Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2020:2572

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-04-2020
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
8294597 CV EXPL 20-480
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering in kort geding. Na einde huurovereenkomst bedrijfsruimte geschil over goederen die al dan niet tot die bedrijfsruimte horen dan wel eerder bij de overname van het bedrijf eigendom werden van de huurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: 8294597 CV EXPL 20-480

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 2 april 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RODISO HOLDING B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Simpelveld,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in het bevoegdheidsincident in conventie

verwerende partij in voorwaardelijke reconventie

gemachtigde mr. J.J.M. Goltstein,

tegen

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STAADEGAARD GROEP B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Lieshout, gemeente Laarbeek,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M. GROOTEN EUREGIOTRAC B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Simpelveld,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in het bevoegdheidsincident in conventie,

eisende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde mr. S. van Solkema.

Partijen zullen hierna Rodiso, Staadegaard en Euregiotrac (gezamenlijk dan wel in voorkomend geval in enkelvoud) genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 4 producties, betekend op 31 januari 2020, aan Staadegaard,

  • -

    de dagvaarding met 4 producties, betekend op 31 januari 2020, aan Euregiotrac,

  • -

    de incidentele vordering, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie en overlegging producties van Staadegaard en Euregiotrac,

  • -

    de mondelinge behandeling op 17 februari 2020 om 10.30 uur,

  • -

    de pleitnota van Rodiso

  • -

    de pleitnota van Staadegaard en Euregiotrac.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

Op 26 januari 2012 is tussen Rodiso en de rechtsvoorganger van Staadegaard, de besloten vennootschap Staadegaard Beheer B.V., een huurovereenkomst overeengekomen, opgemaakt en ondertekend waarin Rodiso aan Staadegaard Beheer B.V. verhuurt, gelijk Staadegaard Beheer B.V. van Rodiso huurt, met ingang van 1 mei 2011, kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van art. 7:230a BW van het object/complex Deus 4 te Simpelveld.

2.2.

De feitelijke huurder van het pand is/was Euregiotrac.

2.3.

Per 1 mei 2019 is door Rodiso de huurovereenkomst opgezegd met aanzegging van de ontruiming per 1 mei 2019. Vanwege het feit dat op genoemde datum nog geen ontruiming had plaatsgevonden, is door Rodiso een voorziening in kort geding gevraagd, welke behandeld is op 23 september 2019 (zaaknummer 8027304 CV EXPL 19-6116).

Ter gelegenheid van die mondelinge behandeling hebben partijen overeenstemming bereikt over met name de ontruiming van het gehuurde per 1 februari 2020.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Rodiso vordert samengevat – en na wijziging van eis:

- dat a. de hijskraan, merk Abus, in het gehuurde dient te blijven en b. het terugbrengen van onderdelen van de afzuiginstallatie, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- door Staadegaard en Euregiotrac als hoofdelijk schuldenaar indien zij in strijd met dit gebod handelen,

- Staadegaard en Euregiotrac, zo veel mogelijk hoofdelijk voor het geheel, te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief kosten salaris van de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over deze proceskosten vanaf de vijftiende dag na de uitspraak tot de dag van volledige betaling,

- Staadegaard en Euregiotrac, zo veel mogelijk hoofdelijk voor het geheel, te veroordelen in de na dit vonnis ontstane kosten, te begroten op € 100,- en te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6: 119 BW over de nakosten vanaf de vijftiende dag na heden tot de dag van volledige betaling.

3.2.

Staadegaard en Euregiotrac voeren verweer. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben zij aangegeven, nu Rodiso haar vordering grondt op de tussen partijen bestaand hebbende huurovereenkomst, het beroep op onbevoegdheid in te trekken.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in voorwaardelijke reconventie

4.1.

Staadegaard en Euregiotrac vorderen in voorwaardelijke reconventie:

  • -

    Rodiso te gebieden toe te staan dat Staadegaard en Euregiotrac op een door hen nader te bepalen werkdag met een vooraankondiging van tenminste drie werkdagen tussen 9.00 uur en 17.00 uur de kraan met gebruikmaking van daartoe geëigende vervoers- takel- en anderen noodzakelijke middelen en mankracht verwijderen, op verbeurte van een dwangsom van

  • -

    € 5.000,- per dag, een gedeelte van een dag als gehele dag gerekend, indien Rodiso niet meewerkt aan de verwijdering van de kraan op de dag dat Staadegaard en Euregiotrac hebben aangegeven de betreffende aan (de kantonrechter leest: kraan) te willen (laten) verwijderen, tot aan de dag dat Rodiso alsnog aan de verwijdering van de kraan meewerkt,

  • -

    Rodiso te veroordelen in de kosten van de conventionele en voorwaardelijke reconventionele procedures, te vermeerderen met de samengestelde wettelijke vertragingsrente, indien Rodiso deze kosten niet binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis heeft voldaan.

4.2.

Rodiso voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

De stellingen van Rodiso komen er uiteindelijk op neer dat de onder 3.1 genoemde hijskraan, merk Abus (hierna te noemen ‘de kraan’), en de afzuiginstallatie niet eerder in 2010 het kader van een bedrijfsverkoop door Rodiso van Euregiotrac aan Staadegaard is verkocht, maar als onderdeel van de bestaande bedrijfsruimte slechts werd verhuurd. Euregiotrac en Staadegaard willen dan ook ten onrechte de bewuste installaties meenemen, of hebben dat deels al gedaan. Daarnaast beroept Rodiso zich op natrekking.

5.2.

Gedaagden voeren hier gemotiveerd en onderbouwd tegen aan dat de kraan altijd in bezit en in gebruik is geweest van Eurgiotrac, ook na de bedrijfsovername door Staadegaard in 2010. De bewuste kraan viel dan ook onder de overname van ’inventaris’, is makkelijk te demonteren en om die reden reeds niet nagetrokken.

5.3.

Gezien de door partijen over en weer in het geding gebrachte stukken, is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter de bewuste kraan en afzuiginstallatie destijds - naast andere gereedschappen, machines en inventaris van Euregiotrac - overgenomen door Staadegaard. Uit de huurovereenkomst bedrijfsruimte volgt bepaald niet dat deze installaties mede verhuurd werden of anderszins onderdeel vormden van die verhuurde bedrijfsruimte. De kraan en afzuiginstallatie zijn verder goed te demonteren, zodat ook natrekking niet aan de orde is.

5.4.

De vorderingen van Rodiso zullen dan ook worden afgewezen met veroordeling van Rodiso in de kosten van deze procedure. Nu gedaagden gezamenlijk worden vertegenwoordigd door een en dezelfde gemachtigde, zal ook eenmaal het gemachtigdesalaris worden berekend op € 240,00.

6 De beoordeling in voorwaardelijke reconventie

6.1.

Nu de conventie zal worden afgewezen, dient geoordeeld te worden over de daarmee samenhangende vordering in reconventie. Uit de overwegingen in conventie volgt dat gedaagden terecht aanspraak maken op de in het geding zijnde kraan en afzuiginstallatie. Dit betekent dat de vordering in conventie zal worden toegewezen, met veroordeling van Rodiso in de kosten van de procedure in reconventie, ook hier begroot op € 240,00 aan salaris gemachtigde.

6.2.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt tot € 500,00 per dag met een maximum van € 10.000,00.

6.3.

Rodiso zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Staadegaard en Euregiotrac worden begroot op € 240,00 aan salaris gemachtigde.

7 In conventie en in reconventie

In de pleitnota verzoeken gedaagden in conventie en in reconventie ook de nakosten toe te wijzen, doch zulks betekent een vermeerdering van eis en is niet bij akte gevorderd. Dit deel van de kosten wordt dan ook afgewezen.

8 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

8.1.

wijst de vorderingen af,

8.2.

veroordeelt Rodiso in de proceskosten in conventie, aan de zijde van Staadegaard en Euregiotrac tot op heden begroot op € 240,00 te vermeerderen met de wettelijke rente, indien Rodiso niet binnen 14 dagen na dit vonnis heeft voldaan,

8.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

8.4.

gebied Rodiso toe te staan dat Staadegaard en Euregiotrac op een door hen nader te bepalen werkdag met een vooraankondiging van tenminste drie werkdagen tussen 9.00 uur en 17.00 uur de kraan met gebruikmaking van daartoe geëigende vervoers- takel- en anderen noodzakelijke middelen en mankracht verwijderen, op verbeurte van een dwangsom van

- € 500,- per dag tot een maximum van € 10.000,00, een gedeelte van een dag als gehele dag gerekend, indien Rodiso niet meewerkt aan de verwijdering van de kraan op de dag dat Staadegaard en Euregiotrac hebben aangegeven de betreffende kraan te willen (laten) verwijderen, tot aan de dag dat Rodiso alsnog aan de verwijdering van de kraan meewerkt,

8.5.

veroordeelt Rodiso in de proceskosten in reconventie, aan de zijde van Staadegaard en Euregiotrac tot op heden begroot op € 240,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien Rodiso niet binnen 14 dagen na dit vonnis heeft voldaan,

8.6.

verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad,

8.7.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2020.