Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6906

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
15-09-2020
Zaaknummer
03/700407-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 35-jarige man uit Zwolle veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren (met aftrek van het voorarrest), TBS met voorwaarden en een contactverbod met één van de slachtoffers, wegens een poging moord, een poging doodslag, een poging zware mishandeling en diefstal van benzine.

De medeverdachten zijn vrijgesproken van de hen tenlastegelegde feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700407-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

laatst opgegeven woon- of verblijfplaats [adres] ,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Leeuwarden.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.R. Logemann, advocaat kantoorhoudende te Harlingen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 31 augustus 2020. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: medeplichtig is aan het handelen van [medeverdachte 1] op 20 oktober 2018 te Heerlen ter uitvoering van diens poging [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven door die [slachtoffer 1] meermalen met een mes te steken, welke medeplichtigheid bestond in het ter beschikking stellen van een mes; subsidiair medeplichtigheid aan het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 1] , met als gevolg een slagaderlijke bloeding;

Feit 2: medeplichtig is aan het handelen van [medeverdachte 1] op 20 oktober 2018 te Heerlen ter uitvoering van diens poging [slachtoffer 2] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven door die [slachtoffer 2] meermalen met een mes te steken; subsidiair medeplichtigheid aan het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 2] , welke medeplichtigheid bestond in het ter beschikking stellen van een mes; meer subsidiair medeplichtigheid aan diens poging aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

Feit 3: medeplichtig is aan het handelen van [medeverdachte 1] op 20 oktober 2018 te Heerlen ter uitvoering van diens poging [slachtoffer 3] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven door die [slachtoffer 3] meermalen met een mes te steken, welke medeplichtigheid bestond in het ter beschikking stellen van een mes; subsidiair medeplichtigheid aan het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 3] ; meer subsidiair medeplichtigheid aan diens poging aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

Feit 4: op 19 oktober 2018 in de gemeente Harderwijk samen met een of meer anderen, benzine (ter waarde van 55,49 euro), toebehorend aan [tankstation] Drielanden, heeft gestolen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte medeplichtig is geweest aan de pogingen moord die door medeverdachte [medeverdachte 1] zijn gepleegd door een mes aan hem ter beschikking te stellen.

De officier van justitie vraagt vrijspraak voor feit 4, aangezien uit de camerabeelden onvoldoende duidelijk is dat verdachte degene is die heeft getankt.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit de verdachte van de feiten 1 tot en met 4 vrij te spreken.

Voor de medeplichtigheid aan de pogingen moord is er maar één bewijsmiddel, namelijk de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] die verklaart dat hij een voorwerp, waarvan hij pas later zag dat het een mes was, van de verdachte in zijn hand geduwd heeft gekregen toen hij uit de auto stapte. Steunbewijs voor deze verklaring ontbreekt, want er is geen indicatie in het dossier dat de verdachte het mes (op enig moment) bij zich had. Bovendien is [medeverdachte 1] wisselend in zijn verklaringen en heeft hij er belang bij te verklaren dat hij het mes niet zelf al bij zich had.

Voor de diefstal van de benzine verwijst de raadsman naar de verklaring van de verdachte zelf en van medeverdachte [medeverdachte 1] dat de verdachte er niet bij was. Ook uit de camerabeelden blijkt dat de verdachte niet de persoon is die heeft getankt.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 tot en met 3

In de nacht van vrijdag 19 op zaterdag 20 oktober 2018, na een voorafgaande ruzie met bedreigingen is verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] per auto naar de [straat] ter hoogte van de percelen [nummers] gereden. Hier zijn verdachte en [medeverdachte 1] als eerste uitgestapt, waarna [medeverdachte 1] het erf van perceel nummer [nummer 1] heeft betreden. Uit camerabeelden blijkt dat [medeverdachte 1] op dat moment een mes vastheeft. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij dit van verdachte in zijn hand gedrukt heeft gekregen, nadat hij uit de auto is gestapt. Nadat de politie hem met de camerabeelden geconfronteerd heeft, waarop te zien is dat dit feitelijk onmogelijk is gelet op hetgeen op de camerabeelden daarover te zien is, heeft [medeverdachte 1] gesteld dat hij het mes in de hand gedrukt heeft gekregen terwijl hij uit de auto stapte. Ermee geconfronteerd dat de camerabeelden geen ondersteuning geven aan deze lezing, heeft [medeverdachte 1] vervolgens gesteld dat hij het mes in de hand gedrukt heeft gekregen terwijl hij nog in de auto zat. Nu de verdachte in dit verband wisselend heeft verklaard, acht de rechtbank deze verklaring(en) niet aannemelijk. Daar komt bij dat de rechtbank op de ter terechtzitting getoonde beelden niet heeft kunnen waarnemen dat de verdachte een mes aan [medeverdachte 1] heeft gegeven.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen is dat de verdachte aan [medeverdachte 1] een mes ter beschikking heeft gesteld, zoals onder de feiten 1 tot en met 3, zowel primair als subsidiair, ten laste is gelegd. Daarom zal de rechtbank de verdachte van alle tenlastegelegde varianten vrijspreken.

