Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:5906

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
05-08-2020
Datum publicatie
12-08-2020
Zaaknummer
C/03/268398/HA ZA 19-457
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2021:1770
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Meewerken aan verkoop en levering van de voormalige echtelijke woning op straffe van verbeurte van een dwangsom. Machtiging tot te gelde maken van de voormalige echtelijke woning (artikel 3:174 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/268398 / HA ZA 19-457

Vonnis van 5 augustus 2020

in de zaak van

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.R. Hage te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. H.F.A. Bronneberg te Geleen, gemeente Sittard-Geleen.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 6,

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie met productie 1,

  • -

    de dagbepaling van de comparitie na antwoord,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] overgelegde inventarisstaat van 17 december 2019 met productie 2,

  • -

    de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] overgelegde inventarisstaat van 10 januari 2020 met productie 3,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 11 februari 2020,

  • -

    de akte van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van 11 maart 2020 met producties 7 tot en met 12,

  • -

    de akte, tevens houdende wijziging van eis, van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met producties 4 tot en met 9,

  • -

    de antwoordakte na comparitie van partijen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van 8 april 2020,

  • -

    de antwoordakte van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 8 april 2020 met producties 10 en 11.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd geweest. Het huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand op 11 augustus 2011.

2.2.

Tijdens het huwelijk hebben partijen samen de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] , kadastraal bekend als gemeente [kadastrale gegevens] (hierna: de woning) in eigendom verkregen.

2.3.

De aankoop en de verbouwing van de woning zijn gefinancierd met een aflossingsvrije hypothecaire geldlening, die per 24 februari 2017 in hoofdsom € 176.793,15 bedroeg. Partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor deze schuld.

2.4.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft op 1 juli 2016 de woning verlaten. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] woont elders. Hij heeft na het vertrek van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zonder overleg met haar op enig moment een gezin toestemming gegeven de woning te bewonen.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert na vermeerdering van eis:

i. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen tot het afleggen van rekening en verantwoording van het door hem gevoerde financieel beheer inzake de woning en/of tot het verstrekken aan

eiseres van afschriften van de gesloten overeenkomst(en) en specificaties van inkomsten en uitgaven inzake het gebruik en/of de verhuur van de woning, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] na betekening van het te dezen te wijzen vonnis daarmede in gebreke blijft;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te

betalen een bedrag van € 13.848,24, althans € 11.845,87, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met een bedrag van € 325,00 per maand vanaf 1 mei 2020 indien de woning op die dag niet leeg is opgeleverd, zulks tot aan de dag waarop de woning meterdaad leeg is opgeleverd en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen tot afgifte van de sleutels, althans duplicaten daarvan, van de woning aan taxateur-makelaar H. Houben, althans een door de Rechtbank aan te wijzen makelaar, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 500,00 per dag of gedeelte van een dag, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] na betekening van het te dezen te wijzen vonnis daarmede in gebreke blijft;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te gebieden alle medewerking te verlenen voorafgaand aan de verkoop

van de woning, die noodzakelijk is om tot verkoop van de woning te komen, waaronder openstelling van de woning voor bezichtiging door de makelaar en potentiële kopers, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] na betekening van het te dezen te wijzen vonnis daarmede in gebreke blijft;

te bepalen dat de kosten van de makelaar bij levering van de woning in mindering

zullen worden gebracht op een eventuele overwaarde en overigens tussen partijen gelijkelijk worden verdeeld;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen om mee te werken aan de verkoop en de notariële

levering van de woning aan een derde indien de woning kan worden verkocht voor een bedrag gelijk aan of hoger als de door makelaar te bepalen waarde met een marge van € 10.000,00 naar beneden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] na betekening van het te dezen te wijzen vonnis daarmede in gebreke blijft;

in geval de woning door het uitblijven van de medewerking van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet

binnen zeven dagen na sommatie daartoe, althans een in goede justitie te bepalen termijn, zal worden verkocht en/of geleverd:

