Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6905

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
15-09-2020
Zaaknummer
03/700406-18 en 03/702674-20 (ttzgev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 35-jarige man uit Zwolle veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren (met aftrek van het voorarrest), TBS met voorwaarden en een contactverbod met één van de slachtoffers, wegens een poging moord, een poging doodslag, een poging zware mishandeling en diefstal van benzine.

De medeverdachten zijn vrijgesproken van de hen tenlastegelegde feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/700406-18 en 03/702674-20 (ter terechtzitting gevoegd)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

laatst opgegeven woon- of verblijfplaats [Adres] ,

thans gedetineerd in PI Veenhuizen, locatie Norgerhaven, te Veenhuizen.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. D. van den Broek, advocaat kantoorhoudende te

Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 31 augustus 2020. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlasteleggingen

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

03/700406-18

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 20 oktober 2018 te Heerlen:

Feit 1: samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven door haar meermalen met een mes in haar arm te steken, met als gevolg een slagaderlijke bloeding; subsidiair dat hij samen met anderen aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;

Feit 2: samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 2] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven door hem meermalen met een mes in zijn rug, zij en arm te steken; subsidiair dat hij samen met anderen aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht; meer subsidiair dat hij heeft geprobeerd samen met anderen aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

Feit 3: samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 3] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven door hem meermalen met een mes in zijn arm te steken; subsidiair dat hij samen met anderen aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht; meer subsidiair dat hij samen met anderen heeft geprobeerd aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

03/702674-20

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 19 oktober 2018 in Harderwijk samen met een ander benzine ter waarde van € 55,49 heeft gestolen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

03/700406-18

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde onder de feiten 1 tot en met 3. Hij is van oordeel dat de verdachte niet handelde in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling en dat hij aldus met voorbedachten rade heeft gehandeld. Een beroep op noodweer dan wel noodweerexces kan niet slagen, omdat het schieten geen invloed op zijn handelen heeft gehad. Het handelen van de verdachte was juist gericht op het aanvallen van de familie [slachtoffers] en [slachtoffer 3] .

03/702674-20

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. De officier van justitie verwijst naar de camerabeelden waarop te zien is dat de verdachte de auto bestuurde en een andere persoon de tankhandeling heeft verricht. Voorts is te zien dat de auto al wegrijdt voordat de bijrijder is ingestapt. Hieruit maakt de officier van justitie op dat beiden het opzet hadden om benzine te stelen, en dat zij aldus het feit tezamen en in vereniging hebben gepleegd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

03/700406-18

Met betrekking tot het eerste feit heeft de raadsvrouw betoogd dat medeplegen niet kan worden bewezen. Het incident tussen de verdachte en [slachtoffer 1] op straat speelde zich tussen hen beiden af. De medeverdachten waren hierbij niet aanwezig.

De raadsvrouw heeft verder bepleit de verdachte vrij te spreken gelet op het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet. De verdachte ontkent dat hij [slachtoffer 1] bewust heeft gestoken. Hij vermoedt dat zij gewond is geraakt door het mes tijdens de worsteling die tussen beiden heeft plaatsgevonden.

Mocht de rechtbank wel bewezen achten dat de verdachte [slachtoffer 1] opzettelijk in de arm heeft gestoken, dan verzoekt de raadsvrouw verdachte vrij te spreken voor poging doodslag. Een arm is geen vitaal lichaamsdeel, en door in de arm te steken heeft de verdachte geen aanmerkelijke kans op de dood aanvaard. Dat de verdachte [slachtoffer 1] niet direct steekt, is ook een contra-indicatie voor opzet op de dood.

Gelet op de recente medische informatie heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De raadsvrouw verzoekt de verdachte vrij te spreken van voorbedachte raad, aangezien er sprake was van een complete chaos en van rustig nadenken geen sprake is geweest.

Met betrekking tot het tweede feit heeft de raadsvrouw betoogd dat medeplegen niet kan worden bewezen, omdat de verdachte alleen handelde. De medeverdachten hebben op geen enkele wijze aan het feit bijgedragen. De verdachte dient dan ook van het medeplegen te worden vrijgesproken.

De raadsvrouw verzoekt voorts de verdachte vrij te spreken van poging moord/poging doodslag omdat hij geen (voorwaardelijk) opzet had op de dood van [slachtoffer 2] . Uit de gedragingen van de verdachte volgt dat zijn opzet niet was gericht op het doden van [slachtoffer 2] . Tussen beiden heeft een soort worsteling plaatsgevonden, waarbij de verdachte om zich heen heeft gemaaid met het mes in zijn hand, maar niet bewust en diep heeft gestoken. Mocht de rechtbank al van oordeel zijn dat een aanmerkelijke kans op de dood heeft bestaan, dan heeft de verdachte deze kans niet bewust aanvaard.

Voor het subsidiair tenlastegelegde toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, althans een poging daartoe, bevat het dossier onvoldoende medische informatie met betrekking tot de verwondingen van [slachtoffer 2] om te kunnen spreken van een voltooid delict.

De raadsvrouw verzoekt de verdachte eveneens vrij te spreken van voorbedachte raad. De verdachte werd beschoten door [slachtoffer 2] . De verdachte gaat daarop naar hem toe en slaat hem. Pas als zij samen tegen de caravan komen te staan, besluit de verdachte om te steken. Het besluit om te steken is derhalve het gevolg van een hevige gemoedsopwelling geweest, veroorzaakt door het schieten en het gevecht bij de caravan, en zeer zeker niet een besluit dat is genomen na kalm beraad.

Met betrekking tot het derde feit heeft de raadsvrouw betoogd dat de verdachte ontkent dat hij [slachtoffer 3] bewust en daarmee opzettelijk heeft gestoken. De verdachte vermoedt dat [slachtoffer 3] gewond is geraakt tijdens de worsteling op straat tussen de verdachte, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] . Voorwaardelijk opzet op het verwonden van [slachtoffer 3] had de verdachte evenmin. De verdachte had weliswaar een mes in zijn hand, maar gezien de beelden was het [slachtoffer 3] die de verdachte aanviel en de eerste klappen uitdeelde. De verdachte had hiermee geen rekening behoeven te houden. Derhalve verzoekt de raadsvrouw de verdachte vrij te spreken van het onder feit 3 tenlastegelegde.

