Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:3019

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-04-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
7521304 \ CV EXPL 19-708
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Financieel recht. Effectenlease (Dexia). Tussenpersoon (Spaar Select) verrichte in strijd met artikel 41 NR 1999 beleggingsadvieswerkzaamheden. Huisbezoek. Dexia was daarvan op de hoogte, althans behoorde daarvan op de hoogte te zijn. Volledige vergoedingsplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 7521304 \ CV EXPL 19-708

Vonnis van de kantonrechter van 1 april 2020

in de zaak van:

[eiser sub 1] en [eiser sub 2],

beiden wonende te [woonplaats eisers sub 1 en 2] ,

eisende partij,

verder te noemen [eisers sub 1 en 2] (mannelijk enkelvoud),

gemachtigde mr. G. van Dijk,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij,

verder te noemen Dexia,

gemachtigde mr. J.R. van Staveren.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 januari 2019,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek,

- de akte uitlaten producties zijdens [eisers sub 1 en 2] .

1.2.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Dexia Bank Nederland, Bank Labouchere en Legio Lease. Waar sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder begrepen.

2.2.

[eisers sub 1 en 2] is op 25 augustus 2000 met Dexia een effectenlease-overeenkomst aangegaan, genaamd ‘ Overwaarde Effect’ (hierna: de overeenkomst). De overeenkomst heeft contractnummer [contractnummer overeenkomst tussen eisers sub 1 en 2 en gedaagde] .

2.3.

De overeenkomst is geëindigd op 23 februari 2006. Daarbij is een restschuld ontstaan van € 14.603,91, die door [eisers sub 1 en 2] niet is voldaan.

2.4.

De gemachtigde van [eisers sub 1 en 2] , Leaseproces, heeft bij brief van 31 juli 2007 de vernietiging dan wel ontbinding van de overeenkomst ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren.

2.5.

[eisers sub 1 en 2] heeft door middel van een zogenaamde ‘opt-out verklaring’ aangegeven niet gebonden te willen zijn aan de door het Gerechtshof Amsterdam op 25 januari 2007 algemeen verbindend verklaarde Duisenberg-regeling.

3
3. De vordering en het verweer

3.1.

[eisers sub 1 en 2] vordert (samengevat) dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eisers sub 1 en 2] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,
2. Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eisers sub 1 en 2] van al datgene dat [eisers sub 1 en 2] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,

3. voor recht zal verklaren dat [eisers sub 1 en 2] de door Dexia gevorderde restschuld niet verschuldigd is,
4. Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eisers sub 1 en 2] ,
5. Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Dexia voert verweer tegen de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter merkt vooraf op dat [eisers sub 1 en 2] op zijn verzoek een nadere termijn heeft gekregen om te kunnen reageren op de door Dexia bij conclusie van dupliek overgelegde producties. Voor zover de akte uitlaten producties van [eisers sub 1 en 2] meer omvat dan enkel een reactie op de door Dexia bij conclusie van dupliek overgelegde producties, zal dit buiten beschouwing blijven. Het was [eisers sub 1 en 2] immers niet toegestaan een nadere ‘schriftelijke’ ronde te entameren.

4.2.

Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenlease-overeenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld en/of spaargeld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 á 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, waaronder [eisers sub 1 en 2] .

4.3.

De veelheid van procedures heeft geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend. In het bijzonder gaat het om de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC2837), 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH 2815), 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003), 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:164) en 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:590) en de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4981) en 1 april 2014, (ECLI:NL:GHAMS:2014:11363.30). Deze jurisprudentie wordt als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen.

4.4.

Toepassing van deze maatstaven en beoordelingskaders leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:

  1. er is sprake van huurkoop;

  2. er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;

  3. Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;

  4. [eisers sub 1 en 2] heeft schade geleden, bestaande uit verschuldigde termijnen en restschuld;

  5. er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.

volmacht

4.5.

Dexia betwist - bij gebreke van een recente volmacht - dat Leaseproces gevolmachtigd is om namens [eisers sub 1 en 2] deze procedure op te starten. Zij verzoekt de kantonrechter daarom om Leaseproces te gelasten een recente volmacht te overleggen waaruit de wil blijkt van [eisers sub 1 en 2] om Dexia nog immer in rechte te betrekken.