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op de voet van artikel 3:174 lid 1 BW en/of artikel 3:299 BW te machtigen tot het te gelde maken van de woning en te bepalen dat het te dezen te wijzen vonnis alsdan dezelfde kracht heeft als een in wettelijke vorm opgemaakte koop- en leveringsakte, althans in de plaats treedt van (een deel van) de koop- en leveringsakte, voor zover het de vereiste wilsverklaring, de medewerking en de handtekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betreft, een en ander zoals bedoeld in artikel 3:300 BW althans op de voet van artikel 3:181 BW en/of artikel 3:300 lid 1 BW een onzijdig persoon te benoemen of een vertegenwoordiger aan te wijzen, die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij de verdeling vertegenwoordigt en namens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de verdeling tot stand brengt en zo nodig effectueert door medewerking te verlenen aan de verkoop en/of levering en daartoe alle nodige handelingen te verrichten;

althans (de wijze van) de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap vast te stellen zoals de rechtbank in goede justitie juist oordeelt;

in geval de hiervoor bedoelde machtiging aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wordt verleend:

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen om de kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering der machtiging te voldoen op vertoon van de declaraties en facturen, althans de in de uitspraak te vermelden bescheiden;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen om uiterlijk op de derde dag voor de dag waarop de

woning aan een derde wordt geleverd (de dag waarop de notariële akte van levering van de woning wordt verleden), althans een in goede justitie te bepalen termijn, de woning te ontruimen en te verlaten met alle personen en/of roerende zaken die zich in de woning bevinden, met afgifte van de sleutels aan de makelaar, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per dag of gedeelte van een dag, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, dat gedaagde daarmede in gebreke blijft;

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te machtigen, bij nalatigheid of weigerachtigheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot tijdige en algehele voldoening aan het bovenstaande, de woning op kosten van
te doen ontruimen door inschakeling van de gerechtsdeurwaarder en de sterke arm van politie en justitie;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen in de proces- en nakosten, onder bepaling dat gedaagde de wettelijke rente over de proces- en nakosten verschuldigd wordt wanneer deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans na de betekening van dit vonnis, zijn betaald.

3.2.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot nu toe geen medewerking verleent aan de verkoop van de woning. Zij vordert daarom medewerking aan de verkoop door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zodat partijen uit de onverdeeldheid geraken.

3.3.

Vordering ii is als volgt samengesteld:

- de helft van de huurinkomsten [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] over de periode juli 2016 tot en met april 2020 zijnde € 14.950,00 waarop in mindering strekt de helft van de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betaalde (netto) rentelasten zijnde € 2.296,50 althans € 4.298,87

- de helft van de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betaalde BSGW 2016 tot en met 2019 zijnde € 704,74

- de helft voor de kosten van de huur van een container voor het afvoeren van spullen van beide partijen zijnde € 187,50

- de helft van de kosten van de in 2019 ingeschakelde makelaar voor de taxatie zijnde
€ 302,50.

3.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.6.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert na wijziging van eis:

primair

1. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te veroordelen om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen een bedrag van € 15.963,31, en vervolgens vanaf 1 mei 2020 de helft van de hypotheeklasten, de helft van de overige eigenaarslasten (BSGW, Volta en de opstalverzekering), tot de dag dat de woning aan een derde is verkocht (notarieel transport), vermeerderd met de wettelijke rechten (de rechtbank begrijpt: rente) ex artikel 6:119 BW, vanaf 23 oktober 2019 tot de dag der algehele voldoening;

2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te veroordelen tot voldoening van de makelaarskosten die verbonden

zijn aan de voormalige echtelijke woning van partijen;

3. kosten rechtens;

subsidiair

1. de verdeling vast te stellen van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap

van partijen;

2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te veroordelen om:

a. haar medewerking te verlenen aan de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen;

b. de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen op de wijze als door de rechtbank is vastgesteld, te gedogen;

c. te gedogen dat de rechtbank een deskundige benoemt teneinde de omvang en de waarde vast te stellen van de ontbonden huwelijksgemeenschap van partijen voor zover partijen daaromtrent geen overeenstemming hebben bereikt;

3. een en ander op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van een dag dat niet wordt voldaan aan het in dezen te wijzen vonnis, nadat het in dezen te wijzen vonnis zal zijn betekend.

3.7.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aan zijn primaire vordering onder 1 ten grondslag gelegd dat hij alle kosten die verbonden zijn aan de woning betaalt. Deze kosten dient [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor de helft te vergoeden. De vordering van € 15.963,31 is als volgt samengesteld:

- de helft van de hypotheekrente 1 juli 2016 tot 1 oktober 2019 zijnde € 8.587,75

- de helft van de hypotheekrente 1 oktober 2019 tot 1 mei 2020 zijnde € 1.543,18

- de helft van de kosten BSGW 2016 tot en met 2019 zijnde € 1.260,30

- de helft van de huur van de cv-ketel januari 2017 tot 1 mei 2020 zijnde € 712,80

- de helft van de kosten van het niet uitdienen van het cv-contract bij verkoop zijnde
€ 1.029,78

- de helft van de kosten van de opstalverzekering januari 2017 tot 1 mei 2020 zijnde
€ 600,00

- ten onrechte aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] door de belastingdienst uitgekeerde belastingteruggave die
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toekomt ten bedrage van € 1.722,00

- de helft van de kosten om de badkamer, deur en tuin op te knappen zijnde € 497,50.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert subsidiair verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

3.8.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert verweer.

3.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op hun onderlinge samenhang zullen de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk worden behandeld.

Ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en verkoop woning (vorderingen iii. tot en met x. in conventie en vordering primair onder 2 in reconventie)

4.2.

Nu partijen met betrekking tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap alleen spreken over de woning en de hypothecaire geldlening, gaat de rechtbank er vanuit dat partijen in het verleden andere activa al verdeeld hebben en afspraken gemaakt hebben over de draaglastverdeling van eventuele andere schulden.

4.3.

Uit de stellingen van partijen en productie 3 van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] leidt de rechtbank af dat partijen het eens zijn over de wijze van verdeling van de woning, namelijk verkoop aan een derde. Waar het aan schort, is de uitvoering van die verdelingsafspraak.

4.4.

Uit productie 1 bij conclusie van antwoord in conventie blijkt dat de hoogte van de hypothecaire geldlening op 31 december 2018 € 176.793,00 (€ 150.420,00 + € 26.373,00) bedroeg. Uit een door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] overgelegde taxatie van 27 februari 2019 blijkt dat de woning ongeveer € 90.000,00 waard is. Als deze taxatie correct is, dienen partijen rekening te houden met een restschuld na verkoop die ieder van hen voor een gelijk deel moet dragen. Mocht onverhoopt toch een overwaarde gerealiseerd worden dan is ieder van partijen gerechtigd tot de helft daarvan.

4.5.

Partijen hebben tijdens de comparitie afspraken gemaakt over onder meer het in te schakelen makelaarskantoor, het verstrekken van de sleutel aan de makelaar, de wijze van vaststellen van de te hanteren vraag- en laatprijs en het tekenen van de koopovereenkomst en de leveringsakte. Uit de aktes die gewisseld zijn na de comparitie blijkt dat de ondanks deze afspraken het in gang zetten van het verkoopproces nog steeds niet goed loopt. Partijen maken elkaar daarover verwijten.

4.6.

Op basis van de door partijen verstrekte informatie kan de rechtbank niet vaststellen wie de recente uitvoeringsproblemen veroorzaakt. Wel stelt de rechtbank vast dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in het verleden niet onvoorwaardelijk mee heeft willen werken aan het verkoopproces ondanks dat partijen al jaren gescheiden zijn en hij meermaals tot medewerking gesommeerd is. De door hem gestelde eis dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de kosten van de makelaar moet betalen, is niet gestoeld op de wet. Deze kosten houden verband met de verkoop van de woning, die partijen samen in eigen toebehoort. Zij dienen die kosten samen te dragen, ieder voor een gelijk deel. De vordering primair onder 2 van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal de rechtbank dan ook afwijzen.

4.7.

De opstelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in het verleden levert een gewichtige reden in de zin van artikel 3:174 BW op. De rechtbank zal, mede gelet op de afspraken die partijen tijdens de comparitie gemaakt hebben, bij eindvonnis

(1)
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordelen mee te werken aan
a) de verkoop van de woning, waaronder wordt verstaan:

- het aanstellen van Aquina Hollanders Makelaardij te Heerlen als makelaar,

- de afgifte van de sleutels van de woning, althans duplicaten daarvan, aan Aquina Hollanders Makelaardij te Heerlen ten behoeve van de verkoop,

- het verlenen van medewerking aan handelingen die nodig zijn om de woning verkoopklaar te maken en aan de openstelling van de woning voor bezichtiging door de makelaar en potentiële kopers,

- het volgen van het advies van de makelaar over de vraagprijs en de laatprijs als partijen daarover geen overeenstemming bereiken,

b) de levering van de woning,

zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of een gedeelte daarvan dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft aan zijn verplichtingen uit hoofde van dit vonnis te voldoen met een maximum van € 10.000,00

(2)

bepalen dat, wanneer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gedurende veertien dagen na betekening van dit vonnis geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft aan zijn verplichtingen uit hoofde van het eindvonnis te voldoen, [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gemachtigd wordt tot het te gelde maken van de woning in die zin dat zij als deelgenoot en als vertegenwoordiger van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , zelfstandig en dus buiten
om gemachtigd zal zijn tot het verrichten van handelingen die kunnen leiden tot de verkoop en levering van de woning.

4.8.

Vordering viii. in conventie is te onbepaald en zal daarom worden afgewezen. Vorderingen ix. in conventie, die niet betwist is, is toewijsbaar omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zonder instemming van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de woning ter bewoning ter beschikking heeft gesteld aan een gezin, met een maximum te verbeuren dwangsom van € 10.000,00. De onbetwiste vordering x. in conventie zal ook worden toegewezen.

4.9.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft niet toegelicht hoe zijn subsidiaire vorderingen zich verhouden tot zijn primaire vorderingen. Wat daarvan ook zij, omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn subsidiaire vorderingen niet toegelicht heeft, worden deze bij eindvonnis afgewezen.

Vaste lasten van de woning

4.10.

Vast staat dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vanaf 1 juli 2016 niet meer in de woning verblijft.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] staat nog ingeschreven op het adres van de woning, maar verblijft er niet. Sinds juli 2016 draagt hij zorg voor de betaling van de kosten van de woning (in navolging van partijen hierna te noemen: de eigenaarslasten) en de hypotheeklasten.

4.11.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] hem de helft van de vanaf 1 juli 2016 betaalde eigenaars- en hypotheeklasten betaalt. Hij stelt daartoe dat partijen ieder voor een gelijk deel gerechtigd zijn in de woning en in gelijke mate draagplichtig zijn voor de hypothecaire schuld en eigenaarslasten. Ook [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat zij nog eigenaarslasten betaald heeft, waarvan zij de helft terug wil ontvangen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

4.12.

Vanaf het moment dat het huwelijk is geëindigd dienen partijen ieder de helft van de eigenaarslasten te dragen (artikel 3:166 lid 2 jo. 3:172 BW). Verder dienen zij, voor het deel van de schuld dat hen aangaat, de (hoofdelijke) hypothecaire schuld te dragen

(art. 6:10 lid 1 BW). Niet in geschil is dat partijen ter zake een gelijke draagplicht hebben. Dit betekent dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vanaf 11 augustus 2011 ieder de helft van de eigenaars- en hypotheeklasten dienen te dragen. De rechtbank zal hierna de afzonderlijke vorderingen bespreken.