Mocht de rechtbank wel bewezen achten dat de verdachte [slachtoffer 3] opzettelijk in de arm heeft gestoken, dan is de verdediging van oordeel dat de verdachte door in de arm van [slachtoffer 3] te steken geen aanmerkelijke kans op diens dood heeft aanvaard. Een arm is immers geen vitaal lichaamsdeel, en de kans dat [slachtoffer 3] door het steken zou overlijden, was niet aanmerkelijk.

Bij gebrek aan medische informatie met betrekking tot de verwondingen van [slachtoffer 3] is niet vast te stellen dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Derhalve moet vrijspraak volgen.

03/702674-20

De verdediging heeft bepleit de verdachte vrij te spreken van diefstal van benzine in vereniging.

Het was de broer van de verdachte, [Medeverdachte 1] , die de feitelijke wegnemingshandeling van het tanken heeft verricht. Objectief is slechts vast te stellen dat de verdachte is weggereden met de auto en dat er is niet betaald. Uit het dossier blijkt niet dat er van te voren was afgesproken om niet te betalen, of dat de verdachte dit zelfs maar wist.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Omwille van de leesbaarheid houdt de rechtbank bij de opsomming van de bewijsmiddelen de chronologische volgorde van de gebeurtenissen aan.

03/702674-20

De rechtbank acht het tenlastegelegde onder parketnummer 03/702674-20 wettig en overtuigend bewezen op grond van het navolgende.

Aangeefster [Naam 1] heeft verklaard dat op vrijdag 19 oktober 2018 om 23.57 uur een Opel Astra station, voorzien van het kenteken [Nummer 1] kwam aanrijden bij tankstation [Naam 2] te Harderwijk. Op beelden is te zien dat de bestuurder en twee passagiers uitstappen. De bijrijder tankt benzine bij pomp 6. De bestuurder opent de motorkap en vult iets bij met water. De bestuurder sluit de motorkap en stapt hierna in achter het stuur. De bijrijder tankt uiteindelijk 31.02 liter voor een bedrag van € 55,49. Op de beelden is te zien dat de bijrijder dan ook weer instapt aan de rechterzijde. De bestuurder rijdt al weg nog voordat de bijrijder zijn portier heeft gesloten.2

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de bestuurder was van het voertuig.3

Bewijsoverweging

De rechtbank constateert op grond van de ter terechtzitting bekeken en besproken camerabeelden dat de bestuurder, nog terwijl de bijrijder aan het tanken is, de auto kennelijk al heeft gestart zodat hij direct kan wegrijden terwijl de bijrijder nog bezig is met instappen. De auto rijdt dan ook weg, meteen na het instappen van de bijrijder, terwijl de deur van die bijrijder nog open was. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat beiden het opzet hebben gehad op het tanken zonder betalen, en dat zij hierin hebben samengewerkt. Uit het dossier en de getoonde beelden is niet gebleken dat de verdachte en zijn mededader op enig moment de intentie hebben gehad om de getankte brandstof af te rekenen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de tenlastegelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen.

03/700406-18

Inleiding

In de nacht van vrijdag 19 op zaterdag 20 oktober 2018 heeft in Heerlen op de [straat] ter hoogte van de percelen [Nummers] een schiet- en steekincident plaatsgevonden waarbij aan de ene kant de verdachte en medeverdachten [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] betrokken waren, en aan de andere kant de familie [slachtoffers] en [slachtoffer 3] . Uit het dossier blijkt dat het incident een lange aanloop heeft gehad. De verdachte heeft in de loop van de avond en nacht via beeld- en spraakberichten voortdurend contact gehad met zijn

(ex-)vriendin [slachtoffer 1] . Uit deze berichten is gebleken dat een gespannen sfeer tussen de verdachte en [slachtoffer 1] is ontstaan en dat op meerdere momenten dreigende berichten vanuit de verdachte naar [slachtoffer 1] zijn gestuurd. Hierop is een reactie gevolgd - ook met een dreigende toon - van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] . De verdachte, [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] zijn vervolgens vanuit Amersfoort naar Heerlen gereden om verhaal te halen.

Verbalisant [Naam 3] heeft de telefoon van de verdachte onderzocht en een proces-verbaal opgemaakt van de WhatsApp gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 1] .

Op 20 oktober 2018 te 00:31:54 uur stuurt de verdachte een geluidsbericht naar [slachtoffer 1] , dat wordt omschreven als volgt:

- Dreigingen naar kankerneger, broertje [slachtoffer 2] en dreigt met schieten.

Hierop volgt een geluidsbericht van verdachte naar [slachtoffer 1] van 00:34:29 uur:

- Dreigingen, dreigt met steken.

De verdachte stuurt een geluidsbericht naar [slachtoffer 1] dat hij naar haar toekomt. Om 00:41:00 uur ontvangt de verdachte een afbeelding van de anus van een dier. Hierop volgen diverse WhatsApp berichten van verdachte naar [slachtoffer 1] met de tekst:

- Ik snijd die hond kapot voor je ogen.

Om 00:43:48 uur stuurt de verdachte een afbeelding naar [slachtoffer 1] van een foto waarop zijn hand te zien is met daarin een vuurwapen. Om 00:43:52 uur stuurt de verdachte een geluidsbericht naar [slachtoffer 1] :

- Deze is voor de kankerneger.

Om 01:59:14 uur stuurt de verdachte een geluidsbericht naar [slachtoffer 1] :

- Ik moet benzine bekostigen, ik tank voor jouw dood, ga het zien, kom dan.

Hierop volgen weer foto’s van de hand van de verdachte met daarin een vuurwapen.4

Feit 2

De verdachte en zijn medeverdachten zijn op 20 oktober 2018 rond 02.45 uur aangekomen bij de woningen van [slachtoffer 1] en haar moeder op de [straat] in Heerlen. Daar is de situatie meteen uit de hand gelopen.

