Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6932

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
16-09-2020
Zaaknummer
03/142070.20 en 03/020932.20, 03/031409.20, 03/108450.20, 03/210411.19 (ttz.gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor onder meer diefstallen. Oplegging ISD-maatregel voor de duur van twee jaren met tussentijdse beoordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03/142070.20 en

03/020932.20, 03/031409.20, 03/108450.20, 03/210411.19 (ttz.gev.)

tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

thans verblijvende in P.I. Sittard te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. N. Birrou, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 2 september 2020. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

in de zaak met parketnummer 03/142070.20

  1. opzetheling of schuldheling van een bankpas en ID-kaart heeft gepleegd;

  2. zonnebrillen, geld en een pakje ibuprofen heeft gestolen;

  3. een navigatiesysteem (merk TomTom) en een zonnebril heeft gestolen;

  4. een (dames)fiets heeft gestolen;

  5. een laptoptas (met inhoud) en een portemonnee (met inhoud) heeft gestolen;

  6. geld heeft gestolen door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen bankpas;

  7. broden, gebak(jes) en cakes heeft gestolen;

  8. een kast heeft vernield;

in de zaak met parketnummer 03/020932.20

een jas heeft gestolen;

in de zaak met parketnummer 03/031409.20

de parkeergarage van Q-park, gelegen aan het [adres 1] wederrechtelijk is binnengedrongen;

in de zaak met parketnummer 03/108450.20

het bedrijfsterrein van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wederrechtelijk is binnengedrongen;

in de zaak met parketnummer 03/210411.19

niet voldaan aan een bevel krachtens artikel 2:85 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Ter zake van het tenlastegelegde onder 1. in de zaak met parketnummer 03.142070.20 heeft de raadsman bepleit de verdachte daarvan vrij te spreken. Hij heeft aangevoerd dat uit het dossier niet eenduidig kan worden vastgesteld of de pasjes, die de verdachte aan [getuige] heeft overhandigd, toebehoren aan aangeefster. Bovendien heeft de verdachte stellig ontkend dat hij het tenlastegelegde heeft begaan. Ter zake van het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03/108450.20 heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit, omdat het binnendringen niet wederrechtelijk is geweest. De toegangspoort stond open en het personeel was ervan op de hoogte dat de verdachte op het terrein verbleef. Hij kreeg zelfs koffie aangeboden van het personeel.

De raadsman heeft zich voor wat betreft het overige, aan de verdachte tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

De bewijsmiddelen

Ten aanzien van 03/142070.20 1 :

1.

Op 27 mei 2020 doet [aangever] namens [slachtoffer 3] aangifte van diefstal uit de auto tussen 26 mei 2020 en 27 mei 2020, waarbij meerdere pasjes, waaronder een ING Bankpas en een Nederlandse identiteitskaart zijn weggenomen.2

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op woensdag 27 mei 2020 bij [instelling 1] , een dag/nachtopvang voor daklozen, gelegen aan de [adres 2] , werd aangesproken door verdachte bij de ingang van de douches. Verdachte zei tegen hem dat hij iets van hem mocht hebben en overhandigde hem een oranjekleurige bankpas van de ING-bank en een identiteitskaart. Ze stonden allebei op naam van een vrouw. De verdachte zei tegen [getuige] , dat hij deze pasjes kon kopen voor 100 euro. De getuige zag dat de verdachte nog meer pasjes bij zich had.3

De politie heeft de videobeelden, afkomstig van [instelling 1] bekeken. Op deze beelden werd het navolgende waargenomen:

Op de videobeelden is te zien dat [getuige] zich in de woonkamer van [instelling 1] bevindt. Vervolgens komt de verdachte vanaf de doucheruimte de woonkamer in gelopen. Als de verdachte voor [getuige] staat, haalt hij met zijn linkerhand uit zijn linkerbroekzak drie pasjes. Vervolgens toont de verdachte deze pasjes een voor een aan [getuige] . Op de beelden is te zien dat dit een oranje ING-Bankpas, een Nederlandse identiteitskaart en een blauwe pas zijn. Vervolgens overhandigt de verdachte de oranje ING-bankpas en de Nederlandse identiteitskaart aan [getuige] . [getuige] bekijkt de pasjes. Vervolgens brengt de verdachte zijn rechter wijsvinger naar zijn mond een maakt een gebaar waaruit opgemaakt kan worden dat [getuige] stil moet zijn. Vervolgens stopt de verdachte de blauwe pas terug in zijn linkerbroekzak. Hierna loopt de verdachte terug in de richting van de doucheruimte. Vervolgens raken de verdachte en [getuige] opnieuw met elkaar in gesprek ter hoogte van de deur tussen de woonkamer en de doucheruimte. Vervolgens haalt de verdachte [verdachte] met zijn linkerhand de blauwe pas opnieuw uit zijn linkerbroekzak en kijkt hiernaar en toont deze vervolgens aan [getuige] . Hierna stopt de verdachte de blauwe pas opnieuw in de zijn linkerbroekzak waarna hij de doucheruimte in loopt en uit het beeld van de beveiligingscamera loopt.4

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een bankpas en een ID-kaart had aangeboden aan een medebewoner van [instelling 1] . Hij had de pasjes die ochtend gevonden in de stad.5

Op grond van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat de verdachte een bank en een ID-kaart voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze afkomstig waren van een misdrijf.

2.

De rechtbank acht het onder 2. in de zaak met parketnummer 03/142070.20 aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020;6

- het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer] d.d. 27 mei 20207.

3.

De rechtbank acht het onder 3. in de zaak met parketnummer 03/142070.20 aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020;8

- het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 18 mei 20209.

4.

De rechtbank acht het onder 4. in de zaak met parketnummer 03/142070.20 aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020;10

- het proces-verbaal aangifte van [naam 3] namens [slachtoffer 6] d.d. 21 april 202011.

5. en 6.

De rechtbank acht het onder 5. en onder 6. in de zaak met parketnummer 03/142070.20 aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020;12

- het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 7] d.d. 30 april 202013.

7.

De rechtbank acht het onder 7. in de zaak met parketnummer 03.142070.20 aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020;14

- het proces-verbaal aangifte van [naam 6] namens [slachtoffer 8] d.d. 21 april 202015.

8.

De rechtbank acht het onder 8 in de zaak met parketnummer 03/142070.20 aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020;16

- het proces-verbaal aangifte van [naam 7] namens [instelling] d.d. 12 augustus 201917.

Ten aanzien van 03/020932.20 18 :

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 03/020932.20 aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020;19

- het proces-verbaal aangifte van [naam 8] d.d. 16 december 201920.

Ten aanzien van 03/031409.20 21 :

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 03.031409.20 aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020;22

- het proces-verbaal aanhouding d.d. 5 februari 2020;23

- het geschrift, inhoudende een verblijfsontzegging van de gemeente Venlo, d.d. 15 januari 2020.24

Ten aanzien van 03/210411.19 25 :

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 03/210411.19 aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020;26

- het proces-verbaal aanhouding d.d. 29 juni 2018;27

- het geschrift, inhoudende een Formulier Bevel Verblijfsontzegging van de gemeente Venlo, d.d. 11 juni 2018.28

3.3.2

Vrijspraak van 03/108450.20

De rechtbank is, evenals de verdediging, van oordeel dat niet is bewezen dat de verdachte het terrein van [slachtoffer 1] wederrechtelijk is binnengedrongen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. Daartoe overweegt zij het volgende.

Uit het procesdossier volgt dat de verdachte op 21 april 2020 in Tegelen op het bedrijfsterrein van [slachtoffer 1] werd aangetroffen in een schuurtje. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte door het bedrijfsterrein binnen te gaan het terrein wederrechtelijk is binnengetreden. Uit het dossier volgt dat de toegangspoort van het bedrijfsterrein openstond. Verdachte is vervolgens het terrein opgelopen en daar gaan slapen. Het schuurtje waarin hij werd aangetroffen, was niet afgesloten. De verdachte heeft verklaard dat hij dacht dat zijn verblijf op het terrein was toegestaan, omdat hij eerder al eens van het personeel koffie kreeg aangeboden. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van ‘wederrechtelijk’ binnendringen. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

in de zaak met parketnummer 03/142070.20
1.
op 27 mei 2020 in de gemeente Venlo een bankpas en een ID-kaart voorhanden heeft gehad en overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.
in de periode van 18 mei 2020 tot en met 19 mei 2020 in de gemeente Venlo uit een (personen)auto twee zonnebrillen en een hoeveelheid geld en een pakje ibuprofen, toebehorende aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.
in de periode van 15 mei 2020 tot en met 17 mei 2020 in de gemeente Venlo uit twee, (personen)auto‘s een navigatiesysteem (merk TomTom) en een zonnebril (merk Serengeti) toebehorende aan [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.
op 21 april 2020 in de gemeente Venlo een (dames)fiets toebehorende aan [slachtoffer 6] heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5.
in de periode van 29 april 2020 tot en met 30 april 2020 in de gemeente Venlo uit een (personen)auto een laptoptas (met inhoud) en een portemonnee (met inhoud) toebehorende aan [slachtoffer 7] heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.
op 30 april 2020 in de gemeente Venlo een hoeveelheid geld toebehorende aan [slachtoffer 7] heeft weggenomen met het oogmerk om dat zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen bankpas, tot welk gebruik hij niet gerechtigd was;

