Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:6157

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-08-2020
Datum publicatie
19-08-2020
Zaaknummer
c?03/265450 HA ZA 19-310
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanneming van werk; opdracht; architect; onaanvaardbaar afgebroken onderhandelingen; onverschuldigde betaling, bedrog

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/265450 / HA ZA 19-310

Vonnis van 12 augustus 2020

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRIMABOUW B.V.,

gevestigd te Wijchen,

2. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] , h.o.d.n. [handelsnaam],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. D.M. Schouten-Hennen te Alkmaar,

tegen

1 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. S.E.G.N. Schnabel te Maastricht.

Partijen zullen hierna Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 7

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 37

  • -

    de dagbepaling van de comparitie na antwoord

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie met producties 8 en 9

  • -

    de ten behoeve van de comparitie van partijen overgelegde producties 10 tot en met 14 van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2]

  • -

    de ten behoeve van de comparitie van partijen overgelegde producties 38 en 39 van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]

  • -

    de akte wijziging c.q. vermeerdering van eis van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2]

  • -

    de comparitie van partijen van 20 februari 2020 en het daarvan opgemaakte proces-verbaal

  • -

    het verzoek tot aanpassing van het proces-verbaal van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en de reactie daarop van de rechtbank bij brief van 16 maart 2020

  • -

    de akte verduidelijking c.q. wijziging van eis van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2]

  • -

    de akte houdende verweer tegen de gewijzigde en vermeerderde eis van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]

  • -

    het bezwaar van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] tegen de akte van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]

  • -

    het besluit tot afwijzing van het bezwaar van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] door de rolrechter

  • -

    het verzoek tot het toestaan van een nadere akte van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2]

  • -

    besluit tot afwijzing van het verzoek van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] door de rolrechter.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Primabouw is een onderneming die zich bezig houdt met projectontwikkeling. De bestuurder van Primabouw is onder meer [naam bv] , die op haar beurt wordt bestuurd door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] . [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] is architect. Zijn werkzaamheden als architect verricht [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] vanuit zijn eenmanszaak [handelsnaam] .

2.2.

Bij [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en hun zoon en diens partner is het plan ontstaan een mantelzorgwoning ten behoeve van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te bouwen bij de woning van hun zoon en diens partner. Daartoe hebben de zoon van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en zijn partner een bungalow gekocht in [plaats] . De zoon van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , die architect van beroep is, heeft bij de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd om de mantelzorgwoning als extra woonlaag op de woning te bouwen. De vergunning is verleend onder de voorwaarde dat na afloop van de mantelzorgbehoefte de bovenbouw onderdeel van de bestaande woning gaat uitmaken en niet als zelfstandige woning aan derden wordt verkocht of verhuurd.

2.3.

De heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] is op internet onderzoek gaan doen naar de mogelijkheden voor de bouw van de mantelzorgwoning. Naar aanleiding daarvan is hij in contact gekomen met [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] .

3 Het geschil

In conventie

3.1.

Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] vorderen, na wijziging en vermeerdering van eis, dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij vonnis:

Primair

I. voor recht verklaart dat tussen Primabouw, althans [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen,

II. voor recht verklaart dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst,

III. voor recht verklaart dat tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] , althans Primabouw en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen,

IV. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] veroordeelt tot betaling van € 1.633,50 uit hoofde van de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] toegezonden factuur,

V. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] veroordeelt tot betaling van € 183.805,28 aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] uit hoofde van de tussen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en Primabouw, althans [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] gesloten aannemingsovereenkomst,

Subsidiair

VI. voor recht verklaart dat tussen Primabouw, althans [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen,

VII. voor recht verklaart dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst,

VIII. de aannemingsovereenkomst ontbindt wegens de onder VII. genoemde wanprestatie,

IX. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] veroordeelt tot vergoeding van de schade van Primabouw aan Primabouw die als gevolg van de tekortkoming en de ontbinding is geleden, althans een redelijke prijs vast te stellen ex artikel 7:752 BW, althans een door de rechtbank ex artikel 6:97 BW te begroten bedrag,

X. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] veroordeelt tot betaling c.q. vergoeding van een aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] op de gebruikelijke wijze berekend loon dan wel een redelijk loon ex artikel 7:405 BW, althans een door de rechtbank ex artikel 6:97 BW te begroten bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van betaling,

Meer subsidiair

XI. voor recht verklaart dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de onderhandelingen onaanvaardbaar hebben verbroken,

XII. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] veroordeelt tot vergoeding van de schade aan Primabouw die als gevolg van het onaanvaardbaar afbreken van de onderhandelingen door Primabouw is geleden, welke schade in een schadestaatprocedure dient te worden begroot,

Zowel primair als (meer) subsidiair

XIII. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, waaronder de beslagkosten, alsmede in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en Primabouw hebben aan hun primaire en subsidiaire vorderingen ten grondslag gelegd dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] tekortgeschoten zijn in de nakoming van hun betalingsverplichting voortvloeiend uit hun overeenkomst met [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] respectievelijk Primabouw.

3.2.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] stelt ter onderbouwing van zijn vordering dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aan hem de opdracht verstrekt hebben tot het verrichten van werkzaamheden als architect. Zijn werkzaamheden zagen op:

  • -

    het werk doordat het huis van de zoon van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] nog niet klaar was om de cascowoning er op te kunnen zetten;

  • -

    het aanpassen van het ontwerp van de zoon (meer licht, drempelvrij maken e.d.)

  • -

    het contact met de constructeur vanwege de houten uitvoering van de cascowoning

  • -

    het bijwonen van besprekingen.

Alle andere werkzaamheden die hij verricht heeft, waren volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] ten behoeve van Primabouw. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zijn een bedrag van € 1.633,50 verschuldigd aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] voor door hem in opdracht van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] verrichte werkzaamheden als architect.

3.2.2.

Primabouw stelt ter onderbouwing van haar vordering dat zij met [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] op
23 augustus 2018 een aannemingsovereenkomst gesloten heeft, na meerdere offertes te hebben gestuurd. De offerte van 27 januari 2019 is uiteindelijk geaccepteerd. Dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] meerdere keren aan haar opdracht gegeven hebben de werkzaamheden uit te voeren, blijkt volgens haar uit de e-mails van 23 augustus 2018 en 25 september 2018 en uit het feit dat zij een aanbetaling gedaan hebben op 26 september 2018 voor een warmtepomp met toebehoren voor een bedrag van € 24.999,00. Op grond van de aannemingsovereenkomst zijn [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een bedrag van € 208.804,28 verschuldigd. Op dit bedrag strekt in mindering het reeds voldane bedrag van € 24.999,00, zodat nog een bedrag van € 183.805,28 moet worden voldaan.

3.3.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben op 26 januari 2019 plotseling aangegeven dat het project moet stoppen. Facturen laten zij ondanks sommaties onbetaald.

3.4.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voeren verweer.

3.5.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

In reconventie

3.6.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] vorderen, kort weergegeven, Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 24.999,00, subsidiair tevens met vernietiging, meer subsidiair ontbinding van alle volgens de rechtbank tussen hen en Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] gesloten overeenkomsten, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente, kosten rechtens.

3.7.

Daartoe stellen zij het volgende. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben op 26 september 208 aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] een bedrag voldaan van € 24.999,00 onder het voorbehoud dat er een aannemingsovereenkomst tot stand zou komen, zoals blijkt uit het door hen als productie 20 overgelegde bankafschrift. De overeenkomst is niet tot stand gekomen en daarom is de betaling onverschuldigd verricht. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] heeft geweigerd het bedrag terug te betalen. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat een of meerdere overeenkomsten tot stand zijn gekomen, dan vorderen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] subsidiair vernietiging van die overeenkomst(en) op grond van artikel 6:228 BW (dwaling) al dan niet in verbinding met artikel 6:193g onder g en r BW (misleidende handelspraktijk) naast betaling van het bedrag van € 24.999,00. Meer subsidiair vorderen zij ontbinding van die overeenkomst(en) omdat er niet geleverd is, naast betaling van € 24.999,00.