Hypothecaire rente (onderdeel van vordering 1. primair in reconventie)

4.13.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] baseert zijn vordering op de gegevens over het jaar 2018. Op basis van die gegevens bedragen de lasten € 440,91 per maand. Hij becijfert over periode 1 juli 2016 tot 1 oktober 2019 een vordering van 39 maanden x € 440,91 = € 17.195,49 : 2 = € 8.597,75. Ook na 1 oktober 2019 tot het moment van levering van de woning aan een derde rekent [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met een bedrag van € 440,91 : 2 = € 220,45 per maand.

4.14.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de juistheid van de gegevens over het jaar 2018 niet betwist. In totaal is er dat jaar voor de drie leningdelen betaald: € 1.387,00 + € 2.675,00 + € 1.229,00 =
€ 5.291,00. Wel heeft zij in haar akte na de comparitie aangevoerd dat de cijfers over 2018 niet gebruikt kunnen worden over de jaren 2016, 2017, 2019 en 2020 omdat uit de door
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zelf als productie 1 overgelegde gegevens blijkt dat de rentelasten in 2016 afwijken van de rentelasten in 2018. Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] nemen de rentelasten per jaar af.

4.15.

De rechtbank stelt op basis van de jaaropgave 2016 van Finqus (productie 1
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ) vast dat de rente over dat jaar € 2.004,00 + € 3.863,00 + € 1.899,00 =
€ 7.766,00 bedroeg. Dat bedrag is niet gelijk aan de rentelast over het jaar 2018. Dat betekent dat in de berekening niet over alle jaren uitgegaan kan worden van de cijfers van het jaar 2018. De rechtbank zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] opdragen bij akte de jaaropgaven van Finqus over de jaren 2017 en 2019 in het geding te brengen. Over het jaar 2020 beschikt
nog niet over een jaaropgave. Hij zal aan de hand van andere controleerbare bescheiden moeten aan tonen welke rentelasten in 2020 in rekening worden gebracht. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal bij antwoord-akte mogen reageren.

4.16.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft verder aangevoerd dat partijen niet mogen rekenen uitsluitend op basis van de cijfers van Finqus omdat dit slechts de bruto rentelast betreft. Zij stelt dat
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hypotheekrenteaftrek geniet en dat die in de berekening betrokken moet worden.

4.17.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ter comparitie naar voren gebracht dat hij geen belastingvoordeel meer heeft genoten sinds hij niet meer in de woning verblijft. Bij akte na de comparitie heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , zonder toelichting, de aanslag 2016, 2017 en 2018 en de voorlopige aanslag 2016 en 2017 van de belastingdienst in het geding gebracht.

4.18.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft bij antwoord-akte erop gewezen dat veel stukken ontbreken en dat uit het weinige dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verstrekt heeft, blijkt dat in 2016 bij de post ‘het saldo der inkomsten en aftrekposten eigen woning’ een bedrag van € 5.719,00 is berekend en voor het jaar 2017 een bedrag van € 6.046,00.

4.19.

De rechtbank is van oordeel dat de overlegde stukken erop wijzen dat de hypotheekrente door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , anders dan hij verklaard heeft, als aftrekpost in mindering is gebracht bij de belastingopgave. De rechtbank draagt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op bij akte over de jaren 2016 tot en met 2020 alle (voorlopige) aanslagen in het geding te brengen en per jaar inzichtelijk op een rij te zetten welk fiscaal voordeel is genoten en gemotiveerd te berekenen wat uiteindelijk de netto rentelasten per jaar waren. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal bij antwoord-akte mogen reageren.

BSGW betaald door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (onderdeel vordering 1. primair in reconventie)

4.20.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de helft van de eigenaarslasten inzake BSGW gevorderd, te weten een bedrag van € 1.260,30 (productie 5). [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] deze kosten heeft gemaakt. Zij heeft daartoe onder meer naar voren gebracht dat er diverse posten op de aanslagbiljetten naar voren komen die betrekking hebben op een ander adres.

4.21.