7.
op 16 april 2020 te Tegelen broden en gebak(jes) en cakes toebehorende aan [slachtoffer 8] heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

8.
op 8 augustus 2019 in de gemeente Venlo opzettelijk en wederrechtelijk een kast, die aan het [instelling] toebehoorde, heeft beschadigd;

in de zaak met parketnummer 03/020932.20

op 13 december 2019 te Roermond een jas toebehorende aan [naam 8] heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

03/020932.20
op 5 februari 2020 te Venlo in het besloten lokaal gelegen aan het [adres 1] bij Q-park in gebruik, tot welk lokaal aan hem met ingang van 15 januari 2020 schriftelijk de toegang is ontzegd voor de duur van één jaar, wederrechtelijk is binnengedrongen;

in de zaak met parketnummer 03/210411.19

op 29 juni 2018 te Venlo opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering krachtens artikel 2:85 van de Algemene Plaatselijke Verordening gegeven, inhoudende om in de periode van zondag 17 juni 2018 18:00 uur tot zondag 15 juli 2018 18:00 uur het door de burgemeester bij dat bevel aangewezen en op een bij het bevel gevoegde kaart aangeduide gebied niet te betreden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders in de zaak met parketnummer 03/142070.20 onder 1. tot en met 8., in de zaak met parketnummer 03/020932.20, in de zaak met parketnummer 03/020932.20 of in de zaak met parketnummer 03/210411.19 aan de verdachte is ten laste gelegd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

in de zaak met parketnummer 03.142070.20 feiten 1 t/m 5 en 7:
telkens: diefstal;


in de zaak met parketnummer 03.142070.20 feit 6:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

in de zaak met parketnummer 03.142070.20 feit 8:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een andere toebehoort, beschadigen;

het feit in de zaak met parketnummer 03.020932.20

diefstal;

het feit in de zaak met parketnummer 03.031409.20
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik wederrechtelijk binnendringen;

het feit in de zaak met parketnummer 03.210411.19

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast;

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren zal worden opgelegd. De samenleving dient, gelet op verdachtes omvangrijke strafblad van 16 pagina’s, de hoeveelheid delicten die hij heeft gepleegd en de overlast die hij veroorzaakt, te worden beschermd door middel van langdurige vrijheidsbeneming.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de maatregel van ISD voorwaardelijk op te leggen en daarnaast de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van één jaar. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat uit onderzoek is gebleken dat slechts in 10% van de gevallen ISD effectief is gebleken, omdat de behandelingsfase onvoldoende uit de verf komt. De ISD zal naar verwachting dan ook min of meer neerkomen op een kale gevangenisstraf. Volgens de verdediging zal meer winst worden behaald, indien met hulp, begeleiding en ondersteuning van de reclassering zal worden zorggedragen voor onder meer huisvesting en dagbesteding. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de ISD te beperken tot één jaar.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal diefstallen, vernieling, het wederrechtelijk binnendringen in een besloten lokaal en het niet voldoen aan een bevel om een bepaald gebied niet te betreden. Deze diefstallen zijn er enkele in een reeks van vele, zoals blijkt uit het 16 pagina’s tellende strafblad van de verdachte. Verdachte recidiveert veelvuldig. Diefstallen zijn ergerlijke feiten, die naast materiele schade vooral ook overlast en onrust veroorzaken. Deze gevolgen lijken echter weinig indruk te maken op de verdachte. De verdachte komt, naast de onderhavige feiten, veelvuldig in beeld met overlastmeldingen. Hij bedelt, belt aan bij mensen, haalt eten uit containers en hangt rond op plekken waar hij niet mag verblijven. Zijn aanwezigheid wordt soms zelfs als bedreigend ervaren.