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 20 oktober 2018 gebeld is door zijn zus [slachtoffer 1] omdat haar ex-vriend [verdachte] naar haar op weg was. Kort nadat [slachtoffer 2] in de woning van zijn moeder was aangekomen, hoorde hij piepende banden en een harde klap op straat. Hij is naar buiten gegaan, en de verdachte richtte zich meteen tegen hem, waarop zij in gevecht raakten. De verdachte had een mes onderhands vast in zijn rechterhand. [slachtoffer 2] voelde een stekende pijn in zijn linker zij. Het mes was 25 tot 30 centimeter lang en had een smal lemmet. De verdachte bleef steken en roepen: “Ik maak je kapot, ik maak jullie allemaal kapot, je zus is van mij”. Kort daarna zag hij dat de verdachte [slachtoffer 1] stak met het mes en dat [slachtoffer 1] op de grond viel. Hij zag dat [slachtoffer 3] ( [slachtoffer 3] ) probeerde [slachtoffer 1] te helpen en ook gewond raakte aan zijn arm. De verdachte is hierna met de auto weggereden.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij vier steekwonden heeft opgelopen: in zijn linker onderarm, linkerschouder, linkerzij en rug.5

Verbalisanten [Namen 1] hebben verklaard dat zij de verdachte op 20 oktober 2018 omstreeks 07.15 uur hebben aangetroffen in zijn auto en hem vervolgens hebben aangehouden. Tijdens zijn aanhouding riep de verdachte (onder andere): “Ik heb net iemand afgestoken”.6

Verbalisant [Naam 5] heeft verklaard dat de verdachte tijdens zijn aanhouding zei:

“Jazeker, heb ik [slachtoffer 2] mooi gestoken hè”.

Uit de ter terechtzitting bekeken camerabeelden blijkt dat de verdachte meermaals aangever [slachtoffer 2] met een mes in zijn bovenlichaam heeft gestoken.7

Uit het geneeskundig onderzoek dat is verricht door [Naam 6] , forensisch geneeskundige, op 22 oktober 2018 bij [slachtoffer 2] blijkt dat – ten gevolge van het incident – het volgende letsel is geconstateerd:

  1. Ongeveer 1,5 cm in het midden onder het rechteroog bevindt zich een rode punt met een diameter van ongeveer 1mm bedekt met een dunne huidlaag;

  2. Op de linker bovenarm bevindt zich een oppervlakkige onderbreking van de huid gedeeltelijk bedekt met korst die diagonaal verloopt van rechtsboven (buitenkant van de arm) naar linksonder (binnenzijde van de arm). De huidonderbreking heeft een lengte van 2 cm;

  3. Aan de voorzijde van de linker onderarm verloopt vanaf de binnenzijde diagonaal naar de buitenzijde met een lengte van 7 cm een diepe huidonderbreking die naar de uiteinden toe geleidelijk minder diep wordt. De huidonderbreking is met 9 of 10 hechtingen gehecht. De wondranden zijn gezwollen en liggen grotendeels niet tegen elkaar aan;

  4. Op de rechter handrug tussen het verlengde van de wijs- en middelvinger bevindt zich een oppervlakkige cirkelvormige huidonderbreking met een doorsnede van ongeveer een 0,5 cm die gedeeltelijk een donkerpaarse kleur heeft en rondom aan de randen roodgekleurd is;

  5. Op de overgang van de linkerzijde van de rug naar de flank bevindt zich een huidonderbreking met verheven wondranden en hechtmateriaal. De wondranden liggen over de grootste lengte tegen elkaar aan. De huidonderbreking heeft een lengte van ongeveer 9cm.

Tevens is de informatie opgenomen die door de behandelend sector, in de persoon van chirurg [Naam 7] is verstrekt. De chirurg stuurt een brief met de informatie dat [slachtoffer 2] op 20 oktober 2018 werd beoordeeld op de Spoedeisende Hulp van het Zuyderland Medisch Centrum in Heerlen. Hij had penetrerend letsel mogelijk passend bij steekverwondingen. Aan de linkerzijde van de buik werden twee diepe verwondingen van 10 cm en 3 cm gezien waarbij ook een gedeelte van de buikwandspieren was doorgesneden. Op de linkerflank had hij nog een derde verwonding van 5 cm en op de linkerarm een vierde verwonding met een lengte van 5 cm. Beeldvormend onderzoek leverde geen aanwijzingen op dat de verwondingen tot in de buik- of borstholte doorliepen. De letsels eindigden in of direct onder de onderhuid (vet- en bindweefsellaag).8

Feit 1

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij op 20 oktober 2018 ter hoogte van de [straat] [Nummers] te Heerlen op de openbare weg in haar rechterarm is gestoken door de verdachte. Dit is haar ex-vriend. Zij hebben ongeveer twee maanden een relatie gehad en aangeefster heeft de relatie een maand geleden beëindigd. De verdachte kan dit niet verkroppen en blijft haar bedreigen met woorden als: “Ik schiet jouw familie dood en ik schiet jou dood”.9

Aangeefster heeft een dag later verklaard dat zij op 19 oktober 2018 rond 23.30 uur haar verjaardag aan het vieren was. De verdachte belde, appte en facebookte de hele tijd. Hij wilde dat zij meeging naar Zwolle en anders zou hij aangeefster kapot maken en ook haar hele familie. Even later hoorden zij een klap en zagen een zwarte stationcar, Opel Astra. Hier stapten drie mensen uit: de verdachte, [Medeverdachte 1] en een tante van de verdachte, genaamd [Medeverdachte 2] . De verdachte liep meteen naar de broer van aangeefster, genaamd [Naam 4] . Aangeefster hoorde dat [Naam 4] riep: “Auw, hij steekt”. Aangeefster is de straat opgerend en vervolgens viel de verdachte haar aan. Zij zag dat hij een mes in zijn rechterhand had. Hij kwam op haar af en stak meteen in haar rechterarm, recht door haar jas heen. Hij heeft daarbij een slagader, zenuwen en pezen geraakt.