De rechtbank stelt voorop dat door BSGW diverse soorten belastingen in rekening gebracht worden. Sommige zijn gebruikerslasten en andere zijn eigenaarslasten. Het ligt op de weg van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om een inzichtelijke berekening te maken en per jaar uit te splitsen wat de eigenaarslasten van de woning zijn die partijen samen moeten delen en wat de gebruikerslasten zijn die voor rekening komen van de partij die de woning gebruikt. Voor het jaar 2016 kunnen alleen tot 1 juli gebruikerslasten aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in rekening gebracht worden, daarna niet meer omdat zij er toen niet meer woonachtig was. Zonder toelichting is verder niet te begrijpen waarom [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bij moet dragen in de hondenbelasting in de jaren dat zij niet woonachtig is in de woning. Verder geldt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet aangesproken kan worden tot betaling van belastingen die betrekking hebben op een ander adres dan het adres van de voormalige echtelijke woning. Alles bij elkaar maakt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn vordering ontoereikend heeft onderbouwd. Het is niet aan de rechtbank om op basis van overgelegde stukken zelf een uitsplitsing en berekening te maken. Deze vordering zal dan ook bij eindvonnis afgewezen worden als onvoldoende gespecificeerd en toegelicht.

BSGW betaald door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (onderdeel vordering ii in conventie)

4.22.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt in totaal over de jaren 2016 tot en met 2019 € 1.409,48 aan kosten betaald te hebben.

4.23.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet heeft aangetoond dat ze de kosten ook daadwerkelijk gemaakt heeft omdat er geen betaalbewijzen zijn overgelegd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] houdt er rekening mee dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , nu zij zelf verklaart nauwelijks over inkomen te beschikken, in aanmerking is gekomen of had kunnen komen voor kwijtschelding van de BSGW.

4.24.

De rechtbank zal ook deze vordering bij eindvonnis afwijzen. Allereerst geldt ook voor een deel van de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (aanslag 2016) dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen eigenaarslasten en gebruikerslasten. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft tot 1 juli 2016 de woning bewoond dus die kosten kan zij niet bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in rekening brengen. Indien [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de overige eigenaarslasten voor de helft van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] terug wil krijgen, had ze eerst moeten aantonen dat zij de aanslagen, zoals overgelegd, heeft voldaan. Dat bewijs is niet overgelegd.

Cv-ketel van Volta (onderdeel vordering 1. primair in reconventie)

4.25.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft een bedrag van € 712,80 van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderd inzake een gehuurde cv-ketel bij Volta. De kosten zijn € 35,64 per maand, berekend over 40 maanden en gedeeld door twee. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ter onderbouwing de overeenkomst tot huur van
29 november 2016 en een doorlopende machtiging overgelegd als productie 6.

4.26.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist gemotiveerd dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voormelde kosten heeft gemaakt. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt nooit toestemming te hebben verleend tot het aangaan van de gestelde overeenkomst. [naam 1] , die geen partij is in het geding, dient de op haar naam afgesloten overeenkomstig zelf na te komen. Zij kan de gevolgen daarvan niet afwentelen op [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .

4.27.

De rechtbank stelt vast dat in de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] overgelegde overeenkomst tot huur als contractspartij [naam 1] staat opgenomen. Op het ‘overzicht kosten’, opgesteld door Volta Limburg, staat als contractadres [contractadres] vermeld. Op basis van de afschrijving van Volta Limburg die blijkt uit de overgelegde bankafschriften is niet verifieerbaar of de afschrijving betrekking heeft op een huurcontract ten behoeve van de [adres] te [plaatsnaam] . Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, wordt bij deze stand van zaken de vordering bij eindvonnis afgewezen.

Kosten Cv-ketel bij verkoop woning niet uitdienen contact (onderdeel vordering 1. primair in reconventie)

4.28.

De vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , gebaseerd op het eerder opzeggen van de huurovereenkomst van de cv-ketel, zal bij eindvonnis worden afgewezen alleen al omdat niet duidelijk is of, en zo ja, wanneer, de overeenkomst zal worden opgezegd bij verkoop van de woning.