3.8.

Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] voeren verweer. Zij stellen dat het betreffende bedrag is betaald ten behoeve van een warmtepomp met toebehoren. Deze pomp met toebehoren is geleverd door Praesenteco BVBA, die als handelsnaam Ecopomp gebruikt. Ook dit Belgische bedrijf is van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] . De betaling is verricht op de rekening van deze BVBA. De pomp is op 4 oktober 2018 door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] afgeleverd in [plaats] ; hij heeft de warmtepomp in de garage bij de woning geplaatst. Het bedrag is daarom niet onverschuldigd betaald.

3.9.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

Partijen twisten over het antwoord op de vraag of de door Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] gestelde overeenkomsten tot stand zijn gekomen.

Overeenkomst met Primabouw?

4.2.

Nu Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] tijdens de mondelinge behandeling uitdrukkelijk gesteld hebben dat Primabouw (en niet [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] ) de partij is die met [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een aannemingsovereenkomst gesloten heeft, zullen de vorderingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] die tot uitgangspunt nemen dat hij degene is geweest die een aannemingsovereenkomst met [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft gesloten, worden afgewezen.

4.3.

Ter beoordeling staat dus de vraag of tussen Primabouw en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een dergelijke overeenkomst tot stand is gekomen.

4.4.

Primabouw stelt dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] Primabouw hebben benaderd, aangezien zij op zoek waren naar een aannemer voor het bouwen van de mantelzorgwoning.

4.5.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voeren als verweer dat zij via internet terecht zijn gekomen bij de website www.ecosip.nl. Op deze site is vermeld dat ECOSIP in de Benelux als bouwmanager de complete bouw coördineert en dat de bouwonderdelen worden uitgevoerd door aan haar gerelateerde aannemer(s). Op de contactpagina is (o.a.) als het adres van ECOSIP het adres van [handelsnaam] ( [handelsnaam] ) vermeld en opgenomen:

ECOSIP in de Benelux en MIJN AANBOUW zijn handelsnamen van [handelsnaam] !, ir. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] register architect SBA, Denhaag 1.890601.163

(..)

Ecosip duurzaam basis in de Benelux levert vnl. kant en klare casco’s in SIP Mgo of HSB complete wanden. Afbouw wordt verzorgt door onze partner Primabouw b.v. te Wijchen.

(..)

Via die site heeft de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] het contactformulier ingevuld en zo is hij in contact gekomen met [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] , die reageerde vanaf het e-mailadres info@ecosip.nl. Alle contacten zijn steeds verlopen met [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] . Primabouw is nooit bij hen geïntroduceerd door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] . [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] stellen dat de naam van Primabouw pas op 20 augustus 2018 voor het eerst naar voren kwam. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hadden in verband met de aanvraag voor de hypothecaire geldlening voor de financiering van de mantelzorgwoning een kostenraming nodig. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] heeft hen daartoe een raambegroting op papier van Primabouw toegestuurd. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] heeft [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] daarna verschillende offertes gestuurd die op naam van Primabouw stonden.

4.6.