[slachtoffer 3] kwam haar te hulp en werd eveneens gestoken door de verdachte. Aangeefster wilde naar haar woning rennen, maar zakte op de stoep in elkaar en raakte bewusteloos.10

Verbalisanten [Namen 2] hebben verklaard dat zij op 20 oktober 2018 omstreeks 03.10 uur aankwamen aan de [straat] [Nummers] te Heerlen. Verbalisanten hebben in de woning aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zwaargewond aangetroffen. [slachtoffer 1] was ernstig aan het bloeden aan haar rechterarm. Er lag veel vloeibaar bloed op de grond en er liep bloed uit haar arm. Een vrouw duwde een doek in de wond en zei dat direct een ambulance moest komen omdat [slachtoffer 1] een slagaderlijke bloeding had. [slachtoffer 2] was ernstig aan het bloeden in zijn linkerzij. Ook bij hem zat een vrouw die een doek in de wond drukte.11

Verbalisant [Naam 8] heeft eveneens verklaard over de verwondingen die hij bij aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft aangetroffen. Nadat hij de woning aan de [straat] [Nummers] had betreden, hoorde hij meerdere mensen roepen: “Bel een ambulance want ze bloedt dood”. Hij zag in de woning plassen bloed en veegsporen op de witte plavuizen vloer liggen. Aan de tafel zat [slachtoffer 1] die regelmatig het bewustzijn verloor. Zij had een theedoek om haar rechteronderarm gedraaid. Die theedoek was helemaal doordrenkt met bloed. De jas die [slachtoffer 1] aanhad was deels doordrenkt met bloed. Meerdere personen in de woning deelden mede dat de verdachte dit gedaan had en dat de vrouw een slagaderlijke bloeding had. Verbalisant duwde met kracht de wond dicht en voelde het bloed langs zijn handen druppelen.

Verbalisant heeft bij de komst van de ambulance geassisteerd bij de verzorging van [slachtoffer 2] . Nadat het T-shirt was verwijderd, zag hij dat [slachtoffer 2] een snee had van ongeveer 30 centimeter op zijn linkerzij van navel tot rug.12

Uit het geneeskundig onderzoek dat op 22 oktober 2018 is verricht door [Naam 6] , forensisch geneeskundige, bij [slachtoffer 1] blijkt dat - ten gevolge van het incident - het volgende letsel is geconstateerd:

  1. De rechter onderarm en –hand zijn ingepakt in een verband en het slachtoffer draagt een mitella om de rechterarm te ondersteunen. Het verband kon om medische redenen niet worden verwijderd;

  2. Op de buitenkant van de linker bovenarm bevindt zich een blauwpaarse onscherp begrensde huidverkleuring met een afmeting van ongeveer 2x2 cm;

  3. Op de achterzijde van de linker bovenarm bevindt zich een blauwpaarse onscherp begrensde huidverkleuring met een afmeting van ongeveer 2x1 cm;

  4. Op haar rechter bovenbeen bevindt zich een onscherp begrensde lichtgeel getinte huidverkleuring met een lengte/hoogte van ongeveer 8 cm en een maximale breedte van 5 cm. In de richting van de binnenzijde van het rechter bovenbeen neemt de hoogte af waardoor aan die zijde een cirkelvormige begrenzing ontstaat;

  5. Op het rechter onderbeen bevindt zich onder de knie een onscherp begrensde paarsrode huidverkleuring met een afmeting van 1x4 cm waarvan de buitenzijde lager eindigt dan de binnenzijde.

Tevens is opgenomen de informatie die door de behandelende sector, in de persoon van de arts [Naam 9] van de Spoedeisende Hulp is verstrekt. De arts stuurt een brief d.d. 20 oktober 2018 waarin onder meer staat vermeld dat bij onderzoek van de rechterarm aan de binnenzijde van de pols aan de kant van de pink een verwonding is gezien. De pols en vingers kan zij niet volledig buigen. Zij heeft een doof gevoel over de hele hand en er lijkt letsel te zijn van de slagader aan de buitenzijde van de pols.13

Uit de ter terechtzitting getoonde camerabeelden is gebleken dat de verdachte aangeefster met een mes heeft aangevallen.14

Feit 3

Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij op die bewuste avond zag dat de verdachte [slachtoffer 1] aanviel en dat hij slaande en stekende bewegingen in haar richting maakte. Aangever kon niet zien wat hij in zijn handen had. Hij is naar hem toegerend en heeft met hem gevochten. Aangever zag dat [slachtoffer 1] onder het bloed zat en dat zij op straat in elkaar stortte, voor de trapjes van haar woning. Hij wilde [slachtoffer 1] optillen maar dat lukte niet. Toen zag aangever dat hij ook een snee in zijn jas had en dat hij aan het bloeden was. Aangever heeft een snee van enkele centimeters in zijn rechter bovenarm.15

Uit de ter terechtzitting getoonde camerabeelden is gebleken dat de aangever bij [slachtoffer 1] stond op het moment dat de verdachte haar aanviel.16

Van het letsel van [slachtoffer 3] is een geneeskundige verklaring opgemaakt waarin staat dat er uitwendig letsel is waargenomen, namelijk een snijverwonding aan de rechter bovenarm.17

Bewijsoverwegingen

Vrijspraak medeplegen feit 1, 2 en 3

Het procesdossier biedt onvoldoende aanknopingspunten om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde medeplegen te komen. Verdachte was weliswaar in het gezelschap van medeverdachten [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] ; er is echter onvoldoende gebleken dat zij vooraf in het voornemen van de verdachte betrokken zijn. Bovendien hebben zij nauwelijks een rol gespeeld gedurende het incident, zoals ook blijkt uit de door de rechtbank ter terechtzitting bekeken camerabeelden.

De verdachte dient dan ook van dit bestanddeel van het onder feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Overweging ten aanzien van feit 2

De vraag die zich hier aandient is of er gesproken kan worden van voorbedachten rade. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachten rade' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten.

De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Een dergelijke contra-indicatie is bijvoorbeeld indien de besluitvorming en de uitvoering in plotselinge drift plaatsvinden.

