaal van aangifte [naam 4] d.d. 23 december 2019 p. 250-251.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte rechter-commissaris d.d. 5 december 2019.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 december 2019, p. 116-120.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 3] , d.d. 9 december 2019, p. 167-174.

17 Proces-verbaal van bevindingen in beslag genomen goederen, d.d. 1 en 10 december 2019, p. 32-33 en p. 46;

18 Proces-verbaal technisch onderzoek wapen d.d. 5 december 2019, p. 192-195.

19 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 2 december 2019, p. 104