De door partijen overgelegde producties bevestigen naar het oordeel van de rechtbank het standpunt van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat het eerste contact van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gelegd is met Ecosips en door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] gereageerd is namens Ecosips. Alle volgende correspondentie is gevoerd tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] Primabouw is in de overgelegde correspondentie voor het eerst door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] genoemd in zijn e-mail van 4 augustus 2018 (productie 12 bij conclusie van antwoord in conventie). Hij heeft daarin vermeld dat hij bij Primabouw is ingestapt om duurzame woningen aan te bieden voor een lagere prijs dan de prijs die hij zelf al aanbood op Ecosip.nl. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] heeft daarbij echter niet vermeld dat Primabouw de contractspartij van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zou worden als een overeenkomst tot stand zou komen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] op grond van de overgelegde correspondentie niet hoeven te begrijpen dat de onderhandelingen door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] werden gevoerd namens Primabouw. De rechtbank acht het aannemelijk dat de raambegroting van 20 augustus 2018 en de offertes op naam van Primabouw voor [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] uit de lucht zijn komen vallen en dat op dat moment eerst voor [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] duidelijk werd of kon worden dat Primabouw (mogelijk) als hun contractspartner zou optreden en niet [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] of Ecosips.

4.7.

Beoordeeld moet worden of daarna tussen Primabouw en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een overeenkomst van aanneming van werk tot stand is gekomen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.8.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] stellen dat zij steeds vanaf aanvang duidelijk en bij herhaling een aantal voorbehouden gecommuniceerd hebben aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] . Allereerst mochten de kosten van de mantelzorgwoning maximaal € 165.000,00 bedragen omdat de door de gemeente aan de omgevingsvergunning gestelde voorwaarde een zware financiële belasting betekende voor hun zoon en zijn partner. Als [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet meer woonachtig zijn in de mantelzorgwoning, moeten hun zoon en zijn partner immers naast hun eigen hypotheeklasten ook die van de bovenwoning gaan dragen. Hun zoon en zijn partner konden maximaal € 165.000,00 bekostigen naast hun eigen hypotheek. Verder is duidelijk gemaakt, zo stellen zij, dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , hun zoon en zijn partner samen de beslissing zouden nemen welk bedrijf de mantelzorgwoning zou gaan bouwen. Dit ligt vast in diverse e-mailberichten – onder andere die van 10 juli 2018 (productie 9 bij conclusie van antwoord in conventie) – en is mondeling besproken met [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] . [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] wist dat hun zoon wilde dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de opdracht zouden geven aan de aannemer die de verbouwing van de onderbouw deed, daar het architectenbureau waar hun zoon voor werkt veel met deze aannemer samenwerkt. Dit blijkt onder meer uit de e-mail van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] van 4 augustus 2018 (productie 10 bij conclusie van antwoord in conventie). Ook wist [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] , volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , dat een offerte pas kon worden geaccordeerd als het perceel van hun zoon en zijn partner was gesplitst in twee appartementsrechten, als de testamenten van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] waren opgemaakt, als een hypotheek zou worden verstrekt voor het budget van € 165.000,00 en als de definitieve constructietekeningen voorhanden zouden zijn. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voeren aan dat zij met geen van de offertes van Prima akkoord gegaan zijn, met als voornaamste reden dat deze offertes allemaal het budget van € 165.000,00 overschreden. Op 26 januari 2019 hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bevestigd dat zij niet akkoord gingen met de laatst uitgebrachte offerte van Primabouw en dat zij ook geen nieuw aanbod wilden ontvangen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] had ondanks herhaalde verzoeken om een gespecificeerd kostenoverzicht deze nog altijd niet aangeleverd en bovendien wilde hun zoon definitief geen medewerking verlenen aan de bouw door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] /Primabouw, aldus [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]

4.9.

