Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:4573

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-06-2020
Datum publicatie
01-07-2020
Zaaknummer
C/03/274461 / HA ZA 20-99
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen conclusie van antwoord ingediend, toewijzing vordering.

Via formulier B16 heeft de advocaat van gedaagde laten weten dat gedaagde geen conclusie van antwoord zal indienen en dat hij geen verweer wenst te voeren. Nu de vorderingen niet worden betwist, volgt toewijzing ervan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/274461 / HA ZA 20-99

Vonnis van 24 juni 2020

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van Duitsland [eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats]

eiseres,

advocaat mr. D.F. Spoormans,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. P. Winkens.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10

een formulier B16 (niet geregeld verzoek) voor de rol van 13 mei 2020 waarbij de advocaat van [gedaagde] heeft laten weten dat er geen conclusie van antwoord zal worden ingediend en dat [gedaagde] geen verder verweer wenst te voeren

- het verzoek van [eiseres] om vonnis te wijzen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

[gedaagde] heeft de vorderingen niet betwist, zodat deze zullen worden toegewezen.

2.2.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op € 102,96 (kosten exploot),

€ 2.042,00 (griffierecht) en € 1.074,00 (salaris advocaat, 1 punt van liquidatietarief IV).

3. De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een schadevergoeding ter hoogte van

€ 38.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente ex § 288 lid 1 BGB vanaf 25 januari 2018,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 1.590,91 (incl. btw) aan buitengerechtelijke kosten naar Duits recht, te vermeerderen met de wettelijke rente ex

§ 288 lid 1 BGB vanaf de dag van de dagvaarding (zijnde 4 februari 2020),

3.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van de kosten van de procedure, tot op heden begroot op € 3.218,96, te vermeerderen met de nakosten ten bedrage van € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening indien en voor zover [gedaagde] niet binnen de wettelijk vereiste termijn van twee dagen na betekening van dit vonnis heeft voldaan, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten, indien [gedaagde] niet binnen

14 dagen na het wijzen van dit vonnis heeft betaald,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2020.1

1 type: JC