Feit 4

Op 19 oktober 2018 om 23.57 uur is benzine weggenomen bij [tankstation] Drielanden aan de A28 te Harderwijk. Op dat tijdstip is een Opel Astra station, voorzien van het kenteken [nummer 2] , komen aanrijden bij het tankstation. Op camerabeelden is te zien dat de bestuurder en twee passagiers (een man en een vrouw) uitstappen. De bijrijder tankt bij pomp 6 een hoeveelheid van 31.02 liter benzine voor een bedrag van € 55,49. Zij stappen in en de bestuurder rijdt weg als de deuren van het voertuig nog niet eens gesloten zijn. Zij hebben de benzine niet betaald. [medeverdachte 1] heeft tegenover de politie verklaard dat hij die avond heeft gereden.

De verdachte heeft ter zitting met klem ontkend bij het tanken aanwezig te zijn geweest.

De rechtbank herkent bij het uitkijken van de beelden ter terechtzitting in de mannelijke bijrijder die staat te tanken, niet de persoon van de verdachte. Evenmin blijkt uit de overige processtukken van betrokkenheid van de verdachte bij dit feit.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat evenmin bewezen is dat de verdachte zich aan diefstal van benzine, zoals tenlastegelegd onder feit 4, schuldig heeft gemaakt. Daarom zal de rechtbank de verdachte ook van dit feit vrijspreken.

4 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

4.1

De vordering van de benadeelde partij

Gelet op de omstandigheid dat de verdachte zal worden vrijgesproken, kan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in haar vordering tot schadevergoeding (ad in totaal € 14.878,56 aan immateriële en materiële schade) niet worden ontvangen.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat de verdachte het hem onder 1 primair en subsidiair, 2 primair subsidiair en meer subsidiair, 3 primair, subsidiair en meer subsidiair en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Benadeelde partij(en) en schadevergoedingsmaatregel(en)

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte, tot op heden begroot op nihil;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. V.P. van Deventer en mr. K.G. Witteman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Eroktay, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2020.

Buiten staat

Mr. V.P. van Deventer is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

[medeverdachte 1] op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, die [slachtoffer 1] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in haar arm, in elk geval in haar lichaam, heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden, met als gevolg een slagaderlijke bloeding, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] ;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte 1] op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snij- en/of steekwonden, heeft toegebracht, met als gevolg een slagaderlijke bloeding, door [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam te steken en/of te prikken en/of te snijden, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] ;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

[medeverdachte 1] op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, die [slachtoffer 2] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in zijn rug en/of zij en/of arm en/of schouder, in elk geval in zijn lichaam, heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] ;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat;

[medeverdachte 1] op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snij- en/of steekwonden, heeft toegebracht, door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in zijn lichaam, te steken en/of te prikken en/of te snijden, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] ;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte 1] op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 2] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in zijn rug en/of zij en/of arm en/of schouder, in elk geval in zijn lichaam, heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] ;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

[medeverdachte 1] op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 3] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, die [slachtoffer 3] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in zijn arm, in elk geval in zijn lichaam, heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] ;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte 1] op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snij- en/of steekwonden, heeft toegebracht door die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam, te steken en/of te prikken en/of te snijden, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid on/of middelen heeft verschaft, door een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] ;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte 1] op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 3] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in zijn arm, in elk geval in zijn lichaam heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] ;

art. 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 19 oktober 2018 in de gemeente Harderwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, benzine (ter waarde van 55,49 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [tankstation] Drielanden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

art 310 Wetboek van Strafrecht