Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6673

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
18-09-2020
Zaaknummer
AWB/ROE 19/2012
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Toekenning 3,5 uur per week individuele begeleiding in de vorm van zorg in natura (door Stand-By).

Verweerder heeft zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet in staat wordt geacht de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB/ROE 19/2012

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 september 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Vanhommerig).

Procesverloop

Bij besluit van 24 januari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de individuele begeleiding van eiser in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) met ingang van 17 januari 2019 beëindigd.

Met ingang van 18 januari 2019 heeft verweerder 3,5 uur per week individuele begeleiding in de vorm van zorg in natura (door Stand-By) toegekend.

Bij besluit van 26 juni 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Het verzoek van eiser om schadevergoeding wordt afgewezen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2020.

Eiser is verschenen. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Eiser, geboren [geboortedatum] , is bekend met psychische problemen, waaronder schizofrenie. Op 24 mei 2018 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening voor persoonlijke begeleiding op grond van de Wmo.

Bij besluit van 26 juni 2018 heeft verweerder aan eiser een maatwerkvoorziening toegekend voor persoonlijke begeleiding-individueel voor 150 minuten per week in de vorm van een pgb. Eiser heeft namelijk te kennen gegeven geen gebruik te willen maken van de begeleiding die Stand-by biedt. In dit besluit heeft verweerder aangegeven periodiek een heronderzoek te doen.

2. Op 3 september 2108 heeft verweerder een melding van eiser ontvangen in het kader van de Wmo. Eiser heeft daarbij aangegeven problemen te ondervinden in het zelfstandig organiseren van zijn dagelijks leven. Eiser wenst begeleiding individueel in de vorm van een pgb door Stichting Ki-Muntu

2.1. Bij brief van 27 november 2018 heeft verweerder eiser verzocht om aanvullende informatie ten behoeve het onderzoek om de maatwerkvoorziening begeleiding in het kader van de Wmo opnieuw te kunnen beoordelen. Daarbij heeft verweerder om de navolgende informatie verzocht:

- een ingevuld persoonlijk budgetplan PGB Wmo (blanco exemplaar is in bijlage bijgevoegd);

- een begeleidingsplan van de zorgverlener(s) die aan eiser de begeleiding wil(len) bieden. Hierin dienen de doelen smart te worden beschreven, de manier waarop aan deze doelen gewerkt zal worden en ook de termijnen die aan de doelen worden gekoppeld. Indien van toepassing de reeds behaalde doelen beschrijven;

- een verklaring omtrent gedrag (VOG) van de zorgverlener(s). Deze mag niet ouder zijn dan 3 maanden.

De informatie dient vóór 11 december 2018 worden ingeleverd.

2.2. Op 7 december 2018 heeft eiser de volgende documenten aangeleverd:

- diploma’s [naam begeleider] (begeleider);

- 2 budgetplannen aangeleverd (beide anders ingevuld), heel onduidelijk geschreven, bijna niet leesbaar en niet correct ingevuld (kruist verkeerde hokjes aan).

Eiser is verzocht opnieuw één budgetplan aan te leveren.

2.3. Uit onderzoek door verweerder is gebleken dat de activiteiten van de Stichting Ki-Muntu (onder andere) plaats vinden in de branche: Uitleenbureaus. Deze branche heeft als hoofdcategorie in de SBI-onderverdeling die de KvK aanhoudt: “Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening” en is in dit geval verder onderverdeeld bij “Arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer”, subcategorie “Uitzendbureaus, uitleenbureaus en banenpools”. Verder is niks over deze Stichting op internet te vinden. Over de andere begeleiders is niks bekend, terwijl eiser in een gesprek op 11 oktober 2018 aangaf dat hij door meerdere personen begeleid wordt. In de zorgomschrijving zijn veel hulpvragen beschreven maar niet hoe ze eraan gaan werken. De reeds behaalde doelen zijn niet beschreven. Bij wensen en behoeftes staan veel hulpvragen omschreven maar niet specifiek hoe ze aan de hulpvragen gaan werken. Tot 17 januari 2019 heeft eiser geen kosten gedeclareerd bij de SVB.