Verdachte heeft tijdens zijn tweeëneenhalf uur durende rit naar Limburg in de auto levensbedreigende berichten gestuurd aan het adres van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] . Verdachte heeft zelf verklaard dat hij, op het moment dat hij uit de auto stapte, al een mes in zijn hand had. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank van kalm beraad en rustig overleg voorafgaand aan zijn feitelijke handelingen. Hij heeft, nadat hij was uitgestapt, [slachtoffer 1] aan de kant geduwd en is rechtstreeks naar [slachtoffer 2] toegelopen. Hij heeft [slachtoffer 2] meermalen in zijn zij, rug en arm gestoken en hem hiermee levensbedreigende verwondingen toegebracht. Hij heeft immers diepe wonden toegebracht in de romp van het lichaam, waar de vitale delen zich bevinden. Hij heeft geprobeerd om zijn vooraf opgezette plan om [slachtoffer 2] van het leven te beroven willens en wetens uit te voeren. Van contra-indicaties kan, gelet op het voorgaande, geen sprake zijn. Er is immers geen sprake van besluitvorming en uitvoering die in plotselinge drift plaatsvinden.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte heeft geprobeerd [slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven en acht het primair tenlastegelegde feit onder 2 wettig en overtuigend bewezen.

Vrijspraak feit 1 primair (onderdeel ‘voorbedachten rade’)

Op de beeldopnames die van het incident zijn gemaakt en die ter terechtzitting zijn afgespeeld, is te zien dat verdachte na de aanval op [Naam 4] Vos wil weglopen. Hij wordt echter tegengehouden door [slachtoffer 1] . Uit deze beelden leidt de rechtbank af dat verdachte op dat moment afzag van zijn vooropgezette plan om (ook) [slachtoffer 1] van het leven te beroven. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte van het bestanddeel “met voorbedachten rade” moet worden vrijgesproken.

Overweging ten aanzien van feit 1 subsidiair

Uit de camerabeelden alsook uit andere bewijsmiddelen volgt de handelwijze van de verdachte op het moment van zijn aanval op [slachtoffer 1] : hij heeft met een mes, op een korte afstand van [slachtoffer 1] , ongecontroleerde, krachtige aanvallende bewegingen in haar richting gemaakt, waarbij hij haar in de pols heeft gesneden, waardoor er een slagaderlijke bloeding bij [slachtoffer 1] is ontstaan. Als [slachtoffer 1] geen medische behandeling had ondergaan, zou zij aan haar verwondingen zijn overleden. Door op deze manier te handelen heeft de verdachte, naar het oordeel van de rechtbank, willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij [slachtoffer 1] daarmee van het leven zou beroven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte heeft geprobeerd [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven en acht het onder 1 primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Vrijspraak feit 3 primair en subsidiair

[slachtoffer 3] heeft zich bemoeid met het gevecht tussen de verdachte en [slachtoffer 1] .

De verdachte heeft tijdens dit gevecht [slachtoffer 3] verwond aan zijn bovenarm. De rechtbank is van oordeel dat geen aanmerkelijke kans is ontstaan dat [slachtoffer 3] hierdoor zou komen te overlijden. De kans is immers gering dat bij een steek in een bovenarm een slagader wordt geraakt. De verdachte dient derhalve van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met het toebrengen van dit letsel wel de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. In de bovenarm lopen immers pezen en zenuwen, die beschadigd hadden kunnen worden door de handelwijze van de verdachte. Gelet op de geneeskundige verklaring heeft verdachte geen zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 3] toegebracht, maar enkel een snijwond in zijn bovenarm. De verdachte dient derhalve ook van het subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

Overweging ten aanzien van feit 3 meer subsidiair

De rechtbank komt wel tot het oordeel dat de verdachte heeft geprobeerd [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De kans dat de verdachte door zijn welbewust handelen een spier of pees blijvend zou hebben beschadigd, was geenszins denkbeeldig. De rechtbank acht dan ook het onder feit 3 meer subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Parketnummer 03/700406-18

1.

op 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 1] (met kracht) met een mes, meermalen, in haar arm, heeft gestoken, met als gevolg een slagaderlijke bloeding, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, die [slachtoffer 2] (met kracht) met een mes, meermalen, in zijn rug en zij en arm heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

op 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen (met kracht) met een mes, in de arm, van die [slachtoffer 3] , heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 03/702674-20

op 19 oktober 2018 in de gemeente Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander, benzine (ter waarde van 55,49 euro), toebehorend aan [Tankstation] Drielanden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 03/700406-18

Feit 1, primair

Poging tot doodslag

Feit 2, primair

Poging tot moord

Feit 3, meer subsidiair

Poging tot zware mishandeling

Parketnummer 03/702674-20

Diefstal door twee of meer verenigde personen

5 De strafbaarheid van de verdachte

Noodweerexces

Namens de verdachte is voor de op de tenlastelegging met parketnummer 03/700406-18 onder 2 ten laste gelegde poging moord op [slachtoffer 2] een beroep gedaan op noodweerexces.

De verdachte verkeerde in een noodweersituatie waarin hij de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden. Deze overschrijding was echter een onmiddellijk gevolg van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door het schieten van de zijde van [slachtoffer 2] , aldus de raadsvrouw. Zij verzoekt dan ook de verdachte voor feit 2 te ontslaan van alle rechtsvervolging.

De rechtbank stelt bij de beoordeling hiervan voorop dat een beroep op noodweerexces als strafuitsluitingsgrond niet kan worden aanvaard ingeval de gedraging van degene die zich op deze exceptie beroept, noch op grond van diens bedoeling noch op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van de gedraging kan worden aangemerkt als verdedigend, maar - naar de kern bezien - als aanvallend, bijvoorbeeld gericht op confrontatie.

In de opeenvolging van de gebeurtenissen van de bewuste avond is het de verdachte geweest die de confrontatie heeft opgezocht. De verdachte had immers zijn komst en zijn bedoelingen ruimschoots aangekondigd en stapte gewapend uit de auto met de kennelijke bedoeling om de daad bij het woord te voegen. Zo de verdachte al door het schieten door [slachtoffer 2] zich als eerste tot hem heeft gewend, was dit dus niet ter verdediging, maar in de kern aanvallend. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een beroep op noodweerexces van de zijde van de verdediging niet kan slagen.

Toerekenbaarheid

Ten aanzien van de persoon van de verdachte is op 5 augustus 2019 een rapportage van het Pieter Baan Centrum (PBC) uitgebracht. Daarin is geadviseerd om de verdachte de feiten onder parketnummer 03/700406-18 verminderd toe te rekenen.