Opstalverzekering (onderdeel vordering 1. primair in reconventie)

4.29.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft een bedrag van € 600,00 gevorderd inzake de opstalverzekering. Deze bedraagt thans € 33,00 per maand en was in 2018 € 27,00 per maand. Ter onderbouwing heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] naar productie 7 verwezen.

4.30.

Gelet op het gegeven dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] deze vordering niet heeft betwist, zal deze bij eindvonnis worden toegewezen. Voor de toekomstige kosten, zoals gevorderd, geldt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] uitsluitend een regresrecht heeft voor zover hij aantoonbaar meer dan zijn aandeel in die kosten zal hebben voldaan. Bij eindvonnis zullen alleen de aangetoonde kosten toegewezen worden.

Opknapkosten (onderdeel vordering 1. primair in reconventie)

4.31.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt € 995,00 aan kosten gemaakt te hebben voor het opknappen van de badkamer (€ 735,00), de tuin (€ 135,00) en de deur (€ 125,00) van de woning. Hij vordert de helft van dit bedrag van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , te weten een bedrag van € 497,50.

4.32.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de gestelde opknapkosten betwist.

4.33.

Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn vordering niet onderbouwd heeft met stukken, dient de betwiste vordering als onvoldoende onderbouwd bij eindvonnis te worden afgewezen.

Inkomsten van de woning (onderdeel vordering ii. in conventie)

4.34.

Partijen zijn het er over eens dat zij de huurinkomsten uit de woning ad € 650,00 per maand moeten delen. Partijen verschillen van mening of deze huurinkomsten vanaf

1 juli 2016 (volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ) of vanaf 1 december 2016 (volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ) moeten worden gedeeld.

4.35.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft bij antwoordakte naar voren gebracht dat de familie [naam 2] sinds 1 december 2016 in de woning verblijft. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft hij een afschrift uit de basisregistratie personen van de gemeente [plaatsnaam] van

18 februari 2020 overgelegd (productie 10).

4.36.

De rechtbank overweegt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet meer heeft kunnen reageren op productie 10 van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] omdat dit document pas bij antwoord-akte overgelegd is. De vraag per wanneer familie [naam 2] huur betaalt, kan de rechtbank daarom niet beantwoorden aan de hand van dit document. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de rechtbank omtrent de huurinkomsten niet vanaf het eerste moment correct en volledig geïnformeerd. Eerst werd stellig ontkend dat er huur werd ontvangen. Daarna werd tijdens de comparitie alsnog erkend dat er huur wordt betaald per 1 januari 2017, maar dat die huur op de rekening van zijn huidige echtgenote wordt overgemaakt en dat deze daarna contant wordt teruggegeven aan familie [naam 2] . Door het in het geding brengen van de bankafschriften van zijn huidige echtgenote over de periode juli 2016 tot en met december 2016 had eenvoudig aangetoond kunnen worden vanaf wanneer er huur betaald is door familie [naam 2] aan zijn echtgenote. Omdat partijen ieder recht hebben op de helft van de vruchten van de woning, mag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verlangd worden dat hij die informatie in deze procedure verstrekt. Door dit niet te doen en door bovendien artikel 21 Rv te schenden, verbindt de rechtbank daaraan de consequentie dat uitgegaan zal worden van 1 juli 2016 als startdatum van de huurinkomsten. De vordering tot betaling van € 14.950,00 (1 juli 2016 tot en met april 2020) is dan ook bij eindvonnis toewijsbaar. Voor het geval de familie [naam 2] de woning na 1 mei 2020 nog niet heeft verlaten, dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een bedrag van € 325,00 per maand aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te vergoeden. De rechtbank zal aldus beslissen.

Overige vorderingen in conventie en in reconventie

Rekening en verantwoording financieel beheer (vordering i. in conventie)

4.37.

De vordering tot het afleggen van rekening en verantwoording hing samen met het geschilpunt over de huurinkomsten. Nu daarover een beslissing is genomen zal het onder i. in conventie gevorderde worden afgewezen wegens het ontbreken van belang.