Uit de bewoordingen van de door Primabouw aangehaalde e-mailberichten van
23 augustus en 25 september 2018, kan naar het oordeel van de rechtbank gezien de voorbehouden en vragen van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] die daarin zijn gesteld niet worden afgeleid dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de opdracht hebben verstrekt aan Primabouw om met het project te starten, zoals Primabouw stelt. Naar het oordeel van de rechtbank is met name duidelijk gebleken dat het budget van maximaal € 165.000,00 en de toestemming de zoon van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] harde voorwaarden waren om een overeenkomst tot stand te laten komen. Uit de context van de door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] overgelegde en door hen aangehaalde e-mailberichten blijkt tevens dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] in ieder geval wist dat dit belangrijk was. In de e-mail van 28 juni 2018 (productie 8 bij conclusie van antwoord in conventie) heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] zelf het budget vermeld:
€ 165.0000,00 incl. btw, sleutelklaar: - geen keuken, het isoleren van de bgg buitenmuren is wel in het budget inbegrepen. Uit het e-mailbericht van de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] van 10 juli 2018 (productie 9 bij conclusie van antwoord in conventie) blijkt de afhankelijkheid van
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] van de instemming van hun zoon ten aanzien van aanpassingen aan het bouwplan en diens voorwaarde dat binnen het budget gebleven wordt. In de e-mail van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] van 4 augustus 2018 (productie 10 bij conclusie van antwoord in conventie) heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] vermeld dat het budget streefbedrag zonder Bgg is te behalen. In de e-mail van de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] van 4 augustus 2018 (productie 11 bij conclusie van antwoord in conventie) is door de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] nogmaals heel duidelijk verwoord dat het voor hun zoon van groot belang is dat hij de kosten van de bovenbouw moet kunnen financieren. In de
e-mail van 15 september 2018 (productie 11 nagezonden stukken Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] ) schrijft de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] : “de hoogte van het budget is voor [naam zoon] onoverkomelijk”. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] schrijft in zijn e-mail van 20 augustus 2018 (productie 10 nagezonden stukken Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] ) dat het zijn streven is om in de buurt van het budget van € 165.000,00 te blijven.

Aan de voorwaarden van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] is niet voldaan. Hun zoon heeft niet ingestemd met de offerte van 27 januari 2019 of enige andere offerte van Primabouw en de offertes zijn niet binnen het budget gebleven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat tussen Primabouw en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] geen aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen.

4.10.

Gelet op het voorgaande, dienen de primaire en subsidiaire vorderingen van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] die tot uitgangspunt nemen dat er met [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een aannemingsovereenkomst is gesloten, te worden afgewezen.

Overeenkomst met [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] ?

4.11.

Ter beoordeling staan dan nog de stelling dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] een overeenkomst van opdracht heeft gesloten met [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voor de werkzaamheden als architect en de daarop gebaseerde vordering.

4.12.

Op grond van de stellingen van partijen en de overgelegde stukken kan worden vastgesteld dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] naar aanleiding van het verzoek van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] om een offerte op te maken werkzaamheden heeft verricht en uitvoerig met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] heeft gekeken naar mogelijkheden en oplossingen voor diens wensen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt echter nergens uit dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] in dat kader een opdracht hebben gegeven voor de architectenwerkzaamheden. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] heeft op geen enkel moment kenbaar gemaakt dat hij een vergoeding in rekening zou brengen voor de (vaak ongevraagde) voorstellen die hij deed aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] naar aanleiding van het verzoek om een offerte op te stellen. De door [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] gemaakte kosten dienen daarom voor zijn rekening te blijven.

Onderhandelingen onaanvaardbaar afgebroken?

4.13.

Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] stellen dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de onderhandelingen onaanvaardbaar hebben afgebroken. Nu hiervoor is vastgesteld dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] kennis had van de genoemde voorwaarden ten aanzien van het maximum budget en de toestemming van de zoon van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en vast staat dat aan deze voorwaarden niet kan worden voldaan, kan de meer subsidiair gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de onderhandelingen op onaanvaardbare wijze hebben afgebroken evenmin slagen. Ook deze vordering zal worden afgewezen.

Conclusie

4.14.

De conclusie is dat alle vorderingen in conventie zullen worden afgewezen. Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] worden begroot op:

- griffierecht 1.599,00

- salaris advocaat 4.267,50 (2,5 punten × tarief € 1.707,00)

Totaal € 5.866,50

4.15.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

In reconventie

4.16.

Tussen partijen staat vast dat op 26 september 2018 door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een bedrag van € 24.999,00 is overgemaakt op rekening [rekeningnummer] dat vermeld staat op de factuur van Ecopomp van 18 september 2018 (productie 17 conclusie van antwoord in conventie).