Dit verweer slaagt niet. Door Dexia is niet betwist dat Leaseproces door [eisers sub 1 en 2] gevolmachtigd is. Zij wil bewijs dat dit niet veranderd is. Hiervoor is geen grond. Dexia heeft haar stelling dat het voorgekomen is dat Leaseproces namens een overleden cliënt procedeert niet onderbouwd. Evenmin heeft Dexia onderbouwd dat er aanleiding bestaat om te veronderstellen dat juist [eisers sub 1 en 2] zijn machtiging heeft ingetrokken.


tussenpersoon
4.6. In de arresten van 2 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2012 en 2016:2015), welke zijn bevestigd in het arrest van 12 oktober 2018, heeft de Hoge Raad geoordeeld, kort weergegeven, dat indien een cliëntenremisier zich niet beperkt tot het aanbrengen van potentiële cliënten bij een beleggingsinstelling of effecteninstelling, maar hij die belegger tevens in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf adviseert, de aldus handelende cliëntenremisier over een vergunning dient te beschikken. Als de cliëntenremisier geen vergunning heeft en zich niet alleen heeft beperkt tot het aanbrengen van de cliënt maar ook jegens de afnemer als financieel adviseur is opgetreden, handelt zij in strijd met artikel 41 NR 1999. Indien Dexia wist of behoorde te weten dat de cliëntenremisier tevens adviseerde, dan levert dit een (extra) onrechtmatigheidsgrond jegens de afnemer van het effectenproduct op. Gelet op de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten, eist de billijkheid in dat geval in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft zowel wat betreft een eventuele restschuld als wat de door de particuliere belegger reeds betaalde rente, aflossing en kosten aangaat. Dit geldt ook als de mogelijke financiële gevolgen van de leaseovereenkomst geen onaanvaardbaar zware financiële last voor de afnemer vormden.

4.7.

[eisers sub 1 en 2] heeft de overeenkomsten met Dexia afgesloten via tussenpersoon Spaar Select. Tussen partijen is niet in geschil dat Spaar Select niet beschikt over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. Beoordeeld moet daarom worden of Spaar Select beleggingsadvieswerkzaamheden verrichtte en of Dexia daarvan op de hoogte was of behoorde te zijn.

Partijen zijn het erover eens dat van advisering sprake is indien een aanprijzing wordt toegesneden op de persoonlijke financiële situatie en/of als een product (in dit geval de effectenleaseovereenkomst) als vanwege diens financiële situatie geschikt voor de betrokken persoon wordt aanbevolen. De stelplicht en bewijslast dat de tussenpersoon hem in voormelde zin heeft geadviseerd en dat Dexia wetenschap had althans behoorde te hebben van het feit dat de tussenpersoon [eisers sub 1 en 2] , anders dan in algemene zin, een persoonlijk en specifiek op deze producten toegesneden advies heeft verstrekt, rusten op [eisers sub 1 en 2] .

4.8.

[eisers sub 1 en 2] stelt hierover het volgende:

[eisers sub 1 en 2] is in 2000 met Spaar Select in contact gekomen. De medewerker van Spaar Select stelde voor om een afspraak te maken voor een huisbezoek om de financiële situatie van [eisers sub 1 en 2] door te nemen met een financieel adviseur van Spaar Select. [eisers sub 1 en 2] heeft hiermee ingestemd.

Tijdens het huisbezoek heeft de adviseur van Spaar Select, mevrouw [naam adviseur Spaar Select] , geïnformeerd naar de financiële wensen en de financiële situatie van [eisers sub 1 en 2] .

Met de adviseur is gesproken over de wens van [eisers sub 1 en 2] om vermogen op te bouwen voor zijn pensioen. De adviseur gaf aan dat dit mogelijk was en adviseerde [eisers sub 1 en 2] om een Overwaarde Effect product van Bank Labouchere af te sluiten. [eisers sub 1 en 2] diende hiervoor de overwaarde op zijn woning op te nemen middels een tweede hypothecaire lening en deze aan te wenden voor de vooruitbetaling van het Overwaarde Effect product. Volgens de adviseur zou [eisers sub 1 en 2] op deze wijze aanzienlijk vermogen opbouwen voor zijn pensioen.