2.4. Bij brief van 13 december 2018 heeft verweerder eiser bericht dat het onderzoek nog niet kan worden afgesloten De eerder opgevraagde informatie heeft verweerder niet ontvangen en wordt opnieuw gevraagd. Voorts wordt eiser verzocht om de navolgende gegevens vóór 7 januari 2019 in te dienen:

- een overzicht van de openstaande schulden en indien van toepassing de afbetalingen;

- informatie rondom de Stichting Ki-Muntu:

* is de heer [naam begeleider] de eigenaar van de Stichting?

* dient de begeleiding via de Stichting te lopen?

- een overzicht van de recente medische gegevens.

2.5. Op 4 januari 2019 heeft eiser telefonisch laten weten de stukken niet binnen de gestelde termijn te kunnen aanleveren. Tevens geeft eiser aan dat verweerder over alle informatie beschikt. Om die reden wordt het onderzoek afgesloten. Op 17 januari 2019 heeft er telefonisch contact plaatsgevonden met eiser waarbij de conclusies van het onderzoek met hem zijn besproken.

3. Bij het primaire besluit heeft verweerder de aan eiser toegekende individuele begeleiding in de vorm van een pgb met ingang van 17 januari 2019 beëindigd. Met ingang van 18 januari 2019 heeft verweerder aan eiser individuele begeleiding voor 3,5 uur per week toegekend in de vorm van zorg in natura (door Stand-by). Aan dat besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat het pgb wordt beëindigd omdat vanwege het ontbreken van informatie de noodzaak voor een pgb onvoldoende beoordeeld kan worden. Om die reden heeft verweerder met ingang van 18 januari 2019 begeleiding in natura toegekend. Tegen dat besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.

4. Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Het verzoek van eiser om schadevergoeding is afgewezen.

5. In beroep heeft eiser aangevoerd dat hij het proces snel wil afhandelen. Hij vraagt

€ 500,- schadevergoeding. Eiser wil meer uren zodat hij geholpen kan worden met maatschappelijke problemen. Indien verweerder eiser toch blijft dwingen om bij Stand-by hulp te krijgen wordt eiser het recht ontnomen om voor een maatwerkvoorziening te kiezen en eist hij € 1000,-. Na het ontslag van eisers advocaat heeft eiser alle informatie verstrekt om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening. Eiser wenst 6 uur begeleiding in plaats van 3,5 uur. Eiser heeft zijn begeleider de heer [naam begeleider] hard nodig. Deze begeleider werkt namens Ki-Muntu, heeft een contract voor onbepaalde tijd en is een vertrouwd en gediplomeerde professioneel. Eiser wenst een nieuw besluit waarbij het maatwerk weer wordt toegekend zodat hij vanuit Ki Muntu hulp kan krijgen.

6. In geschil is of verweerder terecht en op goede gronden een maatwerkvoorziening voor begeleiding in de vorm van zin in natura, uitgevoerd door Stand-By heeft toegekend en het verzoek van eiser om begeleiding in de vorm van een pgb heeft afgewezen

7. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling. Daarbij zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang.

8. Artikel 1.1.1 van de Wmo definieert:

- begeleiding als activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. Ingevolge voornoemd artikel betreft participatie het meedoen aan het maatschappelijk verkeer, zelfredzaamheid betreft het in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

8.1. In artikel 2.3.5. eerste lid, van de Wmo is bepaald dat het college beslist op een aanvraag:

a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie.

In het derde lid is bepaald dat het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

In het vijfde lid, is bepaald dat de maatwerkvoorziening voor zover daartoe aanleiding bestaat, afgestemd wordt op:

a. de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt,

(..)

8.2. In artikel 2.3.6, eerste lid, van de Wmo is bepaald dat indien de cliënt dit wenst, het college hem een persoonsgebonden budget versterkt dat de cliënt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken.

In het tweede lid is bepaald dat een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien:

a. de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.

b. de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen;

c. naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.

