Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:2970

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
10-04-2020
Datum publicatie
17-04-2020
Zaaknummer
C/03/276580 / BZ RK 20/616
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ex. artikel 7:7 Wvggz. De rechtbank acht het bepaalde in artikel 1:1 lid 3 van de Wvggz – gelet op de bedoeling van de wetgever – analoog van toepassing op (de voortzetting van) de crisismaatregel, zodat deze naast de (geschorste) rechterlijke machtiging kan bestaan. De rechterlijke machtiging herleeft na afloop van de crisismaatregel, indien geen zorgmachtiging wordt verzocht, dan wel verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats: Roermond

Familie en jeugd

Zaaknummer: C/03/276580 / BZ RK 20/616

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 10 april 2020 van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),

ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

wonende/verblijvende in Zorgcentrum Sint Martinus, Vogelsbleek 1, 6001 BE te Weert,

thans verblijvend bij de Vincent van Gogh kliniek in Venray,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. N.R. Heilhof, kantoorhoudend in Maastricht.

1 Het procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de griffie op 8 april 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 7 april 2020 opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing van de burgemeester tot het nemen van de crisismaatregel van 7 april 2020;

  • -

    de medische verklaring van 7 april 2020;

  • -

    het informatierapport CM / ZM van 8 april 2020, betreffende politiegegevens van betrokkene;

  • -

    het uittreksel Justitiële Documentatie van 8 april 2020, betreffende de strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene;

  • -

    een uittreksel van het curatele- en bewindregister van 8 april 2020.

1.2.

In verband met de sluiting van de rechtbank per 17 maart 2020 door de uitbraak van het coronavirus (COVID-19) heeft de rechtbank de zaak op 10 april 2020 met instemming van alle betrokkenen via telehoren behandeld. Gehoord zijn:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    [naam psychiater] , psychiater;

  • -

    [naam verpleegkundige] , verpleegkundige.

Er is geprobeerd een videoverbinding tot stand te brengen, maar dit is niet gelukt. Om die reden zijn betrokkene, zijn advocaat en de psychiater telefonisch gehoord.

Mevrouw N. Lafghani, rechter in opleiding, heeft de telefonische zitting mee geluisterd.

1.3.

De officier van justitie is niet gehoord.

2 De beoordeling

2.1.

Bij beschikking van 26 februari 2020 is ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd) verleend voor het verblijf in Zorgcentrum Sint Martinus voor de duur van zes maanden, aldus tot 26 augustus 2020. Op het moment dat de crisismaatregel werd verleend, verbleef betrokkene bij voornoemd zorgcentrum, dat onderdeel is van Land van Horne en gericht is op zorgverlening voor personen die lijden aan de ziekte van Huntington.

2.2.

In artikel 1:1 lid 3 van de Wvggz is bepaald dat een op grond van deze wet voor betrokkene afgegeven zorgmachtiging tot opname in een accommodatie een eerdere voor deze persoon afgegeven rechterlijke machtiging op grond van de Wzd schorst zodra betrokkene is opgenomen in een accommodatie. De schorsing eindigt op het moment dat de zorgmachtiging vervalt.

Op grond van artikel 7:7 Wvggz verleent de rechter een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel indien ten aanzien van betrokkene de grondslag voor het nemen van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:1 lid 1 Wvggz aanwezig is.
Tevens dient te worden voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen a tot en met e. De rechter neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.

2.3.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, als bedoeld in artikel 1:1 lid 2 Wvggz. Dat nadeel bestaat uit aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige materiële schade. De afgelopen weken heeft betrokkene vanuit een verstoord realiteitsbesef meermaals ernstige agressie vertoond jegens het verzorgend personeel van het zorgcentrum. Op 7 april 2020 is de situatie dusdanig geëscaleerd dat hij doodsbedreigingen heeft geuit naar artsen en verpleegkundigen en meerdere spullen op zijn kamer heeft vernield, onder meer door deze in brand te steken.

2.4.

Het ernstige vermoeden bestaat dat dit dreigend ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis in de vorm van een psychotische stoornis bij de ziekte van Huntington. De crisissituatie is dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De reeds verleende rechterlijke machtiging op grond van de Wzd biedt onvoldoende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden, nu betrokkene behandeling en zorg nodig heeft die gericht is op zijn psychose en het daardoor veroorzaakt gevaar.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel weg te nemen. Het gaat hierbij om:

- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- het insluiten;

- het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- het voortduren van verblijf in een psychiatrische kliniek.

2.6.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg zijn op basis van vrijwilligheid, omdat betrokkene niet in staat is zijn mening duidelijk te formuleren en onvoldoende realiteitsbesef heeft. Tijdens de zitting is betrokkene meerdere malen gewisseld van standpunt over het wel of niet in de Vincent van Gogh kliniek willen blijven dan wel terugkeren naar het zorgcentrum in Weert. Gelet op de ernst van zowel de paranoïde psychotische symptomen als de cognitieve stoornissen kan betrokkene op dit moment niet in staat worden geacht zijn instemming te geven voor zorg in het vrijwillige kader. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk.

2.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De mogelijkheden die de Wzd biedt, zijn op dit moment onvoldoende.

2.8.

De rechtbank is ten slotte van oordeel dat de voorgestelde verplichte zorg, gelet op het beoogde doel van deze verplichte zorg, te weten het afwenden van een crisissituatie, evenredig is en dat redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van deze verplichte zorg effectief is. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de veiligheid van betrokkene en de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen. Zodra de psychotische symptomen van betrokkene naar de achtergrond verdwijnen, kan worden bekeken of verdere zorg op basis van de Wzd kan worden verleend. De rechtbank acht het bepaalde in artikel 1:1 lid 3 van de Wvggz – gelet op de bedoeling van de wetgever – analoog van toepassing op (de voortzetting van) de crisismaatregel zodat deze naast de (geschorste) rechterlijke machtiging kan bestaan. De rechterlijke machtiging herleeft na afloop van de crisismaatregel, indien geen zorgmachtiging wordt verzocht, dan wel verleend.

2.9.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend voor de duur van drie weken na heden.

3 De beslissing:

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van

[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt voor de duur van maximaal drie weken, aldus tot en met 1 mei 2020.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. Bastiaans, rechter, in tegenwoordigheid van

S.H.J.M. Jacobs als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2020 en op schrift gesteld op 17 april 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.