4.17.

Aan deze betaling is e-mailcorrespondentie tussen de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] vooraf gegaan. In de e-mail van 25 september 2018 11:54 uur van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] valt te lezen dat hij op de factuur ten bedrage van € 24.999,00 zal opvoeren: 1 warmtepomp, 1 vers water boiler, 1 installaties met bouwkundige zaken en 1 prijs deel voor het droog vloerverwarmingssysteem (productie 16 producties van antwoord in conventie). Hij nodigt de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] uit vragen te stellen, als hij die nog heeft. Later die dag, om 17:33, antwoordt de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] (productie 19 conclusie van antwoord in conventie):
“Ik heb nog twee vragen:
1) ik sta op het punt om het bedrag van € 24.999,00 over te boeken. Naar welke rekening van jou?
2) Wanneer ik dit bedrag heb overgemaakt, en het hele project komt, onverhoopt, alsnog te vervallen, wat gebeurd er dan met mijn betaling? Ik kan me voorstellen dat da warmtepomp met toebehoren in mijn bezit blijft en verrekend wordt, maar dat het resterende bedrag alsnog wordt teruggestort, toch?

3) Wanneer het wel doorgaat, zie ik dit bedrag dan ook als een eerste deelbetaling, zoals ik je in de vorige mail heb aangegeven. Ben je het hiermee eens? Dit geeft mij iets meer zekerheid, want, er zal wel niets foutgaan, maar 100% uit te sluiten is niets, als je begrijpt wat ik bedoel.”

Een (afwijzend) antwoord van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] op deze e-mail heeft de rechtbank in de stukken niet aangetroffen. Omdat Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] in de dagvaarding (randnummer 9) de betaling van € 24.999,00 aanmerken als een eerste deelbetaling, leidt de rechtbank daaruit af dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] akkoord is gegaan met het voorstel van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] zoals hiervoor geciteerd.

4.18.

Uit de offerte van 4 oktober 2018 (productie 23 conclusie van antwoord in conventie) leidt de rechtbank af dat de warmtepomp de waarde van € 2.728,66 vertegenwoordigde. De rest van het bedrag van € 24.999,00 zag blijkens de e-mail van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] van 25 september 2018, de offerte van 4 oktober 2018 (productie 23 conclusie van antwoord in conventie) en de tweede factuur van 2 januari 2019 (productie 32 conclusie van antwoord in conventie) op de overige genoemde items.

4.19.

Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] stellen dat zij de warmtepomp met toebehoren geleverd hebben, maar zij betwisten niet dat de overige genoemde items niet geleverd zijn. Nu in conventie geoordeeld is dat de door Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] gestelde overeenkomst van aanneming en overeenkomst van opdracht niet tot stand zijn gekomen, is een bedrag van
€ 24.999,00 - € 2.728,66 = € 22.270,34 onverschuldigd betaald aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] . [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] dient dit bedrag terug te betalen aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , omdat uit de overgelegde e-mailcorrespondentie blijkt dat de afspraken over de warmtepomp en de andere items door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zijn gemaakt met [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en niet met Primabouw of Praesenteco BVBA (Ecopomp). Op welke rekening [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] de betaling laat overmaken is, zijn keuze geweest. De gevorderde wettelijke handelsrente over het bedrag van € 22.270,34 zal worden afgewezen omdat artikel 6:119a BW alleen ziet op de situatie dat betaling van het op grond van de overeenkomst verschuldigde (de primaire betalingsverplichting) niet tijdig plaatsvindt en niet op andere geldelijke verplichtingen. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de niet betwiste ingangsdatum 31 januari 2019. Ten aanzien van Primabouw zal de vordering, voor zover die ziet op de overige items, worden afgewezen.

4.20.