De rechtbank komt op basis van de in dat rapport vervatte bevindingen en het daarin vervatte advies niet tot de conclusie dat er omstandigheden zijn die verdachtes strafbaarheid geheel uitsluiten. Ook overigens zijn er geen omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

6 De straf en de maatregelen

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf van acht jaren (met aftrek van voorarrest) en TBS met dwangverpleging op te leggen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om de verdachte geen TBS-maatregel op te leggen. De verdachte wil graag behandeld worden, ook in een kliniek. Maar niet duidelijk is waarom deze behandeling niet in het kader van bijzondere voorwaarden bij een deels voorwaardelijke straf kan worden opgelegd. De verdachte heeft niet eerder een klinische behandeling ondergaan of deze behandeling als bijzondere voorwaarde opgelegd gekregen. TBS is onnodig stigmatiserend.

Mocht de rechtbank wel van oordeel zijn dat TBS op zijn plaats zijn, dat verzoekt de verdediging dit in de vorm te doen zoals door de deskundigen is geadviseerd: met voorwaarden, en zonder dwangverpleging. De verdachte is gemotiveerd. Uit alle rapporten blijkt dat hij zich uitstekend heeft gedragen in de PI en in het PBC. De verdachte kan zich vinden in de voorgestelde voorwaarden en is bereid zich hieraan te houden. In dat geval verzoekt de verdediging de gevangenisstraf niet onnodig lang meer te laten voortduren. De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met het gegeven dat in de nacht van 20 oktober 2018 over en weer is gedreigd, gescholden en uitgedaagd. De eerste geweldshandeling kwam van [slachtoffer 2] . Bovendien kunnen de feiten de verdachte slechts verminderd worden toegerekend. Het is van belang dat de verdachte zo snel mogelijk met een behandeling kan beginnen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregelen is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging moord, een poging doodslag, een poging zware mishandeling en diefstal van benzine. Hij heeft een afstand van 250 kilometer afgelegd om verhaal te halen bij zijn ex-vriendin, haar familie en een vriend van zijn ex-vriendin. De verdachte is bij aankomst op zijn bestemming, gewapend met een mes, direct in de aanval gegaan en heeft geen rekening gehouden met de gevolgen van zijn daden. Zijn ex-vriendin zou aan de gevolgen van de messteken die hij haar heeft toegebracht zijn overleden als er niet tijdig medisch was ingegrepen. Zij zal blijvend de gevolgen ondervinden van het letsel dat de verdachte haar heeft aangedaan. Ook de broer en een ex-vriend hebben aan het incident forse verwondingen overgehouden. De rechtbank rekent hem dit zwaar aan.

Uit het 38 pagina’s tellende strafblad van de verdachte blijkt dat hij reeds eerder is veroordeeld tot gevangenisstraffen voor het plegen van geweldsdelicten. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur voor de verdachte passend is gelet op de ernst van de feiten.

In het reeds hiervoor onder 5. genoemde rapport van het PBC zijn de psycholoog [Naam 10] en de psychiater [Naam 11] , beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, naar aanleiding van hun onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte (onder andere) tot de volgende bevindingen gekomen.

De psychische problematiek van verdachte [verdachte] situeert zich op drie domeinen: er is sprake van een licht verstandelijke beperking, van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en afhankelijke kenmerken en van een ernstige stoornis is alcoholgebruik. Onderzoekers zien de beslissing om (gewapend) verhaal te halen als cruciaal in de beoordeling van de mate waarin verdachte vrij was in zijn keuzes. In deze keuze wordt een duidelijke intentie gezien, terwijl de daarop volgende handelingen in belangrijke mate voortvloeien uit deze keuze. De sociaal-emotionele beperkingen dragen bij aan de beïnvloedbaarheid van verdachte en diens onvermogen om onlustgevoelens, waaronder boosheid, op een adequate wijze te hanteren. Door de afhankelijkheid van anderen (in dit geval zijn ex-vriendin) is een dreigende relatiebreuk voor verdachte niet hanteerbaar. Dit draagt bij aan emotionele verwarring, die verdachte tracht te bedwingen door het drinken van alcohol. Mede door het gebruik van alcohol worden remmingen bij verdachte minder, waardoor agressie (gestuwd door emoties waar verdachte onvoldoende vat op heeft) tot uiting komt. Overigens draagt ook het antisociale gedragspatroon bij aan de beperkte remming ten aanzien van het gebruik van geweld. In de omstandigheden voorafgaand aan de tenlastegelegde feiten - indien bewezen geacht - wordt dus een grote rol van de psychische beperkingen van verdachte gezien.

Zonder behandeling is het recidiverisico hoog, en de verdachte geeft aan open te staan voor behandeling. Een klinische start is essentieel, waarbij vooral aandacht moet worden besteed aan de verslavings- en de persoonlijkheidsproblematiek. Daarna dient de behandeling te worden gericht op een zorgvuldige resocialisatie. Er wordt geadviseerd de behandeling vorm te geven in de vorm van TBS met voorwaarden.

De beide deskundigen hebben geadviseerd de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten en hem te laten behandelen voor zijn verslavings- en persoonlijkheidsproblematiek. Daarbij is eerst een klinische behandeling geïndiceerd en later dient de behandeling te worden gericht op een zorgvuldige resocialisatie. Er wordt geadviseerd de behandeling vorm te geven in de vorm van TBS met voorwaarden.

In het reclasseringsadvies d.d. 6 augustus 2020 heeft de reclassering onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor een TBS met voorwaarden.

De reclassering adviseert positief over TBS met voorwaarden. De verdachte heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan de volgende voorwaarden:

  • -

    Geen strafbaar feit plegen;

  • -

    Meewerken aan reclasseringstoezicht;

  • -

    Meewerken aan time-out;

  • -

    Niet naar het buitenland;

  • -

    Opname in een zorginstelling;

  • -

    Ambulante behandeling;

  • -

    Drugsverbod;

  • -

    Alcoholverbod.

De reclassering adviseert bovendien oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is van oordeel dat het advies van de deskundigen verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten moet worden gevolgd. De verdachte is in een emotioneel verwarde toestand naar Limburg gereden. Zowel het antisociale gedragspatroon dat verdachte eigen is, als het gebruik van alcohol, hebben bijgedragen aan verdachtes ontremming.