Kosten container (onderdeel vordering ii. in conventie)

4.38.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat zij voor de ontruiming van de gezamenlijke woning een container gehuurd heeft en daarvoor een bedrag van € 375,00 betaald heeft. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient volgens haar de helft van deze kosten voor zijn rekening te nemen.

4.39.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist dat destijds een container is gehuurd om de woning leeg te ruimen. Hij heeft de meubels en verdere inboedel destijds in de woning achtergelaten. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] was er een wietplantage in de woning opgerold waarvoor de container is gehuurd.

4.40.

Nu [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , in het licht van het gemotiveerde verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en het ontbreken van een betalingsbewijs, de vordering onvoldoende heeft onderbouwd, zal deze worden afgewezen.

Kosten makelaar (onderdeel vordering ii. in conventie)

4.41.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft zich op het standpunt gesteld dat makelaar-taxateur Houben werkzaamheden heeft uitgevoerd die ten bate komen van zowel [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Aangezien [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de factuur van € 605,00 heeft betaald, dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan haar een bedrag van € 302,50 te betalen. Ter onderbouwing heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] als productie 12 een factuur van Houben Taxaties o.z. van 28 februari 2019 overgelegd.

4.42.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft als verweer naar voren gebracht dat makelaar-taxateur Houben een goede kennis/relatie van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is en dat hij daarom tegen het inschakelen van deze makelaar was. Een nota en betalingsbewijs heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet overgelegd. Verder heeft
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nooit foto’s of andere stukken van de gestelde werkzaamheden gezien.

4.43.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit afgeleid kan worden dat beide partijen destijds hebben ingestemd met het inschakelen van makelaar-taxateur Houben. Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gehouden is om de helft van de kosten te vergoeden, is daarom niet komen vast te staan. Deze vordering wordt om die reden afgewezen.

Belastingteruggave € 1.722,00 (onderdeel vordering 1. primair in reconventie)

4.44.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt zich op het standpunt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ten onrechte een bedrag van

€ 1.722,00, dat voor hem was bedoeld, heeft ontvangen van de belastingdienst. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist het vorenstaande.

4.45.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft bij akte van 11 maart 2020, tevens wijziging van eis, een brief van de belastingdienst van 28 april 2014 overgelegd waaruit volgt dat de Unit Inning van de belastingdienst [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft verzocht het bedrag van € 1.722,00 terug te storten. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft als verweer naar voren gebracht dat zij hier geen herinnering aan heeft. Zij stelt uit productie 8 van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] af te leiden dat de uitbetaling op 25 mei 2011 heeft plaatsgevonden en dat de vordering thans is vervallen en/of verjaard.

4.46.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft nagelaten toe te lichten wanneer de belastingdienst het bedrag van € 1.722,00 heeft overgemaakt op de bankrekening van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Deze datum is van belang; als betaling heeft plaatsgevonden voor de inschrijving van de echtscheidings-beschikking dan maakte het bedrag onderdeel uit van de huwelijksgoederengemeenschap die partijen, zo begrijpt de rechtbank, zelf al verdeeld hebben. Uit de productie 8 blijkt dat de terugbetaling van € 1.722,00 voortgevloeid is uit aanslagnummer 157275279H01. Verder wordt melding gemaakt van de datum 23 mei 2011. Zonder nadere toelichting is niet duidelijk of dat de datum van de aanslag is geweest of de datum van de betaling. Die datum ligt in ieder geval voor de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Het was aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om zijn vordering deugdelijk toe te lichten. Nu hij dat niet heeft gedaan, zal de vordering bij eindvonnis worden afgewezen.

4.47.

In afwachting van de aktewisseling zal de rechtbank iedere verdere beslissing aanhouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van 2 september 2020 voor akte uitlating conform rechtsoverwegingen 4.15. en 4.19. aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ;

5.2.

verstaat dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vier weken daarna bij antwoord-akte mag reageren;

5.3.

houdt in afwachting daarvan iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2020.1

1 type: AP