Met de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van de ISD-maatregel in dit geval een gepaste strafrechtelijke reactie is. Immers naar het oordeel van de rechtbank kan een dergelijke maatregel enerzijds in het belang van de samenleving zijn ter bescherming van personen en goederen en anderzijds kan het een bijdrage leveren aan een gedragsverandering, waarmee de verdachte een kans geboden wordt oude gedragspatronen te doorbreken en waardoor hij mogelijk op termijn toch een ander bestaan kan opbouwen.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte een stelselmatige dader is in de zin van artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht en dat de verdachte ook voldoet aan de in dat artikel genoemde criteria voor oplegging van de ISD-maatregel. De verdachte is de afgelopen vijf jaar voorafgaand aan het plegen van deze feiten minstens driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf veroordeeld dan wel is hem bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf opgelegd. De onderhavige strafbare feiten zijn na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straffen gepleegd en er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Vooral gezien de verslaving van de verdachte, acht de rechtbank een reëel en ernstig gevaar voor herhaling aanwezig. Ook is de verdachte op dit moment dak- en thuisloos en heeft hij geen verblijfplaats. Hij heeft enige tijd binnen een pand van [instelling] verbleven, maar hij hield zich ook daar niet aan regels en afspraken.

Voorts overweegt de rechtbank dat de reclassering in haar advies van 12 maart 2020 het recidiverisico als hoog inschat. Het leven van de verdachte draait om het verkrijgen en gebruiken van cannabis. Dit gebruik leidde tot, dan wel verergerde, zijn psychotische stoornis. Hij bedelt en steelt om aan het geld voor drugs te komen. Tot op heden leverden behandelingen en andere hulpverlening geen significante vermindering van het recidiverisico op. Hij houdt zich bij herhaling niet aan de afspraken met deze instanties. De reclassering en het overige hulpverleningsnetwerk ziet een ISD-maatregel als enig overblijvend middel om de problematiek van betrokkene goed te kunnen aanpakken en daarmee de recidivekans (aanzienlijk) te kunnen verkleinen.

Omdat eerdere trajecten met reclasseringsbegeleiding op niets zijn uitgelopen en de begeleiding van de verdachte er niet van heeft weerhouden strafbare feiten te plegen, is de rechtbank, alles afwegende, van oordeel dat aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders moet worden opgelegd voor de duur van twee jaren. Ook als zou blijken dat de oplegging van de ISD-maatregel het risico op recidive op lange termijn niet vermindert, geldt dat de veiligheid van goederen het opleggen van deze maatregel eist. Met de ISD-maatregel wordt niet alleen de samenleving beschermd tegen de overlast die verdachte veroorzaakt door het plegen van strafbare feiten, maar ook wordt binnen de maatregel geprobeerd een bijdrage te leveren aan een oplossing van de problematiek van verdachte, waardoor hij, na afloop van de maatregel, hopelijk delict-vrij kan blijven.

Gezien de verslavingsproblematiek van de verdachte en het feit dat als gevolg daarvan waarschijnlijk langdurige behandeling noodzakelijk is om tot structurele beëindiging van recidive te komen en ter optimale bescherming van de samenleving, vindt de rechtbank het van belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, niet in mindering brengen op de duur van de maatregel. De rechtbank zal tot slot bepalen dat het Openbaar Ministerie uiterlijk negen maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel, de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n, 57, 138, 184, 310, 311, 350 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

in de zaak met parketnummer 03.108450.20

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het aan hem tenlastegelegde;

in de zaak met parketnummer 03.142070.20

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het onder 1. tot en met 8. aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat onder 1. tot en met 8. meer of anders is ten laste gelegd;

in de zaak met parketnummer 03.020932.20

Bewezenverklaring

- verklaart het aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

in de zaak met parketnummer 03.031409.20

Bewezenverklaring

- verklaart het aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

in de zaak met parketnummer 03.210411.19

Bewezenverklaring

- verklaart het aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 4 zijn omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte daardoor strafbaar;

in de zaak met parketnummer 03.142070.20 en in de zaak met parketnummer 03.020932.20

Maatregel

  • -

    legt aan verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het Openbaar Ministerie binnen negen maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel;

in de zaak met parketnummer 03.031409.20 en in de zaak met parketnummer 03.210411.19

- bepaalt dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. van Maanen Winters, voorzitter, mr. A.M. Schutte en mr. M.G.J.M. van der Staak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2020.

