Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6328

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
28-08-2020
Zaaknummer
C03/259941/HA ZA 19-64
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opeisbare facturen. Bewijsopdracht verrekening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/259941 / HA ZA 19-64

Vonnis van 19 augustus 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. E. Sonneveld;

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LIMBURGSE KOELINDUSTRIE LIKO B.V.,

gevestigd te Heerlen,

gedaagde,

advocaat mr. J.B.C. Tummers.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Liko genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 14;

- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 15;

- de op 10 september 2019 door [eiseres] in het geding gebrachte producties 15 t/m 28;

- de op 18 september 2019 door Liko in het geding gebrachte producties 16 t/m 21;

- het proces-verbaal van de comparitie na antwoord van 25 september 2019;

- de akte voortprocederen, tevens houdende vermeerdering van eis, van [eiseres] ;

- de antwoordakte van Liko.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] heeft een aannemingsovereenkomst gesloten met Liko, inhoudende dat [eiseres] ten behoeve van Liko werkzaamheden zou verrichten en materialen zou leveren betreffende de levering en montage van luchtkanalen en ventilatiesystemen in een tweetal gebouwen (20005 en 20120) op de Airbase Chièvre (België). Liko heeft daartoe een tweetal bestelorders geplaatst en wel op 14 september 2017, voor gebouw 20005, voor een bedrag van € 192.000,-- exclusief btw, en op 16 februari 2018, voor gebouw 20120, voor een bedrag van € 263.000,-- exclusief btw.

2.2.

[eiseres] is in oktober 2017 aangevangen met de uitvoering van haar werkzaamheden. De werkzaamheden zijn beëindigd voordat het werk gereed was.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] stelt dat zij de door haar verrichte werkzaamheden heeft gefactureerd door middel van een zevental facturen, die zij als productie 8 in het geding heeft gebracht. Het totaal van die facturen – volgens [eiseres] in de dagvaarding € 95.342,20 exclusief btw, en na wijziging van haar eis € 93.612,60 – is door Liko volgens [eiseres] ten onrechte onbetaald gelaten.

3.2.

Op grond van het vorenstaande vordert [eiseres] – na vermeerdering van haar eis – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Liko veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen:

  1. € 93.612,60 exclusief btw aan hoofdsom, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen, welke rente per 11 december 2018 € 2.403,15 bedraagt;

  2. € 1.671,62 aan buitengerechtelijke incassokosten;

  3. de kosten van de conservatoire beslagen en betekening;

  4. de kosten van deze procedure met daarin begrepen een salaris voor de advocaat;

  5. de nakosten ter hoogte van € 131,-- zonder betekening en, indien betekening noodzakelijk is, € 199,--.

3.3.

Liko stelt primair dat [eiseres] heeft nagelaten de werkzaamheden steeds tijdig en conform planning uit te voeren. [eiseres] declareert met de omstreden declaraties volgens Liko meer werkzaamheden dan zijn uitgevoerd. [eiseres] declareert 90% van de deelopdracht, terwijl zij niet 90% van de deelopdracht heeft uitgevoerd.

3.4.

Subsidiair stelt Liko dat de facturen van [eiseres] niet voldeden aan hetgeen in de bestelorders was vastgelegd omtrent het daarin neergelegde termijnenschema. De facturen van [eiseres] komen volgens Liko enkel voor betaling in aanmerking, indien deze zijn opgemaakt in overeenstemming met de inhoud van de bestelorders, indien er wordt gedeclareerd naar rato van de voortgang van de werkzaamheden en de facturen door Liko zijn goedgekeurd.

3.5.

Meer subsidiair stelt Liko zich op het standpunt dat de vordering van [eiseres] moet worden verrekend met door Liko becijferde minderwerk van € 126.469,15 exclusief btw.

3.6.

