Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6601

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-09-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
8175894 \ CV EXPL 19-7793
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter volhardt bij het tussenvonnis van 24 juni 2020. Als gevolg van het uit een gasleiding ondergronds weggelekte gas is een deel van het gras en een boom in de voortuin van eiser afgestorven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8175894 \ CV EXPL 19-7793

Vonnis van de kantonrechter van 2 september 2020

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [adres] [woonplaats] ,

eisende partij,

procederende in persoon,

tegen:

de besloten vennootschap ENEXIS NETBEHEER B.V.,

gevestigd te ’s-Hertogenbosch en kantoorhoudende te Maastricht,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. J.P. Eydems.

Partijen zullen hierna [eiser] en Enexis worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 24 juni 2020 (hierna te noemen: tussenvonnis)

  • -

    de “akte naar aanleiding van het vonnis van [eiser] gedateerd 2 juli 2020 met een bijlage,

  • -

    de antwoordakte na tussenvonnis van Enexis van 15 juli 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter volhardt bij hetgeen hij in het tussenvonnis heeft geoordeeld, met uitzondering van hetgeen hij ter zake van de benoeming van een deskundige (rov. 4.8 tot en met 4.11 van het tussenvonnis) heeft overwogen. Doordat Enexis in haar antwoordakte heeft laten weten in te stemmen met het gevorderde schadebedrag € 8.000,- boom en uitfrezen boom € 750,- is een deskundigenrapportage ter nadere onderbouwing van die kosten niet meer nodig. De betreffende, primair gevorderde kosten zullen dan ook worden toegewezen.

2.2.

Slotsom is dat Enexis een schadevergoeding van € 9.704,25 in totaal (€ 8.000,- + € 514,25 + € 750,- + € 190,- + € 250,-) aan [eiser] moet voldoen. Doordat de voorwaarde voor toewijzing van de primair voorwaardelijk gevorderde deskundigenkosten (€ 1.400,-) is komen te vervallen komt de kantonrechter aan een verdere beoordeling van die kosten niet meer toe en moeten die kosten worden afgewezen.

2.3.

De subsidiair gevorderde schadevergoeding ad € 2.464,25 (tussenvonnis, rov. 3.2 Subsidiair) behoeft gelet op al het bovenstaande geen verdere beoordeling meer.

2.4.

Enexis dient, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiser] , die in persoon procedeert, worden begroot op de kosten dagvaarding ad € 103,80 en het door hem betaalde griffierecht ad € 231,-.

2.5.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is slechts toewijsbaar voor zover deze kosten van [eiser] , die in persoon procedeert, op dit moment kunnen worden begroot en zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt Enexis om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.704,25,

3.2.

veroordeelt Enexis in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 334,80,

3.3.

veroordeelt Enexis, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door [eiser] volledig aan bovenstaande veroordelingen voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, zijnde - indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden - de explootkosten van betekening van het vonnis,

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2020.1

1 type: CM