In het derde lid is bepaald dat bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld in het tweede lid, onder c, het college mee weegt of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

8.3. In de “Nadere regels Wmo zelfredzaamheid en participatie Heerlen 2018” (Nadere regels) is in artikel 11 Voorwaarden maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget, eerste lid, bepaald dat verstrekking van een maatwerkvoorziening als pgb plaats vindt op basis van een gemotiveerd onderzoek van de belanghebbende of diens vertegenwoordiger, door middel van indiening van een persoonlijk plan.

In het tweede lid is bepaald dat een pgb voor hulp bij het huishouden, persoonlijke begeleiding, kortdurend verblijf, dagbesteding en vervoer alleen wordt verstrekt indien:

a. de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;

b. de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb wenst geleverd te krijgen;

c. naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.

In het derde lid is bepaald dat bij ondersteuning geleverd door anderen dan personen uit het sociaal netwerk aan de volgende voorwaarden dient te zijn voldaan:

a. de organisatie of (zelfstandig) ondernemer dient als aanbieder van WMO-ondersteuning ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel;

b. de organisatie of ondernemer voldoet aan de eisen ten aanzien van de kwaliteit, zoals gesteld in hoofdstuk 3 van de Wet alsmede hoofdstuk 5 van de Verordening;

c. de organisatie of ondernemer voldoet aan de normen voor verantwoorde zorg, zoals die voor de branche gelden;

d. er wordt gebruik gemaakt van een zorgplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde zorg;

e. er is systematische kwaliteitsbewaking;

f. de beroepskrachten of vrijwilligers beschikken over een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip, waarop betrokkene voor de organisatie of ondernemer ging werken;

g. de ingeschakelde “ervaringswerkers” beschikken, in afwijking van het onder g. gestelde, over een vergelijkbare verklaring;

(…)

8.4. In artikel 12 Uitsluitingscriteria verstrekking persoonsgebonden budget is in het eerste lid bepaald dat verstrekking van een pgb niet plaats vindt indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden als genoemd in artikel 11.

9. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat uit onderzoek naar voren is gekomen dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een pgb omdat eiser niet in staat wordt geacht om op eigen kracht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp vanuit zijn sociale netwerk of van een vertegenwoordiger, de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Voorts zijn er vraagtekens bij de kwaliteit van de zorgverlener. Niet alle zorgverleners zijn bekend. Eiser wil begeleiding via de Stichting Ki-Muntu maar deze geeft geen individuele begeleiding. Uit onderzoek is gebleken dat eiser ondersteuning nodig heeft ten aanzien van zijn hulpvragen en is verweerder van mening dat eiser is gebaat bij een maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding in natura.

10. Niet in geschil is dat voor eiser een maatwerkvoorziening voor begeleiding noodzakelijk is. De rechtbank stelt echter tevens vast dat eiser nooit gebruik heeft gemaakt van het eerder aan hem toegekende pgb. Anders dan eiser stelt, heeft eiser niet alle gevraagde gegevens overgelegd. Uit de gedingstukken is gebleken dat eiser de gevraagde informatie niet of onvolledig heeft overgelegd. De rechtbank verwijst naar hetgeen onder 2.1 tot en met 2.5 is overwogen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet in staat wordt geacht om op eigen kracht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp vanuit zijn sociale netwerk of van een vertegenwoordiger, de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Er bestaat grote twijfels omtrent de vraag of eiser kan voldoen aan de eisen die in artikel 2.3.6 van de Wmo in samenhang bezien met artikel 11 van de Nadere regels worden gesteld. Eiser heeft niet kunnen aangeven wie naast [naam begeleider] de andere begeleiders zijn. De Stichting Ki-Muntu staat niet ingeschreven in de kamer van koophandel en geeft geen individuele begeleiding. Eiser heeft geen persoonlijk budgetplan pgb opgesteld. Een begeleidingsplan van de zorgverlener(s) ontbreekt.

11. Eiser heeft zijn, ter zitting herhaald verzoek om schadevergoeding niet, dan wel onvoldoende onderbouwd. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af.

12 Het beroep is ongegrond.

13 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A.G.M. Vluggen rechter, in aanwezigheid van

mr. M.A.C. Heyltjes, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 8 september 2020

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.