Op grond van de bevindingen van de deskundigen en de inschatting dat zonder adequate behandeling het recidiverisico hoog blijft, komt de rechtbank tot het oordeel dat aan de verdachte voor de bewezen verklaarde feiten onder parketnummer 03/700406-18 naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tevens TBS moet worden opgelegd, met de voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering. Een klinische start aansluitend aan de detentie is essentieel, waarbij vooral aandacht moet worden besteed aan de verslavings- en de persoonlijkheidsproblematiek. Daarna dient de behandeling te worden gericht op een zorgvuldige resocialisatie.

Afwijkend van het advies van de reclassering, is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte geen gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht) moet worden opgelegd. De rechtbank zal aan verdachte een contactverbod opleggen met [slachtoffer 1] (ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht). Daarbij zal de rechtbank bepalen dat per overtreding twee weken vervangende hechtenis zal worden toegepast, met een totale duur van zes maanden. De maatregel zal worden opgelegd voor de duur van vijf jaren. De rechtbank zal de maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat ermee rekening moet worden gehouden dat de verdachte zich jegens [slachtoffer 1] belastend zal gedragen.

De rechtbank acht, alles afwegende, oplegging van een gevangenisstraf van vijf jaren met aftrek van voorarrest passend en geboden, almede de maatregel van terbeschikkingstelling met de reeds geformuleerde voorwaarden en de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van in totaal € 14.878,56 ter zake van feit 1 onder parketnummer 03/700406-18.

De vordering heeft betrekking op immateriële schade ter hoogte van € 12.500,- (voorschot).

De vordering heeft voorts betrekking op materiële schade, bestaande uit de posten:

  • -

    € 2.052,00 voor huishoudelijke ondersteuning (voorschot);

  • -

    € 120,64 reiskostenvergoeding;

  • -

    € 205,92 kosten voor het verstrekken van medische informatie.

Bij toekenning van de vordering van de benadeelde partij wordt verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, alsmede te bepalen dat over het toegewezen deel van de vordering de wettelijke rente wordt voldaan, te rekenen vanaf 20 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

De raadsman van de benadeelde partij heeft zich op het standpunt gesteld dat “eigen schuld” niet zou moeten meewegen. Benadeelde partij is het gevaar niet uit de weg gegaan. Zij is naar buiten gegaan, ook ter bescherming van haar naasten. Bij het opstoken van het vuur heeft ieder een aandeel gehad, waardoor een confrontatie niet was uitgesloten. Maar benadeelde partij heeft geen wapens in het gevecht gebracht en haar aandeel was niet noemenswaardig.

De raadsman verzoekt voorts verdachte een contact- en locatieverbod op te leggen.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij voldoende onderbouwd en toewijsbaar, zowel voor wat betreft de immateriële als de materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening. De officier van justitie vordert over het toegewezen bedrag de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt het door de benadeelde partij gevorderde schadebedrag te matigen. Benadeelde partij houdt verdachte tegen als hij weg wil gaan. Vervolgens komen zij in een worsteling terecht. Als zij hem niet had tegengehouden, was er geen worsteling ontstaan.

Met betrekking tot de materiële posten merkt de verdediging op dat er maar één medische factuur is, terwijl de kosten van het opvragen van een tweede medisch advies reeds in de vordering zijn meegenomen.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De kosten voor het verstrekken van medische informatie acht de rechtbank, ondanks het ontbreken van een tweede factuur, voor wat betreft tot op heden geleden schade voldoende onderbouwd. De benadeelde partij heeft immers wel recente medische informatie verstrekt die dateert van 20 augustus 2020. Het is dus zonder meer aannemelijk dat aan het verstrekken van deze medische informatie kosten zullen zijn verbonden en dat hierop een factuur zal volgen. De overige posten zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd voor wat betreft tot op heden geleden schade en tegen de omvang als zodanig geen verweer gevoerd.

Immateriële schade

De rechtbank is van oordeel dat de omvang van tot op heden geleden immateriële schade als gevorderd reëel is. Tegen de hoogte van het gevorderde bedrag voor immateriële schade als zodanig is ook geen verweer gevoerd..

Medeschuld benadeelde partij

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij op zichzelf voldoende is onderbouwd, maar dat deze gematigd dient te worden, aangezien er sprake is van medeschuld in de zin van artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aan de zijde van de benadeelde partij. In de aanloop naar het incident heeft benadeelde partij zich niet onbetuigd gelaten. Ook van de zijde van de benadeelde partij zijn provocerende en bedreigende berichten verstuurd. Er wordt immers vanaf de telefoon van benadeelde partij in een kort tijdsbestek de volgende geluidsberichten en een afbeelding naar de verdachte gestuurd:

  • -

    Om 02:34:46 uur ontvangt verdachte een geluidsbericht van benadeelde partij dat ze het gezellig heeft en zij lacht op de achtergrond;

  • -

    Om 02.46:50 uur ontvangt verdachte een foto van [slachtoffer 3] met in zijn hand een zwart revolver;

  • -

    Om 02:47:32 uur ontvangt verdachte een geluidsbericht van benadeelde partij met de stem van [slachtoffer 3] : “Deze fucking neger is ook voorbereid, dakduif. Denk jij dat jij de enige bent met die shit. Hij zijn er nog zes andere met die shit. Kom maar jongen. En kijken wie het langste blijft staan.” De benadeelde partij heeft weliswaar niet zelf dit bericht ingesproken, maar zij heeft ook niet voorkomen dat [slachtoffer 3] extra kolen op het vuur gooide.

Gelet op de medeschuld van de zijde van de benadeelde partij, schat de rechtbank de schade op twee derde van het gevorderde bedrag. De vordering zal voor het overige worden afgewezen.

Conclusie

De vordering betrekking hebbend op immateriële schade ter hoogte van € 12.500,- (tot op heden geleden), zal derhalve worden toegewezen tot een bedrag van € 8.333,33.

De vordering betrekking hebbend op materiële schade, zal als volgt worden toegewezen:

  • -

    € 1.368,00 voor huishoudelijke ondersteuning (tot op heden geleden);

  • -

    € 80,43 reiskostenvergoeding;

  • -

    € 137,28 kosten voor het verstrekken van medische informatie.

De rechtbank zal derhalve toewijzen een totaalbedrag van € 9.919,04, tot dusver geleden, onverlet eventuele toekomstige schade, waarvan € 8.333,33 terzake van immateriële schade en € 1.585,71 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2018. Over het toegewezen bedrag zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 38, 38a, 38v, 38w, 45, 47, 57, 63, 287, 289 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Parketnummer 03/700406-18

Vrijspraak

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de hem onder 1 primair tenlastegelegde poging tot moord en het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart de onder 1 primair tenlastegelegde poging tot doodslag en het onder 2 primair (poging tot moord) en 3 meer subsidiair (poging tot zware mishandeling) tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

Parketnummer 03/702674-20

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Parketnummer: 03/700406-18 en 03/702674-20

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregelen

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van vijf jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezen verklaarde feiten onder parketnummer 03/700406-18 tot TBS met de volgende voorwaarden:

- geen strafbaar feit plegen: verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;

- meewerken aan reclasseringstoezicht: verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:

* verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

* verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;

* verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

* verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;

* verdachte werkt mee aan huisbezoeken;

* verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

* verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

* verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;

- meewerken aan time-out: verdachte werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling, als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar;

- niet naar het buitenland: verdachte gaat niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;

- opname in een zorginstelling: verdachte laat zich opnemen in een nog nader te bepalen instelling (afhankelijk van de wachtlijst) van Trajectum of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan indicatiestelling en plaatsing;

- ambulante behandeling: verdachte laat zich door de behandelaren en/of de reclassering behandelen door een nog nader aan te wijzen ambulant zorgverlener. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

- drugsverbod: verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

- alcoholverbod: verdachte gebruikt geen alcohol en werkt mee aan controle op dit alcoholverbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest);

  • -

    legt aan de verdachte de vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op voor een periode van vijf jaren, inhoudende het bevel dat de verdachte zich onthoudt van contact, direct of indirect, met [slachtoffer 1] ;

  • -

    bepaalt de duur van de vervangende hechtenis per keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan op twee weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de maatregel niet op;

  • -

    beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

Benadeelde partij [slachtoffer 1] en schadevergoedingsmaatregel (03/700406-18, feit 1)

  • -

    wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 9.919,04, tot dusver geleden, onverlet eventuele toekomstige schade, bestaande uit € 8.333,33 ter zake van immateriële schade en € 1.585,71 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

  • -

    wijst de vordering voor het overige af;

  • -

    legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] van € 9.919,04, bestaande uit € 8.333,33 ter zake van immateriële schade en

€ 1.585,71 aan materiële schade, het geheel te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover de verdachte aan zijn verplichting jegens de Staat heeft voldaan hij in zoverre jegens [slachtoffer 1] zal zijn bevrijd en omgekeerd, voor zover de verdachte aan zijn verplichting jegens [slachtoffer 1] heeft voldaan, hij in zoverre jegens de Staat zal zijn bevrijd;

  • -

    bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 84 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. V.P. van Deventer en mr. K.G. Witteman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Eroktay, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september 2020.

Buiten staat

Mr. Van Deventer en mr. Witteman zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlasteleggingen

03/700406-18

Aan de verdachte is - nadat de vordering wijziging tenlastelegging is toegelaten - ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, die [slachtoffer 1] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in haar arm, in elk geval in haar lichaam, heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden, met als gevolg een slagaderlijke bloeding, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snij- en/of steekwonden heeft toegebracht, door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam te steken en/of te prikken en/of te snijden;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, die [slachtoffer 2] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in zijn rug en/of zij en/of arm en/of schouder, in elk geval in zijn lichaam, heeft gestoken en/of geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat;

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snij- en/of steekwonden, heeft toegebracht, door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam te steken en/of te prikken en/of te snijden;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 2] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in zijn rug en/of zij en/of arm en/of schouder, in elk geval in zijn lichaam, heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 3] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, die [slachtoffer 3] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in zijn arm, in elk geval in zijn lichaam, heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snij- en/of steekwonden, heeft toegebracht door die [slachtoffer 3] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in zijn arm, in elk geval in zijn lichaam, te steken en/of te prikken en/of te snijden;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, althans eenmaal:

- ( met kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(en) tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft geslagen en/of

- ( met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm, in elk geval in het lichaam van die [slachtoffer 3] , heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

03/702674-20

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 19 oktober 2018 in de gemeente Harderwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, benzine (ter waarde van 55,49 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [Tankstation] Drielanden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Art 310 Wetboek van Strafrecht

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummers [Nummer 2] en [Nummer 3] , gesloten d.d. 30 oktober 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 593.

2 Proces-verbaal van aangifte [Tankstation] , gesloten op 23 oktober 2018, pag. 102 tot en met 104.

3 Verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting.

4 Proces-verbaal WhatsApp gesprek [verdachte] met [slachtoffer 1] , gesloten op 4 november 2018, pag. 369 tot en met 374.

5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , gesloten op 21 oktober 2018, pag. 80 tot en met 82.

6 Proces-verbaal van bevindingen, gesloten op 20 oktober 2018, pag. 62 tot en met 65.

7 Ter terechtzitting getoonde beelden.

8 Geneeskundig onderzoek [slachtoffer 2] , pag. 229 en 230

9 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , gesloten op 20 oktober 2018, pag. 67 en 68.

10 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] , gesloten op 21 oktober 2018, pag. 69 tot en met 71.

11 Proces-verbaal van bevindingen, gesloten op 20 oktober 2018, pag. 44 en 45.

12 Proces-verbaal van bevindingen, gesloten op 20 oktober 2018, pag. 46.

13 Geneeskundig onderzoek [slachtoffer 1] , pag. 239 en 240.

14 Ter terechtzitting getoonde beelden.

15 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , gesloten op 20 oktober 2018, pag. 90 tot en met 93.

16 Ter terechtzitting getoonde beelden.

17 Geneeskundige verklaring [slachtoffer 3] , opgemaakt op 18 november 2018, pag. 101.