De adviseur zou haar mondeling gegeven advies op papier nader uitwerken.

De adviseur heeft vervolgens een financieel plan opgesteld (productie E), waarin specifiek het Overwaarde Effect product aan [eisers sub 1 en 2] werd aangeraden. In dit persoonlijk financieel plan heeft de adviseur toegelicht en op papier gezet op welke wijze kon worden bereikt dat de hypotheek werd verhoogd en [eisers sub 1 en 2] de overwaarde kon gebruiken om vermogen op te bouwen. De adviseur adviseerde [eisers sub 1 en 2] om een extra hypotheek op te nemen van

f 95.000,00. Een bedrag van f 90.000,00 kon vervolgens in een depot worden gestort en vanuit dit depot zou de inleg van het Overwaarde Effect maandelijks betaald worden. Volgens het financieel plan zou het Overwaarde Effect product na vijf jaar een bedrag van

f 192.300,00 opleveren, waarmee [eisers sub 1 en 2] de extra opgenomen hypotheek weer kon aflossen en er alsnog een aanzienlijk kapitaal van f 97.000,00 zou resteren. De adviseur liet [eisers sub 1 en 2] verschillende rekenvoorbeelden zien (productie D).

Na de bespreking van het plan gaf [eisers sub 1 en 2] aan dat hij de overwaarde niet volledig vooruit wilde betalen in het depot. De adviseur adviseerde vervolgens om de overwaarde op een privérekening te storten om vanuit daar de maandelijkse termijnen te voldoen.

[eisers sub 1 en 2] heeft het advies van de adviseur opgevolgd en heeft een extra hypotheek opgenomen van f 91.500,00 (productie F). Het uitbetaalde bedrag van f 90.000,00 heeft [eisers sub 1 en 2] op zijn eigen rekening gezet om vanuit deze rekening de maandelijkse inleg te voldoen.

De adviseur heeft [eisers sub 1 en 2] niet geadviseerd over de specifieke risico’s. [eisers sub 1 en 2] had geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en heeft het advies van de adviseur opgevolgd. De hypotheek is via een lening bij de Postbank verhoogd en er is voor ruim f 50.000,00 aan inleg betaald.

4.9.

[eisers sub 1 en 2] stelt voorts dat Dexia een vaste, uitgekiende, methode had om mensen te bewegen een effectenleasecontract af te sluiten en dat hierbij altijd sprake was van advisering. [eisers sub 1 en 2] onderbouwt deze stelling met de volgende stukken:
- de toenmalige website van Spaar Select waar onder meer vermeld stond: “(…) Spaar Select werkt volgens het concept van Persoonlijke Financiële Planning. (…) Allereerst maakt de accountmanager een inventarisatie van uw huidige situatie. Vervolgens kijkt hij naar uw wensen. U kunt hierbij denken aan (…) aanvullend pensioen (…) Aan de hand van de inventarisatie (…) maakt de accountmanager een Persoonlijk Financieel Plan. Hierin omschrijft hij hoe u door de combinatie van verschillende spaarvormen van diverse banken en maatschappijen uw wensen kunt realiseren tegen zo laag mogelijke kosten. (…) Spaar Select is uitgegroeid tot een gerenommeerd financieel adviesbureau (…)”, (productie 1 van [eisers sub 1 en 2] );

- de schriftelijke verklaring van [naam oud-directeur Spaar Select] , van 1993 tot 2002 directeur van Spaar Select:“(…) de grootste omzetcomponent van Spaar Select was de verkoop van effectenleaseproducten die door (…) Dexia op de markt werden gebracht. (…) Tussen Spaar Select en (…) Dexia bestond intensief contact. Ons aanspreekpunt was de heer [naam medewerker 1 Dexia] , die ons wekelijks bezocht en op de hoogte was van de werkwijze van Spaar Select. (…) Spaar Select maakte bij haar verkoopactiviteiten gebruik van brochures van Bank Labouchere c.q. Dexia en ook van eigen brochures, die echter altijd vooraf door Bank Labouchere c.q. Dexia werden goedgekeurd. (…) Spaar Select werd in de contracten omschreven als adviseur en de medewerkers van Spaar Select presenteerden zich ook als zodanig.(…)”, (Productie 5 van [eisers sub 1 en 2] );

- de schriftelijke verklaring van [naam medewerker 2 Dexia] van 13 augustus 2014, inhoudend:

“(…) 1. Van april 1998 tot eind 2002 ben ik werkzaam geweest bij Spaar Select Twente B.V., een franchiseonderneming van Spaar Select B.V. (…)

4. Spaar Select kende een strakke structuur. Het hoofdkantoor bepaalde het beleid tot in de puntjes. Het hoofdkantoor bepaalde: (…)

- de werkwijze van Spaar Select, zoals de wijze waarop de adviseurs de producten moesten aanbieden;(…)

5. Er bestond geen vrijheid om van de van bovenaf opgelegde regels af te wijken. Het hoofdkantoor wenste dat alle vestigingen op exact dezelfde wijze werkten.

6. De werkwijze van Spaar Select bestond erin eruit dat adviseurs van Spaar Select (de accountmanagers) in persoonlijke gesprekken met klanten specifieke adviezen gaven over af te nemen producten. Er was steeds direct persoonlijk contact.

7. De adviesgesprekken vonden meestal plaats bij de mensen thuis (…). In deze gesprekken presenteerden de accountmanagers zich als financieel adviseur. (…) In het eerste gesprek werd bij de klant geïnformeerd naar zijn persoonlijke situatie, in het bijzonder zijn financiële situatie en de wensen van de klant. Vervolgens werd een advies opgesteld, waarin de adviseur aangaf op welke wijze hij de wensen van de klant kon realiseren. In dit advies werden concrete financiële producten geadviseerd (zoals een specifiek aandelenleasecontract of (…)). Met de geadviseerde producten kon volgens de adviseur het beoogde (financiële) doel worden gehaald. Als de klant het advies (…) wenste op te volgen, werden de contracten aangevraagd en werd het papierwerk geregeld (…).

8. De adviesgesprekken vonden plaats volgens een vaste, door het hoofdkantoor opgelegde verkoopmethode. Deze methode heette SPEND. SPEND staat voor:

- Situatie

- Probleem

- Effect

- Noodzaak om het probleem op te lossen

- Doen beslissen

9. SPEND schreef precies voor hoe een adviesgesprek behoorde te verlopen.(..)

10. Nieuwe adviseurs kregen, alvorens zij aan de slag gingen, een opleiding op het hoofdkantoor van drie tot vier weken. Tijdens deze opleiding werden de adviseurs bekend gemaakt met de producten die Spaar Select verkocht en (vooral) met de werkwijze waarop deze producten werden verkocht (…) Precies zoals tijdens de cursus werd geleerd, dienden de adviseurs de adviesgesprekken in te richten. (…)

12. De verkoop van aandelenleaseproducten was een belangrijk speerpunt van Spaar Select. Het grootste gedeelte van de geadviseerde en verkochte producten, betrof aandelenleaseproducten van (…) Dexia. (…) Het kwam vaak voor dat de combinatie aandelenleaseproduct en een extra hypotheek werd geadviseerd. De storting in het aandelenleaseproduct werd dan betaald uit de extra opgenomen hypotheek. Het betrof dan vaak een vooruitbetaling van enkele jaren. (…)

13. Negatieve koersontwikkelingen (het dalen van de aandelenkoersen) werden door de adviseurs niet voorgespiegeld.(…) Spaar Select rekende in haar adviezen met en koersstijging van 12,5% als uitgangspunt. Deze koersstijging werd dan als conservatief gepresenteerd. Dit versterkte bij de klanten het gevoel van veiligheid. Aan de klanten werd niet verteld wat de gevolgen waren als de koersen zouden dalen (het verliezen van de gehele inleg en het betalen van een restschuld als het product na 5 jaar werd beëindigd).

14. De aandelenleaseproducten werden onder meer geadviseerd om eerder te kunnen stoppen met werken, als pensioenvoorziening en om te sparen voor de studie van de kinderen.

(…)” (productie 7 [eisers sub 1 en 2] ).

4.10.

Dexia heeft het betoog van [eisers sub 1 en 2] ten aanzien van de totstandkoming van de overeenkomst bestreden. Zij wijst erop dat [eisers sub 1 en 2] zijn stellingen niet (voldoende) heeft onderbouwd met relevante stukken. Dexia is met name van mening dat het document dat [eisers sub 1 en 2] presenteert als financieel plan (productie E) dusdanig afwijkt van de door [eisers sub 1 en 2] gesloten overeenkomst, dat onmogelijk gesteld kan worden dat hij de overeenkomst is aangegaan op basis van een beweerdelijk advies gegeven in productie E. Dexia betwist daarom dat [eisers sub 1 en 2] een op zijn persoon toegesneden financieel advies heeft ontvangen.

Dit verweer slaagt niet. Uit de hiervoor gedeeltelijk aangehaalde stukken blijkt dat sprake is geweest van een specifiek op de persoon van [eisers sub 1 en 2] gericht financieel advies van de adviseur van Spaar Select om een specifiek effectenleaseproduct, te weten het ‘ Overwaarde Effect’ product, met Dexia overeen te komen. Aan de hand van een inventarisatie van de persoonlijke situatie en wensen van [eisers sub 1 en 2] heeft Spaar Select geadviseerd het product aan te schaffen. Spaar Select heeft zich niet beperkt tot het geven van algemene informatie over de verschillende beleggingen of over effectenleaseproducten. De omstandigheid dat de adviseur in het Persoonlijk Financieel Plan andere bedragen en een andere looptijd heeft vermeld dan uiteindelijk - na de bespreking het Plan met [eisers sub 1 en 2] - in de overeenkomst is vastgelegd, maakt dit niet anders. [eisers sub 1 en 2] heeft met de overgelegde stukken zijn stellingen dan ook voldoende onderbouwd. Dit tegen de achtergrond van de werkwijze van Spaar Select en wetenschap van Dexia, zoals hierna genoemd.
4.11. [eisers sub 1 en 2] stelt dat Dexia wist, althans behoorde te weten, dat Spaar Select een op zijn persoon toegesneden beleggingsadvies heeft gegeven. Dexia betwist dit.
In diverse uitspraken van verschillende rechtbanken is overwogen en beslist dat in zijn algemeenheid uit de door Leaseproces in vele procedures (waaronder deze) overgelegde stukken het beeld naar voren komt, dat Dexia ermee bekend moet zijn geweest dat Spaar Select op grote schaal individueel persoonlijk financieel advies gaf. De kantonrechter betrekt hierbij ook het oordeel van het Gerechtshof Den Haag, neergelegd in het arrest van 12 september 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2530, waarin is geoordeeld over de wetenschap destijds van Dexia, haar gerichtheid op het op grote schaal door tussenpersonen adviseren over effectenleaseproducten, ook door cliëntenremisiers, de wetenschap van Dexia van de op stelselmatig adviseren gerichte werkwijze van Spaar Select en het belang van Spaar Select als tussenpersoon. Er bestaat geen aanleiding om in de huidige procedure omtrent deze stukken een ander oordeel te geven.

4.12.

Hoewel het voorgaande betrekking heeft op de algemene gang van zaken bij de verkoop en bemiddeling van beleggingsproducten via en door tussenpersonen en daaruit niet blijkt dat Dexia concrete wetenschap heeft gehad van de advisering van Spaar Select aan [eisers sub 1 en 2] , komt uit deze stukken wel naar voren dat Dexia ermee bekend moet zijn geweest dat Spaar Select op grote schaal individueel persoonlijk financieel advies gaf. Het had daarom op de weg van Dexia gelegen om bij de totstandkoming van leaseovereenkomsten, zoals in dit geval de overeenkomst met [eisers sub 1 en 2] , navraag te doen bij Spaar Select of de desbetreffende klant de overeenkomsten is aangegaan op advies van Spaar Select, teneinde te kunnen beoordelen of zij de overeenkomsten met [eisers sub 1 en 2] kon en mocht aangaan. Dat Dexia in deze zaak enig concreet hierop gericht onderzoek heeft verricht is gesteld noch gebleken. Zij had derhalve behoren te weten dat [eisers sub 1 en 2] door Spaar Select is geadviseerd.
aansprakelijkheid
4.13. Nu Dexia ondanks het voorgaande toch met [eisers sub 1 en 2] de overeenkomst is aangegaan, heeft zij jegens hem onrechtmatig gehandeld. Dit moet Dexia zwaar worden aangerekend. Weliswaar zijn aan [eisers sub 1 en 2] omstandigheden toerekenbaar die tot zijn schade hebben bijgedragen, maar vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten, eist de billijkheid in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft (zie de eerdergenoemde arresten van de Hoge Raad van 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012 r.o. 5.6 en 5.7). Deze lijn is nadien bevestigd in het arrest van de Hoge Raad van 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935. Weliswaar kunnen er situaties zijn waarin voldoende reden is om een deel van de schade op grond van artikel 6:101 BW voor rekening van de afnemer te doen komen, maar in dit geval zijn dergelijke feiten en omstandigheden niet aanwezig. Er is geen aanleiding om af te wijken van het hierboven genoemde uitgangspunt. De schade komt dan ook geheel voor rekening van Dexia.

4.14.

De gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen, in die zin dat voor recht wordt verklaard dat Dexia onrechtmatig jegens [eisers sub 1 en 2] heeft gehandeld doordat Dexia niet heeft geweigerd de overeenkomsten met [eisers sub 1 en 2] aan te gaan, terwijl [eisers sub 1 en 2] als potentiële cliënt bij Dexia was aangebracht door een cliëntenremisier die, in strijd met de Wte 1995, tevens beleggingsadvieswerkzaamheden heeft verricht zonder over de daarvoor noodzakelijke vergunning te beschikken, en Dexia hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn.

4.15.

De als gevolg daarvan door [eisers sub 1 en 2] geleden schade, bestaande uit de door [eisers sub 1 en 2] betaalde inleg (termijnbetalingen en eventuele aflossingen minus dividenduitkeringen) dient Dexia te vergoeden. De gevorderde wettelijke rente is verschuldigd over het door Dexia te restitueren bedrag vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim is geraakt, zijnde de dag van betaling van het desbetreffende gedeelte van de schade. [eisers sub 1 en 2] heeft geen concreet bedrag ter zake van de schade gesteld. Dit moet echter inmiddels door partijen te begroten zijn.

Ook moet rekening gehouden worden met het fiscale voordeel dat door [eisers sub 1 en 2] is genoten. Dexia stelt dat dit voordeel € 1.465,61 bedraagt. [eisers sub 1 en 2] betwist dat dit bedrag juist is, maar laat na concreet aan te geven dat en waarom het bedrag niet klopt. Dat Dexia wellicht in een andere zaak van onjuiste gegevens uit haar systeem is uitgegaan, is onvoldoende om aan te nemen dat ook de gegevens over [eisers sub 1 en 2] onjuist zouden zijn. Het is aan [eisers sub 1 en 2] , die geacht mag worden over zijn eigen fiscale informatie te beschikken, om concreet aan te geven welke uitgangspunten of gegevens volgens hem onjuist zijn.

Dit deel van de vordering zal derhalve worden toegewezen als na te melden.

hypotheekschade

4.16.

Hoewel [eisers sub 1 en 2] zich op het standpunt stelt dat hij hypotheekschade heeft geleden, verbindt hij hieraan geen vordering. Ten overvloeden overweegt de kantonrechter dat kosten van de hypotheek hoe dan ook niet voor vergoeding in aanmerking komen. De schade staat namelijk niet in zodanig verband met de schending door Dexia van artikel 41 NR 1999, dat zij als gevolg daarvan aan Dexia kan worden toegerekend. Daarvoor is redengevend dat Dexia en haar rechtsvoorgangster niet zelf betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de hypothecaire geldlening en het ook voor [eisers sub 1 en 2] duidelijk moet zijn geweest dat het om een lening ging en dus geld kostte.

buitengerechtelijke kosten
4.17. [eisers sub 1 en 2] heeft vergoeding gevorderd van buitengerechtelijke kosten. De Hoge Raad heeft zich in het arrest van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590, over deze kwestie uitgesproken. In het arrest is geoordeeld dat de buitengerechtelijke werkzaamheden die in die procedure door Leaseproces waren gesteld op grond van art. 6:96 lid 3 BW in verbinding met art. 241 Rv niet voor vergoeding in aanmerking komen.
In de procedure van partijen zijn dezelfde buitengerechtelijke werkzaamheden gesteld als die, welke in het arrest aan de orde waren, namelijk het opstellen en versturen van enkele gestandaardiseerde stukken (zoals een klachtbrief, een opt-out verklaring en stuitingsbrieven), het voeren van een intakegesprek, het beoordelen van de haalbaarheid van de aanspraken van de belegger en het adviseren daaromtrent en het verzamelen van gegevens om de omvang van de aanspraken van de belegger te kunnen bepalen, zodat ook in dit geval geen aanspraak bestaat op vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

uitvoerbaar bij voorraad
4.18. [eisers sub 1 en 2] vordert het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dexia voert verweer hiertegen en verzoekt een eventuele veroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Daarbij wijst Dexia er op dat deze vordering onderdeel is van het grote aantal procedures. De financieel nadelige gevolgen voor Dexia bij een (massale) uitvoerbaar bij voorraad verklaring van betalingsveroordelingen staan niet in verhouding tot het relatieve ongemak van [eisers sub 1 en 2] om wat langer te moeten wachten op betalingen, te meer omdat [eisers sub 1 en 2] zelf al vele jaren gewacht heeft voordat de procedure is begonnen. Ook is er een restitutierisico, aldus Dexia.
heeft op dit verweer niet inhoudelijk gereageerd. Volgens vaste jurisprudentie kan aangenomen worden, dat degene, die een veroordeling tot betaling van een geldsom vordert, het vereiste belang bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft (HR 27 februari 1998, NJ 1998/512), terwijl een daartegenover gesteld restitutierisico geconcretiseerd moet worden (HR 17 juni 1994, NJ 1994/591). Dat de executie mogelijk tot ingrijpende gevolgen leidt, die moeilijk ongedaan gemaakt kunnen worden, staat op zichzelf niet in de weg aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad, maar is slechts een omstandigheid die meegewogen moet worden (HR 28 mei 1993, NJ 1993/468). Dexia heeft niet onderbouwd dat en waarom uitvoerbaar bij voorraadverklaring voor haar zal leiden tot financieel nadelige gevolgen. Het gestelde restitutierisico is niet geconcretiseerd voor wat betreft de situatie van [eisers sub 1 en 2] . Het belang van Dexia weegt niet zwaarder dan het belang van [eisers sub 1 en 2] , zodat de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring toegewezen zal worden.

proceskosten

4.19.

Nu Dexia grotendeels in het ongelijk gesteld wordt zal zij worden veroordeeld in de proceskosten. De nakosten zullen, zoals gevorderd, worden vastgesteld op € 100,00.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [eisers sub 1 en 2] heeft gehandeld door hem als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat Spaar Select [eisers sub 1 en 2] niet alleen als klant aanbracht maar hem tevens persoonlijk had geadviseerd en Spaar Select geen vergunning daarvoor bezat,

5.2.

veroordeelt Dexia om aan [eisers sub 1 en 2] te betalen de door hem geleden schade, bestaande uit de door hem betaalde inleg (termijnbetalingen en eventuele aflossingen minus dividenduitkeringen en het eventueel genoten fiscale voordeel) en de betaalde restschuld/het niet vergoede gedeelte van de betaalde restschuld, vermeerderd met de wettelijke rente daarover telkens vanaf het moment waarop een desbetreffend gedeelte van de betaling daadwerkelijk is voldaan tot de dag van algehele voldoening,

5.3.

verklaart voor recht dat [eisers sub 1 en 2] de door Dexia gevorderde restschuld niet verschuldigd is,

5.4.

veroordeelt Dexia in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eisers sub 1 en 2] tot op heden vastgesteld op:

a. kosten dagvaarding € 99,01

b. griffierecht € 81,00

c. salaris gemachtigde € 480,00 (2 x tarief € 240,00)

€ 660,01

5.5.

veroordeelt Dexia in de nakosten ten bedrage van € 100,00,

5.6.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: em

coll: