Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6424

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
02-09-2020
Zaaknummer
8535378 CV EXPL 20-2287
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nakoming overeenkomst. Niet gebleken van een opzegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8535378 CV EXPL 20-2287

Vonnis van de kantonrechter van 26 augustus 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

gemachtigde Flanderijn gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde partij] ,

wonend aan de [adres] , [woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen zullen hierna Q-Park en [gedaagde partij] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de vervallen verklaring van het recht van [gedaagde partij] om te concluderen voor dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Q-Park vordert veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over € 430,36 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, alsmede veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten.

2.2.

Q-Park legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde partij] werkzaamheden heeft verricht en/of diensten heeft verleend en voor zover van toepassing de benodigde onderdelen en/of materialen heeft geleverd, zoals omschreven in de aan [gedaagde partij] verzonden facturen. Ondanks sommatie heeft [gedaagde partij] de facturen onbetaald gelaten.

2.3.

Q-Park maakt aanspraak op € 430,36 aan hoofdsom, € 64,55 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten en € 6,41 aan vervallen wettelijke rente. Q-Park beperkt om haar moverende redenen de vordering tot € 500,00 met uitdrukkelijke reservering van het overige.

2.4.

[gedaagde partij] voert verweer.

2.5.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, worden ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter stelt voorop dat [gedaagde partij] door de griffier bij een niet-geretourneerde dienstbrief van 1 juli 2020 in de gelegenheid is gesteld mondeling of schriftelijk te reageren op de conclusie van repliek van Q-Park. [gedaagde partij] heeft echter nagelaten te reageren en heeft evenmin uitstel voor dupliek verzocht. Het had op de weg gelegen van [gedaagde partij] om gedetailleerd in te gaan op de conclusie van repliek, nu de inhoud daarvan zeker tot aanvullende stellingname of tot toespitsing van het verweer aanleiding gaf.

3.2.

Q-Park ontkent van [gedaagde partij] een opzegging te hebben ontvangen. Gelet op de betwisting van Q-Park, het bepaalde in artikel 3:37 lid 3 BW - dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring slechts haar werking heeft zodra zij de geadresseerde heeft bereikt en de bewijslast ter zake op de verzender rust - en bij gebreke van ter zake dienende bescheiden, is niet komen vast te staan dat [gedaagde partij] de overeenkomst heeft opgezegd. Voorts heeft Q-Park gesteld dat de overeenkomst ingevolge de algemene voorwaarden niet telefonisch kan worden opgezegd en zich evenmin in haar administratie een telefoonnotitie bevindt over een opzegging. Het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien brengt met zich dat niet is komen vast te staan dat de overeenkomst is beëindigd.

3.3.

Q-Park heeft erkend dat [gedaagde partij] een aanbod tegen finale kwijting heeft gedaan, echter heeft - middels verwijzing naar productie 7a en b bij exploot van dagvaarding - gesteld dat zij dit aanbod niet heeft geaccepteerd. Voor wat betreft het niet treffen van een regeling merkt de kantonrechter op dat op Q-Park niet de wettelijke plicht rustte om met [gedaagde partij] de door hem voorgestane regeling te treffen.

3.4.

Nu vaststaat dat partijen de overeenkomst hebben gesloten en niet gebleken is dat de overeenkomst is opgezegd en Q-Park harerzijds haar verplichtingen niet is nagekomen, is ook [gedaagde partij] gehouden aan zijn verplichtingen uit deze overeenkomst te voldoen, met name de betalingsverplichting. De gevorderde hoofdsom van € 430,36 zal dan ook worden toegewezen.

3.5.

Q-Park heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het ter zake gevorderde bedrag komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal eveneens worden toegewezen.

3.6.

De gevorderde vervallen wettelijke rente is door het enkele betalingsverzuim verschuldigd.

3.7.

De vordering, die Q-Park om haar moverende redenen heeft beperkt tot € 500,00, zal dan ook worden toegewezen. De gevorderde lopende wettelijke rente ligt eveneens voor toewijzing gereed.

3.8.

[gedaagde partij] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Q-Park worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op:
- dagvaarding € 86,85

- griffierecht € 124,00
- gemachtigde salaris € 144,00 (2 punten x € 72,00)

Totaal € 354,85

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde partij] om aan Q-Park tegen bewijs van kwijting te betalen € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over € 430,36 vanaf 1 mei 2020 tot de dag van algehele voldoening,

4.2.

veroordeelt [gedaagde partij] in de aan de zijde van Q-Park gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 354,85,

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.

CJ