Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6790

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
16-09-2020
Zaaknummer
8490914 CV EXPL 20-1995
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huur; ontbinding; ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8490914 CV EXPL 20-1995

Vonnis van de kantonrechter van 9 september 2020

in de zaak van:

de stichting

STICHTING VINCIO WONEN voorheen genaamd WONINGSTICHTING DE VOORZORG

gevestigd te Hoensbroek,

eisende partij,

gemachtigde Syncasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen:

1 [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2],
beiden wonend [adres] ,
[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna Vincio Wonen, [gedaagde] en [gedaagde sub 2] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 april 2020 met vier ongenummerde producties

- de conclusie van antwoord

- de akte vermeerdering van eis van Vincio Wonen met producties 5 en 6

- rolbeslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 augustus 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt met ingang van 1 juli 2018 van Vincio Wonen de woning met aanhorigheden, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] . De huurprijs bedroeg laatstelijk € 540,84 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd.

2.2.

De huurachterstand tot en met april 2020 bedraagt € 1.818,04 en is over de periode tot en met augustus 2020 opgelopen naar € 4.002,99.

3 Het geschil

3.1.

Vincio Wonen vordert, samengevat en na vermeerdering van eis, de ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van het gehuurde en de hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:

  • -

    € 4.203,21 (waarvan € 4.002,99 aan hoofdsom, € 196,32 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 3,90 aan vervallen wettelijke rente) te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.002,99 vanaf datum dagvaarding tot de dag van algehele voldoening

  • -

    € 540,84 per maand of gedeelte daarvan aan huur c.q. gebruiksvergoeding voor iedere maand na 31 augustus 2020 dat [gedaagde] het gehuurde in gebruik zal houden en de proceskosten.

3.2.

Vincio Wonen legt hieraan ten grondslag dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst, te weten de maandelijkse vooruitbetaling van de huurprijs.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vooropgesteld wordt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen uit een overeenkomst aan de wederpartij de bevoegdheid geeft die overeenkomst te ontbinden – bij een huurovereenkomst: door de rechter te doen ontbinden – tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Daarbij is het in beginsel aan de schuldenaar ( [gedaagde] ) om de omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen die kunnen leiden tot het oordeel dat de ontbinding niet gerechtvaardigd is.

4.2.

De tekortkoming die aan de vordering tot ontbinding ten grondslag is gelegd betreft de hoofdverplichting van de huurder, tot tijdige betaling van de huurprijs, en komt hier neer op een huurachterstand van ruim drie maanden op het moment van dagvaarden. Een huurachterstand van deze omvang rechtvaardigt in het algemeen de ontbinding van de huurovereenkomst met als gevolg de veroordeling tot ontruiming.

4.3.

[gedaagde] betwist de ontstane huurachterstand niet. [gedaagde sub 1] stelt dat zij en haar partner [gedaagde sub 2] ieder hun baan verloren hebben vanwege de coronacrisis en dat zij momenteel in afwachting is van een WWB uitkering. Beiden zijn bezig met solliciteren, waarbij [gedaagde sub 1] ter zitting stelt dat [gedaagde sub 2] binnenkort fulltime bij zijn broer aan de slag zou kunnen. Door deze verdiensten en het ontvangen van huurtoeslag zou op 20 augustus 2020 een bedrag van € 2.000,- voldaan kunnen worden om de huurachterstand in te lopen. Daarna stelt [gedaagde] maandelijks de lopende huur te willen betalen en tevens een bedrag ter (verdere) aflossing van de huurachterstand.

4.4.

Vincio Wonen stelt ter zitting dat [gedaagde] reeds meerdere malen toezeggingen heeft gedaan om de huurachterstand in te lopen, maar deze nooit is nagekomen. Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagde] nog toezeggingen gedaan tot het spoedig inlopen van de huurachterstand, echter vanaf het moment van dagvaarden in april 2020 tot aan de mondelinge behandeling op 13 augustus 2020 heeft geen enkele betaling plaatsgevonden, maar is de huurachterstand blijven oplopen. Vincio Wonen stelt dat de actuele huurachterstand tot en met augustus 2020 € 4.002,99 bedraagt (in plaats van

€ 4.009,44 zoals is vermeld bij de akte tot vermeerdering van eis).

4.5.

Uit de door Vincio Wonen overgelegde specificatie van de huurachterstand (productie 5 bij akte vermeerdering van eis) kan worden afgeleid dat enkele maanden na aanvang van de huur, in ieder geval vanaf december 2018, huurachterstanden bestaan. In augustus 2019 is kortstondig geen sprake van een huurachterstand waarna vanaf september 2019 de huurachterstand verder blijft oplopen tot sprake is van een huurachterstand in augustus 2020 van ruim zeven maanden. In het licht van het verweer van [gedaagde] dat de huurachterstand door verlies van banen is ontstaan tijdens de coronacrisis, merkt de kantonrechter op dat het gezien de huidige situatie niet gemakkelijker is geworden om een baan te vinden. Echter, de ontstane huurachterstand van [gedaagde] speelt reeds gedurende veel langere tijd waardoor de coronacrisis niet als enige oorzaak aan de ontstane huurachterstand ten grondslag kan liggen. De situatie waarin [gedaagde] is komen te verkeren en waardoor de huurachterstand is ontstaan ligt in haar risicosfeer, aangezien het haar persoonlijke financiële omstandigheden betreffen. Deze omstandigheden regarderen Vincio Wonen niet en doen er niet aan af dat de tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst met het gevolg van haar ontruiming rechtvaardigt. Er is niet gesteld, laat staan aangeboden te bewijzen, dat [gedaagde] door de ontruiming in een situatie komt te verkeren die ernstiger is dan eigen is aan elke ontruiming. Het verweer wordt verworpen.

4.6.

De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van het gehuurde zijn mitsdien toewijsbaar. De ontruimingstermijn zal worden bepaald op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

4.7.

De vordering om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de huurachterstand

van € 4.002,99 ligt als niet althans onvoldoende betwist voor toewijzing gereed ligt. Ook de gevorderde wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarden (24 april 2020) tot aan de dag van algehele voldoening zal worden toegewezen.

De kantonrechter gaat daarbij ervan uit dat Vincio Wonen bij het innen van haar vordering rekening houdt met de na de dagvaarding mogelijk ontvangen betalingen van [gedaagde] Zo lang de huurovereenkomst duurt is [gedaagde] de huurprijs verschuldigd. Vanaf de ontbinding tot de ontruiming is zij krachtens artikel 7:225 BW een gelijk bedrag verschuldigd als vergoeding. Ook deze vordering wordt toegewezen.

4.8.

De huurprijs is maandelijks bij vooruitbetaling verschuldigd. Reeds door het passeren van die datum zonder dat betaald is, verkeert [gedaagde] in verzuim. De gevorderde wettelijke rente, die niet is betwist, wordt dan ook toegewezen.

4.9.

Vincio Wonen maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Vincio Wonen heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

4.10.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Vincio Wonen worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op:

-
dagvaarding € 107,17

- griffierecht € 499,00
- gemachtigde salaris € 360,00 (2 punten x € 180,00)

Totaal € 966,17

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde aan de [adres] te [woonplaats] en veroordeelt [gedaagde] het gehuurde binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden met al het hare en de haren, en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking aan Vincio Wonen te stellen;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Vincio Wonen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 4.203,21 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.002,99 vanaf 24 april 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan Vincio Wonen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 540,84 per maand of gedeelte daarvan na 31 augustus 2020 tot en met de ingegane maand van de ontruiming;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van Vincio Wonen, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 966,17;

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken.

type: LS