Buiten staat

Mr. F.M. van Maanen Winters en mr. M.G.J.M. van der Staak zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

in de zaak met parketnummer 03.142070.20
1.
hij op of omstreeks 27 mei 2020 in de gemeente Venlo, althans in Nederland, een of meer goed(eren), te weten een bankpas en/of een ID-kaart heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door
misdrijf verkregen goed betrof;

2.
hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2020 tot en met 19 mei 2020 in de gemeente Venlo
in/uit een (personen)auto twee, althans een of meer zonnebril(len) en/of een hoeveelheid geld en/of een pakje ibuprofen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht)

3.
hij in of omstreeks de periode van 15 mei 2020 tot en met 17 mei 2020 in de gemeente Venlo, in/uit twee, althans een of meer (personen)auto(‘s) een navigatiesysteem (merk TomTom) en/of een zonnebril (merk Serengeti), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.
hij op of omstreeks 21 april 2020 in de gemeente Venlo een (dames)fiets, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5.
hij in of omstreeks de periode van 29 april 2020 tot en met 30 april 2020 in de gemeente Venlo
in/uit een (personen)auto een laptoptas (met inhoud) en/of een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.
hij op of omstreeks 30 april 2020 in de gemeente Venlo een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen bankpas, tot welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was;

7.
hij op of omstreeks 16 april 2020 te Tegelen, in de gemeente Venlo een of meer broden en/of gebak(jes) en/of cakes, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 8] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;


8.
hij op of omstreeks 8 augustus 2019 in de gemeente Venlo opzettelijk en wederrechtelijk een kast, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan het [instelling] toebehoorde, heeft vernield en/of beschadigd;

in de zaak met parketnummer 03.020932.20

hij op of omstreeks 13 december 2019 te Roermond een jas, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam 8] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

in de zaak met parketnummer 03.031409.20
hij op of omstreeks 5 februari 2020 te Venlo in het besloten lokaal gelegen aan het [adres 1] bij Q-park, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 15 januari 2020 schriftelijk de toegang tot die Q-park ontzegd voor de duur van 1 jaar;

in de zaak met parketnummer 03.108450.20

hij op of omstreeks 21 april 2020 te Tegelen, gemeente Venlo in de woning, het besloten lokaal en/of het erf, bedrijfsterrein (gelegen aan de [adres 3] ) bij een ander, te weten bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;


in de zaak met parketnummer 03.210411.19

hij, op of omstreeks 29 juni 2018 te Venlo opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2:85 van de Algemene Plaatselijke Verordening, gegeven bevel, inhoudende om in de periode van zondag 17 juni 2018 18:00 uur tot zondag 15 juli 2018 18:00 uur het door de burgemeester bij dat bevel aangewezen en op een bij het bevel gevoegde kaart aangeduide gebied niet te betreden.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het (digitale) proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg, Basisteam Venlo/Beesel, proces-verbaalnummer [nummer 1] , gesloten d.d. 28 mei 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 141.

2 Proces-verbaal aangifte van [aangever] namens [slachtoffer 3] d.d. 27 mei 2020, pagina 21 en 22.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige J. [getuige] d.d. 27 mei 2020, pagina 19 en 20.

4 Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [naam 9] d.d. 28 mei 2020, pagina 42 en 43.

5 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

6 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

7 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer] van 27 mei 2020, pagina 46 tot en met 48.

8 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

9 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 4] van 18 mei 2020, pagina 61 tot en met 63.

10 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

11 Proces-verbaal aangifte van [naam 3] namens [slachtoffer 6] van 21 april 2020, pagina 77 tot en met 79.

12 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

13 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 7] van 30 april 2020, pagina 93 tot en met 106.

14 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

15 Proces-verbaal aangifte van [naam 6] namens [slachtoffer 8] van 21 april 2020, pagina 116 tot en met 118.

16 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

17 Proces-verbaal aangifte van [naam 7] namens [instelling] van 12 augustus 2019, pagina 132 tot en met 136.

18 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het (digitale) proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg, Basisteam Roermond, proces-verbaalnummer [nummer 2] , gesloten d.d. 18 februari 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 24.

19 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

20 Proces-verbaal aangifte van [naam 8] van 16 december 2019, pagina 5 tot en met 7.

21 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het (digitale) proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg, Basisteam Venlo/Beesel, proces-verbaalnummer [nummer 3] , gesloten d.d. 5 februari 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 24.

22 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

23 Proces-verbaal aanhouding d.d. 5 februari 2020, pagina 3 en 4.

24 Het geschrift, inhoudende een verblijfsontzegging van de gemeente Venlo, d.d. 15 januari 2020

25 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het (digitale) proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg, Basisteam Venlo/Beesel, proces-verbaalnummer [nummer 4] , gesloten d.d. 5 februari 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 16.

26 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

27 Proces-verbaal aanhouding d.d. 29 juni 2018, pagina 3 en 4.

28 Het geschrift, inhoudende een verblijfsontzegging van de gemeente Venlo, d.d. 15 januari 2020