Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:4172

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
10-06-2020
Datum publicatie
17-06-2020
Zaaknummer
C/03/273805 / HA ZA 20-71
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Oproeping in vrijwaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/273805 / HA ZA 20-71

Vonnis in incident bij vervroeging van 10 juni 2020

in de zaak van

1 [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident] ,

2. [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] , beiden in hun hoedanigheid van bewindvoerders over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [rechthebbende],

beiden wonend te [woonplaats 1] ,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. R.C.C.M. Nadaud,

tegen

[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. R.R.J.W. Delsing.

Partijen zullen hierna [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de rolbeslissing van 4 maart 2020

  • -

    de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met productie 1 t/m 4

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

In het exploot van dagvaarding vorderen [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 42.252,55 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

1 oktober 2019. [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] stellen dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] dit bedrag op onrechtmatige wijze van [rechthebbende] (hierna: [rechthebbende] ) heeft weggenomen.

2.2.

[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] stelt dat zij deze gelden altijd in opdracht en met toestemming van de moeder van [rechthebbende] , te weten mevrouw [naam moeder rechthebbende] , heeft opgenomen. Deze gelden zijn volgens [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ook altijd ten behoeve van mevrouw [naam moeder rechthebbende] aangewend. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] vordert dat haar wordt toegestaan [naam moeder rechthebbende] in vrijwaring op te roepen.

2.3.

[eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] hebben geen bezwaar tegen de oproeping in vrijwaring, maar zij verzoeken de kostenveroordeling af te wijzen, nu zij hebben ingestemd met de incidentele vordering.

2.4.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

2.5.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

staat toe dat [naam moeder rechthebbende] door [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 22 juli 2020,

3.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 juli 2020 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: AH coll: