Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:2953

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-04-2020
Datum publicatie
07-05-2020
Zaaknummer
8101381 CV EXPL 19-6863
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkneemster vordert een salarisverhoging die collega’s die gelijke arbeid verrichten hebben gekregen. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van gelijke omstandigheden, en dat, zelfs indien in het voordeel van werkneemster wordt aangenomen dat de omstandigheden wel hetzelfde zijn, het onderscheid niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, omdat op werkneemster andere (gunstigere) arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn dan op de collega’s die de salarisverhoging hebben gekregen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0527
JAR 2020/132
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8101381 CV EXPL 19-6863

Vonnis van de kantonrechter van 15 april 2020

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonend te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. M.J. van Weersch (DAS Rechtsbijstand),

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VODAFONE LIBERTEL B.V.,

gevestigd te Maastricht,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M.A. Noordhoek.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Vodafone genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek tevens akte wijziging eis

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is op 1 april 2002 in dienst getreden bij Vodafone in de functie van Customer Management Agent (CM Agent), welke functie viel in salarisschaal VF3 van de functiefamilie ‘medewerkers algemeen’.

2.2.

In 2010 is voor de afdeling Customer Management een wijziging in de arbeidsvoorwaarden doorgevoerd. Onderdeel van het nieuwe pakket was een wijziging van de salarisschalen. De CM Agents werden ingedeeld in de functiefamilie Customer Contact (CC). CM Agents met een schaalindeling VF3 werden in het nieuwe systeem ingeschaald op niveau CC A.

2.3.

[eiseres] is niet akkoord gegaan met het nieuwe arbeidsvoorwaardenpakket en in het desbetreffende gerechtelijke geschil is [eiseres] door de kantonrechter bij vonnis van 28 maart 2012 in het gelijk gesteld, zodat voor haar het oude pakket bleef gelden, inclusief de schaal VF3.

2.4.

In 2014 werd voor alle medewerkers een nieuwe manier van functiewaardering toegekend: de Towers Watson (TW) methode.

2.4.1.

CM Agents die voor 2010 waren ingeschaald op VF3 en daarna op CC A werden vanaf 2014 ingeschaald als CM (later CS) A en SAP-naam CM/CS6.

2.4.2.

CM Agents die ook na 2010 nog waren ingedeeld in schaal VF3 (zoals [eiseres] ) werden ingedeeld in TW schaal C5.

2.5.

In juli 2015 is [eiseres] als CM Agent gaan werken in een ander team en in verband met de functiewijziging werd haar schaal gewijzigd van C5 naar C7, welke schaal correspondeert met TW schaal CS8, die van toepassing is op collega’s die in 2010 de nieuwe arbeidsvoorwaarden hebben geaccepteerd.

2.6.

Voor de verschillende voornoemde salarisschalen gelden de volgende bruto maandelijkse schaalmaxima:

Schaal

Op wie van toepassing?

Bedrag

VF3

CM Agents die werken onder de oude arbeidsvoorwaarden, waaronder [eiseres]

€ 2.249,-

CC A

CM Agents die werken onder de nieuwe arbeidsvoorwaarden

€ 1.732,-

TW schaal C5

CM Agents die werken onder de oude arbeidsvoorwaarden, waaronder [eiseres]

€ 2.777,-

TW schaal CS6

CM Agents die werken onder de nieuwe arbeidsvoorwaarden

€ 2.479,-

TW schaal C7

CM Agents die werken onder de oude arbeidsvoorwaarden, waaronder [eiseres]

€ 3.657,-

TW schaal CS8

De met C7 corresponderende schaal voor CM Agents die werken onder de nieuwe arbeidsvoorwaarden

€ 2.867,-

2.7.

In oktober 2018 hebben de CM Agents die onder de nieuwe arbeidsvoorwaarden werkzaam zijn en die gelijke werkzaamheden verrichten als [eiseres] een salarisverhoging gekregen. [eiseres] heeft deze salarisverhoging niet ontvangen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat en na wijziging van eis dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    voor recht zal verklaren dat Vodafone verplicht is om het vanaf oktober 2018 aan [eiseres] betaalde salaris met € 1,35 per uur te verhogen, plus de vanaf 1 oktober 2018 toegekende en/of toe te kennen individuele of collectieve salarisverhogingen, en

  • -

    Vodafone zal veroordelen tot :

o betaling van het achterstallig salaris vanaf oktober 2018, de wettelijke verhoging en de achterstallige bonus, voornoemde posten steeds te vermeerderen met de wettelijke rente,

o verhoging van het pensioengevend salaris op straffe van een dwangsom, en

o betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten, de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij ook recht heeft op de salarisverhoging van oktober 2018 (zie 2.7), omdat zij gelijke arbeid verricht onder gelijke omstandigheden als de CM Agents die de salarisverhoging wel hebben gekregen, en er geen objectieve rechtvaardigingsgronden zijn voor het haar ontzeggen van de salarisverhoging.

3.3.

Vodafone voert het volgende verweer. [eiseres] verricht dezelfde werkzaamheden als de CM Agents die de salarisverhoging hebben gekregen, maar niet onder gelijke omstandigheden. Zij is immers in 2010 niet akkoord is gegaan met het Customer Management arbeidsvoorwaardenpakket. Bovendien bestaat er een objectieve rechtvaardigheidsgrond voor de andere behandeling (een verschillend arbeidsvoorwaardenregime) en is het onderscheid niet naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar ( [eiseres] profiteert doordat zij de nieuwe arbeidsvoorwaarden niet heeft geaccepteerd sinds 2010 van gunstigere arbeidsvoorwaarden dan de CM Agents die wel onder het nieuwe arbeidsvoorwaardenregime vallen; zo verdient zij maandelijks meer dan die CM Agents en geldt voor haar een hoger bruto maandelijks salarismaximum).

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De stellingen van [eiseres] dienen te worden beoordeeld aan de hand van de eisen van goed werkgeverschap op de voet van art. 7:611 BW, in welke bepaling de algemene eisen van redelijkheid en billijkheid, zoals neergelegd in art. 6:2 en 6:248 BW voor het arbeidsrecht uitdrukking vinden.

4.2.

Bij de vaststelling van wat de eisen van goed werkgeverschap voor een geval als het onderhavige inhouden, moet het beginsel dat gelijke arbeid in gelijke omstandigheden op gelijke wijze moet worden beloond, tenzij een objectieve rechtvaardigingsgrond een ongelijke beloning toelaat, in aanmerking worden genomen. Het beginsel dat gelijke arbeid in gelijke omstandigheden op gelijke wijze moeten worden beloond, komt een zwaar gewicht toe maar is niet doorslaggevend. Anders gezegd: ook ingeval op zichzelf moet worden aangenomen dat werknemers gelijke arbeid in gelijke omstandigheden verrichten, zonder dat voor een verschil in beloning een objectieve rechtvaardigingsgrond valt aan te wijzen, kan dit nog niet zonder meer tot de slotsom leiden dat zij een gelijke beloning behoren te krijgen. Tevens volgt hieruit dat bij de beoordeling van de vraag of een overeengekomen ongelijkheid in beloning op grond van dit beginsel als ongeoorloofd moet worden beschouwd en derhalve ongedaan gemaakt moet worden, een terughoudende toetsing op haar plaats is, aangezien het hier gaat om een toetsing van gelijke aard als die welke plaatsvindt bij de toepassing van art 6:248 lid 2 BW en dat derhalve deze vraag slechts bevestigend kan worden beantwoord indien de ongelijkheid in beloning naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (zie het arrest van Hoge Raad van 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2312, Parallel Entry/KLM).

4.3.

[eiseres] en de CM Agents die in 2010 de nieuwe arbeidsvoorwaarden hebben geaccepteerd verrichten gelijke arbeid, maar niet onder gelijke omstandigheden. Dat de ongelijke omstandigheden – [eiseres] erkent in repliek onder 6. dat hiervan sprake is – zijn veroorzaakt door Vodafone, die immers besloot tot de aanpassing van de arbeidsvoorwaarden, maakt dit niet anders. Dat de CM Agents onder het nieuwe regime eenzelfde loon zouden genieten als [eiseres] – welke stelling zij niet heeft onderbouwd met enig bewijs – maakt dit ook niet anders, nu in ieder geval het salarismaximum wel verschilt (zie 2.6). Dat 90% van de CM Agents bovenschalig is en meer dan het schaalmaximum verdient – wederom een niet-onderbouwde stelling van [eiseres] – ook niet. In het akkoord over de salarisstijging van oktober 2018 is voor die collega’s immers een apart scenario opgesteld: “Als jouw huidige salaris boven het maximum van de nieuwe maxima van de salarisschalen ligt krijg je logischerwijs geen verhoging.”

4.4.

Overigens, zelfs indien er in het voordeel van [eiseres] van uit wordt gegaan dat de omstandigheden gelijk zijn, en er geen objectieve rechtvaardigingsgrond valt aan te wijzen, geldt dat de ongelijkheid niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. [eiseres] geniet immers sinds 2010 van gunstigere arbeidsvoorwaarden dan de CM Agents die de salarisverhoging hebben ontvangen.

4.5.

Gelet op vorenstaande zullen de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen.

4.6.

[eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van Vodafone. Deze worden tot vandaag begroot op (2 punten x € 210,- =) € 420,-.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten van Vodafone, tot vandaag begroot op € 420,-,

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. J.R. Sijmonsma, rolrechter, op 15 april 2020.

type: GD