Blijft ter beoordeling over de warmtepomp. Met betrekking tot de warmtepomp stellen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] in zijn e-mail van 11 september 2018 (productie 15 conclusie van antwoord in conventie) heeft beweerd dat de warmtepompen met toebehoren slechts gedurende zeer beperkte tijd – er moest vóór 25 september 2018 betaald zijn – beschikbaar zouden zijn en dat “alleen nog dit jaar de subsidie van € 5.250 kan worden aangevraagd mits de warmtepompen geleverd zijn”. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voeren aan dat zij zich hierdoor onder druk gezet voelden om snel te beslissen. Het verhaal over de subsidie is niet waar gebleken, zo stellen zij. Zij menen dat er sprake is van een misleidende handelspraktijk ex artikel 6:193g aanhef, onder g en onder r BW en dat de informatie van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] bedrieglijk was. Zij doen een beroep op vernietiging.

4.21.

De rechtbank begrijpt dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , hoewel zij spreken over vernietiging wegens dwaling en een misleidende handelspraktijk, een beroep doen op vernietiging wegens bedrog in de zin van artikel 3:44 BW. Volgens dit artikel is bedrog (onder meer) aanwezig wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] heeft geen verweer gevoerd tegen de stelling dat zijn informatie dat alleen nog in 2018 subsidie van € 5.250,00 aangevraagd kan worden, onjuist was. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] heeft in zijn conclusie van antwoord in reconventie evenmin toegelicht waarom de warmtepompen volgens hem slechts gedurende zeer beperkte termijn nog beschikbaar waren. Tegen die achtergrond is de rechtbank van oordeel dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] door opzettelijk onjuiste informatie heeft bewogen tot de aankoop van de warmtepomp door druk te zetten op de beslistermijn om tot aankoop over te gaan en de indruk te wekken dat bij niet tijdig beslissen definitief een kans verloren zou gaan. Dat is bedrog in de zin van artikel 3:44 BW. Het beroep op vernietiging van de rechtshandeling die ziet op de aankoop van de warmtepomp met toebehoren, slaagt dan ook. Dat betekent dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] het bedrag van € 2.728,66 moet terugbetalen. Over dit bedrag is de gevorderde wettelijke handelsrente niet toewijsbaar. De rechtbank verwijst naar hetgeen hierover is overwogen in r.o. 4.19. De wettelijke rente is toewijsbaar, echter niet vanaf de gevorderde ingangsdatum. Nu [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] pas bij eis in reconventie de vernietiging van de overeenkomst vorderen en niet een verklaring voor recht dat deze al eerder buitengerechtelijk is vernietigd, ontstaat de ongedaanmakingsverplichting als gevolg daarvan pas met dit vonnis. De wettelijke rente is daarom pas vanaf datum vonnis verschuldigd. Ten aanzien van Primabouw zal de vordering, voor zover die ziet op de warmtepomp, worden afgewezen.

4.22.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld, tot heden begroot op € 695,00 (2 punten x ½ x € 695,00).

4.23.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4.24.

Ten aanzien van Primabouw zullen de vorderingen worden afgewezen. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zullen veroordeeld worden in de kosten van Primabouw die begroot zullen worden op nihil, omdat Primabouw samen met [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] verweer gevoerd heeft en Primabouw geen verweer heeft gevoerd dat alleen op haar specifiek betrekking heeft.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen van Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] af;

5.2.

veroordeelt Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] tot heden begroot op € 5.866,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf van twee weken na betekening van het vonnis;

in reconventie

5.3.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] tot betaling aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] van € 22.270,34, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.4.

vernietigt de koopovereenkomst tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] met betrekking tot de warmtepomp en toebehoren;

5.5.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] tot betaling aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] van € 2.728,66, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

5.6.

veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] tot heden begroot op € 695,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf van twee weken na betekening van het vonnis;

5.7.

veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Primabouw tot heden begroot op nihil;

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in conventie en in reconventie

5.9.

veroordeelt Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op
€ 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat
Primabouw en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] niet binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.10.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2020.1

1 type: EvdS