Liko stelt dat zij als gevolg van het feit dat [eiseres] haar werkzaamheden had stilgelegd, in augustus 2018, en vervolgens opnieuw in oktober 2018, derden heeft moeten inschakelen voor het uitvoeren van de door [eiseres] aangenomen werkzaamheden. Als gevolg daarvan stelt Liko schade te hebben geleden. Die schade bestaat daarin dat ze meerkosten wegens spoedinschakeling van derden heeft moeten maken, dat Liko zelf werkzaamheden heeft moeten verrichten, hetgeen heeft geleid tot extra kosten daarvan, dat Liko boetes verschuldigd is geworden aan haar opdrachtgever ( [naam opdrachtgever] ) wegens het niet behalen van de overeengekomen planning en deadlines en ten slotte de kosten van door [naam opdrachtgever] ingeschakelde derden, om de ontbrekende werkzaamheden behorende tot de deelopdracht van [eiseres] uit te voeren. Liko begroot die schade, inclusief de verbeurde boetes, op € 202.044,95 exclusief btw.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank begrijpt dat [eiseres] de nodige werkzaamheden heeft verricht die ook zijn betaald door Liko. Met de onderhavige vordering, vordert [eiseres] betaling van de werkzaamheden zoals omschreven in de door haar als productie 8 overgelegde facturen. Uit het proces-verbaal van comparitie blijkt dat [eiseres] van mening is dat zij van beide opdrachten in verschillende facturen tot en met 90% van de werkzaamheden heeft gefactureerd. Liko stelt, blijkens de in het proces-verbaal van comparitie neergelegde opmerking van mr. Keuls, dat in mei 2018 het werk in/aan gebouw 20120 voor 90% is gefactureerd en in juni 2018 ook 90% voor het andere gebouw. Betaling van het thans gevorderde betekent, aldus Liko, dat Liko in totaal 90% van de offerteprijs heeft betaald. Liko betwist dat 90% van het werk is verricht. Onder verwijzing naar haar productie 3 stelt Liko dat partijen hebben afgesproken dat 90% van de offerteprijs pas betaald hoeft te worden indien ook 90% van het werk gereed is. Die stelling is onvoldoende betwist, zodat daarvan wordt uitgegaan. [eiseres] zal worden toegelaten tot het bewijs dat zij 90% van het geoffreerde werk had verricht op de dag van de laatst gedateerde als productie 8 bij dagvaarding overgelegde factuur (20 juni 2018).

4.2.

Liko beroept zich verder op verrekening. De enige door Liko voldoende onderbouwde en begrijpelijke verrekeningsposten, zijn vermeld in de door haar als productie 9 bij antwoord overgelegde drie facturen. Met de twee facturen van 1 augustus 2018 heeft Liko minderwerk berekend. De rechtbank begrijpt dat [eiseres] betwist dat zij per uiteindelijk niet geplaatste handbediende klep een half manuur minder in rekening moest brengen. Het plaatsen van een handbediende klep kost haar naar eigen zeggen (zie proces-verbaal van comparitie) drie minuten. Ten onrechte, aldus [eiseres] , staat op de eerste factuur voor 379 kleppen (eerste factuur), 189,50 manuur in plaats van 18,9 manuur (drie minuten per klep is 20 kleppen per uur; dus bij 379 kleppen 18,9 manuur). op de tweede factuur staat ten onrechte voor 323 handbediende kleppen 161,50 manuur in plaats van 16,1 manuur. Liko wordt toegelaten tot het bewijs dat het aantal minderuren die zijn vermeld op de door haar als productie 9 overgelegde twee facturen van 1 augustus 2018, wel de uren zijn die door [eiseres] zijn gehanteerd toen zij haar offerte opstelde. Op de derde factuur, met als datum 30 augustus 2018, brengt Liko in rekening door haar verricht werk dat, zo begrijpt de rechtbank, door haar wel aan [eiseres] is betaald, maar niet door [eiseres] is uitgevoerd waarna zij, Liko, dat werk alsnog heeft verricht. Liko zal worden toegelaten dat te bewijzen.

4.3.

Elke andere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

laat [eiseres] toe te bewijzen dat zij inclusief de werkzaamheden die zijn gefactureerd bij de door haar als productie acht overgelegde facturen, 90% van het door haar geoffreerde werk feitelijk heeft verricht;

5.2.

laat Liko toe te bewijzen dat:

a. [eiseres] op haar offerte als plaatsingskosten voor een handbediende klep uitging van een half manuur per klep (productie 9 Liko);

b. de werkzaamheden zoals vermeld op de door haar als productie 9 overgelegde factuur van 30 augustus 2018 (Bijwerken isolatie inpandige luchtkanalen, Isoleren van toevoer en retourluchtkanalen buiten, Hotel-, reis en verblijfkosten, Verzekering, Kosten eindgebruiker, Coördinatieverg.) door [eiseres] aan Liko in rekening zijn gebracht, door Liko zijn betaald, maar niet door [eiseres] zijn verricht, maar door Liko zelf;

5.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 september 2020 voor uitlating door [eiseres] en Liko of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;

5.4.

bepaalt dat [eiseres] en Liko, indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen;

5.5.

bepaalt dat [eiseres] en Liko, indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen, hun advocaten en de getuigen in de maanden april 2021 tot en met juli 2021 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van de getuigenverhoren zullen worden bepaald;

5.6.

bepaalt dat de getuigenverhoren zullen plaatsvinden op de terechtzitting van mr. J.R. Sijmonsma in het gerechtsgebouw te Maastricht aan St. Annadal 1;

5.7.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;

5.8.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2020.

type: MT